Categorie archief: religie

erfgenaam van een lege hemel

Zaterdagavond overleed Kees Fens (1929 – 2008)
vanavond in het Uur van de Wolf op Nederland 2 om 23.50
De hemel en voorstelling
van de hemel zijn in scherven
naar beneden gekomen.
Het geheel is er niet meer.
Kees FensKees Fens (1929) is een alom geacht en bewonderd literair criticus en essayist. Decennialang waren zijn literatuurrecensies in De Volkskrant toonaangevend voor boekliefhebbers. In 1977 verscheen zijn laatste recensie, maar nog steeds schrijft hij wekelijks eigenzinnige, scherpe en liefdevolle stukken over muziek, geloof, architectuur en beeldende kunst. Fens is emiritus hoogleraar in de moderne letterkunde en ontving in 1990 de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre. Muziek, literatuur, geloofsbelijdenis en architectuur zijn pijlers onder het werk en het leven van Kees Fens. De film van Hans Keller is daar getuige van. De film is een proeve van archeologie in het bestaan en de ziel van Kees Fens. ‘De hemel en voorstelling van de hemel zijn in scherven naar beneden gekomen.’ Het geheel is er niet meer. (Regie: Hans Keller)
 
Bron: nederland2.nl

Postuum: Kees Fens. Een geboren bewonderaar [ Volkskrant ]

thuis

gelezen in Letter & Geest (Trouw) van het afgelopen weekend
Die kerk hoort bij mij door Kees Fens
“In de afgelopen vijftig jaar heeft het christendom in West-Europa zijn centrale rol verloren. Door die ontwikkeling is de gedaante van onze cultuur veranderd. De westerse cultuur is haar tweeduizend jaar oude perspectief kwijtgeraakt, een perspectief dat als bindmiddel diende. Het wezen van godsdienst is dat het mensen bij elkaar brengt en bij elkaar houdt. Geloof kun je alleen maar in gemeenschap ondergaan. Het is geen privézaak. De eerste christenen waren ervan overtuigd dat Christus snel zou terugkomen op aarde. Dat is niet gebeurd en het zal ook niet meer gebeuren.”
“Het wezen van godsdienst is dat het mensen bij elkaar brengt en bij elkaar houdt. Geloof kun je alleen maar in gemeenschap ondergaan. Het is geen privézaak.”
“Op die (…) schoolplaat was een scriptorium afgebeeld, een ruimte waar monniken boeken overschreven. Het zien van die plaat is een Paulus-moment voor mij geweest. Het raakte me diep. Ik werd geconfronteerd met een compleet afgezonderde, een gesloten, ideale wereld. De wereld van de Middeleeuwen op die plaat, en die van het oude christendom waarover ik later leerde, gaven het gevoel dat ik er thuis was gekomen.”
In een Middeleeuws klooster door Isings
“Het zien van die plaat is een Paulus-moment voor mij geweest. Het raakte me diep. Ik werd geconfronteerd met een compleet afgezonderde, een gesloten, ideale wereld.”
Het kerkelijk jaar opent het perspectief op de eeuwigheid. Zo verschijnt de hemel in het aardse.
“Het kerkelijk jaar geeft structuur aan het leven. Als alles is geweest, dan begint wélér de Advent met vier zondagen, dan wélér de kersttijd. In die cyclische voortgang lijkt het of de tijd wordt opgeheven. Het kerkelijk jaar opent het perspectief op de eeuwigheid. Zo verschijnt de hemel in het aardse. Niet alleen de kerkdiensten zijn daar de uitdrukking van. Ook het leven van alledag hoort voor een goede katholiek in het teken te staan van wat er later komt. De mens is enkel op aarde om een doortocht te maken van de geboorte naar de dood.”
Frits van der Meer“Een ander belangrijk boek is „De catechismus„ van Frits van der Meer geweest. Van der Meer was priester en kunsthistoricus. Hij behandelt de geloofsleer, de leerstellingen op een manier die duidelijk maakt dat hij de hele westerse beschaving overziet. Hij citeert met evenveel gemak de kerkvaders als Franse mystici uit de achttiende eeuw. Het boek is daardoor een complete cultuurgeschiedenis. Compleet, in de zin van samenhangend en dus in zekere zin gesloten, maar tegelijk ook met de weidsheid van eeuwen. Bij het lezen dacht ik opnieuw: dit is mijn wereld. Besloten en ruim tegelijkertijd.”
“Men is goed voor elkaar, men dient niet God maar de medemens. En na dit leven is het afgelopen. Daarmee is de kern uit het christendom gehaald. Er is geen hemel meer, de toekomst ligt op aarde.”
“Wij geloven niet meer dat wij in een eindtijd leven, we rekenen niet meer met de al zo vaak uitgestelde terugkeer van de Heer. Het verhaal is afgelopen. De tijd heeft gewonnen van de eeuwigheid. Veel mensen die nog wel zeggen te geloven doen dat in een aardse variant. Men is goed voor elkaar, men dient niet God maar de medemens. En na dit leven is het afgelopen. Daarmee is de kern uit het christendom gehaald. Er is geen hemel meer, de toekomst ligt op aarde.”

