Categorie archief: geschiedenis

Spierballen-nationalisme

op 6 juli bezochten Michaela en ik het Niederwalddenkmal

150 jaar na de Frans-Duitse Oorlog is het Niederwalddenkmal bij Rüdesheim nog altijd een plek waar je iets kan voelen van het spierballen-nationalisme uit de negentiende eeuw. Dit opgeblazen nationalisme kwam rond 1900 op haar hoogtepunt en ging gelijk op met Europese imperialisme. Deze trotse bombast moest onvermijdelijk een keer tot uitbarsting komen, al duurde het na 1900 toch nog 14 jaar voordat het werkelijk zover was.

Niederwald Denkmal
Michaela bij het Niederwalddenkmal

Het reusachtige monument staat op een heuvel, vlak bij een scherpe bocht die de Rijn bij Bingen maakt en kijkt uit naar het Zuid-Westen. Het wordt bekroond door een 12,5 meter hoog beeld van Germania, een personificatie van het Duitse volk, die in haar rechterhand de keizerskroon in de hoogte steekt en met haar linkerhand dreigend een zwaard vasthoudt. Het is een duidelijk signaal naar de Erbfeind Frankrijk.

Niederwald Denkmal
uitzicht vanaf het Niederwalddenkmal Linksonder Rüdesheim en daarachter de linker Rijnoever.

Het monument werd tussen 1871 en 1883 opgericht, in de euforie na de victorie op het Franse Keizerrijk. Dat was nu gedegradeerd tot Republiek terwijl Pruisen zich met de andere staten uit de Noord-Duitse Bond verenigd had tot het Duitse Keizerrijk. Dit was niet alleen symbolisch, het was vooral de uitkomst van de Pruisische Realpolitik onder leiding van Otto von Bismarck (1815-1898).

Niederwald Denkmal
Germania met een personificatie van “vadertje Rijn” op de sokkel van het Niederwalddenkmal

De Rijn had voor Frankrijk en Duitsland niet alleen een economische betekenis, maar speelde vooral in de geopolitiek een grote rol. Frankrijk had er nooit een geheim van gemaakt dat het de Rijn beschouwde als haar natuurlijke grens. De Fransen meenden dus dat ze recht hadden op de linker (westelijke) Rijnoever. Lodewijk XIV had de Elzas veroverd en tussen 1794 en 1814 hoorde de linker Rijnoever (en de stad Koblenz) bij Frankrijk.

Op de sokkel van de Germania vinden we een groot bas-reliëf met in het midden de Pruisische koning Wilhelm I die als keizer Wilhelm I van Duitsland Parijs binnentrekt. Rechts van hem staat Bismarck. Dit is vooral bedoeld om de Fransen in te peperen dat nu hun oosterburen superieur zijn.

Niederwald Denkmal
Een demonstratie van keizerlijke macht op de sokkel van het Niederwalddenkmal

Onder dit machtsvertoon staan de coupletten van het nationalistische gedicht Die Wacht am Rhein uit 1840. In het eerste couplet wordt de vraag gesteld “zum Rhein, zum Rhein zum deutschen Rhein – Wer will des Stromes Hüter sein?” Het laatste couplet besluit met “am Rhein, am Rhein, am deutschen Rhein, wir alle wollen Hüter sein.” Zo wordt het Duitse volk opgeroepen om samen met Germania de Rijn te beschermen tegen Franse agressie. Duitsland bestond tot 1871 nog niet als grootmacht en de Duitse staatjes, met name in de Pfalz, hadden altijd invallen van Frankrijk moeten verduren.

Niederwald Denkmal
De sokkel van het Niederwalddenkmal

Het Niederwalddenkmal is een prima illustratie van het spierballen-nationalisme uit de negentiende eeuw. In de jaren twintig wilden separatisten het monument opblazen, maar gelukkig heeft men dat weten te voorkomen. Zo kunnen we nog altijd zien hoe in de tijd van het nationalisme de onderbuik van het Duitse volk door de politieke elite uit Berlijn bespeeld werd. In de eenentwintigste eeuw zien we (Duits) nationalisme als de voornaamste aanstichter van twee wereldoorlogen en zien we een verenigd Europa als een medicijn tegen oorlog. Zolang we blijven zien dat het Verenigde Europa evengoed een constructie is als het Verenigde Duitsland van Bismarck, kunnen we wakker blijven. Aan de Rijn bijvoorbeeld.

