Categorie archief: geschiedenis

Het wilde Oosten

gisterenavond gezien op Arte: Black Robe (1991)

black robeDe meeste westerns spelen zich af in de periode 1850-1890 en dus in de tijd dat de territoria in de Far West aan het Amerikaanse grondgebied werden toegevoegd. Eerst trokken de pioniers van Saint Louis via de trails naar het Westen; vlak na de Civil War kwam de eerste transcontinentale spoorweg tot stand. Daarna ging het hard met de kolonisatie van de Far West. Rond 1890 bestond het Wilde Westen niet meer, maar bleef tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw voortleven in de western.

De exploratie van het Westen in de tweede helft de eeuw is waarschijnlijk de meest belichte episode in de Amerikaanse geschiedenis. Een enkele keer wordt er iets verder teruggegrepen in die eeuw, bijvoorbeeld in The Revenant (2015) een film die zich afspeelt in 1823. Films die nog verder de geschiedenis induiken en zich afspelen in de koloniale tijd, zijn er natuurlijk ook. Maar dan zijn het geen westerns meer. Eigenlijk zouden die films easterns moeten heten, omdat ze zich afspelen aan de Amerikaanse oostkust. De achttiende eeuw, en uiteraard de Amerikaanse Onafhankelijkheidsstrijd krijgen hier de meeste aandacht. Maar er zijn ook films die zich afspelen in de zeventiende eeuw. Het Amerikaanse continent was toen nog een uitgestrekte wildernis met alleen aan de kust een enkele koloniale nederzetting, handelspost of militaire versterking.

Een film die een poëtisch beeld geeft van de eerste encounters tussen westerlingen en natives is The New World (2005) van Terrence Malick. Deze film speelt zich af in en rond Jamestown, de eerste permanente nederzetting van de Engelsen (en de kiem van de staat Virginia), die al in 1607 werd gesticht. De ongerepte Amerikaanse wildernis moet voor de eerste kolonisten op een aards paradijs hebben geleken. Betoverend mooi. Maar intussen levensgevaarlijk.

De ongerepte Amerikaanse wildernis moet voor de eerste kolonisten op een aards paradijs hebben geleken. Betoverend mooi. Maar intussen levensgevaarlijk.

Dit beeld van het pre-koloniale Amerika komt ook naar voren in de film Black Robe (1991). Het verhaal speelt zich iets later af dan dat van The New World en het toneel ligt een stuk noordelijker, namelijk in Quebec. Dit gebied werd zoals bekend niet door de Engelsen gekoloniseerd maar door de Fransen. Een veel gehoorde kritiek is dat er in de film Engels gesproken wordt (naast het Algonkisch). Ik zag de film op Arte met Franse nasynchronisatie dus het kwam voor mij gelukkig authentiek over.

black robe
de verafgelegen missiepost in het gebied van de Huron

Black robe is gebaseerd op de gelijknamige roman van Brian Moore uit 1985. Het verhaal gaat over een jezuïet die afreist naar een verafgelegen missiepost in het gebied van de Huron. Hij wordt daarbij begeleid door een groep Algonkin.

Net als in The Revenant wordt het harde bestaan in de uitgestrekte besneeuwde wildernis heel concreet gemaakt. Vanuit de luie stoel zijn de landschappen schitterend om naar te kijken, maar je zou voor geen goud in de schoenen willen staan van de pioniers en missionarissen die de wildernis moesten doorkruisen. De natuur was niet de enige vijand. Als je in handen van de Irokezen viel, dan belandde je rechtstreeks in de hel. De reden waarom westerlingen toch voor deze levensgevaarlijk wildernis kozen, was divers. Meestal ging het om winstbejag. Avontuurlijke pelsjagers die zaken deden met de plaatselijke indianenstammen werden gedreven door hebzucht, terwijl de meeste missionarissen die het evangelie aan de inheemse Amerikaanse volkeren wilden verkondigen juist uit idealisme handelden.

