Categorie archief: 19e eeuw

a portrait of Effie Gray

gezien op BBC 2: Effie Gray (2014)

Effie GrayJohn Ruskin (1819-1900) was de meest invloedrijke kunstcriticus van het Victoriaanse tijdperk. Hij maakte al vroeg naam met het eerste deel van Modern Painters in 1843. Daarin stelde hij dat de landschapsschilderkunst van Joseph Mallord William Turner (1775-1851) superieur was aan die van de meesters uit de zeventiende en achttiende eeuw. Dat was een ongebruikelijke opvatting, want veel van Turner’s tijdgenoten vonden zijn schilderijen te slordig en onaf. Er volgden nog vijf delen van Modern Painters; het laatste deel verscheen in 1860.

Effie Gray is niet de enige film uit 2014 waarin we John Ruskin kunnen zien. Een jonge Ruskin komt ook even voorbij in Mr.Turner van Mike Leigh. Philip Hoare vraagt zich af waarom er in Effie Gray en Mr.Turner zo’n negatief beeld gegeven wordt van John Ruskin.

John Ruskin
driemaal John Ruskin foto uit ca. 1865 onder en linksboven Joshua McGuire in Mr. Turner (2014)
en rechtsboven Greg Wise in Effie Gray (2014)
Ruskin, played by Joshua McGuire, is a simpering Blackadderish caricature of an art intellectual: a lisping, red-headed, salon fop.

Philip Hoare in The Guardian

Effie Gray exploreert de liefdesdriehoek tussen de victoriaanse kunstcriticus John Ruskin (Greg Wise), zijn tienerjaren bruid Effie Gray (Dakota Fanning) en pre-raphaelite schilder John Everett Millais (Tom Sturridge). Het verhaal volgt Effie, zij trouwde op de jonge leeftijd van 19 jaar en al snel realiseerde dat haar huwelijk een leugen is wanneer Ruskin weigert om haar liefde te geven. Verlangend naar liefde valt ze al snel voor de charmes van de charismatische John Everett Millais. Wanhopig om bevrijd te worden van John, begint Effie aan een levensveranderende reis om één van de eerste vrouwen in de geschiedenis te worden die van haar man wil scheiden.
 
Bron: filmvandaag.nl
John Ruskin
Millais schilderde dit portret van John Ruskin bij Glen Finglas tijdens hun reis naar Schotland in 1853. Hier werden Effie en Everett op elkaar verliefd.
During 1847 Ruskin became closer to Effie Gray, the daughter of family friends. It was for Effie that Ruskin had written The King of the Golden River. The couple were engaged in October. They married on 10 April 1848 at her home, Bowerswell, in Perth, once the residence of the Ruskin family.[33] It was the site of the suicide of John Thomas Ruskin (Ruskin’s grandfather). Largely owing to this association, Ruskin’s parents did not attend. The European Revolutions of 1848 meant that the newlyweds’ earliest travelling together was limited, but they were able to visit Normandy, where Ruskin admired the Gothic architecture. Their early life together was spent at 31 Park Street, Mayfair (later addresses included nearby 6 Charles Street, and 30 Herne Hill) secured for them by Ruskin’s father. Effie was too ill to undertake the European tour of 1849, so Ruskin visited the Alps with his parents, gathering material for the third and fourth volumes of Modern Painters. He was struck by the contrast between the Alpine beauty and the poverty of Alpine peasants, stirring the social conscience that became increasingly sensitive.
 
Bron: en.wikipedia.org

Effie Gray [bbc.couk ] | Effie Gray [ imdb.com ]

Luxemburgse crisis 1867

150 jaar geleden: de Luxemburgse kwestie

De Luxemburgse kwestie ontstond na de ontbinding van de Duitse Bond op 23 augustus 1866 in het Verdrag van Praag. De Duitse Bond was op het Congres van Wenen in 1815 onder leiding van Oostenrijk opgericht. Tijdens de Restauratie had de bond weliswaar gefunctioneerd maar na 1848 werd de spanningen tussen Oostenrijk en Pruisen steeds groter, al bleef Oostenrijk de dominante macht. Tenslotte leidde de rivaliteit binnen de Duitse Bond tot een oorlog tussen Pruisen en Oostenrijk en bondgenoten aan beide kanten. In juli 1866 versloeg Pruisen tijdens de Slag bij Königgrätz zijn rivaal. Na ruim een halve eeuw was er een einde gekomen aan de Duitse Bond.

Kladderadatsch  1867
spotprent uit Kladderadatsch (maart 1867), een liberaal Duits blad met als bijschrift: “een goede herder laat zijn schaap verloren gaan”

In het jaar daarop richtte Pruisen de Noord-Duitse Bond op, in feite de opmaat naar het Duitse Keizerrijk. De Noord-Duitse Bond omvatte alle staten ten noorden van de Main die eerder tot de Duitse Bond hadden behoord, behalve Luxemburg en Limburg. Op het Congres van Wenen in 1815 waren deze gebieden toebedeeld aan het Koninkrijk der Nederlanden. Toen België in 1830 zich onafhankelijk verklaarde, werden Limburg en Luxemburg doormidden gedeeld. Het westelijke deel van beide gebiedsdelen werd bij de nieuwe staat België gevoegd. De koning van Nederland was groothertog van de oostelijke delen van Limburg en Luxemburg zodat een personele unie met het koninkrijk der Nederlanden gevormd werd. Limburg en Luxemburg maakten tot 23 augustus 1866 deel uit van de Duitse Bond en in Luxemburg waren zelfs Pruisische soldaten gestationeerd.

