Categorie archief: religie

humanistisch vijftal met de rug naar God

gezien op HUMAN : de laatste aflevering van het Filosofisch Kwintet

HUMANVanmiddag was de laatste aflevering van Het Filosofisch Kwintet waarin gespreksleider Clairy Polak weer vier tafelgenoten ontving. Naast haar vaste “tafelheer”, historicus Philipp Blom, schoven er drie bekende wetenschappers aan tafel: socioloog Kim Putters, wetenschapper Robbert Dijkgraaf en filosoof en arts Marli Huijer.

Het ijkpunt voor dit humanistische vijftal was telkens de Verlichting, de tweede helft van de achttiende eeuw waarin het humanisme volwassen werd en het denken zichzelf definitief bevrijdde uit haar religieuze bedding. De Verlichting is een zelfverlossing. Maar deze ging niet vanzelf: er was een vadermoord voor nodig. De koning, die tot aan de Franse Revolutie regeerde bij de gratie Gods, moest eerst terechtgesteld worden voordat de vrije burger kon opstaan. Deze vrije burger wordt tegenwoordig het individu genoemd, ook wel consument en die consument is koning geworden. Daardoor zijn er grote milieuproblemen ontstaan waardoor we ons steeds meer bewust worden dat we de tak waarop we zitten aan het doorzagen zijn. Hoe kunnen we dit stoppen? Wat moeten we doen?

Zijn jullie optimistisch over de vraag of we het halen, voordat de doemscenario’s die we de afgelopen tijd besproken ons hebben ingehaald?

De problemen (overbevolking, groeiende ongelijkheid, klimaat en uitholling van het publieke debat) waar het filosofisch kwintet in de drie vorige afleveringen het licht op deed schijnen, hebben te maken met individualisering en het verlies van gemeenschap. Oude sociale structuren lossen op in een proces dat je zowel globalisering als individualisering kunt noemen. De oorzaak van het probleem, de mens, roept zichzelf ter verantwoording en plaatst zich voor de zogenaamde grote uitdagingen van de eenentwintigste eeuw. Het individu met zijn verlangens en angsten mag dan de oorzaak van de mondiale problemen zijn, het individu wordt ook geacht er weer de oplossing van te zijn! Zou die laatste verwachting er niet zijn, dan zou de humanist een pessimist of fatalist blijken. En de humanist is juist een optimist die gelooft dat de mens, ondanks wat “productiefouten” van de natuur, in wezen goed is.

HFK HUMAN
de website van het filosofisch kwintet

Het is begrijpelijk dat het humanisme een optimistisch mensbeeld geeft. Het humanisme heeft gebroken met een denken dat in het christendom geworteld was. Voor het humanisme ontstond, was het westerse mens- en wereldbeeld door en door christelijk. Vanuit het christelijk geloof wordt de mens niet gezien als een individu, als een “ondeelbare”, maar als een persoon, als iemand die zichzelf kan delen met de ander. In de eerste plaats kan hij persoon zijn omdat zijn Schepper een Persoon is. Ook al deelt de mens veel met het dier, hij onderscheidt zich van het dier doordat hij iemand is.

Deze dimensie van het menselijk bestaan lijkt voor Het filosofische kwintet niet te bestaan. De mens is een individu, een hoogontwikkelde primaat; de onsterfelijke ziel is een flexibel brein en God tenslotte is een concept of fantoom in de taal dat ons denken behekst. Daarover lijkt de tafel van HUMAN het unaniem eens te zijn. Philipp Blom, die een boek schreef over de filosofische salons halverwege de achttiende eeuw, moet zich zeker thuis voelen in dit gezelschap. Hij noemde dit boek ironisch “het verdorven genootschap“, een benaming die rond 1750 serieus bedoeld was, maar die hij nu, bijna strijdbaar, als geuzennaam lijkt te hanteren. In de geest van de door hem zo bewonderde Diderot, spreekt hij graag provocerend en met een brede grijns over de mens als “nieuwsgierig aapje”.