Het mooie van Black Robe (zwartrok) is dat er nergens geoordeeld wordt over de missiedrang van de westerlingen. Het huidige standpunt is dat we vreemde culturen vooral zichzelf moeten laten zijn en niemand onze eigen cultuur en religie en al helemaal niet het eigen gelijk moeten opdringen. Vanuit dit standpunt ligt een oordeel snel klaar. De westerlingen zouden hun cultuur en christelijke geloof aan de vreemde volken hebben opgedrongen. Dat was natuurlijk ook regelmatig het geval, maar het was zeker niet altijd zo zwart-wit. Deze film laat zien dat missionering niet synoniem is met het opdringen van het geloof of het dwingen tot bekering

black robe
stills uit Black Robe (1991)

Ook laat Black Robe een veel genuanceerder beeld zien van de relatie tussen de westerlingen en de inheemse bevolking. Vaak worden we verleid tot een zwart-wit beeld: de Europeanen en de indianen. Daarbij wordt dan vergeten dat DE indianen, overigens de Europese benaming van de oorspronkelijke bewoners van Amerika, eigenlijk nooit bestaan hebben. In werkelijkheid ging het om honderden veelal nomadische volkeren die over het hele continent verspreid leefden in ontelbare stammen. Deze stammen stonden soms op voet van oorlog met elkaar, net als de kolonisators overigens. De tegenstelling Europeanen vs. Indianen geeft dus helemaal geen goed beeld. Daarbij stimuleert het een denken in termen van “wij-zij”, waarbij “wij” de agressors zijn en “zij” de slachtoffers. Natuurlijk kwam dit nogal eens voor, maar in werkelijkheid is het verhaal van de kolonisatie van Amerika veel genuanceerder.

In Black Robe zien we dat er in 1634 al innige vriendschappen bestonden tussen de Europeanen en inheemse bewoners van Amerika. Soms werd er zelfs samen gestreden tegen vijandige stammen. Wanneer er oorlogen waren tussen de stammen, ging het bijna altijd om jachtgronden. Europeanen waren dus niet de enigen die om territorium vochten. Ook stonden inheemse volken ook open voor het christelijk geloof en namen ze dit vrijwillig aan. Daarbij versmolt het vaak met elementen uit hun eigen natuurreligie. Black Robe laat uiteraard maar één episode zien in de koloniale geschiedenis van Amerika, en in deze periode waren de Europeanen nog erg zwak waren en sterk afhankelijk van een symbiose met de oorspronkelijke bewoners. De wederzijdse afhankelijkheid van autochtone Amerikanen en allochtonen (westerlingen) laat zien dat de symbiose tussen volkeren met een volstrekt andere cultuur vaak vreedzamer is geweest dan het eenzijdige “wij-zij” verhaal ons vertelt.

Black Robe [ imdb.com ]

1929 als spannend amusement

gisteren gezien op ARD: Babylon Berlin (derde reeks)
en de documentatie Herbst 1929 – Schatten über Babylon

Gisterenavond opende op de ARD de derde reeks van de serie Babylon Berlin. De eerste twee reeksen waren gebaseerd op Volker Kutscher’s historische thriller Der nasse Fisch en speelde zich af in het voorjaar van 1929. In de derde reeks zijn we in het najaar van 1929 beland. Net als bij de start van de eerste serie trakteerde de ARD haar kijkers op een documentaire over Berlijn in de jaren twintig. In januari 2019 was dat Das Jahr Babylon. De documentaire van gisteren heette Herbst 1929 – Schatten über Babylon.

Berlin 1929
Een Zeppelin boven Berlijn met links de Brandenburger Tor en rechts de Reichstag. In het midden de Siegessäule die tijdens het interbellum nog op het plein voor de Reichstag stond.

1929 is in de twintigste eeuw misschien wel hét kanteljaar geweest. Waarschijnlijk was het nog invloedrijker dan de Wende in 1989. In beide jaren stond Berlijn centraal. In 1989 kwam er een einde aan de DDR en het ijzeren gordijn en in 1929 begon de ondergang van de Weimarrepubliek. Dat was overigens pas in het laatste kwartaal van dat jaar, om precies te zijn op 24 oktober, met de Beurskrach op Wallstreet.

Berlin 1929
Amerikaanse invloeden in de jaren twintig in Berlijn

Deze gebeurtenis zou de wereld in een diepe crisis dompelen. De instorting van de aandelenkoersen in New York had rampzalige gevolgen voor Duitsland. Amerikaanse investeerders trokken zich massaal terug. Het draagvlak voor het Young-plan brokkelde af ten gunste van de opkomende NSDAP. De Weimarepubliek zou in de vrije val van de aandelenkoersen meegesleurd worden.