Niederwald Denkmal
De Grundstein van het Niederwalddenkmal werd “gelegd” door keizer Wilhelm I op 16 september 1877

niederwalddenkmal.de

vlek op vlek

150 jaar Frans-Duitse Oorlog (1870-1871)

Alle oorlogen in West-Europa liggen nu al 75 jaar in de schaduw van de Tweede Wereldoorlog. Ze komen daar ook moeilijk uit. Zeker in Nederland. Vóór de Tweede Wereldoorlog kende ons land 127 jaar lang geen bezetting of oorlog. Vanuit Europees perspectief is dat anders. Omdat we steeds meer vanuit dit perspectief naar de geschiedenis kijken, is er gelukkig ook in Nederland tussen 2014 en 2018 de nodige aandacht besteed aan de Eerste Wereldoorlog. In Frankrijk en België waren er grote herdenkingen en het bewustzijn dat de Eerste en Tweede Wereldoorlog onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, is groter dan ooit. Iedereen weet nu dat met de vernedering van Duitsland in 1919 door het Verdrag van Versailles 21 jaar later een revanche is uitgelokt.

Dat het vernederende Verdrag van Versailles in 1919 ook een revanche was, is minder bekend. Want 48 jaar eerder was Frankrijk in Versailles op de knieën gegaan voor Duitsland. En zo kun je vanuit de Tweede Wereldoorlog een lijn trekken via de Eerste Wereldoorlog naar de Frans-Duitse Oorlog. Op 19 juli 2020 was het precies 150 jaar geleden dat het Tweede Franse Keizerrijk de oorlog verklaarde aan Pruisen. Deze oorlog was in de eerste plaats een gewapend conflict tussen Frankrijk en het nieuwe Duitsland (het Duitse Keizerrijk zou in Versailles worden uitgeroepen). Toch heeft deze oorlog voor de geschiedenis van Europa rampzalige gevolgen gehad omdat de Eerste en Tweede Wereldoorlog hieruit voort kwamen.

Fransch-Duitsche Oorlog
In het Beknopt Leerboek der Algemeene Geschiedenis van Jos Kleijntjes (Malmberg, Nijmegen) uit ca. 1910 wordt de Fransch-Duitsche Oorlog nog uitvoerig behandeld. Het lag nog ‘maar’ 40 jaar in het verleden en de wereld had nog geen twee wereldoorlogen gezien.

Om de Frans-Duitse Oorlog te kunnen begrijpen, moet je nog eens 56 jaar dieper het verleden induiken. Na het Congres van Wenen (1814-1815) was er in Europa een nieuwe orde ontstaan. Frankrijk was door de geallieerde mogendheden Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen teruggedreven achter zijn grenzen van 1789. Engeland wilde uiteindelijk geen vernedering van Frankrijk omdat het gebaat was bij een machtsevenwicht tussen de continentale mogendheden. En daarom was Frankrijk als agressor gewoon aanwezig tijdens de onderhandelingen in Wenen. De nieuwe politieke orde die ontstond, nadat Napoleon bij Waterloo definitief verslagen was, staat bekend als het Concert van Europa en de Oostenrijkse staatsman Metternich gold daarbij als de dirigent. De vrede in Europa werd gewaarborgd door een machtsevenwicht tussen de vijf grootmachten.

Het Concert van Europa zou standhouden tot 1854. In de Krimoorlog zouden Engeland en Frankrijk de oorlog verklaren aan Rusland, terwijl Oostenrijk en Pruisen het lieten gebeuren. Maar tussen de vier andere grootmachten zouden er ook spanningen groeien, met name tussen Oostenrijk en Pruisen. Beiden zaten in de Duitse Bond (1815-1866) en Oostenrijk had hier de eerste plaats. Maar na 1850 kwam er steeds meer rivaliteit al bleef Oostenrijk dominant. Maar door het diplomatieke talent van Bismarck, de architect van het Duitse Keizerrijk (1871-1918), zou Oostenrijk tenslotte onderop komen te liggen. Dat gebeurde in de korte Oostenrijks-Pruisische Oorlog (1866). Pruisen had Oostenrijk verslagen en richtte nu de Noord-Duitse Bond (1867-1870) op, de opmaat naar het Duitse Keizerrijk.

Voor Frankrijk was de Pruisische dominantie in het Oosten erg bedreigend. Frankrijk was op 2 december 1852 voor de tweede maal een Keizerrijk geworden en Napoleon III had zich laten kronen als de opvolger van Napoleon I. De Fransen kregen daarmee weer hun oude zelfvertrouwen terug. In de achttiende eeuw waren ze cultureel superieur in Europa en tijdens het Eerste Keizerrijk (1804-1814) waren ze ook militair superieur geworden. Charles-Louis-Napoléon (1808-1873), de neef van Napoleon Bonaparte maakte van Frankrijk weer het machtigste land op het Europese continent. Rond 1860 was Frankrijk weer bijna net zo machtig als een halve eeuw daarvoor.

