hoogleraar Bijbel en Ned. cultuur Patrick Chatelion Counet over Paulus
Over de Apostel Paulus bestaan ontzettend veel vooroordelen. Volgens de een is hij de stichter van het fundamentalistische christendom, volgens een ander is hij een vrouwenhater en homofoob. Volgens weer anderen een fanaat, ophitser, demagoog, drammer en zelfs Romeinse spion. Gelukkig verschijnen er ook telkens weer publicaties die onderzoeken hoe eerlijk deze oordelen eigenlijk zijn. Zo verscheen begin vorig jaar bij uitgever Ten Have Paulus – De fundering van het universalisme van Alain Badiou. Deze niet-christelijke filosoof verbergt zijn sympathie voor Paulus niet en noemt hem zelfs „de geniale anti-filosoof„. De gelauwerde Platovertaler Gerard Koolschijn maakte onlangs een rauwe vertaling van Paulus’ Brief aan de Romeinen. Deze week las ik een interview met hem in Trouw over zijn vertaling, waarin hij gehakt maakt van de Apostel der heidenen.
Dát vind ik het ergste, die afwijzing van het enige leven dat we hebben, in dienst van een hersenschim. En als zijn fundamentalistische vrienden nu maar in hun binnenkamer bleven en alleen zichzelf voor de gek hielden. Maar wat een vernietiging en misvorming hebben ze op hun geweten!“
Gerard Koolschijn in Trouw, dinsdag 5 januari, De Verdieping, pagina 27
Twee dagen later publiceerde dezelfde krant een reactie van bijzonder hoogleraar Bijbel en Nederlandse cultuur Patrick Chatelion Counet over Koolschijn‘s vertaling van de Romeinenbrief. Chatelion Counet verdiepte zich in de vooroordelen over Paulus en schreef er een boek over.
„Over deze teksten ligt tweeduizend jaar interpretatie, beïnvloeding, en bevooroordeling. En zeker de calvinistische interpretatie neigt naar fundamentalisme. Een vertaler zou zich daar aan moeten proberen te ontworstelen. Dat doet Koolschijn niet. Hij keurt de interpretatie van Paulus af, waarmee zijn voorouders probeerden te leven. Maar hij ziet de revolutionaire Paulus, de bevrijder, volkomen over het hoofd. Hij leest hem areligieus, zonder mystiek en antirevolutionair. Het maakt hem tot een atheïstische calvinist. Nog een laatste voorbeeld. Het meest ergert Koolschijn zich aan Paulus„ zogenaamde eis tot „gehoorzaamheid aan een zelfbedachte instantie.“ Die gehoorzaamheid kom je bij Paulus nauwelijks tegen. „Onderzoek alles, behoud het goede,“ schrijft hij in zijn vroegste brief. En: „Alles is geoorloofd, maar niet alles is nuttig.“ In die uitspraken kom ik een Paulus tegen die Koolschijn eigenlijk had willen zien.“
Patrick Chatelion Counet in Trouw, donderdag 7 januari, De Verdieping, pagina 27
Genie of Misgeboorte. Zeven vooroordelen over de Apostel Paulus
In zijn nieuwste boek presenteert Chatelion Counet zeven ‘Paulijnse paradoxen’. Is hij nu de volgeling van Jezus of de feitelijke stichter van het christendom? Is zijn schrijven fundamenteel joods of is hij een proto-antisemiet? Is het beroep dat velen op hem doen om homoseksualiteit en vrouwenemancipatie te veroordelen terecht? Is hij een manager of een mysticus, een rouwdouwer of een man van gebed? (Bron: rkkerk.nl)
Aan de Romeinen [vert. Gerard Koolschijn ] | Genie of Misgeboorte. Zeven vooroordelen over de Apostel Paulus
Een van de nieuwe wetenschappen die in de negentiende eeuw ontstond en die nauw verband hield met de Europese expansie, was de volkenkunde. In de twintigste eeuw vond er met de dekolonisering een omslag plaats in de volkenkunde, die tegenwoordig etnologie of culturele antropologie wordt genoemd. Men deed afstand van de etnocentrische visie en ging alle culturen als gelijkwaardig beschouwen. Dit betekende ook dat men alle religies in principe als gelijkwaardig ging zien. Het is niet onbelangrijk om te zien dat de veroordeling van het zgn. Europacentrisme een Westerse zélfveroordeling is.
De van oorsprong Roemeense godsdienst-psycholoog Mircea Eliade wijst in
Niet elke wetenschapper hoeft in deze valkuil terecht te komen. Zo ontmoette de Peruaanse student antropologie Carlos Castaneda in 1960 in de Yaqui sjamaan ‘Don Juan’ terwijl hij de riten van zijn stam als studieobject gekozen had. Het verhaal is bekend: Castaneda gaf zijn positie als wetenschapper op en gaf zich over aan de levende ervaring. In zijn boeken deed hij verslag van de lessen die hij van zijn leermeester Don Juan ontving. De reacties waren voorspelbaar: zijn oudere vakbroeders noemden hem een charlatan, omdat hij zijn wetenschappelijke positie had opgegeven. Maar daardoor was hij nu een ingewijde in plaats van een buitenstaander ‘Het object van zijn belangstelling’ had hem uitgenodigd de grens te overschrijden en zijn wetenschappelijke houding op te offeren.












