Categorie archief: Rusland

waar staat Ivan Toergenjev?

gelezen: Vaders en zonen (1862) van Ivan Toergenjev

Ivan ToergenewHet heeft lang geduurd voordat ik voor het eerst een boek van Ivan Toergenjev heb gelezen. Vaak staat Ivan Toergenjev (1818-1883) in de schaduw van Tolstoi (1828-1909) en Dostojewski (1821-1881). Toch was Vaders en zonen (1862) de eerste Russische roman die buiten Rusland populair werd. Het wordt wel eens gezien als de eerste moderne roman. Het psychologische thema van de innerlijke tegenstrijdigheid, zo kenmerkend voor de moderne literatuur, zou in deze roman voor het eerst uitgewerkt worden. Dostojewski en Tolstoi hebben met personages vol tegenstrijdigheden als Pierre Bezoechov (Oorlog en vrede), Anna Karenina en Raskolnikov (Misdaad en straf) een lijn voortgezet die Toergenjev met Jevgeni Vasiljevitsj Bazarov in Vaders en Zonen begon.

Hoofdpersoon Jevgeni Vasiljevitsj Bazarov is een student wetenschap én nihilist. Hij erkent geen enkele autoriteit en verzet zich tegen alles dat romantisch is of naar gevoel zweemt. Zijn vriend Arkadi Nikolajevitsj Kirsanov bewondert hem om zijn zelfverzekerdheid en zijn ferme uitspraken. Het verhaal is duidelijk in de tijd geplaatst: het begint in mei 1859 en loopt tot ergens in de zomer en eindigt met een epiloog in januari 1860. In deze periode waren er in Rusland grote maatschappelijke veranderingen die zouden leiden tot de afschaffing van het lijfeigenschap in 1861 door tsaar Alexander II (1855-1881).

Toergenjev publiceerde Vaders en Zonen in 1862. Voor hem had het grote gevolgen, want hoewel hij politiek niet geëngageerd was, werd zijn roman wel opgevat als politiek pamflet en hij kreeg zowel uit conservatieve als linkse hoek allerlei verwijten over zich heen. Omdat hij bevriend was met de anarchist Bakoenin (1814-1876) was hij voor de conservatieven al bij voorbaat verdacht. Maar links nam het hem kwalijk dat hij van zijn hoofdpersoon Bazarov een karikatuur had gemaakt, een kille rationalist waarmee de links radicalen in een ongunstig licht werden geplaatst.

Vaders en ZonenHet was Toergenjev’s tragiek dat hij een buitengewoon scherp waarnemer was, maar door zijn weifelmoedigheid geen stelling koos. Voor de conservatieven werd in Vaders en Zonen de oudere generatie te kijk wordt gezet en voor links radicalen wordt de representant van de nieuwe generatie neergezet als een vulgaire materialist. Maar Toergenjev had het goed gezien. De polarisatie in de Russische maatschappij rond 1860 eiste van Toergenjev een duidelijk standpunt. Hij was in 1862 al een groot schrijver en zelfs tsaar Alexander II las hem. De vraag was direct na het verschijnen van Vaders en Zonen in 1862: Waar staat Ivan Toergenjev?

De vraag was direct na het verschijnen van Vaders en Zonen in 1862: Waar staat Ivan Toergenjev?

Voor hemzelf was dat waarschijnlijk glashelder: in afstandelijke betrokkenheid tot zijn personages. Toergenjev werd dus ook estheticisme verweten, het wegvluchten in de kunst. Ook dat liet de Russische samenleving op dat moment niet toe. De roman mocht dan wel een kunstvorm zijn, in het tsaristische Rusland van de negentiende eeuw was literatuur zo ongeveer nog het enige dat door de censuur kon glippen. En dus kon de roman stiekem als politiek pamflet gebruikt worden. Juist daarom was debat over Vaders en Zonen destijds zo heftig. Men moest weten waar de schrijver zélf stond. Toergenjev werd het allemaal teveel en hij vluchtte naar Parijs waar hij tenslotte in 1883 stierf.