Desalnietemin zou Berlijn tot aan deze rampzalige Black Tuesdag een tijd van culturele bloei beleven. In Duitsland spreekt men zelfs van de Goldene Zwanziger. De gouden jaren twintig van de Weimarrepubliek begonnen echter pas in 1924 toen de hyperinflatie was bezworen en eindigden op 24 oktober 1929.

Berlin 1929
straatbeelden uit Berlijn in de jaren twintig

Berlijn werd in die zes jaar de hipste metropool op aarde met 4,3 miljoen inwoners. (In 2019 waren dat er 700.000 minder) Die Goldene Zwanziger werken nog altijd op onze verbeeldingskracht. Het leek alsof de moderniteit Berlijn had uitgekozen om er open te barsten. De oude wereld van de 19e eeuw ging in een bruisende feeststemming ten onder. Voor iedereen die graag modern wilde zijn, had Berlijn als de meest progressieve stad van Europa, een voorbeeldfunctie.

Voor een deel was deze moderniteit made in Germany, zoals de Zeppelin, het Bauhaus en de expressionistische film. Voor een ander deel bestond deze vooral uit Amerikaanse invloeden, dit tot groot ongenoegen van de nationaalsocialisten. De Amerikaanse muziek (jazz), dans (Charleston) en film (Hollywood) stonden hen tegen.

Berlin 1929
ARD website bij de serie Babylon Berlin
Als je de Duitsers massaal voor de buis wilt voor een geschiedenisles, dan moet je er veel Krimi in kruimelen.

De serie Babylon Berlin is een zeer ambitieus en kostbaar project dat werkt als een tijdcapsule. De reconstructie van het tijdsbeeld is vrij nauwkeurig en de filmsets zijn groots, ook in de buitenopnamen zodat we ons werkelijk op straat wanen in het Berlijn van 1929. Door ruim 90 jaar terug te spoelen in de tijd, lijkt Babylon Berlin het Duitse volk vooral te confronteren met de vraag hoe het ooit zover heeft kunnen komen. Tussen 1945 en 1990 stond in Duitsland vrijwel altijd de periode 1933-1945 op het programma. De Duitsers hebben de zwarte bladzijden uit hun geschiedenis stuk gelezen. Maar over de oorzaken van de opkomst van Hitler aan het einde van de jaren twintig, werd relatief minder aandacht besteed.

Als je de Duitsers massaal voor de buis wilt voor een geschiedenisles, dan moet je er veel Krimi in kruimelen. Precies dat is wat Volker Kutscher met zijn historische thrillers heeft gedaan. Geschiedenis en criminaliteit gaan hand in hand. Als één volk daarvan doordrongen is dan zijn het wel de Duitsers.

Wiesn Tatort

gisteren gezien op ARD: Oktoberfest 1900

In de 210 jaar dat het Oktoberfest bestaat (zie onder) werd het alleen aan de kant gezet door twee wereldoorlogen, de hyperinflatie van 1923-1924 en de cholera epidemieën van 1854 en 1873. Dit jaar is er vanwege de corona pandemie voor het eerst sinds 75 jaar geen Oktoberfest in München. Maar er is een alternatief. Bij de ARD kunnen we toch de sfeer proeven van het grootste volksfeest ter wereld. We gaan dan wel 120 jaar terug in de tijd, naar het München van 1900. Oktoberfest 1900 heet de ambitieuze zesdelige Duitse serie waarvan gisterenavond de eerste twee delen werden uitgezonden.

oktoberfest 1900
Oktoberfest 1900 wordt net als Babylon Berlin ondersteund door een zeer fraaie website met heel veel aandacht voor de historische achtergrond.

Of Oktoberfest 1900 representatief is voor de jaarlijkse sfeer op de Oide Wiesn is zeer de vraag. Om het brede Duitse publiek te bereiken heeft de ARD van dit historische drama een soort Wiesn Tatort gemaakt. Deze peperdure productie is inmiddels al in het buitenland verkocht onder de veelzeggende naam Oktoberfest – Beer & Blood. De donkere invloed van Scandinavische misdaadseries, Twin Peaks en 7even is onmiskenbaar. Ik betwijfel of de keerzijde van “die große Zeit um 1900″ zo grimmig was als deze tv-miniserie ons wil laten geloven. Oktoberfest 1900 is vooral ook de Beierse versie van Babylon Berlin. “Chicago aan de Isar” in plaats van “Chicago aan de Spree”. En Chicago en Babylon staan bij de Duitsers uiteraard voor Krimi.