Maar in de jaren na 1866, toen Pruisen Oostenrijk verslagen had, werd de dreiging voor Frankrijk zo groot dat Napoleon III zich door Bismarck liet uitlokken tot een preventieve oorlog. Op 19 juli verklaarde Frankrijk Pruisen de oorlog. Dit zou het einde betekenen van het Tweede Franse Keizerrijk (1852-1870) en het begin van het Duitse Keizerrijk (1871-1918).

Bismarck_NapoleonIII
Op 2 september 1870 werd Frankrijk bij Sedan verpletterend verslagen door Pruisen. Keizer Napoleon III werd zelfs de gevangene van Bismarck.

Vandaag precies 150 jaar geleden, op 4 augustus 1870, vond bij Wissembourg de Slag bij Weißenburg plaats. Dit stadje was de poort naar de Elzas. De Elzas hoorde oorspronkelijk bij het Duitse taal- en cultuurgebied. Lodewijk XIV veroverde het tijdens de Negenjarige Oorlog en in 1697 verwierf Frankrijk tijdens de Vrede van Rijswijk de Elzas definitief. Toen de Pruisen in 1870 de Elzas binnenvielen, werd er nog altijd Duits gesproken. Voor Pruisen was de verovering van de Elzas een herovering. Tussen 1871 en 1918 zou de Elzas bij het Duitse Keizerrijk horen.

Anton von Werner
Kroonprins Friedrich bij het lijk van de Franse generaal Abel Douay die tijdens de Slag bij Weißenburg gesneuveld was.(geschilderd door Anton von Werner)

Frans-Duitse_Oorlog [ nl.wikipedia.org ]

Her name was Lola, she was a showgirl

gelezen: Lola Montez van Angelika Jordan

Lola MontezIn de kringloop kocht ik voor twee kwartjes het niemendalletje Lola Montez van Angelika Jordan, in 1972 uitgegeven door de Nederlandse Boekenclub. Gewoon omdat ik het verhaal over de relatie tussen Lola Montez en Ludwig I van Beieren (1786-1868) eens wilde lezen. Ik wist niet veel meer dan het schandaal dat deze affaire in 1847/49 veroorzaakte en dat de koning van Beieren, mede door deze affaire in het revolutiejaar 1848 troonsafstand deed en plaats maakte voor zijn zoon Maximiliaan II. En ik wist dat Joseph Karl Stieler haar portret had geschilderd voor Ludwigs Schönheitengalerie in Slot Nymphenburg. Dat beroemde portret staat overigens ook op de voorkant van het boek.

Ludwig I
Ludwig I koning van Beieren (1825-1848) met de schoenen van Hugo de Jonge. (Portret van Joseph Karl Stieler)

Ludwig I van Beieren drukte tijdens zijn regeerperiode (1825-1848) zijn stempel op München en maakte van de Beierse hoofdstad het Isar-Athen. Hij voelde zichzelf veel meer kunstenaar dan een militair, tamelijk uitzonderlijk voor een koning. Aan hem en zijn belangrijkste architecten Leo von Klenze (1784-1864) en Friedrich von Gaertner (1791-1847) heeft München zijn belangrijkste bouwwerken uit het tweede kwart van de negentiende eeuw te danken: de Ludwigstrasse (1816-27), nog altijd Münchens Prachtmeile , de Glyptothek (1816–30) en de Propyleeën (1846–62) aan de Königsplatz, de Alte Pinakothek (1826-36), de Feldherrnhalle (1841-1844) en grote delen van de Münchner Residenz (koninklijk paleis), de Allerheiligen-Hofkirche (1826–1842) en de Monopteros (1836) in de Englischer Garten. Ondanks de zware bombardementen in de Tweede Wereldoorlog zijn deze bouwwerken voor de totale vernietiging gespaard gebleven zodat we ons in het huidige München nog altijd een beeld kunnen vormen van 1846, het jaar waarin Lola Montez in München arriveerde en een affaire met de koning kreeg.

Gustave Moreau : SaloméDoor deze couleur locale en de historische achtergrond bleef het lezen van deze romantische geschiedenis, die bij Angelika Jordan niet boven het niveau van een kasteelroman uitkomt, voor mij toch enigszins verteerbaar. De koning krijgt weinig meer profiel dan dat van de gepassioneerde vrouwenliefhebber met slappe knieën. De vergelijking tussen koning Herodes en Salomé ligt dan ook voor de hand in deze zoveelste variatie van The King and I (of Beauty and the King). Het “hoofd van Johannes de Doper” dat Ludwig van Beieren zijn danseres geeft is een paleis aan de Barerstrasse. Plus de titel Gravin van Landsfeld zodat Lola ook aan het Beierse hof mag verschijnen.Zoveel passie, dat kan niet goed gaan. De bom zal onvermijdelijk barsten.