In 1867 liet Napoleon III zijn oog op Luxemburg vallen. De Franse keizer vond dat na de Duitse Oorlog van 1866 het machtsevenwicht hersteld moest worden en dat Luxemburg uit de boedel van de Duitse Bond door Frankrijk moest worden overgenomen. Bismarck had aanvankelijk geen bezwaar, maar al snel werd het een politieke kwestie waarbij de grootmachten tegen elkaar kwamen te staan, terwijl koning Willem III als groothertog van Luxemburg klem kwam te zitten.

Harper's Week 1867
spotprent uit Harper’s Week(1867) Zuster Nederland tegen de koning van Pruisen en de keizer van Frankrijk: “het heeft geen zin heren, ze zal naar niemand gaan”
Nederland had bij Bismarck getracht te bewerkstellingen, dat Limburg niet zou hoeven toe te treden tot de Noord-Duitse Bond. Maar Bismarck antwoordde dat het Nederlandse deel van Limburg zou worden geannexeerd, als het niet zou toetreden. Nederland informeerde daarop bij Frankrijk of er op militaire steun gerekend kon worden, als er daadwerkelijk een Pruisische inval zou plaatsvinden. Frankrijk reageerde positief, maar eiste als voorwaarde de overdracht van Luxemburg. Koning Willem III en zijn minister van Buitenlandse Zaken Jules van Zuylen van Nijevelt stemden toe: Willem III zou vijf miljoen gulden ontvangen voor de verkoop van zijn groothertogdom (waarvan zijn broer Hendrik sinds 1850 stadhouder was).
 
Voor de zekerheid liet Willem III Pruisen consulteren. De kwestie belandde nu toch in de kranten, en voor Willem III en Nederland werd de situatie plotseling heikel. Kroonprins Willem (‘Wiwill’) was als speciaal gezant naar Frankrijk afgevaardigd, en deponeerde in Parijs een schriftelijke verklaring van afstand aan Napoleon III. De Luxemburgse Statenvergadering moest nog wel tekenen, en Napoleon III dreigde met oorlog indien de overdracht alsnog niet door zou gaan.
 
Intussen had de publiciteit uiteraard ook het Pruisische parlement wakker geschud, waardoor Bismarck plots volledig van standpunt wijzigde en óók dreigde met een Pruisische oorlogsverklaring aan zowel Frankrijk als Nederland, wanneer de overdracht wél doorging. Schielijk annuleerde Nederland de overdracht – Pruisen werd intussen meer gevreesd dan Frankrijk. Het Tweede Congres van Londen (mei 1867) garandeerde de neutraliteit van Luxemburg, dat evenals Limburg ook buiten de Noord-Duitse Bond zou blijven. Het Pruisische garnizoen verdween, de vesting van Luxemburg werd afgebroken.
 
Bron: historiek.net

George Cruikshank

vandaag is het de 225e geboortedag van George Cruikshank
Engelse llustrator, politiek tekenaar en karikaturist

Gisteren werd de inktspotprijs uitgereikt, de prijs voor de beste politieke cartoon. Het genre van de satirische tekening kwam in het Engeland van de 18e eeuw al tot grote bloei. William Hogarth (1697-1764) was dan in de eerste plaats schilder, zijn taferelen lopen al duidelijk vooruit op de satirische prenten die aan het einde van de eeuw gemaakt werden door James Gillray (1757-1815) een van de grootste politieke tekenaars aller tijden. Vandaag is het de geboortedag van George Cruikshank (1792-1878) qua stijl duidelijk een navolger van James Gillray.

George Cruikshank
In Engelse spotprenten kregen de protagonisten vaak nicknames. Napoleon was bij Gillray “Little Boney”. Koning Lodewijk XVIII die Napoleon na zijn val in 1814 opvolgde, wordt door Cruickshank “Old Bumblehead the 18th” genoemd. [Lodewijk XVIII probeert de laarzen van Napoleon uit voor de Spaanse veldtocht, 1823]
George Cruikshank begon zijn loopbaan met satirische politieke cartoons en illustreerde later meer dan 850 boeken over actuele gebeurtenissen en kinderboeken. Zijn beroemdste illustraties waren die voor het boek Oliver Twist van de novellist Charles Dickens (1838). Hij publiceerde ook zelf een aantal boeken. Eind 1840 werd Cruikshank, wiens eigen vader was overleden aan de gevolgen van alcoholisme, een enthousiaste propagandist voor de geheelonthouding. In die tijd publiceerde hij een serie van acht platen met de titel The Bottle in 1847, waarvan bijna 100.000 exemplaren verkocht werden, en het vervolg, acht platen van The Drunkard’s Children in 1848. Tussen 1860 en 1863 schilderde hij een enorm doek waarop The Worship of Bacchus was afgebeeld. Cruikshank stierf op 1 februari 1878 in Londen.
 
Bron: nl.wikipedia.org