Categorie archief: religie

het punt van Oriana

Was Oriana Fallaci een ordinaire islamofoob?

Vorige week overleed de Italiaanse journaliste, publiciste en schrijfster Oriana Fallaci op 76-jarige leeftijd aan kanker. Hoewel ze altijd een boegbeeld is geweest van de linkse intelligentsia (ze kwam uit een communistisch nest), distantieerde ze zich steeds meer van de westerse intellectuelen die ze ‘de krekels’ noemde. Toen ze in 2001 het pamflet La rabbia e l’orgoglio (vert. de woede en de trots, 2002) schreef, een felle en vulgaire repliek tegen de islam, veroorzaakte dat een oorverdovend krekelconcert. Rene Zwaap van de De Groene liet ook van zich horen

Direct na 11 september doorbrak de legendarische Italiaanse journaliste en schrijfster Oriana Fallaci haar meer dan tienjarige stilzwijgen in haar vrijwillige ballingsoord in het hart van Manhattan voor een lange, woedende tirade tegen de volgens haar naar wereldheerschappij strevende islam. Het pamflet, La rabbia e l„orgoglio (De woede en de trots), geschreven in de vorm van een emotionele brief aan haar uitgever, verkocht in Italiëmeer dan een miljoen exemplaren en ontketende een fel debat. «Italië raakt verdeeld in het teken van Oriana», schreef een krant. In Frankrijk deed een antiracismegroepering een poging tot een verbod wegens rassenhaat. Bij de gelegenheid van de verschijning van de Nederlandse vertaling, uitgegeven door Bert Bakker, schreef René Zwaap een open brief aan de vrouw die ooit het idool was van een gehele generatie.
Bron: groene.nl

Was haar schotschrift een provocatie of meende ze het allemaal echt? Ik heb het niet gelezen, dus kan er niet over oordelen. Volgens mij had Fallaci wel een punt te pakken. Dat bevestigt ook het artikel op liberales.be de website van de denktank van de liberale beweging in België:

de woede en de trotsZe beschrijft gebeurtenissen die je doen walgen. Zoals de terechtstelling van twaalf mannen in Dacca die voor het oog van twintigduizend gelovigen beestachtig worden afgemaakt onder gejuich ‘Allah Akbar. God is groot’, waarna de twintigduizend een stoet vormen en over de lijken lopen en hun botten verbrijzelen. Zoals de excecutie van drie vrouwen op een publiek plein in Kaboel die gehuld in een burqa als ‘dingen’ worden afgeslacht. Zoals de ‘infibulatie’ waarbij de clitoris bij jonge vrouwen wordt weggesneden en de grote schaamlippen dichtgenaaid, om seksueel genot te verhinderen. Kunnen we dit blijven aanvaarden? Waarom protesteren de Krekels (westerse intellectuelen) daar niet tegen? “Hoe komt het dat jullie over de Afghaanse zusters, over de vrouwen die vermoord, gemarteld, vernederd, mishandels of misleid zijn door die klootzakken met hun soutane en tulband, het stilzwijgen van jullie mannetjes imiteren? Hoe komt het dat jullie nooit heibel schoppen voor de ambassade van Afghanistan of Saoudi-Arabiëof enig ander islamitisch land?”
 
Niet alleen de vrouwen worden onderdrukt en vermoord, maar ook alle niet islamitische symbolen. In opdracht van de mullah’s werden twee duizend-jarige Boedhabeelden opgeblazen, net zoals later de Twin Torens. Alles wat niet islamitisch is moet verdwijnen. Het is voor Fallaci een houding die al veertienhonderd jaar bestaat en waarvoor het westen onverklaarbaar genoeg de ogen sluit. Hier heeft ze een punt. Vanuit een soort cultuurrelativisme worden onaanvaardbare praktijken vanuit een misbegrepen verdraagzaamheid al te snel geaccepteerd als vormen van traditie of gewoonte.
 