De afloop is overbekend: de zestigjarige koning is verliefd op en verslaafd aan de ruim dertig jaar jongere danseres en kan niet van haar loskomen. Er vallen binnen anderhalf jaar twee regeringen omdat de koning gewoon een nieuwe regering laat vormen als de oppositie hem te sterk wordt. De Beierse politiek staat onder hoogspanning en wordt door twee partijen bepaald: de conservatieven die “de Spaanse hoer” liever kwijt dan rijk zijn en de liberalen die in de vrijgevochten Lola juist de toekomst zien. In het voorjaar van 1848 loopt het uiteindelijk uit de hand. Door de ontwikkelingen elders in Europa (overal breekt de revolutie uit en Frankrijk wordt voor de tweede keer in haar geschiedenis een republiek), moet ook de koning een moeilijke keuze maken. Onder druk tekent hij voor de uitwijzing van Lola Montez en enkele dagen later doet hij troonsafstand.

Lola Montes in Bavaria
Het toneelstuk Lola Montes in Bavaria (uiteraard met veel dans) van C.P. Ward vierde in 1851 grote successen in New York

Angelika Jordan heeft geen biografie geschreven, maar een geromantiseerd verhaal over de relatie tussen de “Spaanse” danseres en de Beierse koning. Ze besluit met een epiloog nadat Lola Montez in 1848 naar Genève is gevlucht en naïef wacht op “haar koning” nadat deze op 11 maart is afgestreden. Deze zal haar echter nooit volgen en gedesillusioneerd vertrekt ze naar Engeland en trouwt binnen korte tijd met een man die tien jaar jonger is. Deze relatie houdt geen stand en ze vertrekt naar Amerika, dat voor haar het land van de vrijheid vertegenwoordigt. In de Verenigde Staten wordt ze een beroemdheid door het toneelstuk “Lola in Bavaria”. De Amerikanen zijn gek op het verhaal van de koning die valt voor zijn danseres. Na New York komt ze rond 1853 in Sacramento terecht waar de goudkoorts woedt. Ook daar kan ze niet aarden en ze stapt op de boot naar Australië. Overal wordt ze achtervolgd door schandalen. Zo moet ze weer naar Engeland vluchten. Uiteindelijk komt ze weer in New York terecht waar ze in begin 1861 overlijdt aan de gevolgen van een hersenbloeding, een maand voor haar veertigste verjaardag. Ze had meer meegemaakt en van de wereld gezien als tien vrouwen van tachtig bij elkaar.

Lola Montez [ nl.wikipedia.org ]

pronkschilder [ 2 ]

Franz Xaver Winterhalter (1805-1873)

Franz Xaver Winterhalter, een boerenzoon uit het Zwarte Woud, werd in de jaren veertig van de negentiende eeuw een van de meeste gevraagde portretschilders van Europa en rekende naast koningin Victoria van Engeland en keizerin Eugènie van Frankrijk talrijke vorsten en adellijke personen onder zijn klanten. Als schilder die uitsluitend werkte in opdracht bereikte hij ongeveer het hoogst haalbare.

Zijn leven leest als een succesverhaal. Nadat zijn vader hem eerst naar Freiburg had gestuurd waar hij als lithograaf bij een uitgever werkte, mocht hij in München aan de kunstacademie studeren. Hij kreeg daar o.a. les van hofschilder Joseph Karl Stieler. Deze was op zijn beurt een leerling van Gérard. Deze laatste had hem in Parijs geschoold in de gepolijste stijl van het classicisme, de heersende stijl onder Napoleon. Zo leerde Winterhalter van Stieler zijn portretten uiterst nauwkeurig en glad uit te werken. Dit was de eerste stap naar de roem, want bij de vorstenhoven in Europa kwam je omstreeks 1830 alleen in beeld als je de fotografisch precieze benadering van je onderwerp beheerste.

