Categorie archief: religie

Licht van de wereld

Rembrandt en de aanbidding van de drie koningen (1632)

In 1632 schilderde de 26-jarige Rembrandt de aanbidding van de drie koningen. Meestal werd dit bekende Bijbelse thema door de schilder in opdracht voor de katholieke kerk uitgevoerd. Maar in de protestantse Republiek der Verenigde Nederlanden waren het juist de particulieren die opdracht gaven voor een Bijbelse voorstelling. Meestal ging het dan om schilderijen met bescheiden afmetingen. De stad Leiden stond in de eerste helft van de zeventiende eeuw bekend om haar fijnschilders en voordat hij naar Amsterdam verhuisde, was Rembrandt daar gewoon één van. Zijn schilderijtje van de drie koningen van is slechts 45 cm hoog en 37 cm breed.

Rubens
Pieter Paul Rubens 1624
aanbidding van de drie koningen (447 x 336 cm)

De aanbidding van de koningen is een thema dat Rembrandt zeker gekend moet hebben van prenten die hij verzameld had. De bekendste voorstelling uit Rembrandt‘s tijd was waarschijnlijk die van Pieter Paul Rubens. Deze schilderde het tafereel als een Italiaan met veel bravoure en sprezzatura op een enorm formaat. In de geest van de barok stapelt hij zijn figuren op elkaar en deze nemen bijna de hele ruimte in beslag. Behalve een stukje blauwe lucht bovenin is er nauwelijks diepte. Rembrandt pakte het voor zijn bescheiden schilderijtje anders aan. Evenals de katholieke schilder Abraham Bloemaert uit Utrecht en velen met hem, koos hij voor het moment waarop koning Balthasar voor het Christuskind neerknielt en Hem mirre aanbiedt.

Bloemaert
Abraham Bloemaert 1624
aanbidding van de drie koningen (voorstudie)

Rembrandt laat het licht als een spotlight op de knielende koning Balthasar, Maria en Jezus vallen. In het halfdonker staan de lijfwachten en het gevolg van de drie koningen. De meest opvallende figuur is de centraal geplaatste koning die ons als onze getuige recht in de ogen kijkt, terwijl hij met zijn hand Jezus lijkt te willen bevestigen als het Licht van de wereld. De parasol lijkt Rembrandt van zijn leermeester Pieter Lastman geleend te hebben. Rechts op de achtergrond staan de paarden en kamelen waarmee de drie koningen naar Bethlehem zijn gereisd. Achter Maria staat Jozef die zijn hoed heeft afgenomen en nederig het hoofd buigt voor het hoge en nachtelijke bezoek.

Rembrandt
Rembrandt Harmenszn. van Rijn 1632
aanbidding van de drie koningen (45 x 39 cm)

Rembrandt laat ons zien hoe het licht in de wereld komt, in fysische en metafysische zin. Hij is niet alleen een tovenaar met verf, maar ook een verkondiger van het Woord. Rembrandt moet zich verwant hebben gevoeld met Johannes de Doper zoals deze door de evangelist Johannes beschreven wordt: “Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam.”

Rembrandt
aanbidding van de drie koningen (detail)
Rembrandt laat ons zien hoe het licht in de wereld komt,
in fysische en metafysische zin.
Hij is niet alleen een tovenaar
met verf, maar ook
een verkondiger van het Woord.
Rembrandt
De aanbidding van de herders 1646
Veertien jaar later schilderde Rembrandt deze voorstelling waarin hij van het Christuskind de lichtbron heeft gemaakt.

toewijding

gisteren gezien: Door geloof gedreven en Aan God gehecht
over Moderne Devotie in het Stedelijk Museum Zwolle t/m 11 maart 2012

Geert GroteBroeders des Gemenen Levens. Ik moet er ergens in 1973 voor het eerst van gehoord hebben. Het kwam uit de mond van meester Bos, de bovenmeester van de protestants christelijke school CNS II. Meester Bos had een roeping als predikant gemist en sprak vol vuur over Geert Grote, die hij als een voorloper beschouwde van de grote reformator. Die Geert Grote, dat was een katholieke man ja, maar daar kon hij niets aan doen, want vóór 1517 werd je nu eenmaal katholiek geboren en begraven. Zo ging dat. Maar in zijn hart was hij al protestants, want hij verzette zich tegen de pracht en praal van de rooms-katholieke kerk. Hij stichtte een religieuze gemeenschap die zich de Broeders (of de Zusters) des Gemenen Levens noemde. Die broeders bleken vooral de jongens in de klas aan te spreken. Op het schoolplein werd je vrolijk en vriendschappelijk tegen je schenen getrapt of kreeg je een stomp in je maag terwijl de dader zich dan voorstelde als je bloedeigen broeder uit het gemene leven. Meester Bos zag met gemengde gevoelens hoe het gemene leven zich op het schoolplein ontwikkelde en probeerde onze aandacht af te leiden met een andere man uit Deventer. “De venter ging over de brug van Deventer en toen was de vent er.” Vent! Gewaagd voor een bovenmeester met een brilmontuur uit 1951. Maar hij begreep ons plezier in taal. Dat was mijn eerste kennismaking met Geert Grote.

