Categorie archief: boeken

who the *) is … ? [ 12 ]

Cornelis Kraijenhoff (1758-1840)

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt. Vandaag: Cornelis Kraijenhoff (1758-1840)

biografie van Cornelis KraijenhoffMeestal lees je een biografie omdat je een persoon wilt leren kennen, maar het kan ook omgekeerd. Een biografe vertelde mij ooit dat een biografie de beste manier is om een tijd van binnenuit goed te leren kennen. Het tijdsbeeld komt dan door en in allerlei vaak onverwachte details tevoorschijn. Mijn motivatie om de biografie van Cornelis Kraijenhoff (1758-1840) te kopen, heeft weinig te maken met Kraijenhoff met wie ik (nog) helemaal niets heb. Maar ik heb wel steeds meer met de tijd waarin hij leefde, de periode 1760-1840. Nu besloeg zijn leven precies dat tijdvak, dus ik hoop dat ik via zijn leven nog meer verbonden wordt aan de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Overigens ben ik niet bang dat Kraijenhoff mij zal teleurstellen, want hij was natuurkundige, arts, generaal, waterbouwkundige en cartograaf. Een zeer veelzijdig mens dus.

Cornelis Kraijenhoff [ nl.wikipedia.org ]

de propaganda van het genot

gelezen: voorpublicatie van Platter & dikker in De Groene
door Henk Hofland (tekst) en Roel Visser (foto’s)

Toen ik ooit als cultuurpessimist uit de kast kwam, kon ik de reacties voorspellen. Ik zou een zure oude man geworden zijn, een ouwe mopperaar en nog wel meer: bang voor de toekomst, ja zelfs bang voor het leven. Het had meestal geen zin uit te leggen dat cultuurpessimisme iets anders is dan pessimisme en dat ik cultuurpessimisme prima kan verenigen met mijn optimisme.

Nu de nestor van de vaderlandse journalistiek Henk Hofland, die afgelopen dinsdag op bijna 89-jarige leeftijd overleed, een essay heeft geschreven waarin hij Nederland gewogen heeft en te plat en te dik bevonden heeft, worden de cultuuroptimisten in hun gelijk bevestigd. Weer een zure oude man die zijn gal spuwt over “de jeugd van tegenwoordig”. (Voor Hofland liepen de generaties na hem tot 65 jaar.) Cultuurpessimisten worden ook weer bevestigd: “weer iemand die zijn ogen open heeft en het durft (in) te zien.”

Platter en dikkerOp de omslag van Platter en dikker staat een dikke man met tatoeages. Tatoeages kwam je vroeger uitsluitend tegen bij zeelieden en (ex)bajesklanten. De laatste vijfentwintig jaar is het mainstream geworden. Zelfs hoger opgeleiden doen er aan mee, al houden die het meestal bescheiden (lees: chique). De voetballer met de vol getatoeëerde onderarmen is een vertrouwd verschijnsel op het veld. De tatoeage beschouwen als een teken van verval is not done. Daarmee stigmatiseer je de gestigmatiseerden. Toch is de tatoeage een duidelijk signaal van de oprukkende onderkant van de samenleving en het verdwijnen van de Hochkultur.

De tatoeage beschouwen als een teken van verval is not done. Daarmee stigmatiseer je de gestigmatiseerden.

Cultuuroptimist Alessandro Baricco vindt dat overigens niet verkeerd. Hij relativeert en spreekt van een “transformatie naar een nieuw bewustzijn”. Hadden onze voorouders ook niet te maken met veranderingen die ze als decadent zagen maar die tegenwoordig volledig geaccepteerd zijn? Toen de eerste bioscopen verschenen, keerde de elite zich daarvan af. Het nieuwe medium was veel te plat en meer voor arbeiders. De burgerij bezocht liever het theater. Toch werd film in de loop van de vorige eeuw een gewaardeerde kunstvorm.

Met de digitale media is het niet anders. We krijgen daardoor een nieuw bewustzijn waarbij het gaat om “het scannen van de oppervlakte”. Onze beleving van de werkelijkheid wordt steeds meer een surfbeleving waarbij we het liefst over de toppen scheren.