De maaiers (detail) uit 1887 door Grigori Grigorjewitsch Mjassojedow (1834–1911)
In 1861 werd door tsaar Alexander II het lijfeigenschap afgeschaft. De bevrijding van de lijfeigenen die tot dan toe slaven waren geweest, zette de Russische maatschappij op z’n kop. Vaders en Zonen speelt zich af in de zomer van 1859.

Bart Voorsluis meent uit Vaders en Zonen af te kunnen leiden waar Toergenjev zelf stond. In zijn artikel engagement of distantie (verschenen in: In de marge, 2006) schrijft hij dat Toergenjev helemaal aan het einde van de roman een politiek statement van de eerste orde zou hebben verkondigd. Volgens Voorsluis geloofde Toergenjev niet in het nieuwe Rusland waarvan Bazarov de representant was. Als we Bazarov zien als de voorloper van de bolsjewieken, zouden we Toergenjev ongelijk moeten geven, want dat nieuwe Rusland kwam er in 1917 toch. Maar we kunnen Toergenjev, als Bart Voorsluis het bij het rechte eind heeft, ook gelijk geven: het radicale socialisme heeft geen stand gehouden en Rusland is in deze nieuwe eeuw onder een nieuwe “tsaar” herrezen. En de Russisch Orthodoxe Kerk lijkt helemaal terug van weggeweest. “In de Naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest.” Of zoals Vaders en Zonen eindigt: “ze (de bloemen) spreken ook van de eeuwige verzoening en van het oneindige leven…”

Personages in Vaders en Zonen
Jevgeni Vasiljevitsj Bazarov – Arkadi Nikolajevitsj Kirsanov – Nikolaj Petrovitsj Kirsanov – Pavel Petrovitsj Kirsanov – Fenitsjka (Fedosja) – Anna Sergejevna Odintsova – Katja Sergejevna Lokteva – Jevdoksia Koeksjina – Vasili Ivanovitsj Bazarov – Arina Vlasjevna Bazarova – Pjotr – Sitnikov

Het sneeuwde

gelezen: Berezina (2018)
naar de roman Il neigeait van Patrick Rambaud

Na het succes van de graphic novel De Slag bewerkte scenarist Frédéric Richaud opnieuw een roman van Patrick Rambaud voor een beeldverhaal uitgevoerd door Ivan Gil. Il neigeait vormt het middendeel van een trilogie over Napoleon. Patrick Rambaud ontleende de titel van zijn roman aan de eerste regel van het gedicht L’expiation (1853) van Victor Hugo. Hierin beschrijft hij de terugtocht uit Moskou in november en december 1812.

Berezina
de drie delen van de graphic novel Berezina van Frédéric Richaud en Ivan Gil naar een roman van Patrick Rambaud
Il neigeait. On était vaincu
par sa conquête.
Pour la première fois l’aigle
baissait la tête.

uit: L’expiation van Victor Hugo

In het derde deel van Berezina worden de eerste regels uit L’expiation geciteerd bij getekende impressies van de tocht van Smolensk naar Krasnoi. Het is 25 graden onder nul: “Het sneeuwde. We waren overtuigd van de overwinning. Voor het eerst boog de adelaar het hoofd. Het sneeuwde. De harde winter sloeg genadeloos toe. De ene witte vlakte na de andere. Gisteren de Grande Armee, nu de rest. De officieren noch de vlag waren nog te herkennen. Het sneeuwde. het sneeuwde voortdurend.”

Trilogie over Napoleon van Patrick Rambaud
I. La Bataille (1997) over de Slag bij Aspern-Essling in 1809
II. Il neigeait (2000) over de terugtocht uit Moskou in 1812
III. L’Absent (2003) over Napoleon op Elba in 1814-15

L’expiation [ Engelse vertaling ]

dichterbij 1812

aan het lezen in: Naar Moskou! Naar Moskou! door Willem Oosterbeek
Memoires van een officier uit de Lage Landen in het leger van Napoleon

Naar Moskou! Naar Moskou!In de geschiedenis is het jaar 1812 bijgezet als het jaar van de veldtocht van Napoleon naar Moskou die het begin van zijn einde zou zijn. 1812 als opmaat naar 1815, het jaar van de Honderd Dagen, de Slag bij Waterloo en zijn definitieve einde. Nog altijd staat de uitdrukking ‘zijn Waterloo vinden‘ voor het lijden van een definitieve nederlaag. De Russische veldtocht van 1812 was dus het begin van het einde van Napoleon. De brand van Moskou, de Slag bij Borodino, de ijzingwekkende aftocht en de overtocht over de Berezina staan in het collectieve geheugen gegrift. De schoolplaten van vroeger zijn vervangen door interactieve kaarten en games.