Sophie van BadenToen Winterhalter zijn studie in München had afgerond, vertrok hij eind jaren twintig naar Karlsruhe waar het hof van groothertog Leopold van Baden gevestigd was. Daar werd hij tekenleraar van groothertogin Sophie én hofschilder. In 1833 ontving hij van de groothertog een stipendium voor een studiereis naar Italië. Deze reis zou van groot belang zijn voor zijn verdere ontwikkeling. In de jaren dertig waren er zoveel schilders uit Noord-Europa in Italië dat zich in Rome hele gemeenschappen hadden gevormd. Winterhalter sloot zich aan bij een Duitse groep schilders. Net als zijn vakgenoten vond hij zijn modellen meestal op straat: vaak Italiaanse kinderen of mooie meisjes die voor bijna niets tot de beschikking van de kunstenaar stonden. Van Winterhalter zijn schetsboeken en olieverfstudies uit zijn tijd in Italië bewaard gebleven en een deel wordt geëxposeerd in Le Petit Salon, het Winterhalter Museum in Menzenschwand.

In Italië maakte Winterhalter genreschilderijen die een grote rol zouden spelen in zijn loopbaan als portretschilder. In december 1834 waagde hij de sprong naar Parijs, destijds het artistieke centrum van Europa. Om daar als schilder carrière te kunnen maken, was deelname aan de Parijse salon een verplicht nummer. Deze kunsttentoonstelling was het jaarlijkse hoogtepunt voor de schilderkunst waarbij de koning hoogstpersoonlijk de onderscheidingen kwam uitdelen. Wanneer je op de salon indruk wilde maken, moest je echt uitpakken. Het historiestuk was een vereiste geworden om mee te dingen daar de koninklijke medaille. dit type schilderij vertelde een verhaal en bundelde alle genres inéén: portret, naakt, stilleven en landschap. Met een historiestuk kon de schilder laten zien hoe goed hij alle genres beheerste en hoe overtuigend hij een verhaal kon vertellen.

Römische genrescene
Römische genrescene 1833
De Italiaanse periode (1833-34) bleek voor Winterhalter een belangrijke stap op weg naar zijn succes in Parijs

De genreschilderijen die Winterhalter tijdens zijn verblijf in Italië (1833-1834) had gemaakt, kwamen voor zijn inzendingen voor de Parijse salon goed van pas, want zo had hij geleerd om groepsportretten te componeren. Bovendien had de kleurigheid van de Italiaanse schilderkunst hem sterk beïnvloed. Voor de salon van 1836 schilderde Winterhalter een historiestuk dat helemaal met Italië verbonden is en wat ook een Italiaanse titel draagt Il dolce far niente. Het was een voor Biedermeierbegrippen groot schilderij met acht volwassen personen en drie kinderen, geplaatst in een zinderend Italiaans landschap.

Il dolce far niente
Il dolce far niente 1836

Winterhalter greep terug naar pastorale scenes van Titiaan. Drie eeuwen eerder schilderde deze Venetiaanse meester al kleurige bacchanalen. Het Italiaanse genrestuk was in de salons altijd het terrein geweest van Louis Léopold Robert. Maar door de zelfmoord van deze schilder in 1835 was deze plaats vacant gekomen. Met zijn dolce far niente solliciteerde Winterhalter als de opvolger van Robert. Hij plaatste zijn werk strategisch in de markt, een kwaliteit die onmisbaar is voor ambitieuze schilders die carrière wilde maken. Op de salon van 1836 maakte zijn schilderij furore maar de echte doorbraak kwam een jaar later.

Decamerone
Decamerone 1837

Op de salon van 1837 maakte Winterhalter grote indruk met opnieuw een Italiaanse genrestuk. Het thema van Decamerone lijkt op dat van Il dolce far niente. Eigenlijk deed hij zijn kunstje nog eens over. Maar nu met een overtuigender compositie en met nog stralender kleuren. Een groep van drie mannen en zeven vrouwen hebben zich in de tuin van een Italiaanse villa neer gevleid en luisteren naar een verhaal dat Boccaccio in zijn Decamerone heeft opgetekend. De lof van de critici was vrijwel unaniem en koning Louis Philippe beloonde het werk met een gouden medaille. Daarmee had Winterhalter zijn naam in Frankrijk gevestigd. Decamerone was zijn eerste grote succes en vanaf dat moment begon zijn ster te stijgen.

franzxaverwinterhalter.wordpress.com

pronkschilder [ 1 ]

Franz Xaver Winterhalter (1805-1873)
op 1 juli bezochten we zijn geboorteplaats Menzenschwand

Weinigen zal de naam Franz Xaver Winterhalter tegenwoordig nog iets zeggen. Toch was hij in hogere kringen een van de meest gevierde schilders van de negentiende eeuw. Hij rekende onder zijn clientèle meer vorstenhoven dan Tizian en Rubens bij elkaar. Zijn goed gelijkende portretten, fabelachtige stofuitdrukking en nauwkeurige uitwerking werden aan het hof zeer hoog gewaardeerd. Toch liep men in de kunstwereld toen al in een wijde boog om Winterhalter heen. Men vond zijn schilderijen maar inhoudsloze plaatjes.