( Alle citaten komen uit Trouw ) | Holland Festival 2008

De ambigue gelovige

Willem Jan Otten hield in Utrecht de Quasimodolezing 2008
Trouw (Letter & Geest) publiceerde afgelopen weekend de integrale tekst
Op de zaterdag vóór zondag Beloken Pasen (in het latijn “Quasimodo geniti” genaamd) werd in de kathedrale kerk in Utrecht de tweede Quasimodolezing gehouden. De dichter, romanschrijver en essayist Willem Jan Otten was uitgenodigd om te spreken over de ambigue gelovige, de moderne gelovige die niet goed weet op welk been hij nog kan staan en daardoor wat wankelmoedig in verschillende richtingen naar God zoekt.
“Ietsisten struinen de wereld af, en daarvan vooral het geestelijke leven, op zoek naar iets waarin zij kunnen geloven. Ze vinden van alles, maar wat ze ook vinden: ze willen het nooit in zijn geheel.”
Christus icoon
Ietsisten zeggen wel in “iets” te geloven maar niet in iemand, laat staan in de Iemand die mensgeworden is in Christus
Otten thematiseert deze moderne geloofshouding in zijn werk als literator. In zijn lezing knoopte hij bij Augustinus aan, bij wie alles om de menswording draait. Het besef dat God in Jezus Christus mens geworden is, leidt tot de belijdenis van het geloof.
 
Otten reageerde kritisch op de zogenaamde “ietsisten” die met het geloofsgoed selectief omgaan en zeggen wel in “iets” te geloven maar niet in iemand, laat staan in de Iemand die mensgeworden is in Christus.
 
Bron: okkn.nl
“Het komt er uiteindelijk op neer dat God overal is waar de ietsist in de spiegel kijkt – overal is hij, maar mirabili dictu, niet op Gogoltha.”

Willem Jan OttenWillem Jan Otten (1951)
is een Nederlands schrijver, met een veelzijdig oeuvre van poëzie, verhalend proza, toneel, kritieken, artikelen, beschouwingen en essays. Otten is getrouwd met schrijfster Vonne van der Meer. Hij debuteerde in 1973 als dichter met de bundel Een zwaluw vol zaagsel. Van 1989 tot 1996 was hij redacteur van Tirade. Na het verschijnen van zijn roman Ons mankeert niets in 1994 raakte Otten betrokken in de discussie over het euthanasie-vraagstuk.

Naar aanleiding van zijn bekering tot het katholieke geloof publiceerde hij in 1999 Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie. In 2004 verscheen zijn roman Specht en zoon die op 2 mei 2005 bekroond werd met de Libris Literatuurprijs. In deze roman vertelt Willem Jan Otten het verhaal van portretschilder Felix Vincent die van de rijke industrieel Valéry Specht de opdracht krijgt zijn gestorven zoon te schilderen. Specht en zoon zal vertaald worden in het Italiaans (Iperborea), Frans (Gallimard), Duits (Fischer Verlag) en Zweeds (Bonniers).
( Bron: nl.wikipedia.org )

Het wonder van de losse olifanten, een rede tot de ontwikkelden onder de verachters van de christelijke religie

Het wonder van de losse olifantenHet was in 1999 een handige retorische truc van romanschrijver en dichter Otten om zijn VU-gehoor naar Schleiermachers voorbeeld uit 1799 aan te spreken als verachters van de christelijke religie. Kritische gelovigen verwijt hij dat hun afwijzen van leerstukken als de maagdelijke geboorte en de lichamelijke opstanding resulteert in een hooghartig neerzien op “achterblijvers” zoals hij. De beste verdediging is de aanval, zal hij gedacht hebben. Zijn late gang naar het geloof der Moederkerk voerde hem tegen de stroom in, en hij neemt het deze stroom kwalijk dat die niet zijn zwemrichting koos. “Eigentijdse” christenen, stelt hij, willen “hun leerstellingen zo ruim interpreteren dat je er met je verstand bij kunt”. Dat doet hij anders: hij wenst de christelijke religie uitsluitend te consumeren in de klassieke bereidingswijze, d.w.z. met huid en haar. Dat gaat tegen de rede in, en daarom is zijn geloof ook precies wat het alleen maar zijn kan: geloof. Zijn strijdlust zal vele Sancho Panza’s enthousiast maken, en lezers die de gemakkelijke stoel verkiezen boven de gevaren van het strijdperk nieuwsgierig.
(Bron: Biblion recensie, Drs. J. Kleisen)