Categorie archief: religie

nachtgedachten

The Complaint or Night Thoughts (1743) van Edward Young

Nog twaalf keer scheuren en Filosofie Scheurkalender is afgescheurd. Maar er ligt alweer een nieuwe klaar. Vandaag een citaat van de Engelse dichter en dominee Edward Young (1683-1765). De Deense filosoof Kierkegaard gebruikte het honderd jaar later als motto voor zijn filosofisch debuut Enten/Eller (1843): Are passions, then, the Pagans of the soul? / Reason alone baptized? alone ordain’d / To touch things sacred?.

Are passions, then, the Pagans of the soul? / Reason alone baptized? alone ordain’d /
To touch things sacred?

Edward Young, The Christian Triumph

Het citaat komt uit The Christian Triumph, het vierde deel van het lange gedicht The Complaint or Night Thoughts dat uit negen delen bestaat en in 1743 voor het eerst gepubliceerd werd. Het gedicht werd in heel Europa beroemd en had vooral veel invloed op de romantici, die zich afkeerden van het koele verstand en zich overgaven aan de stroomversnellingen van het gevoel. In 1797 verscheen een uitgave die geïllustreerd was door William Blake.

The Complaint
eerste uitgave van The Complaint
or Night Thoughts
(1743)

The Complaint or Night Thoughts
 
1. Life, Death, and Immortality (opgedragen aan Arthur Onslow);
2. Time, Death, Friendship (opgedragen aan Spencer Compton);
3. Narcissa (dedicated to Margaret Bentinck);
4. The Christian Triumph (opgedragen aan Philip Yorke)
5. The Relapse (opgedragen aan George Lee)
6. Glories and Riches (eerste deel van The Infidel Reclaim’d)
7. The Nature, Proof, and Importance of Immortality (tweede deel)
8. Virtue’s Apology of The Man of the World Answered
9. The Consolation (opgedragen aan Thomas Pelham-Holles)

Blake
illustratie van William Blake (1797) bij “Night the First” [ credits: blakearchive.org ]
During the century after its publication in 1742, Night Thoughts was one of the most popular, widely read and influential poems in the English language. However, there have been no editions of the poem since the middle of the nineteenth century. This edition contains a critical introduction setting the poem in the context of the eighteenth-century sublime. There is a commentary which explains historical and linguistic obscurities, and a history of the poem’s publication. The text is based on the first editions of the separate ‘Nights’, and the old spelling has been retained. The editions are collated here, and all substantive variants recorded. Dr Cornford’s critical introduction discusses the conception of the poet’s role; Young‘s attitude to the ‘imagination’ in the context of contemporary epistemology; eighteenth-century attitudes to death and immortality as expressed in sermons and devotional literature; and the critical reception of the poem in Britain and Europe. This discussion seeks to explain why a poem of Christian consolation, orthodox and ancient in its theology, became a seminal work in a secular cult of sepulchral melancholoy.
 
Bron: cambridge.org

in Cuypers’ kathedraal

gisteren was ik in de Voorhal van het Rijksmuseum

Terwijl het miljoenenpubliek zich voor de Nachtwacht ophoudt, is de tegenoverliggende Voorhal van het Rijksmuseum nagenoeg leeg. Bezoekers die via de trappen naar boven komen, lopen meestal direct door naar de Eregalerij of zijn op zoek naar de toiletten. In de vorige eeuw was de voorhal gevuld met een infobalie en een museumshop, maar nu is het een doorgangsruimte geworden. Maar een lege ruimte is het allerminst, want de voorhal is de meest gedecoreerde ruimte van “de kathedraal van Cuypers”.

In het progressieve Nederland van de jaren zestig en zeventig stond behoudzucht onder de verdenking van conservatisme. Omdat Cuypers als een katholieke aartsconservatief beschouwd werd, was het dus “weg met Cuypers”. De fresco’s van zijn kathedraal waren al aan het begin van de twintigste eeuw verdwenen onder het witte pleisterwerk van de moderniteit. Opgeruimd staat netjes. De grondgedachte van iedere beeldenstorm.