Deze peperdure productie is inmiddels al in het buitenland verkocht onder de veelzeggende naam Oktoberfest – Beer & Blood

Dat München omstreeks 1900 nog een heel ander gezicht had, is men gelukkig niet vergeten. Sterker nog, Oktoberfest 1900 leunt zwaar op de iconische tijdsbeeld van de Jahrhundertwende. München was in 1900 een liberale stad vol kunstzinnige vernieuwing. Het tijdschrift Jugend (1896-1940) verscheen er sinds 1896 en deze naam werd zoals we weten verbonden met een heel nieuwe stijl. Een ander tijdschrift uit München was Simplicissimus (1896-1944). En in 1911 vormde zich de kunstenaarsgroep Der Blaue Reiter.

München – Die große Zeit um 1900
Was in München um 1900 passiert, ist stets ein wenig bizarrer als anderswo. Unter Begriffen wie Jugendstil, Simplicissimus oder Blauer Reiter treten Gruppen ins internationale Rampenlicht, Künstlerfürsten wie von Lenbach, Stuck oder Hildebrand residieren in München, Schwabing entfaltet seine Sogwirkung. Karl Valentin sondiert sein Terrain, Thomas Mann bleibt gleich vierzig Jahre, Giorgio de Chirico drei, Marcel Duchamp bedarf des München-Erlebnisses zum Take-off in die Weltkarriere.
 
Bron: dtv.de

Het artistieke klimaat in München, Schwabing in het bijzonder, vormt dan ook een van de pijlers van deze mini-serie. Naar aanleiding van Oktoberfest 1900 zond de ARD gisteren de documentaire München 1900 – Von Bierbaronen und Künstlerfürsten uit met veel aandacht voor kunst en cultuur in München rond 1900.

7.10.1810 Anlässlich der Hochzeit von König Ludwig I. und Therese von Sachsen-Hildburghausen wird das erste Oktoberfest mit einem Pferderennen eröffnet.

1818 Die Fahrgeschäfte halten Einzug – das erste Karussell und zwei Schaukeln werden aufgestellt.

1835 Zum ersten Mal findet zu Ehren der Silberhochzeit von König Ludwig I. und Prinzessin Therese ein Trachtenumzug statt. Seit 1950 wird dieser jährlich veranstaltet.

1850 Die Bavaria Statue wird feierlich enthüllt und thront seither mit ihren 18 Metern über der 42 Hektar großen Theresienwiese.

1854 und 1873 In beiden Jahren entfällt das Volksfest, da in München die Cholera herrscht.

1875 Wurden Völkerschauen mit Menschen aus aller Welt immer populärer. Die Letzte fand 1959 auf dem Oktoberfest statt.

1886 Es gibt endlich Strom auf der Wiesn – der Beginn für aufregendere Fahrgeschäfte und das einzigartige Lichtermeer, welches München zum Leuchten bringt. Einer der die neuartigen Glühbirnen/Lampen in die Fassungen schraubt ist Albert Einstein – seinem Onkel gehört die Elektrotechnische Fabrik J. Einstein & Cie.

1887 Der bayerische Gastwirt Hans Steyrer wollte mit geschmückten Pferdewagen auf die Theresienwiese einziehen, wurde aber von der Polizei gestoppt. Er gilt somit als Vorläufer des heutigen “Einzug der Wiesnwirte”.

1898 Georg Lang, ein Großgastronom aus Nürnberg, errichtet auf dem Oktoberfest die damals größte Bierburg, die bis zu 6000 Personen Platz bot. Zuvor wurde das Bier in kleinen Bierbuden ausgeschenkt, in denen maximal 50 Personen Platz fanden. Die Serie “Oktoberfest 1900″ lehnt sich an diese Begebenheiten an.

1913 Die Bierzelte werden größer. Das neueste Zelt ist mit 4.000 qm Fläche und 12.000 Sitzplätzen nun das größte seiner Art.

