Categorie archief: religie

who the * is … ? [ 4 ]

David Friedrich Strauss (1808-1874)

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt.
Vandaag: David Friedrich Strauss (1808-1874)

Het materialisme dat in Duitsland en heel Europa na 1848 sterk opkomt, wordt in de dertiger jaren al aangekondigd door de Junghegelianer, een groep studenten en docenten in Berlijn die de dialectische filosofie van Hegel volgen, maar daaruit andere conclusies trekken, vooral op religieus en politiek terrein. De beroemdste Junghegelian is Karl Marx. Hij baseert zich aanvankelijk op Ludwig Feuerbach, een andere Junghegelian die zich vooral met de christelijke religie bezighoudt. Later rekent Marx met hem af in zijn bekende Thesen über Feuerbach. De Junghegelianer zijn in de jaren dertig politiek incorrect en mogen niet aan de universiteit doceren. Vaak moeten ze in bittere armoede leven. Vanwege de strenge censuur kiest Marx daarom voor vrijwillige ballingschap in Parijs .

David Friedrich StraussDe polarisatie van Hegel‘s volgelingen in twee kampen, een behoudende rechtervleugel, de Althegelianer , en een progressieve linkervleugel, de Junghegelianer, ontstaat met een controverse in het midden van de jaren dertig. Aanleiding van deze controverse is Das Leben Jesu uit 1835 van de 27-jarige David Friedrich Strauss. In dit boek zet Strauss de tradionele christologie op losse schroeven en dat veroorzaakt in Duitsland grote commotie .

Das Leben JesuDavid Friedrich Strauß studierte ab 1825 Theologie am Evangelischen Stift zu Tübingen. 1830 wurde er Vikar und 1831 Professoratsverweser am Seminar zu Maulbronn; er ging aber noch ein halbes Jahr an die Universität zu Berlin, um Georg Wilhelm Friedrich Hegel und Friedrich Daniel Ernst Schleiermacher zu hören. 1832 wurde er Repetent am Tübinger Stift und hielt zugleich philosophische Vorlesungen an der Universität.
 
Damals erregte er durch seine 1835–1836 erschienene Schrift Das Leben Jesu, kritisch bearbeitet ein unerhörtes Aufsehen. Strauß wandte dort das auf dem Gebiet der Altertumswissenschaften begründete und bereits zur Erklärung alttestamentlicher und einzelner neutestamentlicher Erzählungen benutzte Prinzip des Mythos auch auf den gesamten Inhalt der evangelischen Geschichte an, welche er als Produkt des unbewusst nach Maßgabe des alttestamentlich jüdischen Messiasbildes dichtenden urchristlichen Gemeingeistes deutete.
 
Bron: de.wikipedia.org

In 1873 schrijft Friedrich Nietzsche zijn eerste Unzeitgemäße Betrachtung met als titel David Strauß. Der Bekenner und der Schriftsteller. In dit schotschrift veegt hij de vloer aan met de inmiddels beroemde theoloog die na zijn breuk met het christendom een soort verlichte religie op basis van het pantheïsme wil stichten. De tirade trekt de aandacht van de pers en maakt de tot dan toe nog onbekende hoogleraar op slag beroemd.

David Friedrich Strauss [ de.wikipedia.org ]

who the * is … ? [ 1 ]

Friedrich Ludwig Zacharias Werner (1768-1823)

In het Rijk van de Geest is alles tegenwoordige tijd en alleen daar ben je onsterfelijk. Dat geldt in het bijzonder voor schrijvers. Immers, wie schrijft die blijft. Zolang we hen blijven lezen en gedenken, leven zij voort. En wanneer ze zijn weggezonken in het collectieve geheugen, kunnen ze met een lemma op wikipedia weer even tot leven worden gewekt.
Vandaag: Zacharias Werner (1768-1823)

WernerIn de biografie over Arthur Schopenhauer van Rüdiger Safranski las ik in het zesde hoofdstuk over Schopenhauers studietijd in Gotha en Weimar in 1807 en 1808. Schopenhauer had de twintig jaar oudere toneelschrijver Zacharias Werner tijdens zijn studie in Gotha leren kennen. Deze is dan al beroemd geworden door een toneelstuk over Luther, Die Weihe der Kraft (1807). Goethe neemt Werner mee naar Weimar waar hij op de beroemde theekrans van Arthur‘s moeder, Johanna Schopenhauer, wordt uitgenodigd. Ook zoon Arthur is van de partij. Safranski schrijft dat niemand van het illustere gezelschap (Goethe, Brentano, Von Arnim, de Schlegels) dat Johanna’s theekrans bezocht, zich later de twintigjarige Schopenhauer herinnert. Behalve Zacharias Werner.