Georg Sturm
Bisschop Bernulphus, bevorderaar van de kunsten
wandschildering van Georg Sturm

Toen men aan het begin van de eenentwintigste eeuw koos voor het principe “verder met Cuypers” was dat veel meer dan een stap in een verbouwingsplan. Het had ook een ideologische dimensie. Verder met Cuypers is overigens een misleidende doelstelling, want eigenlijk betekent het gewoon “terug naar Cuypers”. En dat betekent ook terug naar de geest van het reveil, dat na 1850 het katholicisme in ons land weer op de kaart moest zetten, ook boven de grote rivieren. Cuypers kreeg zelfs voet aan de grond in Amsterdam. De documentaireserie De IJzeren Eeuw besteedde hier in mei dit jaar aandacht aan.

Georg Sturm
Karel de Grote en Einhart
wandschildering van Georg Sturm

De voorhal van het Rijksmuseum zoals Cuypers deze bedoeld heeft, kunnen we nu zien als een monument van negentiende eeuwse propaganda voor het universele, katholieke geloof. In een negental grote wandschilderingen van de uit Oostenrijk afkomstige Georg Sturm (1855-1923) zien we een canon van de vaderlandse geschiedenis. Dat is een serie sleutelmomenten, voorgesteld als vensters op historische gebeurtenissen. Deze zouden bepalend zijn voor onze nationale identiteit.

Georg Sturm
Willibrord predikt het Christendom aan de Friezen
wandschildering van Georg Sturm

Het is een goede keuze geweest dat de verbouwing “verder” met Cuypers is gegaan. Er is een monument van het nationalisme blootgelegd waarvan we kunnen leren, zeker in een tijd waarin we worstelen met onze identiteit. De canon van Nederland is opengebroken door gevolgen van vrouwenemancipatie, globalisering en massamigratie. Nederland is een multiculturele samenleving geworden. Trots zijn op het nationale verleden is glad ijs geworden. Deze trots zou gevaarlijk dicht in de buurt komen van het gevreesde superioriteitsgevoel.

In “de kathedraal van Cuypers” worden we geconfronteerd met “grote” witte(!) mannen(!) als Claudius Civilus, Willibrord, bisschop Bernulphus, Willem de Goede en Jan van Schaffelaar. Figuren waar onze voorouders in 1885 met algemeen ontzag naar keken, terwijl de consensus zich nu omgekeerd heeft. Vinden we het tegenwoordig juist niet belachelijk om ons te identificeren met dergelijke figuren? Ze zijn zo man, zo blank en zo vroom.

Georg Sturm
detail van Willibrord
Er is een monument van het nationalisme blootgelegd waarvan we kunnen leren, zeker in een tijd waarin we worstelen met onze identiteit.

de wandschilderingen van Georg Sturm in de voorhal

  • Bisschop Bernulphus, bevorderaar van de kunsten, 1027-1054
  • Nederlandse beoefenaars van kunstnijverheid
  • Willem de Goede veroordeelt de baljuw van Kennemerland
  • Jan van Schaffelaar werpt zich van den toren te Barneveld
  • Willibrord predikt het Christendom aan de Friezen
  • Claudius Civilus predikt den opstand tegen de Romeinen
  • Uitvinding van den slinger door Christiaan Huygens
  • Karel de Grote en Einhart
  • Hugo de Groot, zijn geleerde werken schrijvende
In de aanloop naar de heropening van het Rijksmuseum in 2013 na ruim tien jaar van reconstructie en renovatie zijn alle decoraties van Sturm door de Stichting Restauratie Atelier Limburg gerestaureerd en hebben wanddoeken die begin 20e eeuw waren verwijderd, hun plaats in de belangrijkste zalen in de hoofdas van het museum, zoals de Voorhal, de Eregalerij, de Rembrandtzaal en de twee trappenhuizen, weer teruggekregen. Het werk van Sturm in het Rijksmuseum geeft als onderdeel van het Gesamtkunstwerk dat Cuypers voor ogen stond, in schitterende kleuren een beeld van de geschiedenis van Nederland.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Het beschilderde interieur van Cuypers in het Rijksmuseum [ sral.nl ]

ver(d/w)rongen werkelijkheid

zaterdagavond gezien op NPO2: Nieuwsuur in Noord-Korea
vanavond het tweede en laatste deel op NPO2 in Nieuwsuur