In 1812 trekt Napoleon op naar Moskou, een veldtocht die een helletocht zou worden. Jean François Dumonceau is officier in la Grande Armée. Hij maakt deel uit van de Keizerlijke Garde, en verkeert in de nabijheid van Bonaparte. Als een van de weinigen overleeft hij de tocht. Aan het eind van zijn leven schrijft hij, in het Frans, zijn memoires. Die geven een huiveringwekkend beeld van een oorlog waarin honderdduizenden sneuvelen, maar ook schetsen ze zijn verbondenheid met Liesje, zijn paard, en zijn oppasser Jan. Willem Oosterbeek vertaalde Dumonceaus memoires en voorzag ze van historisch commentaar. Zo ontstaat een ooggetuigenverslag van een veldtocht die twee eeuwen later nog altijd tot de verbeelding spreekt. Bron: singeluitgeverijen.nl

Voor Nederland is Napoleons veldtocht ook belangrijk geweest omdat er in de Grande Armée, tot dan toe het grootste leger dat ooit op de been was gebracht, duizenden Nederlandse soldaten zaten. Macron en Merkel dromen van een Europees leger. Als dat leger er ooit komt, zal dat niet voor de eerste keer zijn, want de Grande Armée was een echt Europees leger dat bestond uit soldaten van vele nationaliteiten die onderling tientallen talen spraken, ook al was de taal onder de officieren Frans. Engeland en Rusland waren de enige Europese landen die niet in de Grande Armée vertegenwoordigd waren.

Willem Oosterbeek vertaalde in 2014 de (franstalige) dagboeken van Jean François Dumonceau, een Nederlandse officier die met Napoleon meereist naar Moskou. Hij is een van de weinigen die terug zullen keren. Oosterbeek heeft niet alles letterlijk vertaald en wisselt de dagboekaantekeningen af met historisch commentaar. Het is een zeer leesbaar, informatief en spannend boekje geworden dat mij na het lezen van 1812 – Napoleons fatale veldtocht naar Moskou van Adam Zamoyski toch weer allerlei nieuws bood. In intermezzo’s gaat Oosterbeek in op de politieke situatie van het Napoleontische Europa (hoofdstuk 3 sidderende machthebbers), op de organisatie en de dagelijkse realiteit van de veldtocht (hoofdstuk 7 een rugzak van koeienhuid) en op de wijze van oorlogvoeren (hoofdstuk 9 schreeuwende gewonden).

Willem Oosterbeek vertelt het verhaal van de veldtocht veel summierder dan Adam Zamoyski, aan de hand van een selectie uit het dagboek van de Nederlandse officier, maar toch kunnen we de tocht wel helemaal volgen: van Parijs, via Brussel, Maastricht, Münster, Osnabrück, Minden, Hannover, Braunschweig, Magdeburg, Potsdam en Stettin gaat het door het groothertogdom Warschau naar de oever van de Njemen, de grensrivier tussen het Napoleontische Europa en het tsaristische Rusland. Half juni, na drie maanden en 1800 kilometer dagmarsen van tussen de 20 en 25 kilometer, bereikt Dumonceau eindelijk het uiterste oosten van Napoleons vazalstaten en dus van zijn invloedssfeer.

Daarna gaat het naar Vilna, Vitebsk, Minsk naar Smolensk aan de Dnjepr. Daar zijn ze eindelijk op eigenlijke Russische bodem. Het Russische leger onder de Schotse opperbevelhebber Barclay de Tolly blijft zich terugtrekken en zuigt de Grande Armée zo het onmetelijke binnenland in, steeds verder van huis. Dumonceau wil dolgraag slag leveren, maar bij Smolensk gaan de Russen de confrontatie maar gedeeltelijk aan. De stad wordt in brand gestoken, een voorproefje van wat Napoleon te wachten staat in Moskou.