1914 – 1918 Ausfall des Oktoberfests wegen des Ersten Weltkriegs.

1923 – 1924 Das Oktoberfest findet aufgrund der Inflation nicht statt.

1939 – 1945 Ausfall des Oktoberfests wegen des Zweiten Weltkriegs

Athene aan de Isar [ W&V]

Lichtheid

Gekregen van René: Barocke Welt – Barockkunst in Schwaben und Altbayern
Van Peter Sustermeier 1966

Barocke WeltNa de vernietigende Dertigjarige Oorlog (1618-1648) kwam er in het Duitse cultuurgebied (Duitsland werd pas 150 jaar geleden een eenheidsstaat) een periode van rust waarin het land weer helemaal moest worden opgebouwd. Dit duurde 40 jaar tot de Negenjarige Oorlog (1688-1697). Vier jaar later brak alweer een volgende oorlog met Frankrijk uit, de Spaanse Successieoorlog (1701-1713). Deze werd beëindigd met de Vrede van Utrecht (1713) en voor het Duitse cultuurgebied met de Vrede van Rastatt.

Het jaar 1713 markeert een nieuw begin voor Europa en in de Duitstalige landen breekt er een ware bouwwoede los. Bekende barokke bouwwerken in Duitsland uit deze periode zijn het Zwinger in Dresden (1710-1728), Schloss Bruchsal (1720-1736) en de residentie van Würzburg (1720-1744)

De barok gaat in deze periode een transformatie door en wordt in twee opzichten lichter: lichter van kleur en lichter van gewicht. We zijn deze vernieuwde barok later rococo gaan noemen, afgeleid van het woord “rocaille” waarmee de schelpachtige motieven die deze stijl ontwikkeld heeft, worden aangeduid. Barok en rococo lopen rond 1720 in elkaar over. Dit heeft mogelijk te maken met het optimisme na de Vrede van Utrecht en Rastatt. De godsdienstoorlogen zijn voorbij en er breekt eindelijk een periode van stabiliteit aan.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

De barok is de visuele uitdrukking van de Contrareformatie. De Rooms-Katholieke Kerk had tijdens het Concilie van Trente (1545-1563) gezocht naar een antwoord op de Reformatie. Met een Contrarefomatie moesten de verloren schapen voor het katholicisme worden teruggewonnen. Men besloot de Rooms-Katholieke Kerk visueel aantrekkelijker te maken.

De kunstenaars werden in feite ingezet als de creatives van de reclamejongens van de Contrareformatie. Zo vonden de kunstenaars de barok uit: Caravaggio (1571-1610) in de schilderkunst, Bernini (1598-1680) in de beeldhouwkunst en Borromini (1599-1667) in de bouwkunst. Het is geen verrassing dat Rome, het centrum van de Rooms-Katholieke Kerk, de wieg van de barok werd.

De kunstenaars werden in feite ingezet als de creatives van de reclamejongens van de Contrareformatie. Zo vonden de kunstenaars de barok uit: Caravaggio in de schilderkunst, Bernini in de beeldhouwkunst en Borromini in de bouwkunst.

Barok wil de gelovigen direct raken. Niet via leerstellingen maar rechtstreeks via de zintuigen. Alle registers worden daarbij opengetrokken om de gelovigen “kippenvel” te bezorgen. Caravaggio schilderde 3D-schilderijen, een soort kijkkasten eigenlijk met daarin heiligen van vlees en bloed. Bernini liet het marmer ademen en soms kreunen. Borromini brak de ruimte open en maakte de antieke Renaissancevormen “vloeibaar”. En dat allemaal met het doel om de beschouwer in het hart te treffen en in extase te brengen, zoals Bernini’s engel de heilige Theresia met een pijl in het hart raakt. De gewijde ruimte van het kerkinterieur wordt nu een “belevingsgebied” gericht op de persoonlijke religieuze ervaring van de beschouwer.