Wat in de tweede helft van de achttiende eeuw maatschappelijk veroordeeld werd als een geheime bijeenkomst van “ongodisten”, is in de eenentwintigste eeuw mainstream geworden: debatteren met de rug naar God toe. Voor de humanisten die op filosofisch niveau van gedachten wisselen over wereldproblematiek is dit net zo vanzelfsprekend als ademhalen. De humanist ziet de mens als maat van alle dingen en erkent geen bovenmenselijk gezag, dus zeker geen Verlosser, laat staan een Wetgever boven de mens. De mens staat er in de kosmos alleen voor. Ondanks al zijn slechtheid waarmee hij zijn medemens, zijn leefmilieu en uiteindelijk zichzelf benadeelt, is hij toch in staat het goede te doen. Dat is het ongegronde optimisme van het humanisme.

HUMAN
tweet van de directeur van het CPB als signaal naar de politiek

De christelijke opvatting dat de mens tot alle kwaad geneigd is en zelfs als hij het goede wil daar toch niet in slaagt, is uiteraard pessimistisch, maar kan wel tot een specifieke inkeer komen, waarbij de mens zijn zoonschap herontdekt en daarmee zijn hemelse Vader (die de Verlichting juist had opgeruimd!) Als voor de humanist het christelijk geloof een wensdenken is, dan is voor de christen het humanisme op zijn minst een krampachtig geloof in de maakbaarheid, waarbij een mensheid die steeds dieper in het moeras wegzakt zich aan zijn eigen haren weer omhoog trekt.

Het debat eindigde aan de buitenkant met eenzelfde vertrouwen als een gesprek tussen evangelicalen, alleen was de hoop niet gevestigd op Jezus, maar op “het flexibele brein” dat mens heet. Door “vreedzaam te vechten” (Huijer) of “een nieuwe voorhoede te vormen die ons kan leiden” (Putter) kan “het flexibele brein” de uitdagingen van de eenentwintigste eeuw wel aan…

Het Filosofisch Kwintet [ human.nl ]

juweel in de Jura

vandaag bezochten we de Église Saint-Antoine in Cernay l’Église

Op onze eerste dag in de Jura bezochten we het kleine kerkje van Cernay l’Église, iets ten noordoosten van Maîche, dicht bij de Zwitserse grens. De Église Saint-Antoine is een van de vele kerkjes in de ontelbare dorpjes van nog geen 300 inwoners waar je gemakkelijk aan voorbijrijdt. Er zijn gehuchten met fraaiere kerkjes. Althans aan de buitenkant. Maar aan de binnenkant van dit onopvallende kerkje ligt een parel te wachten. De Saint-Antoine is een klein “kerkmuseum” met retabels, beelden, schilderijen en meubilair uit alle periodes tussen de 16e en 19e eeuw.

Cernay l'Eglise
het koor met het centrale altaar
L’église de Cernay est incontestablement l’une des merveilles de l’art sacré du haut-Doubs. Cette église du XVIème siècle a la particularité d’offrir au visiteur curieux, à l’amateur d’art et d’histoire, une belle continuité du décor du XVIème au XIXème siècle. Chaque époque y a laissé sa marque. Chemin faisant, nous évoquerons les éléments remarquables du mobilier et de l’architecture de cet édifice.
J.M. Blanchot
 
Bron: cernayleglise.nexgate.ch
Cernay l'Eglise
links van het koor staat een altaar met een schilderij van de Heilige Maagd met de rozenkrans (18e eeuw)
Cernay l'Eglise
de draak is een detail van de preekstoel uit 1807
Cernay l'Eglise
een ongebruikelijke zinnebeeldige voorstelling van de heilige Sophia met haar drie dochters: geloof, hoop en liefde (16e eeuw)
Cernay l'Eglise
De Heilige Maagd met bloemen op het altaar rechts naast het koor
Surtout, cette église a la particularité de présenter une belle continuité du décor du XVIème au XIXème siècle. Chaque époque y a laissé sa marque de la statuaire exceptionnelle du XVIème siècle, un ensemble d’une grande rareté dans la région, à la chaire du XIXème siècle, en passant par un décor baroque impressionnant du XVIIIème siècle. On peut lire aussi la révolution dans l’aménagement intérieur du décor dans les années 1720 avec un réaménagement liturgique complet de l’église Saint Antoine. L’ancien décor du XVIème siècle, avec le magnifique retable de pierre, est alors déplacé au profit d’un nouveau décor baroque sous la forme de ces magnifiques autels à la si riche polychromie.
J.M. Blanchot
 