Omdat Dumonceau officier is van een regiment binnen de Keizerlijke Garde, is hij steeds in de buurt van Napoleon. Van de half miljoen soldaten die invasiemacht telt, vangen de meeste soldaten zelfs niet een glimp van de keizer op. Maar Dumonceau ziet hem regelmatig voorbij komen. Een nadeel van deze bevoorrechte positie in de Keizerlijke Garde is dat Napoleon deze in de praktijk als reservetroepen achter de hand houdt. Waarschijnlijk is dat ook een reden waarom Dumonceau de Russische veldtocht overleefd heeft. Hij hoeft geen slag te leveren, al ziet hij daar wel naar uit.

terugtocht in  1812
Napoleons terugtocht in 1812 door Adolf Northern

Oosterbeek schrijft dat van de twaalf soldaten die naar Moskou trekken, slechts twee overleven. Tien soldaten zullen uiteindelijk nooit terugkeren. Slechts een van de tien bezwijkt op het slagveld of later aan zijn verwondingen. Twee van de tien worden er gevangen genomen, dikwijls door kozakken die ze uitleveren aan boeren. Deze treffen het zwaarste lot omdat de boeren op verschrikkelijke wijze wraak nemen op de aan hen uitgeleverde gevangenen. Tenslotte zullen zeven van de tien die het niet overleven onderweg sterven. Naar Moskou! Naar Moskou! Is een verhaal over de waanzin van oorlog, over de discrepantie tussen een ambitieus plan en de weerbarstige werkelijkheid. In al zijn gruwelijkheid blijft het verhaal van de Russische veldtocht tot de verbeelding spreken en komt het voor de Nederlandse lezer door het dagboek van de Nederlandse officier Dumonceau dichterbij als in 1812 van Zamoyski.

Naar Moskou!Naar Moskou! [ singeluitgeverijen.nl ]

Natasja’s Dans [ 2 ]

gelezen in Natasja’s Dans (2003) van Orlando Figes
hoofdstuk 2: Kinderen van 1812

Natasja's dansDoor omstandigheden werd mijn aanvankelijke enthousiaste start in Natasja’s Dans van Orlando Figes voor twee maanden onderbroken. Maar nu kan ik gelukkig weer door met het boek. Ik begon eerst met hoofdstuk 2 waarin Figes de gevolgen van 1812 beschrijft voor het verloop van de Russische geschiedenis. Centrale figuur in dit hoofdstuk is Sergej Volkonski (1788-1865) een van de boeiendste persoonlijkheden waar ik de laatste tijd over gelezen heb. Hij stamde uit een van de belangrijkste adellijke families uit Sint-Petersburg en mocht zich Vorst Volkonski noemen. Zoals de meeste jongens uit aristocratische milieus was hij voorbestemd tot het leger. Op 24-jarige leeftijd was hij hij al generaal en vocht hij mee in de oorlog van 1812 tegen Napoleon. In deze strijd werd hij diep getroffen door het lot van de boeren. Vele lijfeigenen vochten mee als gewone soldaten en toonden een grote opofferingsbereidheid. Na de oorlog zette hij zich in voor hervormingen waarbij de lijfeigenen meer rechten zouden krijgen, maar tsaar Alexander I zette deze niet door.

Toen Alexander I op 1 december 1825 stierf en er verwarring ontstond rond zijn opvolging, zagen de Russische liberalen kans om hervormingen te forceren en kwamen in opstand. Dat gebeurde op 26 december 1825. Deze liberale opstand is bekend geworden onder de naam Decembristenopstand. Onder de dekabristen bevonden zich veel officieren die in 1812 gevochten hadden, waaronder Sergej Volkonski. Maar de nieuwe tsaar Nicolaas I wist de opstand hardhandig neer te slaan. De leiders van de opstand werden opgehangen en de overige opstandelingen werden ook terechtgesteld of verbannen naar Siberië. Volkonski werd verbannen en kwam terecht in de omgeving van Irkoetsk . Daar leefde hij bijna dertig jaar in ballingschap, samen met zijn vrouw Maria die hem vrijwillig volgde. Het is ontroerend om hun verhaal te lezen, dat zeker verwantschap toont met het verhaal van Rasklonikov en Sonja uit Schuld en Boete.