Bron: liberales.be
Vanuit een soort cultuurrelativisme worden onaanvaardbare praktijken vanuit een misbegrepen verdraagzaamheid al te snel geaccepteerd als vormen van traditie of gewoonte

enkele boeken van Oriana Fallaci
1990 – Insciallah roman vert. Insjallah
2001 – La rabbia e l’orgoglio vert. De woede en de trots
2004 – La forza della ragione vert. De kracht van de rede
2004 – Oriana Fallaci intervista Oriana Fallaci
2005 – Oriana Fallaci intervista sé stessa – L’Apocalisse

Manuel II Paleologos

Wie was de man die afgelopen week door de paus geciteerd werd?

Benedictus XVI in RegensburgDe islam lijkt zichzelf steeds meer te ontmaskeren als een religieuze ideologie die geen kritiek verdraagt en dreigt met het kopje kleiner maken van iedereen die kritiek heeft op ‘de Profeet’, in psychologisch opzicht het brandpunt van trots en eer van bijna iedere moslim. Na de Deense cartoonrellen, lijkt paus Benedictus XVI een nieuwe rel ontketend te hebben met zijn toespraak aan de universiteit van Regensburg afgelopen week. Trouw schrijft vandaag in haar commentaar:

Als we het woord spot even tussen haakjes zetten is dit (kritiek) precies wat paus Benedictus XVI in praktijk bracht toen hij deze week in een theologische lezing aan de universiteit van Regensburg de veertiende-eeuwse Byzantijnse keizer Manuel II citeerde. Hij zei over de profeet:
‘Laat me zien wat Mohammed voor nieuws heeft gebracht. Wat je dan tegenkomt is niets dan kwaads en onmenselijks, zoals zijn bevel om het geloof dat hij predikte met het zwaard te verbreiden’

Zo„n tekst komt hard aan. En als het over geweld gaat had de paus ook wel wat nadrukkelijker naar de eigen kerkgeschiedenis kunnen verwijzen met zijn kruistochten en heksenverbrandingen. Dat neemt niet weg dat de boodschap van het Nieuwe Testament er niet één is van geweld. Anders gezegd, hier ligt een belangrijk verschil in uitgangspunt, dat in een goede dialoog tussen beide godsdiensten niet weggemoffeld mag worden. De expliciete vraag is: hoe vat de islam deze boodschap van de profeet op en hoe gaat men daarmee om in een wereld waarin het woord djihad en het gebruik van geweld een geladen betekenis hebben gekregen?
 
Bron: trouw.nl

Vanmorgen ben ik op het web gaan zoeken naar wie deze Byzantijnse keizer Manuel II Paleologos nu precies was. Als zo vaak kwam ik bij een van de 1.386.667 artikelen op de Engelstalige wikipedia terecht. De kracht van deze online en open encyclopedie bleek weer eens uit de zeer recente informatie over de controverse tussen de uitspraak van de paus en de moslimgemeenschap.

Pope Benedict XVI quoted in his September 12 speech at the University of Regensburg parts from a dispute between Manuel II and a Persian scholar, in which Palaiologos was quoted by as saying, “Show me just what Muhammad brought that was new and there you will find things only evil and inhuman, such as his command to spread by the sword the faith he preached”[1], triggering outrage from Muslim organizations: Ali Bardakoglu opined that Benedict has a “crusader mentality”, Mahdi Akef called Muslim states to discontinue relations with the Vatican and al-Arabiya predicted the quote would provoke the “anger of the Muslim world”.
 
While the speech discussed the issue of transcendence, Manuel II’s original writings reflect the rise of Islam (the original letters were penned sometime around 1391, when the Ottomans had conquered most of the Byzantine provinces. A mere 200 years earlier, it was Catholicism which represented the greater threat to the Byzantine Empire’s stability, as exemplified by the events of the Fourth Crusade, but by Manuel II’s time, Turkish power had become the predominant threat. Professor Adel Theodor Khoury, editor of the cited writings, criticized the lack of understanding of the historical context in the debate and denounced both the Emperor’s argument and the Islamist reaction to the Pope’s speech
 
Bron: en.wikipedia.org

Om de uitspraak van Manuel II Paleologos goed te kunnen begrijpen, moeten we naar de geopolitieke achtergrond van zijn tijd kijken: de islamitische (Ottomaanse) dreiging .