Winterhalter was een pronkschilder par excellence en zijn kunst had slechts één doel: het behagen van zijn opdrachtgever. Daarom deed hij het kunstje van het behaagzieke rococo rond 1850 nog eens over. Met zijn glamourportretten oefende hij ook invloed uit op de mode aan het Franse hof. Keizerin Eugénie van Frankrijk liep er weer bij als Marie-Antoinette en de hofdames moesten vanwege hun wijde hoepelrokken toen al (minstens) anderhalve meter afstand houden.

Voordat ik wat over de portretten van Winterhalter ga schrijven, laat ik eerst een paar foto’s zien van ons bezoek aan het Winterhalter Museum in Menzenschwand. In dit boerengat hoog in het Zwarte Woud voel je de magie van het sprookje van de boerenzoon die toegang kreeg tot vrijwel alle Europese vorstenhoven, misschien wel het sterkst.

Winterhalter in menzenschwand
Menzenschwand in het Zwarte Woud
Winterhalter in menzenschwand
Het geboortehuis van Franz Xaver (1805) en Hermann (1808) Winterhalter in Menzenschwand
Winterhalter in menzenschwand
De sfeer van de Biedermeier is in het Winterhalter Museum in Menzenschwand expliciet aanwezig. Ook de toilet is geheel in stijl en er hangt zelfs werk van Winterhalter. (schuin boven de pot)
Winterhalter in menzenschwand
Originele schilderijen van Franz Xaver Winterhalter bevinden zich voornamelijk in de koninklijke collecties in Europa. De meeste portretten zijn te bewonderen als lithografie want zijn werk werd halverwege de negentiende eeuw veel gereproduceerd.
Winterhalter in menzenschwand
Een van de weinige schilderijen in het Winterhalter Museum, een ingetogen meisjesportret uit de Biedermeierzeit dat het museum enkele jaren geleden op een veiling wist te bemachtigen
Winterhalter in menzenschwand
Michaela sloot haar bezoek af met een Winterhalter Torte, met een chocolade medaillon van de gebroeders en een passend Sisi-servet

Winterhalter Museum [ winterhalter-menzenschwand.de ]

overmoedige actie

Vandaag is de Slag bij Aspern-Eßling 211 jaar geleden

Opnieuw las ik de graphic novel De Slag met tekeningen van Ivan Gil naar de roman van Patrick Rambaud en bewerkt door Frédéric Richaud. Deze onbesliste veldslag tijdens de Vijfde Coalitieoorlog liep uit op de allereerste tactische nederlaag van Napoleon. De Fransen moesten zich in de nacht van 21 op 22 mei terugtrekken op het eiland Lobau.

Lobau 1809
Anton Ritter von Perger (1809-1876)
Napoleon moet zich in de nacht van 21 op 22 mei 1809 noodgedwongen terugtrekken op het eiland Lobau in Donau

Maar een maand later zou Napoleon opnieuw uithalen en bij Wagram een definitieve overwinning behalen. Oostenrijk werd net als na de Slag bij Austerlitz vier jaar eerder door Frankrijk op de knieën gedwongen en moest met de Vrede van Schönbrunn opnieuw gebiedsdelen afstaan aan het Franse Keizerrijk. Keizer Franz II van Oostenrijk werd nu Napoleons onderdanige bondgenoot. Na de Vrede van Schönbrunn stond de Franse keizer op het hoogtepunt van zijn macht en had het hele continent onder controle.

De Slag bij Aspern-Eßling was een waagstuk. De Fransen hadden weliswaar bezit genomen van Wenen, maar de hoofdmacht van Oostenrijk was nog niet verslagen en had zich teruggetrokken ten noorden van de Donau. Zolang Aartshertog Karl, de jongere broer van de in 1790 overleden keizer Jozef II, niet verslagen was, kon Napoleon Oostenrijk nog geen vrede afdwingen, ook al had hij de hoofdstad bezet.

Napoleon besloot dus om aan te vallen. Maar de Donau vormde daarbij een grote hindernis. Hij positioneerde zijn hoofdmacht op het eiland Lobau in de Donau om van daaruit over te steken naar de noordoever. De Oostenrijkers hadden alle bruggen over de Donau opgeblazen en de Franse genietroepen moesten in korte tijd twee pontonbruggen bouwen: een tussen Lobau en Wenen en de andere tussen Lobau en de noordoever. Deze bruggen vormden de achilleshiel van de Fransen.