WernerWie is deze Zacharias Werner nu precies? Wikipedia.de is hem niet vergeten. Wat ik boeiend aan deze man vind, is dat hij zich op zijn 42e bekeerde tot het Rooms-katholieke geloof nadat hij carrière had gemaakt als toneelschrijver. Als iemand zijn succes op geeft voor ‘een hoger doel’, dan is er wel iets aan de hand. Werner keert zich om op de weg van het ego en het succes en wordt in 1814 priester in Wenen. Zijn schrijftalent gebruikt hij nu voor zijn preken.

Friedrich Ludwig Zacharias Werner war der einzige Dramatiker der Romantischen Schule, der Bühnenerfolge errang. Kein anderer bildete so sehr die mystischen Elemente und die Schicksalsidee aus wie er. Immer mehr steigerte er sich in eine düstere Phantastik und Dramatik und fand letztlich seinen einzigen Halt in der “ungebrochenen Macht und Herrlichkeit” der katholischen Kirche.
 
Bron: de.wikipedia.org
Alles, was Freund und Feind des Romantischen sich darunter vorstellen, schien sich in ihm zu vereinigen: christliche Frömmigkeit bis zum Märtyrertod, heidnische Mythen und Riten, Liebe als Sexualität, Schwärmerei und Caritas, Geheimgesellschaften sowie nicht-klassische Formkunst.

Gerhard Schulz

Weihe und Kraft
titelblad van Die Weihe der Kraft 1807
in plaats van Werner’s naam wordt vermeld: Verfasser der Söhne des Thales. Na zijn bekering schrijft Werner in 1813 Die Weihe der Unkraft

Zacharias Werner [ de.wikipedia.org ] | Zacharias Werner [ bautz.de ]

de geest van de Middeleeuwen

de Boze Boodschap van Nosferatu, Phantom der Nacht (1979)

Schrijver Maarten ‘t Hart koos afgelopen zondagnacht na Zomergasten voor de film Nosferatu van Werner Herzog uit 1979. Deze film leunt zwaar op de klassieker Nosferatu, eine Symphonie des Grauens van Friedrich Wilhelm Murnau uit 1922. Een paar sterke scenes uit het origineel heeft Herzog zelfs letterlijk geciteerd. Het tijdsbeeld van de Biedermeier wordt in deze film mooi samengeweven met het gestyleerde beeld van de expressionistische film. Isabelle Adjani die de rol van Lucy speelt, lijkt wel een filmdiva uit 1915. Dat wordt nog eens versterkt door de sjabloonachtige weergave van emoties.

Nosferatu
Nosferatu met Isabelle Adjani als Lucy

Nosferatu van Werner Herzog en de gothic novel van Bram Stoker uit 1897 zijn verschillend, maar toch is de essentie van het vampierverhaal hetzelfde. Net als bij de versie van Francis Ford Coppola uit 1992 heeft het verhaal mij weer aan het denken gezet. Dracula is de afgelopen honderd jaar meer dan 200 keer verfilmd, waardoor het een cliché geworden is dat het publiek heeft afgestompt. Maar Herzog probeert weer tot de kern van het verhaal door te dringen en vertelt het op een trage, bijna meditatieve manier. De score van o.a. Popol Vuh versterkt de sfeerbeelden. Gemakkelijke schrikeffecten laat Herzog achterwege. Voor veel horrorliefhebbers mag deze film misschien saai zijn, maar hij kruipt wéll onder de huid. Hoewel Dracula een modern verhaal (1897) is, is het gebaseerd op oude volksverhalen die voortkomen uit volks bijgeloof.

Sinds we met de Verlichting afscheid hebben genomen van ‘de Middeleeuwen’, hebben we de duistere en onzichtbare wereld van demonische wezens verbannen naar de periferie van onze belevingswereld: de schijnwereld van de gothic novel en de horrorfilm. In ‘de moderne tijd’ kunnen we nog moeilijk in het bestaan van demonen geloven, maar onze angst voor demonen is nog niet helemaal verdwenen. Dat maakt het mogelijk om in onszelf de grens van onze bestaanszekerheid op te zoeken en te huiveren. Het is eigenlijk vreemd dat je kunt genieten van rillingen over de rug. De griezelfilm roept op een veilige manier de sensatie van doodsangst op. Dat kan ook een gevoel van macht geven. Want we laten ons even helemaal onderdompelen in onze angst, terwijl we vooraf en achteraf weten dat het ‘maar een film’ is en dat we weer uit onze angst zullen komen. Behalve als we er IN zitten, wordt de film écht. Op dat moment ervaren we dat ‘de Middeleeuwen’ er nog steeds zijn. De waarschuwing “ga er niet heen, want het spookt er!” is in ‘de Middeleeuwen’ van levensbelang net als het radiobericht “er is een spookrijder op de A12 gesignaleerd” in ‘de moderne tijd’. Demonen op de buis zijn amusement wanneer we niet geloven in hun bestaan, terwijl er intussen angst en twijfel blijft, als een restant van ‘de Middeleeuwen’ in ons bewustzijn.