Maar wat zijn die toppen dan precies? Eigenlijk is het heel simpel. We jagen steeds meer piekervaringen na, daarbij aangemoedigd door de reclame. We willen liever geen consumenten zijn, maar we zijn het onvermijdelijk als we gebruik maken van massamedia. In de consumptiemaatschappij worden we voortdurend blootgesteld aan de propaganda van het genot. Alles moet leuk en lekker zijn. F*cking lekker. Fotograaf Roel Visser laat zien wat deze propaganda met ons doet.

Wat is er mis in Nederland? De nieuwe rijken etaleren als nooit tevoren hun bezittingen, obesitas is de nieuwe volksziekte en agressie en geweld zijn normale aspecten van het dagelijks leven.’De nieuwe mens is overal. Hij is dikker. Hij praat harder en vlugger maar niet duidelijker. Hij steekt zijn middelvinger op, hij is eerder bereid een medemens uit te schelden, op zijn gezicht te slaan. Hij zal iedereen laten weten dat hij hier op aarde is. Respect!’
 
In een lang essay fileert H.J.A. Hofland deze nieuwe nationale cultuur. Fotograaf Roel Visser struinde met zijn camera langs voetbalvelden, snackbars, Miljonairs Fairs en strandtenten en maakte verontrustende foto’s. In een dubbelessay nemen journalist Henk Hofland en fotograaf Roel Visser de excessen van de welvaart onder de loep. Een confronterend boek over heb- en vraatzucht, over hufterigheid, agressie, consumentisme en exhibitionisme.
 
Bron: lubberhuizen.nl

voorpublicatie van Platter en dikker [ groene.nl ]

de “geboorte” van Frankenstein

In de nacht van 16 juni 1816 werd de kiem gelegd voor Frankenstein

Mary ShelleyIn mei 1816 reisden Mary Godwin, Percy Shelley en hun zoontje naar Genève met Claire Clairmont. Ze wilden daar de zomer doorbrengen met de dichter Lord Byron. Hij had op dat moment een affaire met Claire Clairmont en zij was in verwachting van hun kind. In Geneve begon Mary Godwin zich Mary Shelley te noemen. Op 25 mei 1816 voegde Lord Byron zich bij het gezelschap samen met de jonge natuurkundige William Polidori. Hij huurde daar de Villa Diodati aan het Meer van Genève. Percy Shelley huurde het nabijgelegen Maison Chapuis.

Ze brachten hun tijd door met schrijven, varen op het meer en met lange nachtelijke gesprekken. Het jaar 1816 wordt wel eens “het jaar zonder zomer” genoemd. In 1831 herinnerde Mary Shelley dat het onafgebroken leek te regenen en dat ze de meeste tijd binnen doorbrachten. Rond het haardvuur vermaakte het gezelschap zich met griezelverhalen van de Duitse romantici. Lord Byron stelde voor dat elk van hen een ghost story zou schrijven. De jonge Mary Godwin begon te broeden op een idee. Halverwege juni gingen de nachtelijke gesprekken in Villa Diodati over de biologische principes van het leven. Vlak voordat ze ging slapen, liet Mary zich door haar verbeeldingskracht meevoeren. Later vertelde ze dat ze een waking dream had en vertelde deze na:

“I saw the pale student of unhallowed arts kneeling beside the thing he had put together. I saw the hideous phantasm of a man stretched out, and then, on the working of some powerful engine, show signs of life, and stir with an uneasy, half vital motion. Frightful must it be; for supremely frightful would be the effect of any human endeavour to mock the stupendous mechanism of the Creator of the world.”
Frankenstein
“I saw the pale student of unhallowed arts kneeling beside the thing he had put together”

Aanvankelijk dacht Mary Shelley aan een kort verhaal, maar aangemoedigd door Percy Shelley begon ze dit om te werken naar een roman onder de titel Frankenstein or: The Modern Prometheus. Het boek zou twee jaar later in 1818 gepubliceerd worden.

In september 2011 is de astronoom Donald Olson, na een bezoek aan de villa het Meer van Genève in het voorgaande jaar en bestudering van de stand van de maan en de constellatie van de hemel, tot de conclusie gekomen dat Mary Shelly’s waking dream plaatsvond op 16 juni 1816 tussen twee en drie uur ‘s nachts.