Op 2 maart 1855 overleed tsaar Nicolaas I en werd opgevolgd door tsaar Alexander II. Vijftig decabristen die in 1855 nog in leven waren, werd gratie verleend. Volkonski mocht terugkeren al werd het hem verboden zich in Sint-Petersburg of Moskou te vestigen. De geest van de dekabristen zou het tsaristische Rusland tot in 1917 blijven achtervolgen en de opvolgers van Nicolaas I waren op hun hoede voor liberale opvattingen. In 1861 zou Alexander II weliswaar het lijfeigenschap afschaffen en Rusland bevrijden uit het feodalisme dat in de negentiende eeuw een anachronisme, maar vooral ook contraproductief was geworden.

Volkonski, die vasthield aan zijn boerenlevensstijl, was aan het einde van zijn leven niettemin een veelgeziene gast in de salons van Moskou, waar hij als een soort christusfiguur werd geadoreerd door jonge studenten. Eén van die jongemannen was zijn verre neef Lev Tolstoj. Volkonski had grote invloed op Tolstoj, met name op diens latere christelijke ideeën en uiteindelijke keuze om ook als boer te gaan leven. Volkonski stond model voor de figuur van Andrej Bolskonski in zijn roman Oorlog en Vrede.
 
Toen Volkonski in 1861 het nieuws vernam over de afschaffing van het lijfeigenschap, noemde hij dat “het gelukkigste moment in mijn leven”. Volkonski overleed in 1865, twee jaar na Maria. Zijn gezondheid, die zoveel te lijden had gehad van zijn ballingsjaren, was door haar dood nog zwakker geworden. In de laatste maanden van zijn leven schreef hij nog zijn memoires, overigens pas gepubliceerd in 1903. Een laatste zin uit zijn memoires is: “De weg die ik koos voerde mij naar Siberië, naar dertig jaar verbanning uit mijn thuisland, maar mijn overtuiging is nooit veranderd en als ik het opnieuw moest doen, zou ik het precies zo doen”.
 
Bron: Sergej Volkonski
Sergej Volkonski
Toen George Dawe in 1828 dit portret van Sergej Volkonski maakte, zat de decabrist Volkonski al twee jaar in Siberië, maar generaal Volkonski werd als vaderlandse held geëerd in de militaire galerie in het Hermitage in Sint-Petersburg.

Volkonski is voor het brede publiek onsterfelijk geworden door de romanfiguur Andrei Bolkonski uit Tolstois grote roman Oorlog en Vrede. Tolstoi was in de verte familie van Sergej Volkonski en wilde hem eren met een boek dat De Decabristen zou moeten heten. Hij documenteerde zich goed en hoe meer hij zich in de geschiedenis van de decabristen verdiepte, hoe duidelijker het voor Tolstoi werd dat hun geboorteuur de Oorlog van 1812 was. En zo ontstond Oorlog en Vrede waarin Tolstoi duidelijk verwantschap toont met zijn personage Pierre Bechoezov, de edelman die zich het lot van de boeren aantrekt en de eenvoud van het boerenleven gelijkstelt met eerlijkheid en authenticiteit terwijl voor hem zijn eigen aristocratische leven vals en onecht is geworden.

Natasja’s Dans [ 1 ]

Natasja’s Dans [ 1 ]

gelezen in Natasja’s Dans (2003) van Orlando Figes
hoofdstuk 2: Kinderen van 1812

Natasja's dansMijn oude schoolvriend André Wierenga raadde mij onlangs dit boek aan van de Engelse historicus Orlando Figes. Ik was zijn boek over de Krimoorlog aan het herlezen, maar nu ben ik toch begonnen aan zijn culturele geschiedenis van Rusland die hij in 2002 publiceerde. Heerlijk! Opnieuw bijna 600 pagina’s Figes in het vooruitzicht, als een maagdelijke besneeuwde Russische steppe voor mij. Ik besloot mijn eerste voetstappen te zetten in het tweede hoofdstuk: Kinderen van 1812. Die keuze was niet zo moeilijk omdat ik van Figes collega Adam Zamoyski al het vuistdikke boek gelezen heb over Napoleon’s veldtocht naar Rusland. Over de decembristenopstand heeft Zamoyski ook al geschreven in De Fantoomterreur. “Kinderen van 1812″ gaat dus over een episode van de Russische geschiedenis waar ik al het een en ander van weet.

