In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt. Vandaag: Cornelis Kraijenhoff (1758-1840)
Meestal lees je een biografie omdat je een persoon wilt leren kennen, maar het kan ook omgekeerd. Een biografe vertelde mij ooit dat een biografie de beste manier is om een tijd van binnenuit goed te leren kennen. Het tijdsbeeld komt dan door en in allerlei vaak onverwachte details tevoorschijn. Mijn motivatie om de biografie van Cornelis Kraijenhoff (1758-1840) te kopen, heeft weinig te maken met Kraijenhoff met wie ik (nog) helemaal niets heb. Maar ik heb wel steeds meer met de tijd waarin hij leefde, de periode 1760-1840. Nu besloeg zijn leven precies dat tijdvak, dus ik hoop dat ik via zijn leven nog meer verbonden wordt aan de tweede helft van de achttiende en de eerste helft van de negentiende eeuw. Overigens ben ik niet bang dat Kraijenhoff mij zal teleurstellen, want hij was natuurkundige, arts, generaal, waterbouwkundige en cartograaf. Een zeer veelzijdig mens dus.
Op de omslag van Platter en dikker staat een dikke man met tatoeages. Tatoeages kwam je vroeger uitsluitend tegen bij zeelieden en (ex)bajesklanten. De laatste vijfentwintig jaar is het mainstream geworden. Zelfs hoger opgeleiden doen er aan mee, al houden die het meestal bescheiden (lees: chique). De voetballer met de vol getatoeëerde onderarmen is een vertrouwd verschijnsel op het veld. De tatoeage beschouwen als een teken van verval is not done. Daarmee stigmatiseer je de gestigmatiseerden. Toch is de tatoeage een duidelijk signaal van de oprukkende onderkant van de samenleving en het verdwijnen van de Hochkultur.
In mei 1816 reisden Mary Godwin, Percy Shelley en hun zoontje naar Genève met Claire Clairmont. Ze wilden daar de zomer doorbrengen met de dichter Lord Byron. Hij had op dat moment een affaire met Claire Clairmont en zij was in verwachting van hun kind. In Geneve begon Mary Godwin zich Mary Shelley te noemen. Op 25 mei 1816 voegde Lord Byron zich bij het gezelschap samen met de jonge natuurkundige William Polidori. Hij huurde daar de Villa Diodati aan het Meer van Genève. Percy Shelley huurde het nabijgelegen Maison Chapuis. 