De barok werd dé artistieke uitdrukkingsvorm van de zeventiende eeuw. Zelfs in protestantse gebieden, zoals de Republiek, streek de barok neer. Calvinisten hielden zich met hun afkeer van het uiterlijke, uiteraard verre van de Contrareformatie. Dat de invloed van Caravaggio doordrong tot in het katholieke Utrecht was natuurlijk geen wonder. Maar ook Rembrandt in Amsterdam stond sterk onder zijn invloed en wordt gerekend tot de barok.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

In de eerste helft van de achttiende eeuw transformeert de barok dus naar het rococo. Deze uiterlijke verandering komt echter nog steeds voort uit de oorsprong van de barok: de gelovige rechtstreeks raken via de zintuigen en daarbij alle registers open zetten. Vanaf 1720 wordt alles lichter en beweeglijker. Die beweeglijkheid wordt veroorzaakt doordat de symmetrie van barok 1.0 wordt losgelaten. Daardoor gaan ornamenten zich vrijer bewegen.

Uit de cartouches en bladmotieven ontwikkelt zich het rocaille. Een nieuwe ornamentele vormentaal ontstaat, die enigszins doet denken aan een onderwaterwereld. Het rocaille lijkt te leven en zich als anemonen aan pilaren en lijstwerk gehecht te hebben. Door de lichtheid en beweeglijkheid neemt de ervaring van vrijheid toe. Dat moet ook wel, want in de achttiende eeuw krijgt de Rooms-Katholieke Kerk na de Reformatie opnieuw tegenstand te verwerken: de Verlichting.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

Hoe geef je de gelovige een gevoel van vrijheid binnen de kerk? Door hem het gevoel te geven dat hij zweeft! Meer nog dan de barok probeert het rococo de beschouwer op te tillen. De pilaren worden ranker en witter en stuwen de blik omhoog. Het plafond wordt opengebroken door een vergezicht op de Hemel, zodat de gelovige letterlijk “uit zijn dak” kan gaan. De Olympus wordt het christendom binnengehaald, maar de Griekse goden op hun berg worden nu vervangen door christelijke heiligen op de wolken.

Volgens G.K. Chesterton (1874-1936) hebben heiligen niet alleen het vermogen tot lijfelijke opheffing (levitation) maar ook het vermogen tot lichtheid (levity). De Kerk weet in haar kunstuitingen volgens hem instinctief dat engelen kunnen vliegen omdat ze niet zwaar aan zichzelf tillen.
“Angels can fly because they can take themselves lightly” – Orthodoxy, 1908)

Ze kijken daarbij niet neer op de stervelingen, maar richten hun blik naar boven. In het midden troont Christus, nu niet als een strenge Byzantijnse Pantokrator met Zijn Wetboek, maar als Triomfator in Zijn opstandingsgewaad. In veel rococo koepelfresco’s houdt Christus met één arm het Kruis vast. Dit om te benadrukken dat er geen Opstanding zonder Kruis is, geen verhoging zonder vernedering.

Met deze eenvoudige boodschap “Neem je Kruis op en volg Mij” (Matteus 6:24, Marcus 8:34, Lukas 9:23), wordt alle dogmatiek “overschreven”. De zwaarte van het eigen zondebesef lijkt als sneeuw voor de zon verdwenen. De gelovige hoeft niet meer in zijn eigen onderwereld te kijken, maar mag zich omhoog richten naar de “Zon der Gerechtigheid” die hem tot Zich roept.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

Het is gemakkelijk om te schamperen over dit feel good christendom. Is dit niet gewoon een goedkope kermisattractie in plaats van een kerk? De ervaring die het interieur van een donker romaanse kerk geeft, is toch vele malen dieper en authentieker dan de ervaring van deze rococo kitsch?

Of is het allemaal toch weer een kwestie van smaak?

Als je je onbevangen aan de overdaad van het rococo kunt overgeven, geloof ik dat zelfs de grootste less-is-more-freak verrukt kan zijn over een rococojuweel als (het interieur van) de Wieskirche in Beieren. Hier is de smaak van het oneindige en de authentieke ervaring van lichtheid en speelsheid voor iedereen te vinden.