Bron: cernayleglise.nexgate.ch

Cernay l’Église [ cernayleglise.nexgate.ch ]

jij daar!

de roeping van Mattheus in de schilderkunst van de 17e eeuw

Samen met Giotto di Bondone (1266-1334) en Michelangelo Buonarroti (1475-1564) is Caravaggio (1571-1610) wellicht de meest invloedrijke schilder uit de geschiedenis. Met zijn revolutionaire chiaroscuro had hij enorme invloed op de barokschilderkunst in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Met dramatische lichteffecten toverde Caravaggio zijn schilderijen om in kijkdozen. De ruimtelijke illusie was maximaal geworden.

De maniëristen van de zestiende eeuw beheersten de anatomie van het menselijk lichaam zo goed dat ze het in allerlei houdingen konden neerzetten. Door het lichaam in perspectief (het zogenaamde “verkort”) af te beelden, was de bewegingsvrijheid van de figuren enorm toegenomen. Maar het maniërisme kwam ook met zichzelf in de knoop te liggen. Vaak waren de posen helemaal niet functioneel. Het maniërisme was letterlijk en figuurlijk een pose geworden.

Caravaggio bevrijdde het maniërisme uit de crisis door terug te gaan naar eenvoudige composities en de gebaren functioneel te gebruiken, zodat ze zeggingskracht kregen. Dat werd nog versterkt door een overdreven schema van licht en donker waarmee bepaalde gebaren extra benadrukt konden worden, zoals je met een marker fragmenten uit een tekst onderstreept. Caravaggio is niet de uitvinder van de barok maar hij was wel de schilder met wie de barok in het laatste decennium van de zestiende eeuw definitief doorbrak.

Caravaggio
Caravaggio Vocazione di san Matteo, 1599-1600

De katholieke kerk was tijdens de Contrareformatie de kunst gaan gebruiken om het volk bij de moederkerk te houden. De aantrekkingskracht van het woord was sinds 1517 groot gebleken, maar op het Concilie van Trente (1543-1563) had Rome besloten om terug te slaan met het beeld. De roeping van Mattheus is een van de bekendste schilderijen van Caravaggio. We kijken eerder naar een tableau vivant in een ondiepe ruimte dan naar een plat schilderij. Met deze voorstelling leek hij zijn tijdgenoten te willen zeggen: als Jezus in het huis van de tollenaar Mattheus komt om hem te roepen, dan wil Hij ook in ons huis komen om ons te roepen. De voorstelling is daarom een genretafereel en geen verheven voorstelling. God is afgedaald in onze wereld en stapt Persoonlijk op ons af.

Cuadro vivente
tableau vivant (Cuadro vivente) van Caravaggio’s meesterwerk. [credits: comune.caravaggio.bg.it]
Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering.

Mattheus 9:13

In Nederland werd Caravaggio aan het begin van de zeventiende eeuw nagevolgd door de Utrechtse Caravaggisten. In de jonge calvinistische Republiek was Utrecht immers de zetel van de bisschop en werd nog in opdracht voor de katholieke kerk geschilderd. De protestantse kerken hadden immers afstand gedaan van beelden. Hendrick Ter Brugghen (1588-1629) schilderde in 1621 een voorstelling van De roeping van Mattheus waarbij Mattheus net als in het tafereel van Caravaggio de wijzende hand van Jezus spiegelt naar zichzelf toe. Maar hij blijft er kalm onder.

Ter Brugghen
Hendrick Ter Brugghen 1621

In diezelfde tijd schilderde de Italiaanse kapucijner monnik Bernardo Strozzi (1581-1641) het tafereel weer als een inbraak in het leven van de tollenaar. Mattheus deinst achteruit en brengt zijn hand naar zijn borst. Bedoelt u mij?!