De bloei van de Russische cultuur in de negentiende eeuw is ondenkbaar zonder Napoleon’s veldtocht naar Rusland. De “Kinderen van 1812″ legden de basis voor de zogenaamde Russische renaissance. De verschrikkingen van 1812 hadden toch ook een positieve kant. Doordat de geest van de Franse Revolutie definitief ook Rusland bereikt had, begon de Russische samenleving te ontwaken. Figes beschrijft het conservatisme van de Russische aristocratie. Deze was volledig Frans georiënteerd. Men las Franse schrijvers en men sprak Frans aan het hof en in de hogere kringen. Omdat officieren in het leger allemaal van adel waren, werd in het Russische leger ook Frans gesproken. Maar de veldtocht van 1812 zou alles veranderen. Frankrijk was niet langer de hoeder van de Russische aristocratie maar de vijand!

Gewone soldaten waren bijna zonder uitzondering ongeletterde lijfeigenen, die door de officieren niets meer waren dan menselijke beesten. De oorlog van 1812 schakelde het lot van de officieren en soldaten, dus van aristocraten en lijfeigenen, gelijk. Officieren ontdekten dat lijfeigenen mensen bleken te zijn. En lijfeigenen ontdekten dat officieren ook hele gewone mensen waren. In 1812 ontwaakte de Russische ziel zou je bijna kunnen zeggen. De idealen van “vrijheid, gelijkheid en broederschap” zorgden ervoor dat er een Russisch nationalisme ontwaakte. Officieren gingen in het leger Russische woorden gebruiken om hun soldaten dieper aan te kunnen spreken. Sommigen van deze officieren zouden in 1825 verantwoordelijk zijn voor de opstand tegen de omstreden tsaar Nicolaas I.

Maar met “Kinderen van 1812″ bedoelt Figes zeker ook de kunstenaars die de Russische ziel aanschouwelijk en hoorbaar maakten. In de allereerste plaats was dat natuurlijk Aleksandr Poesjkin (1799-1837). Aan hem is het te danken dat het Russisch de gemeenschappelijke taal wordt van alle Russen, van adel én lijfeigenen, ook al waren die laatsten bijna altijd analfabeet. Maar Poesjkin richtte zich ook naar hen. De Russische cultuur veranderde van een soort dépendance van Frankrijk in een eigen cultuur. Voor 1812 was het voor een aristocraat onmogelijk om kunstenaar te zijn. De adel was voorbestemd voor staatsdienst, moest zijn leven geven aan de Russische staat. Door de veldtocht van Napoleon zou dat gaan veranderen. De gewone Rus moest nog altijd kruipen, maar begon zich bewust te worden van zijn lot. In Gribojedovs drama Lijden door verstand uit 1823 zegt Tsjatski: “Ja, dienen graag, maar nooit kruipen leren.”

Ja, dienen graag,
maar nooit kruipen leren.

uit “Lijden door verstand” (1823)

Natasja’s dans is een monumentale cultuurgeschiedenis van Rusland vanaf circa 1770 tot circa 1970, waarbij vooral literatuur en muziek en in iets mindere mate schilderkunst en beeldende kunst aandacht krijgen. De titel, ontleend aan een scène in Tolstojs Oorlog en vrede, is een soort zinnebeeld voor ‘de ziel en identiteit van het Russische volk’; Figes tracht die in het boek te definiëren als een mengeling van de Europese elitecultuur (Sint-Petersburg) en de meer Oosters gewortelde boerencultuur (Moskou), alsook de voortdurende spanning tussen beide. Figes probeert ook te verklaren waarom literatuur en andere kunstvormen altijd zo’n belangrijke rol hebben gespeeld in het leven van de Russen; hij ziet met name oorzaken in het altijd ontbroken hebben van (democratische) vrijheidsbeginselen, waardoor kunst telkens de rol kreeg toebedeeld om uitdrukking te geven aan wat er werkelijk onder het Russische volk leefde.
 