Aartshertog Karl was zich daar uiteraard van bewust. De Fransen wilden gaan vechten met de Donau in de rug. Wanneer de Oostenrijkers de kwetsbare verbindingslijnen over de Donau konden verbreken, waren de Fransen dus ingesloten. Napoleon wist dat hij een risico nam maar was gaan geloven dat hij onoverwinnelijk was en handelde overmoedig. De bruggen werden in korte tijd gebouwd en de Franse troepen marcheerden de noordoever op richting twee dorpjes: Aspern in het Westen en Eßling in het Oosten. Daar kozen de Fransen positie.

Napoleon wilde met een aanval op het centrum de Oostenrijkse hoofdmacht doormidden hakken. Maar al snel werd de rekening voor deze waaghalzerij gepresenteerd. De Oostenrijkers slaagden erin om de kwetsbare pontonbrug van de Fransen onklaar te maken. Ze lieten boten gevuld met stenen stroomafwaarts glijden. Deze veroorzaakten aanzienlijke schade waardoor de bevoorrading werd afgesneden. Daardoor kampten de Fransen al snel met een tekort aan buskruit voor hun artillerie. De Oostenrijkers waren op dit onderdeel dus sterker en rukten op naar Aspern en Eßling. De dorpjes werden in de strijd volledig van de kaart geveegd.

Napoleon en Lannes
Paul-Émile Boutigny (1853-1929) schilderde dit tafereel (detail van een schilderij uit 1894) waarin Napoleon zijn zwaargewonde vriend Jean Lannes bezoekt, nadat een kanonskogel zijn been verbrijzeld had. Lannes zou tien dagen na de veldslag aan zijn verwondingen overlijden.

Napoleon was laaiend dat de pontonbrug het had begeven en gaf uiteraard anderen de schuld. Hij liet de beschadigde brug in allerijl oplappen en zette zijn plan door. Maar de Oostenrijkers gingen door met hun aanval op zijn achilleshiel. Op 21 mei lieten ze een houten vlot stroomafwaarts de Donau afzakken. Daarop hadden ze een complete houten molen met pek overgoten en in brand gestoken. De pontonbrug begaf het definitief. Nu waren de Fransen ingesloten en was hun belangrijkste verbindingslijn verbroken. Zonder buskruit waren ze uitgeleverd aan de genade van de Oostenrijkers. Napoleon moest inzien dat hij een belangrijke tactische nederlaag geleden had en besloot in de nacht van 21 op 22 mei 1809 al zijn troepen te hergroeperen op het eiland Lobau. Hij was dus noodgedwongen om zich terug te trekken. Tijdens deze bloedige veldslag verloor hij drie generaals waaronder zijn vriend Jean Lannes.

De Slag
De Slag met tekeningen van Ivan Gil naar de roman van Patrick Rambaud en bewerkt door Frédéric Richaud

De graphic novel De Slag heeft beslist literaire kwaliteiten. Het scenario van Frédéric Richaud is namelijk een bewerking van de roman van Patrick Rambaud die via zijn hoofdpersonages een beschouwelijke en artistieke blik geeft op deze historische veldslag. Louis-François Lejeune en Henri Beyle hebben ook werkelijk bestaan. De eerste was niet alleen een Franse generaal maar ook schilder. En Henri Beyle werd onder zijn pseudoniem Stendhal jaren later bekend als schrijver.
 
Daarnaast heeft hij ook fictieve personages in zijn verhaal opgenomen, zoals de Fayolle en Vincent Paradis. De eerste is een cynische kurassier die enkel zijn eigenbelang volgt. Vincent Paradis doet mij persoonlijk denken aan Pierre Bezoechov uit Oorlog en Vrede. Hij moet vooral vechten om zijn menselijkheid te behouden en levert verbijsterd commentaar wanneer hij de slachting aan het oog ziet voltrekken: “Beesten. We zijn beesten aan het worden.”
 
Ramboud gebruikt ook meerdere perspectieven om zijn verhaal te vertellen. Allereerst de verschillende strijdtonelen. Daarbij vallen nogal wat namen van generaals maar dat is onvermijdelijk bij een verslag van een historische veldslag. Ook Wenen vormt een toneel. De sfeer in de mondaine hoofdstad staat in schril contrast met de taferelen op het slagveld. Wanneer de veldslag begint staat er veel publiek op de Donaukade in Wenen. Met toneelkijkers worden de gevechten gevolgd alsof men naar een toneelstuk kijkt. De hoofdpersonage Louis-François Lejeune treedt tijdens de gevechten op als verbindingsofficier en verbindt zo letterlijk de hoofdrolspelers aan de Franse zijde met elkaar: Masséna, Lannes, Espagne, Molitor, Sainte Croix, Saint-Cyr, Périgord, Bessières, Berthier en uiteraard Bonaparte lui-même.

