Alain Badiou over Paulus: universalisme vs. differentie-denken
Vorig weekend schreef Willem jan Otten in Letter & Geest (Trouw) ter gelegenheid van (Westers) Pinksteren over de drie woorden van het Christendom : ‘Christus is verrezen’. Hij besprak o.a. het boek van de Franse filosoof en romancier Alain Badiou, Paulus -De fundering van het universalisme. Dit boekje is in een Nederlandse vertaling bij Ten Have in de Agora-reeks verschenen.
Paulus -De fundering van het universalisme
Badious interesse in het universalisme is (…) geen religieuze. In de eerste plaats vindt hij in dit universalisme een alternatief voor het ‘differentie-denken’ dat decennialang bij Franse wijsgerige tijdgenoten zoals Deleuze en Derrida de boventoon heeft gevoerd. Dit denken benadrukt het belang van particularisme en differentie. Voor Badiou daarentegen zijn verschillen en particulariteiten het allergewoonste wat er is, zoals hij in het boekje De ethiek provocerend opmerkt. Alleen dat wat deze verschillen overstijgt en doorkruist en zo iedereen gelijkelijk aangaat vormt een uitzondering op dit doodgewone en verdient daarom met recht de kwalificatie ‘événement’.
Bron: bespreking Alain Badiou [ 8weekly.nl ]
een vrij mens maakt.
Willem Jan Otten over Badiou
Badiou noemt Paulus bij herhaling, en met diepe sympathie, „de geniale anti-filosoof„. Hij rekent af met iedereen die in Paulus een religieuze dwingeland of een alle vooruitgang blokkerende godsdienstfanaat ziet, speciaal met Nietzsche. Het boek heeft een postmodernistische agenda. Badiou wil iets zeggen over „waarheid„. Die kan volgens hem nooit een kwestie van weten en kennis zijn, ook niet van herinneren, maar van al verkondigend trouw blijven aan een beseffende gebeurtenis, een „evenement„.Trouw blijven aan iets wat in je opkomt, en tegen alles ingaat wat je voorheen wist, en niet beredeneerd of gelegitimeerd kan worden – dat fascineert Badiou. Niet zozeer de gedachte, maar de trouw daaraan is zijn onderwerp. En hij maakt gaandeweg duidelijk dat deze trouw van Paulus een vrij mens maakt. Iemand die, om zijn eigen woorden (in de Galatenbrief) te spreken, „in de vrijheid stond waarin Christus u gelaten heeft“.
Badiou gaat neuriënd en schouderophalend voorbij aan de discussie waaraan moderne geloofscolumnisten en filmers verslaafd zijn: kan Jezus heus bestaan hebben? Was hij bezig met het stichten van een religie? Hij was Jood, kan hij zich dan Zoon van God genoemd hebben? Kan hij uit de dood zijn opgestaan?
Badiou gelooft niet, ook niet in „Christus is verrezen„, en toch laat hij zijn hele betoog draaien om Paulus„ trouw aan deze woorden. En ik vraag me af of er een hedendaagse theoloog is die me dichter bij de mateloze betekenis van deze woorden zou kunnen brengen dan Badiou heeft gedaan.Volgens Badiou beweert Paulus met de drie woorden niets anders dan dat Christus in hem, Paulus, is verrezen.
Bron: de drie woorden van het Christendom [ trouw.nl ]

In onze beeldvorming over historische personen worden we vaak gemanipuleerd door geconstrueerde mythen.
In feite is deze uitspraak een demonisering van Luther‘s persoon, aangezien zelfverheffing en oplaaiende woede de eigenschappen van Lucifer zijn. In de film zien we uiteraard een compleet ander beeld. Luther ontsteekt in zijn monnikscel soms wel in toorn, maar deze woede is een heilige verontwaardiging tegenover de verleidingen van de duivel. Luther‘s ware gezicht is dat van de devote monnik, die weet dat hij alleen in de nederigheid zijn God kan vinden. Joseph Fiennes speelt de rol van Luther met grote onschuldige ‘hier sta ik en ik kan niet anders’ ogen. Hij is intens verdrietig maar ook furieus wanneer hij ziet dat de boeren voor het gewelddadige verzet kiezen. Kortom, Luther heeft alles wat een charismatische strijder tegen het onrecht eigen is. Net als Mahatma Gandhi, Martin Luther (!) King en Nelson Mandela is hij boven alles een vredestichter. Of Luther in werkelijkheid was zoals hij in deze film wordt neergezet, valt te betwijfelen. Wel wordt duidelijk hoe groot en corrupt de macht van Rome vijfhonderd jaar geleden was. De verwerpelijke aflatenhandel als het duidelijkste voorbeeld van dat machtsmisbruik, werd toen gelukkig openlijk bestreden vanuit het moedige geweten van één Augustijner monnik. Met alle gevolgen vandien…
In de sympathieke 
De kunstenaar speelt het spel met betekenissen en (her)schept de werkelijkheid telkens. Hij/zij heeft de vrijheid om overal beeldelementen vandaan te halen en deze in een context te plaatsen die voor de kunstenaar intrigerend, verrassend, spannend of prikkelend is en wat hij de anderen graag wil laten zien. Postmodernisme maakt ons ervan bewust dat de werkelijkheid een constructie is, een patchwork van betekenissen. De collage (de cut ‘n paste methode) is daarom een goed middel om het spel te spelen. De kunstenaar die zich op een postmoderne wijze met religie bezighoudt, kan naar hartelust knippen en plakken. Hij gebruikt fragmenten uit allerlei soorten religieuze verhalen en tradities om daarmee een eigen verhaal te maken.
Het postmodernisme maakt ons leven tot een spel (met betekenissen/zingeving). Maar spelen met het leven blijft natuurlijk iets anders dan spelen met de bal. Wanneer we spelen met zingeving en religie, spelen we met de grote dingen van het leven en dus ook met de dood. Het is daarom een ernstig spel, al zijn ironie en humor onontbeerlijk om het spel te verlichten. Echt ironisch kan het spel nooit worden. Toch kan postmoderne kunst gemakkelijk verlamd raken door teveel ironie. Een postmoderne kunstenaar die het spel speelt met louter ironie, lijkt op een voetballer die voortdurend speelt op balbezit, de anderen met schijnbewegingen steeds op het verkeerde zet, maar zelf de bal op een gegeven moment ook niet meer kan zien. Des te mooier is het om te kijken naar postmoderne kunst die met gepaste ernst ‘gespeeld’ wordt. De vrienden van Job, Wout Herfkens en Rinke Nijburg laten op overtuigende wijze zien dat hun spel ernst is, zonder dat hun spel zwaar is geworden. Integendeel, Tableau Mort is een tentoonstelling die je ademloos kunt bekijken, als een Erik of een kleine Johannes op blote voeten. Geen grote schilderijen, maar tegels die net iets kleiner zijn dan een A-4′tje, gepresenteerd in een lichte witte ruimte. Tableau Mort is nog te zien tot 3 mei in 