Bron:nl.wikipedia.org

100 jaar Patriarchaat Moskou

vandaag is het 100 jaar geleden dat in Moskou het Patriarchaat hersteld werd
De parochie van de heilige Tychon vierde vandaag in Nijmegen het eeuwfeest

In Rusland wordt vandaag gevierd dat het precies honderd jaar geleden is dat op 5/18 november 1917 metropoliet Tychon van Moskou tot patrirach gekozen werd. Daarmee werd het patriarchaat Moskou hersteld. (Door de hervormingen onder tsaar Peter de Grote was er in 1721 een einde gekomen aan het Patriarchaat. Tussen 1721 en 1917 was het vervangen door de Heiligste Regerende Synode) Sinds 2005 is er in Nederland een Russisch-orthodoxe parochie die gewijd is aan de heilige Tychon. Vandaag was er in deze parochie een feestelijke viering van het jubileum met een moleben voor haar patroon.

parochie heilige Tychon
vader Sergi Merks (midden) geflankeerd door twee gastpriesters
parochie heilige Tychon
bloemen voor vader Sergi Merks namens de parochie van de heilige Tychon
icoon heilige Tychon
icoon van de heilige Tychon, patriarch van Moskou en heel Rusland (1917-1925)

heilige Tichon van Moskou [ nl.wikipedia.org ]

100 jaar oktoberrevolutie

gisteren gezien op BBC2: Countdown to revolution
gelezen in De afdaling in de hel van Ian Kershaw over de Oktoberrevolutie

OktoberOp 7 november is het honderd jaar geleden dat in Petrograd (zoals Sint-Petersburg in 1917 heette) de Oktoberrevolutie (volgens de Juliaanase kalender was het op 24 oktober 1917) plaatsvond. In de media zal er deze maand dus veel teruggekeken worden op de Russische Revolutie van 1917. Gisteren was op BBC2 de documentaire Countdown to revolution te zien, waarin vanaf 245 dagen vóór 7 november 1917 wordt teruggekeken op de ontwikkelingen die tot de Russische Revolutie hebben geleid.

Ruslandhistoricus Orlando Figes schreef naast een boek over de Krimoorlog ook een boek over het revolutionaire Rusland. In Revolutionair Rusland 1891-1991 schrijft hij: “Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden. De revolutie van oktober was een staatsgreep die slechts door een kleine minderheid van de bevolking werd gesteund.” (bron)

Dat is een heel ander verhaal dan verteld wordt in Октябрь (1927) van Sergei Eisenstein. In deze beroemde propagandafilm, die ter gelegenheid van het tienjarige jubileum van de Russische Revolutie werd gemaakt, wordt de revolutie juist voorgesteld als een beweging van mensenmassa’s. De bolsjewistische elite had besloten dat de revolutie als hét momentum van het volk moest worden herinnerd.

Октябрь – Десять дней, которые потрясли мир Oktober – tien dagen die de wereld schokten (1927) van Sergei Eisenstein
Toen de bolsjewieken de macht grepen, bleven de theaters en restaurants gewoon open en ook de trams bleven volgens de dienstregeling rijden.

Orlando Figes

Eisenstein pleegt dus ware geschiedvervalsing. Acht jaar later zou Leni Riefenstahl een andere beroemde propagandafilm maken. Maar ditmaal waren de massa’s wél echt.

The Russian Revolution of 1917 is one of the most controversial events of the 20th century. Three men – Lenin, Trotsky and Stalin - emerged from obscurity to forge an entirely new political system. In the space of six months, they turned the largest country on earth into the first Communist state. Was this a triumph of people power or a political coup d’etat that led to blood-soaked totalitarianism? A hundred years later, the Revolution still sparks ferocious debate. This film dramatizes the 245 days that brought these men to supreme power. As the history unfolds, a stellar cast of writers and historians, including Martin Amis, Orlando Figes, Helen Rappaport, Simon Sebag-Montefiore and China Mieville, battle over the meaning of the Russian Revolution and explore how it shaped the world we live in today.
 
Bron: bbc.co.uk

Oktoberrevolutie [ nl.wikipedia.org ]