In ‘de Middeleeuwen’ wordt het bestaan van demonen die in allerlei gedaanten kunnen veranderen serieus genomen. De Middeleeuwse wereld is eigenlijk zo bedreigend dat je elk moment wel van angst zou kunnen sterven. Maar in ‘de Middeleeuwen’ ervaart de mens ook bescherming door het geloof. Het christelijk geloof leert de overwinning op de dood door het Kruis en door de Opstanding van Christus. Dit geloof is in Dracula nog terug te vinden: vampiers verdragen geen daglicht, kruis(teken) en hostie. Het overwinning dragende kruis, en daarmee ook het christelijk geloof, speelt in de vampierroman dus nog wel een rol. Maar het Dracula is er niet om ons bij het christelijk geloof te brengen, maar om ons te ‘amuseren’ met een Boze Boodschap. Het griezelverhaal wil onder de huid kruipen en ons de stuipen op het lijf jagen. Herzog gebruikt geen goedkope schrikeffecten, maar laat het kwaad langzaam neerdalen en steeds dieper op ons inwerken. Tenslotte laat hij het verhaal slecht aflopen. Eigenlijk is Nosferatu een negatief evangelie: het gaat niet om onze redding maar om onze verdoemenis in een hel waar we geen daglicht kunnen verdragen en waar we ‘s nachts altijd moeten blijven leven. “Niet de dood is het ergste dat we vrezen moeten”, zegt graaf Dracula tegen Jonathan Harker, “maar áltijd moeten blijven leven, dát is ondragelijk.” Graaf Dracula spreekt hier als de demon uit Die fröhliche Wissenschaft van Nietzsche :

„Das grösste Schwergewicht. – Wie, wenn dir eines Tages oder Nachts, ein Dämon in deine einsamste Einsamkeit nachschliche und dir sagte: „Dieses Leben, wie du es jetzt lebst und gelebt hast, wirst du noch einmal und noch unzählige Male leben müssen; und es wird nichts Neues daran sein, sondern jeder Schmerz und jede Lust und jeder Gedanke und Seufzer und alles unsäglich Kleine und Grosse deines Lebens muss dir wiederkommen, und Alles in der selben Reihe und Folge – und ebenso diese Spinne und dieses Mondlicht zwischen den Bäumen, und ebenso dieser Augenblick und ich selber. Die ewige Sanduhr des Daseins wird immer wieder umgedreht – und du mit ihr, Stäubchen vom Staube!“ – Würdest du dich nicht niederwerfen und mit den Zähnen knirschen und den Dämon verfluchen, der so redete?
 
Bron: Die fröhliche Wissenschaft, Viertes Buch, Aphorismus 341 (KSA 3, S. 571)
Time is an abyss… profound as a thousand nights… Centuries come and go… To be unable to grow old is terrible… Death is not the worst… Can you imagine enduring centuries, experiencing each day the same futilities…

Count Dracula

De Ewige Wiederkunft is overigens een oeroude gedachte en Nietzsche lijkt deze via Schopenhauer aan de Indische filosofie ontleend te hebben. Graaf Dracula spreekt over de kwelling van het eeuwige leven zonder verlossing.

Rad van Reïncarnatie
het boeddhistische Rad van Reïncarnatie wordt vastgehouden door een demon met vampiertanden

Dracula is een even populair als angstaanjagend verhaal, al dringt het angstaanjagende maar moeilijk tot je door zolang je de realiteit van de hel niet echt serieus neemt. Het geloof in een hiernamaals, opgesplitst in een hemel en een hel is in de loop van de 20e eeuw sterk afgenomen. Dood is dood. Punt uit. Het leven is gewoon genieten op aarde zolang je (nog) kunt. Net als die dansende mensen op de markt in Delft in Nosferatu. De stad is letterlijk voor driekwart uitgestorven en de laatste overlevenden die al ten dode opgeschreven zijn, volgen de wijsheid van de dwaas: “Probeer er, naar eigen goeddunken, maar het beste van te maken!” Er wordt nog ‘genoten’ van een galgenmaal tussen de ratten en daarna is de game over.

Dit beeld van de dansende pestlijders uit Nosferatu, is een griezelige metafoor van onze wereld. In plaats van een gebed om bescherming van de ziel, gaat het lichaam nog één keer helemaal los in genotzoekerij. De wanhoop en de doodsangst worden bedekt met wegkijken, jagen op genot en ‘amusement’.

Nosferatu Phantom der Nacht