een boek om in te wonen

De esthetische Revolutie (2015) van Arnold Heumakers
Hoe Verlichting en Romantiek de kunst uitvonden

De esthetische revolutieSommige boeken lees ik niet alleen, in sommige boeken kan ik wonen. Anders dan in mijn fysieke woning blijken deze boeken steeds weer “kamers” te hebben die ik niet goed kende. Maar vooral ook “vensters” met nieuwe uitzichten. Een van die boeken is Romantiek een Duitse Affaire van Rüdiger Safranski. Het is nog lang niet uitgewoond, al doen de beduimelde bladzijden en talloze onderstrepingen en aantekeningen in de marge anders vermoeden. Een ander boek waar mijn geest steeds weer zijn intrek in neemt, is De esthetische Revolutie van Arnold Heumakers. Weer een boek dat (voor een groot deel) over de (Duitse) Romantiek gaat.

Dat is natuurlijk geen toeval. Het tijdvak 1760-1830 (van de Zevenjarige Oorlog tot aan de Julirevolutie) is nu eenmaal de periode waarin mijn second life zich afspeelt. Niet omdat ik in die tijd had willen leven, maar omdat toen de grondtrekken van de moderniteit zich begonnen uit te tekenen. Door het geestelijke leven in de periode 1760-1830 kan ik een beter begrip van het heden opbouwen. Want waar moeten we de uitleg bij het heden anders vinden dan in het verleden?

Wanneer ik met één been in het verleden wil gaan staan, zijn er boeken die mij daar bij helpen. Historische biografieën bijvoorbeeld. Maar ik heb een voorkeur voor boeken die omvattend een periode in beeld brengen. Zo zijn Romantiek. Een Duitse Affaire en De esthetische revolutie echt mijn lijfboeken geworden. Safranski en Heumakers hebben beiden het talent om een enorme intellectuele reikwijdte te combineren met helder, maar ook mooi taalgebruik. Er zijn uiteraard ook grote verschillen. Zo schreef Safranski zijn boek over de romantiek voor een breed publiek, terwijl Heumakers’ boek een proefschrift is, zij het dan een atypisch proefschrift omdat het niet academisch geschreven is en qua omvang bijzonder ambitieus is.

Heumakers begint met het debat over esthetica in deel I (Op weg naar esthetische autonomie) aan het einde van de zeventiende eeuw in Frankrijk, de zogenaamde Querelle des Anciens et des Modernes (Perrault, Fontenelle, Boileau) en via het debat over de kunsten in Engeland (Shaftesbury, Addison, Young) en bij de Franse Philosophes (Voltaire, Rousseau, Diderot) in de eerste helft van de achttiende eeuw, belandt hij tenslotte in Duitsland rond 1760 (Lessing, Hamann, Kant). Daar wordt het moderne kunstbegrip geboren, waarover het in De esthetische revolutie voornamelijk gaat.

Anton Reiser 1786In deel II (De uitvinding van de autonomie van de kunst) is er veel aandacht voor Karl Philipp Moritz (1756-1793) die rond 1790 de autonomie van het kunstwerk naar voren plaatst. Een prachtige passage (Het leven esthetiseren blz. 142) gaat over Moritz’ roman Anton Reiser, de eerste psychologische roman in Duitsland, die tussen 1785 en 1790 in vier delen verscheen. Heumakers verwijst hier naar een ervaring die Anton Reiser heeft op een kerkhof. Hij kijkt eerst in de afgrondelijkheid van het bestaan (‘het enge, benauwde graf’) om kort daarop een doorbraak te beleven en zich ‘aan de vernietiging te ontworstelen‘. Op dezelfde intieme wijze als Safranski analyseert Heumakers deze passage: “Wat gebeurt hier precies?” en komt tot de voorzichtige conclusie (“je zou kunnen zeggen”) dat het leven zelf geësthetiseerd wordt, diepte- en hoogtepunt samen.

Zo komt Moritz met zijn romanfiguur Anton Reiser aan bij het wezen van het kunstwerk: “het esthetische beeld dat zich als het ware van het leven losmaakt om in het vervolg op afroep beschikbaar te zijn als bron van genot”. Heumakers verstaat net als Safranski de kunst om scherp te analyseren zonder daarbij kil te worden. Integendeel, hun analyses laten de innerlijke gloed in het hart juist verder opgloeien in plaats van dat louter het verstand bevredigd wordt. Laat deze “hemelvaart van de geest” nu precies het verlangen zijn dat in de (Duitse) romantiek zo krachtig tot uitdrukking komt.

Metafysische navelstreng [ W&V ]