Gisteren volgde mijn tweede ‘ontmoeting’ met Geert Grote. Samen met Michaela bezocht ik de tentoonstelling in het Gemeentemuseum in Zwolle. Door geloof gedreven is een mooie titel voor een tentoonstelling, maar een mooiere was geweest Modern! Devoot? zoals het Nederlands Dagblad kopte boven een bespreking van deze tentoonstelling. De vier kunstenaars op deze tentoonstelling laten zich eerder door religieuze tradities inspireren (de christelijke traditie in het bijzonder), dan dat hun werk helemaal drijft op het christelijk geloof. Wanneer je de devotie en het geloof in vraag gaat stellen, laat je in het hart van de bezoeker de ruimte. Vormt het christelijk geloof met zijn specifieke beeldtaal een aanleiding voor het werk of is dat geloof de kern vanwaaruit gewerkt wordt?

Rinke Nijburg, Skin Flowers, houtskool, pastel, verfstift en pen op papier, 150 x 110 cmRinke Nijburg koos als uitgangspunt voor een paar van zijn werken de wonden van Christus. 5475 moeten het er zijn geweest. Deze boekhoudkundige benadering van het lijden van Christus heeft iets kinderlijks en is bijna ridiculiserend. Kinderen kunnen met uitgestrekte armen soms een gebaar maken om aan te geven hoeveel (zoveel!) pijn de tandarts deed. Het lijden van Christus langs de meetlat. 5475 wonden. Je kunt ze tellen als de knoopjes van een gebedssnoer en je tijd offeren door stil te staan bij het lijden van de Heer.

“Wanneer men alle 5475 wonden wil invoelen komt men daar nooit helemaal mee klaar. Compassie schiet altijd tekort. En dat is nu juist wat de Moderne Devotie zo goed begreep: dat de pelgrim onderweg altijd in slaap valt, de leerling vergeet zijn huiswerk te maken. Dat men altijd tekort schiet. Alleen het eigen lijden kan de mens helemaal invoelen. Men bedenke dat de Man van Smarten zijn wonden in een etmaal kreeg toegediend. Kan iemand die in een maand tijd zo„n 5475-wonden-tekening wil maken al die duizenden wonden invoelend tekenen?”
 
Bron: Rinke Nijburg over de 5475 wonden van Christus stedelijkmuseumzwolle.nl

Luther zag dergelijke devotie als sensatie. Rozenkransen, relieken en andere vormen van katholieke devotie waren in de ogen van de kerkhervormer uiterlijk vertoon, paapse fratsen, kermisattracties voor het volk. Hij kieperde het allemaal overboord. De kerk van de Reformatie leverde zelfs nog geen schrale voedingsbodem voor beeldend kunstenaars. De dienst van het Woord bleef over. Hedendaagse beeldende kunstenaars die zich door het christelijk geloof willen laten inspireren, moeten daarom wel terugkeren naar de rijke beeldtaal van de rooms-katholieke kerk. En wanneer je daarin gaat wroeten, komt de kermisachtige devotie vanzelf mee naar boven. De vraag naar devotie, moet ze sereen zijn of mag ze zich vermengen met aardse oppervlakkigheden, blijft daardoor actueel. Mag ze speels zijn en zoals wij destijds op het schoolplein, af en toe zelfs plagerig? Of is toewijding per definitie iets ernstigs?

Als het om toewijding aan Christus gaat, want daarover gaat het in het christelijk geloof, dan geven we Christus het laatste woord: “Maar de ure komt en is nu, dat de waarachtige aanbidders de Vader aanbidden zullen in geest en in de waarheid; want de Vader zoekt zulke aanbidders. God is geest en wie Hem aanbidden moeten aanbidden in geest en waarheid.” (Christus tot de Samaritaanse vrouw, Johannes 4 : 23-24)

Lazzaro Bastiani
Lazzaro Bastiani Christus en de Samaritaanse vrouw bij de waterput
Maar de ure komt en is nu,
dat de waarachtige aanbidders
de Vader aanbidden zullen
in geest en in de waarheid.

Johannes 4 : 23-24

stedelijkmuseumzwolle.nl | rinkenijburg.blogspot.com

vervreemding

gisteren begonnen aan Vreemdgang
Filosoferen aan de grens, door Jan van Riessen

Van RiessenVorige week overleed de man die ons het iLife heeft ‘geschonken’. Als James Watts, de uitvinder van de stoommachine, de vader van de industriële revolutie is, dan maakt Steve Jobs een goede kans om definitief de geschiedenis in te gaan als de vader van de digitale revolutie. De bijna bovenmenselijke status die Jobs krijgt toegedicht, toont aan dat het vooruitgangsgeloof in de postmoderne tijd nog altijd springlevend is en dat zeer velen nog altijd hun hoop gevestigd hebben op een technologische utopie, die de visionaire en pragmatische Jobs voor Apple geclaimd heeft onder de naam iLife. In Vreemdgang. Filosoferen aan de grens betoogt Jan van Riessen o.a. dat Utopia in onze postmoderne tijd niet door een religie of politieke ideologie wordt gepredikt maar door de technocratie.

In dit boek staat de vraag centraal hoe de dreigende dehumanisering en vervreemding langs filosofische weg opgeheven kunnen worden. Dit begint met de terugkeer naar de grenzen die we in onze vooruitgangsdrift overschreden hebben. Die grenzen worden bepaald door de eindigheid als het wezenskenmerk van de gegeven werkelijkheid. Alleen in de bedding van die werkelijkheid is het scheppen van een eigen, humane leefwereld weer mogelijk.
 
Bron: filosofiemagazine.nl

boekbespreking [ wapenveldonline.nl ]