Byzantijnse Rijk 1265
Het Byzantijnse Rijk in 1265

Het Byzantijnse Rijk had zich in 1265 weer hersteld van de Latijnse overheersing, maar zou tweehonderd jaar later niet meer bestaan. Rond 1400, tijdens het bewind van Manuel II Paleologos waren alleen nog de laatste bolwerken (Constantinopel, Thessaloniki, Chalkidiki en de Zuidelijke Peloponnesos) overgebleven.

Byzantijnse Rijk 1403
Het Byzantijnse Rijk rond 1400 ten tijde van Manuel II Paleologos
polderpeil Trouw

Dante en de scholastiek

Dante en zijn leermeester Siger van Brabant
uit: Het land van Rembrand (1884) door Conrad Busken Huet

Rond 1280 studeerde Dante in Parijs. In die tijd was de Sorbonne hét centrum van de scholastiek, die bij Thomas van Aquino (1225-1275) een hoogtepunt had bereikt. Ook Conrad Busken Huet woont een periode van zijn leven in Parijs, waar hij tussen 1882 en 1884 het bekende standaardwerk over de Nederlandse cultuurgeschiedenis schrijft, Het land van Rembrand. In Parijs volgt hij ook Dante die daar 600 jaar eerder onderricht ontving van de omstreden scholasticus Siger van Brabant

De poëzie van het tijdvak, door Dante vertegenwoordigd, getuigt niet anders dan de kunst. Vier zangen van het Paradijs (x-xiii) zijn eene onafgebroken hulde aan de scolastiek, als inwijding in de edelste vormen van geestelijk leven waartoe, langs den weg van het denken, het menschelijk gemoed zich verheffen kan. Hetgeen wij als de middeneeuwsche wijsbegeerte zelve beschouwen; hetgeen Erasmus eenmaal in haar veroordeelen en bespotten zal, is in Dante’s oogen slechts het bovendrijvend schuim van den smeltkroes, dat, afgeschept, het zuiverst goud ontbloot. Scolastiek en goddelijke waarheid gelden voor Dante als woorden van één beteekenis. In het door Thomas van Aquino bereikt inzigt vereert hij een hoogtepunt, hetwelk de menschelijke geest niet zal kunnen verlaten of vaarwel zeggen, zonder te ontaarden en beneden zichzelf te dalen.
 
DanteMet blijkbaar welgevallen vertoeft Dante’s herinnering bij den tijd toen hijzelf, naar Parijs getogen als student (omstreeks 1280), er in de Rue du Fouarre de lessen van een bemind leermeester volgde. Met de vrijmoedigheid van het dichterlijk genie wijst hij den parijschen scolasticus Siger de Brabant, naderhand gevallen als een slagtoffer van staatkundigen hartstogt, voor alle volgende eeuwen eene plaats in den Hemel aan.
 
Dante’s grootmoedigheid en vrijheidsliefde zijn te bekend dan dat de scolastiek, zoo zij niets anders dan een wespenest van onpraktische spitsvindigheden geweest was, hem in die mate bekoord zou hebben. Voor hem was zij het inbegrip der geheele hoogere beschaving van zijn tijd in haar ruimsten omvang, met Parijs tot middenpunt; en de fransche hoogeschool verdiende die ingenomenheid.
 
