In 1989 vierde de Franse Revolutie zijn 200e verjaardag. De Engelse historicus Simon Schama schreef voor die gelegenheid een baksteen van bijna 900 bladzijden. Drie thema’s werkt hij uit: de problematische verhouding tussen patriottisme en vrijheid, het burgerschap als de publieke manifestatie van het ideale gezin en tenslotte het pijnlijke probleem van het revolutionaire geweld.
De behandeling van dat laatste thema leverde Schama nogal wat kritiek op van zijn marxistische collega Eric Hobsbawm. In Echoes of the Marseillaise: two centuries look back on the French Revolution (1990) noemde Hobsbawm het boek van Schama “a political denunciation of the revolution” en plaatste Citizens binnen de typisch Engelse traditie die begon met Reflections on the Revolution in France (1790) van Edmund Burke (1729-1797). In deze traditie wordt vooral de terreur benadrukt en komen de positieve effecten van de revolutie veel minder aan bod.
Schama besteedt ook ruim aandacht aan de periode die aan 1789 voorafgaat. In de beeldvorming wordt de Franse Revolutie vaak gezien als een dynamische reactie op het statische ancien régime. Maar na de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) brak in Frankrijk juist een tijd aan van grote veranderingen. De 25 jaar tussen het einde van de Zevenjarige Oorlog en het uitbreken van de Franse Revolutie is op te splitsen in een periode onder Lodewijk XV (tot 10 mei 1774) en een periode onder Lodewijk XVI (na 10 mei 1774). Met name Lodewijk XVI hield erg van verandering.
Simon Schama droeg Citizens op aan zijn leraar en vriend Jack Plumb (1911-2001).
Citizens: A Chronicle of the French Revolution [ en.wikipedia.org ]
Tussen 1809 en 1829 verscheen in Frankrijk de tiendelige Description de l’Égypte, ou Recueil des observations et des recherches qui ont été faites en Égypte pendant l’expédition de l’armée française, een mijlpaal in de wetenschap van de vroege negentiende eeuw. Het volledige werk bestaat uit honderden platen onderverdeeld in de volgende categorieën: antiquiteiten, topografische atlas, Egypte rond 1800 en natuurlijke historie (dieren, planten en mineralen). De oudheidkundige opgravingen nemen het grootste deel in beslag (vijf delen) maar de Description de l’Égypte geeft ook een prachtig beeld van Egypte zoals de Fransen het in 1798 aantroffen. Caïro telde in die tijd 600.000 inwoners en was daarmee even groot als Parijs.




Een van de boekjes die Michaela liet signeren, is Der Weg durch die Wüste – 40 Weisheitssprüche der Wüstenväter. In dit boekje licht Anselm Grün 40 spreuken van woestijnvaders toe, kluizenaars uit het vroege christendom die zich hadden teruggetrokken in de woestijn van Egypte en Syrië. Ze staan aan het begin van het christelijke kloosterleven. Grün slaat een brug tussen het christendom en een miljoenenpubliek dat vooral geïnteresseerd is in een therapeutische benadering van spiritualiteit. Zijn boeken zijn daarom geschreven als zelfhulpboeken. Het is een soort christendom 2.0 waarbij het sleutelen aan de eigen ziel een grotere plaats inneemt dan het bidden tot de mensgeworden God.












