Categorie archief: religie

misplaatste relativering

Vandaag schreef J.A.A. van Doorn in Trouw een reactie op de rubriek Het Filosofisch Elftal afgelopen woensdag in dezelfde krant. De vraag die de filosofen werd voorgelegd was: “Waarom hebben we het zoveel over de islam en niet over iets anders?” In het elftal speelden ditmaal de onvermijdelijke (als het om het islamdebat gaat) Afshin Ellian en de Rotterdamse filosoof Ger Groot.

Zoals we van hem gewend zijn haalt Ellian hard uit naar de islam, die hij als de motor ziet achter het mondiale terrorisme. Zijn filosofische tegenspeler Ger Groot neemt tamelijk voorspelbaar een relativistisch standpunt in.

Trouw

Nadat Groot eerst gerelativeerd heeft met het katholicisme, probeert hij het vervolgens met het linkse terrorisme uit de jaren zeventig:

Het huidige extremisme is een probleem, maar de aard daarvan is dezelfde als elk extremisme, waarvan we in de jaren 70 de “rode” variant zagen (RAF. Rode Brigades, etc…) Dat kan de samenleving behoorlijk ontwrichten, maar heeft niets specifiek ‘islamitisch’

Terecht wijst Ellian op een onjuiste vergelijking van zijn tegenstander:

Het linkse extremisme was het geloof van een paar intellectuelen, niet van het volk. De politieke islam beschikt over een vijver met 1 miljard vissen die door de djihad gerecruteerd kunnen worden.

Nu naar het commentaar van J.A.A. van Doorn:

Trouw

Van Doorn verwijt Ellian later in zijn betoog dat hij overgelijkbaarheden met elkaar vergelijkt. Maar de relativering van het islamitisch terrorisme met het links terrorisme komt juist van Groot! Zuiver redeneren valt niet mee staat er boven zijn commentaar. Het gaat hier eerder over de denkbewegingen van Groot dan die van Ellian.

Het valt me op dat het een trend geworden is onder intellectuelen om het gevaar van de islam weg te relativeren met onjuiste vergelijkingen. Zo snap ik eigenlijk ook niet goed waarom Groot het katholicisme erbij moet halen. Voor zover ik weet is er in de afgelopen 10 jaar geen enkele katholiek geweest die zichzelf heeft opgeblazen, in tegenstelling tot de dagelijkse aanslagen van islamitische zelf/massamoordenaars.

Natuurlijk is het onder relativisten een veelgemaakte stijlfiguur om naar het strafblad van die andere Abrahamitische religie te kijken. Maar Groot haalt het katholicisme er ditmaal bij om te wijzen op het anti-individualistische karakter van de katholieke Kerk. Misschien omdat hij weet dat hij daar bij Ellian een punt mee kan scoren?

Bron: Trouw

Jezus hot, Zijn Kerk not

Twee weken geleden stonden hier een paar citaten van Anton van Harskamp die soloreligieuzen de bange meesters van hun eigen geloof noemde. Vandaag verscheen er in Trouw een reactie van Govert Jan Bach (pastoraal psycholoog en geestelijk verzorger). Hij is het niet eens met Van Harskamp, die beweert dat solo-religieuzen een antichristelijke spits zouden hebben.

In de laatste alinea heeft hij (Van Harskamp) het over een antichristelijke spits, waarmee hij wil aangeven dat het denken van solo-religieuzen zich niet goed verhoudt met het christelijke erfgoed. Hij bedoelt waarschijnlijk meer een anti-kerkelijke spits, want het is nog maar de vraag of onze solo-religieuzen niet een heel eind op weg kunnen met Jezus, die ongetwijfeld ook een mysticus was en een soort solo-religieus.
 
Waar ze wars van zijn is: kerkelijkheid en niet spiritualiteit. Als ze ergens bang voor zijn, dan is het wel de geborneerdheid en angstvalligheid van het kerkelijke en theologische gefundeerde christendom.

Het hoort natuurlijk allemaal bij het individualisme van onze tijd: geloven á la carte. De Kerk is voor het individu per definitie een vrijheidsbeperkend machtsinstituut (met een strafblad) geworden. Jezus daarentegen was OK, een ideale mens, revolutionair, gnosticus, solo-religieus, broeder, vriend, enz…

Maar Zoon van God? Dat is natuurlijk een strategische zet van de geïnstitutionaliseerde Kerk geweest om een machtspositie te veroveren. Voor de solo-religieus is het allemaal allang ontmaskerd. Jezus is tegenwoordig los verkrijgbaar.

mogen ze bang zijn ?

Vandaag reageerde in Trouw een lezer op het stukje van Anton van Harskamp (zie post van gisteren). Hij vindt sommige uitspraken weinig invoelend en neerbuigend.

Harskamp zegt: “de soloreligieus wil meester zijn”, maar hij/zij worstelt juist met het meester worden over het machtstreven van het kleine zelf voordat hij/zij kan gaan werken met de Kracht en de Liefde van de innerlijke Grootheid, het Zelf met hoofdletter. Wanneer mensen wakker worden voor dit Weten, gaan ze allerlei wegen bewandelen, hoe vreemd de kronkels ook lijken te zijn. Die pogingen vragen respect. Mogen ze twijfelen, mogen ze bang zijn? Dat is, lijkt me, juist gezond om te groeien.

Eigenlijk zie ik in de worsteling waar deze briefschrijver over spreekt, juist een bevestiging van de uitspraak van Harskamp dat de soloreligieus “meester wil zijn”. Hij/zij zoekt naar een toestand waarin “hij/zij kan gaan werken met de Kracht van Liefde van de innerlijke Grootheid”.

Is dat geen wil tot macht in het kwadraat?