Geen andere toenmalige instelling in Europa was zoo geschikt Dante te behagen als deze kosmopolitische parijsche republiek van den geest, welke noch eene militaire noch eene burgerlijke monniksorde was, maar van de waardigen onder de jonge muzezoonen eene belangstelling, eene inspanning, een leven van zelfvergeten en ontberingen eischte en verwierf, hetwelk in den tijd van hun eersten en schoonsten bloei zelfs de bedelmonniken te naauwernood verwezenlijkten. Voor het eerst in de geschiedenis der europesche beschaving heeft de universiteit van Parijs het denkbeeld beligchaamd eener hoogere regtbank, voor welke rijkdom, geboorte, noch uitwendige voorregten gelden, maar de verstandelijke meerderheid, die, met het karakter of de deugd, de eenige redelijke maatstaf der menschelijke beteekenis is. Loopplaats van alle buitensporigheden der jeugd, uit alle europesche landen; internationale bedelaarskolonie met gehoorzalen waar stroo de kollegebanken verving; was Parijs reeds in Dante’s dagen tegelijk een vereenigingspunt van edelmoedige opwellingen, eene gelegenheid tot onderscheiden van anderen en van zichzelven, een kweekbed van den wetenschappelijken geest.
 
Hetgeen omtrent het onderwijs van Dante’s parijschen lievelingsmeester ons bekend is, vormt te weinig een geheel om als rigtsnoer te kunnen dienen bij een oordeel over Siger. In een zijner geschriften werpt Siger verreikende twijfelingen op (dat er geen God is; dat de wereld der verschijnselen om ons heen slechts in onze verbeelding of voorstelling bestaat; dat alle menschelijke handelingen strikt genomen goed zijn; dat men zoogenaamd slechte handelingen niet moet verbieden of straffen, enz.); en gaat dan met klem van redenen aantoonen hoe valsch die paradoxen zijn.
‘Dat is het eeuwig, stralend licht van Siger, die in de straat der voorraadmagazijnen door zijn geleerdheid haat en nijd verwekte’

Paradiso X : 136-138

In een geschrift van een zijner leerlingen, dat over politiek handelt, vindt men met ingenomenheid herinnerd hoe welsprekend Siger de aristotelische stelling plag te verdedigen: dat het „verweg beter is voor den Staat te worden geregeerd door goede wetten dan door brave personen, daar ook de braafste lieden op den duur zoo braaf niet kunnen zijn, of zij blijken toegankelijk voor opwellingen van toorn, haat, partijdige vriendschap, vrees, begeerlijkheid.„
 
Onze weetlust wordt door deze karige gegevens niet bevredigd. Zij maken alleen verklaarbaar dat Dante in zijne jonge jaren krachtig en blijvend geboeid werd
 
Bron: dbnl.org

Busken HuetConrad Busken Huet werd geboren in Den Haag, als zoon van een ambtenaar. Hij studeerde theologie in Leiden. Van 1851 tot 1862 was Busken Huet Waals predikant in de Église Walonne te Haarlem. Hij nam zelf ontslag om literair criticus te worden. Door E.J. Potgieter was hij gevraagd om in de redactie van het bekende literaire tijdschrift De Gids zitting te nemen. Zijn opdracht als redacteur was om één kritiek per maand af te leveren.

Huet zag literatuur als een uiting van beschaving; hij vond dan ook dat men aan de kwaliteit van de literatuur van een maatschappij de stand van de beschaving kon aflezen. Huet vergeleek in zijn kritieken de boeken van Nederlandse schrijvers vaak met de door hem hoger gewaardeerde literatuur uit landen als Duitsland, Frankrijk en Groot-Brittannië. Hij leverde scherpe kritiek, soms op spottende toon geschreven, ook en vooral op gevestigde schrijvers.

Huet vestigde zich in 1876 in Parijs. Zijn neef J. l’Ange Huet nam het redacteurschap over, maar vanuit Parijs hield Busken Huet een stevige vinger in de pap, en bleef kritische bijdragen leveren. Dit leidde ertoe dat l’Ange Huet, als verantwoordelijk redacteur, op Java een gevangenisstraf opgelegd kreeg. Ook schreef hij daar zijn bekende Nederlandse cultuurgeschiedenis Het land van Rembrand (2 dln, 1882-1884; Huet spelde de naam met een -d), mede als gevolg waarvan de 17e eeuw voortaan als de Gouden Eeuw in de Nederlandse kunst zou worden beschouwd, en Rembrandt als haar grootste schilder. Conrad Busken Huet overleed te Parijs in 1886.

Bron: nl.wikipedia.org