Met stijgende verbazing heb ik gisterenavond naar de reportage Nieuwsuur in Noord-Korea van Marieke de Vries en Ellen Brans zitten kijken. Toezichthouders hebben de schaduwzijden van hun “voorbeeldige land” angstvallig buiten beeld gehouden. Zien we dan wel wat van het echte Noord-Korea? Soms zien we aan een rand van het beeld hoe de verdrongen werkelijkheid eruit ziet. En bij de meeste propagandabeelden van zwemparadijzen, kinderoptredens en de flanerende elite op de boulevards langs de Taedong, kunnen we alleen maar vermoeden hoe de achterkant eruitziet: strafkampen, schrijnende armoede, angst.

Nieuwsuur in Noord-Korea
Uniek tweeluik op 3 & 4 oktober 2015, NPO2

Communisme heet atheïstisch te zijn, maar omdat in Noord-Korea Kim Jong-un een goddelijke status heeft, is het communisme hier een religie rond “de Briljante Kameraad”. Verafgoding van leiders is zo oud als de wereld: maak duidelijk dat de leider een goddelijke status heeft, bouw daar een cultus omheen en doe af en toe iets leuks voor het volk. Laat vooral ook zien dat er niet met je te spotten valt. De farao’s, de romeinse keizers, sommige pausen, Mohammed, Lodewijk XIV en Stalin gingen de Grote Leider voor.

Maak duidelijk dat de leider een goddelijke status heeft, bouw daar een cultus omheen en doe af en toe iets leuks voor het volk. Laat vooral ook zien dat er niet met je te spotten valt.

Als in de reportage een vierjarig jongetje gevraagd wordt hoe zijn vader heet, antwoordt hij vastberaden en blij: “Mijn vader is de Grote Leider Kim Jong-un.” En op de vraag wie zijn moeder is: “Mijn moeder is de boezem van de Partij!” In Noord-Korea is de staat een kerk geworden. Christenen worden gezien als landverraders en worden daarom vervolgd. Hopelijk laat tweede deel van de reportage iets over het christendom in Noord-Korea zien.

Er zijn vier showkerken in de hoofdstad Pyongyang. Om toeristen te overtuigen dat er wel degelijk godsdienstvrijheid in het land zou zijn. Er zijn twee protestantse kerken, één katholieke kerk en één orthodoxe kerk in Pyongyang. Noord-Koreaanse kerkgangers worden door de staat geselecteerd.
 
Wie betrapt wordt bij het beoefenen van religieuze activiteiten of in het bezit van religieuze materialen, wordt gestraft. De straffen variëren: sommigen worden opgesloten in de strafkampen of gemarteld tot ze dood zijn, anderen worden publiekelijk geëxecuteerd.
 
Het is bekend dat christenen het ergst gemarteld worden in de strafkampen. Ze mogen niet naar de hemel kijken en worden voortdurend uitgescholden en geslagen. Ze worden bestempeld als krankzinnig. Alleen door een wonder kan een christen levend uit een strafkamp komen. Als ze ontsnappen aan openbare executie, bezwijken ze uiteindelijk aan verhongering, uitputting door harde arbeid en/of blootstelling aan ziektes, slechte hygiëne, gebrek aan medische zorg en door gebrek aan goede kleding.
 
Bron: opendoors.nl

Wat is er aan de hand in Noord-Korea? [ opendoors.nl ]