Strozzi
Bernardo Strozzi ca. 1625-1630

Tenslotte schilderde Rembrandt’s tijdgenoot Jacob I van Oost (1603-1671) uit Brugge in 1648 een roeping van Mattheus waarbij we de tollenaar op zijn rug zien. Geschrokken draait hij zich naar de deur waar Jezus binnenkomt. Zijn hond neemt de emotie van zijn baasje over alsof de schilder ons wil zeggen: een gelovige mens luistert naar Jezus zoals een hond naar zijn baasje.

Jacob van Oost
Jacob I van Oost 1648
9 En Jezus, van daar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Mattheüs; en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem. 10 En het geschiedde, als Hij in het huis van Mattheüs aanzat, ziet, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen. 11 En de Farizeën, dat ziende, zeiden tot Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaren en de zondaren? 12 Maar Jezus, zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. 13 Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.
 
Bron: Mattheus 9:9-13

de Bernini van het hout [ 3 ]

op 11 juli j.l. bezochten we het Bayerisches National Museum in München
Tilman Riemenschneider in neuem Licht
Tilman Riemenschneider
Tilman Riemenschneider

Tilman Riemenschneider
Matthias Weniger, 2016
 
Das Bayerische Nationalmuseum in München besitzt eine der bedeutendsten Riemenschneider-Sammlungen weltweit. Insbesondere die frühen Werke, bei denen der Künstler noch in besonders großem Umfang selbst Hand angelegt hat, werden auf höchstem Niveau präsentiert. Dazu gehört die zentrale Schreingruppe des Münnerstädter Retabels, des ersten Werks, das Riemenschneider nicht auf eine farbige Fassung hin konzipiert hat. Etwa zur selben Zeit entstanden zwei Passionsgruppen, die der Rothenburger Maler Martinus Schwarz in kongenialer Weise polychromiert hat. Das Raffinement von Riemenschneiders Schnitztechnik kommt so noch subtiler zur Geltung. Mit zahlreichen weiteren gefassten wie ungefassten Spitzenwerken des Künstlers werden diese Arbeiten nun erstmals in einem Band vereint und in neuen Farbaufnahmen vorgestellt. Die Publikation erscheint aus Anlass der Neueinrichtung des Riemenschneider-Saals des Bayerischen Nationalmuseums.
 
Bron: jpc.de

bayerisches-nationalmuseum.de

de Bernini van het hout [ 1 ]

op 11 juli j.l. bezochten we het Bayerisches National Museum in München
Tilman Riemenschneider in neuem Licht

Bayerisches National MuseumDeze zomer waren we voor de vierde maal in München en ditmaal besloten we er het Bayerisches National Museum te bezoeken. Dit werd aan het einde van de negentiende eeuw gebouwd in een eclectische stijl die de ziel van Beieren zou moeten weerspiegelen. In de façade meende ik ornamenten van het nabijgelegen Hofbräuhaus te herkennen. Het museum blijkt lang niet zo druk bezocht als de drie Pinakotheken, het Lembachhaus of het Deutsches Museum. Misschien omdat de collectie de gemiddelde bezoeker minder aanspreekt dan de collecties in de andere grote musea. Het museum concentreert zich voornamelijk op religieuze sculpturen en kunstnijverheid vanaf de vroege middeleeuwen tot in de negentiende eeuw.

Het Bayerisches National Museum bezit misschien wel de belangrijkste verzameling beelden van de houtsnijder Tilman Riemenschneider (ca. 1460-1531). Vorig jaar werd de zaal waarin deze collectie zich bevindt, gerenoveerd en opnieuw ingericht. Ter gelegenheid daarvan verscheen een boek van Matthias Weiniger en is er een kleine tentoonstelling onder de naam Tilman Riemenschneider in neuem Licht.

Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel ca. 1490-1492

Een van de vroege meesterwerken van Tilman Riemenschneider is het Magdalenenretabel. In eerste instantie doet het je denken aan de geboorte van Venus die in 1483 door Botticelli geschilderd werd. We zien dezelfde rijzige vrouwengestalte waarbij haar naaktheid bedekt wordt met veel haar. Ook wordt ze geflankeerd door twee groepen engelen. Maar daar houden de overeenkomsten op. Terwijl Botticelli voor een mythologisch onderwerp heeft gekozen, kiest Tilman Riemenschneider voor een Bijbels onderwerp: Maria Magdelena, de heilige hoer. Hij vermengt elementen uit het leven van Maria van Egypte met dat van Maria Magdelena. De heilige wordt in de woestijn geplaatst en bekleed met kemelhaar.

Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)

De beeldengroep maakte grote indruk op me. Ik begrijp de hoogste waardering voor het werk van Tilman Riemenschneider helemaal. Dit is een winnende combinatie van ambacht en emotie, een sculptuur van hetzelfde niveau als Bernini, maar dan in hout.

Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)

Tot het einde van de Dertigjarige Oorlog (1618-1648) bevond het retabel zich in de St. Maria Magdalena in Münnerstadt. Daarna kwam het in onderdelen in München terecht en tenslotte kreeg het een permanente plaats in het Bayerisches National Museum. Sinds 1981 bevindt zich in de kerk in Münnerstadt een reconstructie van het retabel.

Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)
Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)
Tilman Riemenschneider
Magdalenenretabel (detail)

Alle foto’s zijn genomen op 11 juli 2017.

Magdalenenretabel [ de.wikipedia.org ] | Bayerisches Nationalmuseum

een Rus in Italië [ 2 ]

gezien op VHS: Nostalghia (1983) van Andrei Tarkovski

NostalghiaOnbetwiste meesters van de filmkunst leveren per definitie auteursfilms af. Of ze nu een boek verfilmen of zelf een script schrijven, het publiek herkent de hand van de meester onmiddellijk. Dat geldt voor Silence van Martin Scorcese, misschien wel zijn meest persoonlijke film waarin religie een centrale rol speelt. Bij Tarkovski stond religie al vanaf zijn eerste meesterwerk Andrei Rublev (1966) in het middelpunt en in zijn laatste film Offret (1986) ging het nog steeds over religie.

Nostalghia is Tarkovski‘s voorlaatste film en misschien wel zijn meest persoonlijke film. Samen met scenarist Tonino Guerra (1920-2012) schreef hij aan het begin van de jaren tachtig het script. De hoofdpersoon is de Russische schrijver Andrei Gorchakov in wie we een alter ego kunnen zien van Tarkovski. Gorchakov werkt aan een studie over een Russische componist uit de achttiende eeuw in Italië en verblijft daarom zelf ook in dat land. Net als zijn studieobject lijdt hij in Italië aan heimwee naar zijn vaderland. Tarkovski leefde de laatste jaren van zijn leven in ballingschap in Europa. Heimwee naar het vaderland was voor hem dan ook een actueel onderwerp.Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Tarkovski verbindt het specifieke heimwee naar Rusland met het verlangen naar huis als universeel religieus thema.

Gorchakov leeft in Italië samen met zijn vrouwelijke tolk Eugenia. Hun relatie lijkt zuiver platonisch. Ze noemt hem een heilige, een zonderlinge man die iets zoekt wat de meeste mannen niet zoeken. Bij het kuuroord waar ze verblijven ontmoet hij Domenico, een geestverwant die net als hij op zoek is naar iets dat alle grenzen overstijgt. Domenico is een dorpsgek maar ook een roepende in de woestijn. Tegen Gorchakov zegt hij dat hij zijn gezin wilde redden en ze daarom zeven jaar lang in een kelder heeft opgesloten. Daarna zag hij dat dit niet genoeg was. Hij wil nu alle mensen redden. Daarvoor moet iemand met een kaars door het bad van de heilige Catharina lopen.

Nostalghia
still uit Nostalghia (1983)

De rol van Domenico wordt gespeeld door de Zweedse acteur Erland Josephson die drie jaar later in Offret de hoofdrol zal spelen. Ook daar speelt hij een man die een offer brengt. Wie goed oplet merkt dat er tussen Nostalghia en Offret allerlei parallellen lopen. Zo spreekt Domenico al over het in brand steken van je huis. Het huis is een telkens terugkerende metafoor in het werk van Tarkovski. Het staat voor onze bestemming maar ook voor onze gebondenheid aan bezit. In het laatste beeld uit Nostalghia versmelten Rusland en Italië in één beeld: Italië als het land van ruïnes en Rusland als het land van herinnering.

Een Rus in Italië [ 1 ]