Wieskirche 2016
Wieskirche detail interieur
[foto genomen in juli 2016]

Sedantag

Vandaag is de Slag bij Sedan precies 150 jaar geleden
Dit leidde tot het einde van het Tweede Franse Keizerrijk
en de geboorte van het Duitse Keizerrijk
Sedantag
Toen een nationale feestdag nog een nationalistisch feestje was. Sedantag was de nationale feestdag in het Duitse Keizerrijk van 1871 tot en met 1918.

jungefreiheit.de

een waargebeurd verhaal

Gelezen: The Bride of Lammermoor (1819) van Walter Scott
opnieuw begonnen in: Le Rouge et le Noir (1830) van Stendhal

The Bride of Lammermoor The Bride of Lammermoor is een Shakespeareaans drama en lijkt enigszins op Romeo en Julia. Edgar, de meester van Ravenswood en Lucia Ashton verloven zich zonder instemming van Lucia’s ouders. Lady Ashton, haar moeder, bepaalt echter dat haar dochter met een ander moet trouwen, want de meester van Ravenswood is een vijand van de familie Ashton. De bruidegom die haar is opgedrongen, wordt in de huwelijksnacht door haar in een vlaag van wanhoop met een dolk (bijna) dodelijk verwond. De climax komt helemaal op het einde, na ruim driehonderd bladzijden.

De auteur richt zich daarna tot zijn lezers en schrijft: “vele lezers mogen dit overdreven achten, romantisch en verzonnen door de wilde fantasie van een schrijver die graag de algemene lust naar het afschuwelijke streelt; maar degenen die op de hoogte zijn van de persoonlijke familiegeschiedenis van Schotland tijdens de periode waarin het toneel geplaatst is, zullen gemakkelijk, door de vermomming van geleende namen en toegevoegde gebeurtenissen heen, de voornaamste bijzonderheden ontdekken van een zeer waar verhaal.”

In de inleiding van zijn roman noemt Walter Scott de bron waarop zijn roman gebaseerd is. Het drama vond plaats in een vooraanstaande Schotse familie (Dalrymple). Janet Dalrymple had zich zonder medeweten van haar ouders verloofd met Lord Rutherford. Maar deze was voor haar ouders een onaanvaardbare partij. Ze wezen Lord Rutherford af en vonden in David Dunbar van Baldoon een geschikte huwelijkskandidaat. In de nacht dat het huwelijk geconsumeerd zou worden, hoorden de gasten een afschuwelijk gekrijs uit de bruidskamer. Toen ze gingen kijken wat er aan de hand was, vonden ze de bruidegom liggend op de drempel, vreselijk besmeurd met bloed. De bruid vonden ze zittend in de hoek van een grote schoorsteenmantel met een lang wit hemd vol bloedvlekken. Ze had een krankzinnige blik in haar ogen en het enige wat ze uit kon brengen was “pak je mooie bruidegom”. Ze stierf twee dagen naar haar wanhoopsdaad op 12 september 1669.

La Folie de la fiancée de Lammermoor
Emile Signol 1850
La Folie de la fiancée de Lammermoor

Walter Scott (1771-1832) was beslist niet de enige schrijver in zijn tijd die een roman baseerde op een werkelijk gebeurd drama. Zijn tijdgenoot Stendhal (1783-1840) zou in Le Rouge et le Noir een nieuwsbericht omwerken tot een verhaal. Stendhal noemde dit het être vrai en hechtte daar grote waarde aan. Een verhaal moest niet helemaal uit de duim gezogen zijn, maar uit het leven gegrepen.

Voor de plot van zijn roman liet Stendhal zich in de eerste plaats inspireren door de zaak-Berthet, die zich afspeelde in Brangues, een klein dorpje in zijn departement Isère. Antoine Berthet was de zoon van bescheiden handarbeiders. Een priester merkt al snel zijn intelligentie op en stuurt hem op seminarie. Nadat hij door de jury van Isère veroordeeld werd, bezocht zijn vriendin hem bij de executie. Zijn zwakke gezondheid zette Berthet ertoe aan het seminarie en de te zware levensomstandigheden te verlaten, en om werk te zoeken. Hij werd huisleraar voor de kinderen van de familie Michoud. Kort daarna werd hij de minnaar van Madame Michoud, maar hij moest haar al vlug weer verlaten. Na een volgend verblijf in een seminarie, een vermaarder dan het vorige (dat van Grenoble) vond Berthet nogmaals werk als huisleraar, deze keer bij een familie van adel: de familie Cordon, waar hij de dochter van zijn werkgever verleidde, die hem voortdurend achtervolgde. Berthet was zeer verbitterd, omdat hij ondanks zijn grote intelligentie geen carrière wist te maken, en besloot zich te wreken. Op het moment dat de pastoor de mis aan het opdragen was in de dorpskerk stormde hij binnen en schoot zijn oude geliefde, mevrouw Michoud, neer. Zijn proces vond plaats in december 1827, en een paar maanden later, op 23 februari 1828, werd hij op 25-jarige leeftijd geëxecuteerd.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Hegel 250

Vandaag is de 250e verjaardag van Georg Wilhelm Friedrich Hegel (1770-1831)

Georg Wilhelm Friedrich Hegel is bij het grote publiek bekend als de man van these-antithese-synthese. Dat is het eenvoudigste schema waarmee het dialectische proces kan worden weergegeven. Hegel presenteerde zijn filosofie in 1807 in zijn hoofdwerk Phänomenologie des Geistes, dat zelfs onder academische filosofen bekend staat als zeer abstract en moeilijk leesbaar.

Briefmark 2020
Hegel postzegel 2020 met chocoladeletters

Gewone stervelingen komen met Hegel meestal niet veel verder dan het bovenstaande denkschema, al dan niet met de toevoeging dat het dialectische proces zich in en door de geschiedenis voltrekt. Voor Hegel weerspiegelt de (wereld)geschiedenis de absolute Geest die daarin steeds meer tot zichzelf komt. Zijn opvatting van geschiedenis is dus uitgesproken teleologisch en helemaal gericht op vooruitgang. Nu zouden we dit “de weg van het voortschrijdende inzicht” noemen.

Hegel briefmarke set 2020
De absolute geest daalt ook neer in de geschiedenis van de filatelie

Hegels filosofie had een enorme invloed op de filosofie van de negentiende eeuw, vooral in de eerste helft. Daarna zou de kritiek op zijn denken toenemen. In de eerste plaats door links-Hegelianer als Ludwig Feuerbach, Karl Marx en Max Stirner. Bovendien zou de pessimistische filosofie van Arthur Schopenhauer na 1850 toegang vinden bij een breder publiek en gehakt maken van het optimisme en het redelijke in de filosofie van Hegel.

Duitse kranten besteden dit jaar veel aandacht aan zijn 250e verjaardagsfeestje. Daarbij is de insteek telkens “de betekenis van Hegel voor onze tijd”. Wat is er in zijn filosofie nog steeds geldig (universeel) en wat is er inmiddels achterhaald (tijdgebonden)? Wat kunnen we met zijn filosofie zeggen over een verenigd Europa, de klimaatcrisis, emancipatie, enz…? En hoe kunnen we de huidige polarisatie verbinden met de dialectiek van Hegel? Kunnen links en rechts zich “aufheben” in een synthese?

Stammbaum des Geistes
Duitsland blijft het land van Dichter und Denker. In de zondagskrant “Welt am Sonntag” stond eind juni deze Stammbaum des Geistes. Kom daar maar eens om bij een zondagskrant in Nederland.

Hegel wordt in de Stammbaum des Geistes als een soort Christusfiguur in het centrum geplaatst, in dit geval in het centrum van de geschiedenis van de filosofie, als de denker die het klassieke denken met het moderne denken verbindt. Dat hij die plek krijgt toebedeeld, heeft alles te maken met de Franse Revolutie, dé centrale gebeurtenis die de piramide van de samenleving op de kop zette. Toen Hegel in de jaren 1820 professor was in Berlijn en men in heel Europa de klok weer had teruggedraaid, bleef hij tegenover zijn studenten de blijvende betekenis van de Franse Revolutie benadrukken. De Restauratie zou niet “het einde van de geschiedenis” zijn, maar een reactionaire stap in de historische ontwikkeling van voortschrijdende emancipatie van de absolute geest.

“Solange die Sonne am Firmamente steht und die Planeten um sie herumkreisen, war das nicht gesehen worden, daß der Mensch sich auf den Kopf, das ist, auf den Gedanken stellt und die Wirklichkeit nach diesem erbaut. (…) Es war dieses somit ein herrlicher Sonnenaufgang. Alle denkenden Wesen haben diese Epoche mitgefeiert. Eine erhabene Rührung hat in jener Zeit geherrscht, ein Enthusiasmus des Geistes hat die Welt durchschauert, als sei es zur wirklichen Versöhnung des Göttlichen mit der Welt nun erst gekommen.”
 
Hegel over de betekenis van de Franse Revolutie