Categorie archief: religie

Kardinaal Ratzinger (s)preekt

Preek van Joseph Ratzinger
tijdens de mis voor de opening van het conclaaf

Kardinaal RatzingerVanmorgen werd in Rome de laatste mis gehouden voor de opening van het conclaaf. Kardinaal Ratzinger ging voor en hield een preek o.a. over de lezing uit de Brief aan de Efezieërs ( 4 : 11 – 16 ) waarbij hij het onverzettelijke karakter van de Kerk benadrukte.
 
“Wie een uitgesproken standpunt inneemt, zoals dat door de Kerk verkondigd wordt, krijgt in de heersende relativistische kultuur het etiket “fundamentalist” op zich geplakt”, zo sprak hij.

Passiamo alla seconda lettura, alla lettera agli Efesini. Qui si tratta in sostanza di tre cose: in primo luogo, dei ministeri e dei carismi nella Chiesa, come doni del Signore risorto ed asceso al cielo; quindi, della maturazione della fede e della conoscenza del Figlio di Dio, come condizione e contenuto dell’unità nel corpo di Cristo; ed, infine, della comune partecipazione alla crescita del corpo di Cristo, cioè della trasformazione del mondo nella comunione col Signore.
 
Soffermiamoci solo su due punti. Il primo è il cammino verso “la maturità di Cristo”; così dice, un po’ semplificando, il testo italiano. Più precisamente dovremmo, secondo il testo greco, parlare della “misura della pienezza di Cristo”, cui siamo chiamati ad arrivare per essere realmente adulti nella fede. Non dovremmo rimanere fanciulli nella fede, in stato di minorità. E in che cosa consiste l’essere fanciulli nella fede? Risponde San Paolo: significa essere “sballottati dalle onde e portati qua e là da qualsiasi vento di dottrina…” (Ef 4, 14). Una descrizione molto attuale!
 
Quanti venti di dottrina abbiamo conosciuto in questi ultimi decenni, quante correnti ideologiche, quante mode del pensiero… La piccola barca del pensiero di molti cristiani è stata non di rado agitata da queste onde – gettata da un estremo all’altro: dal marxismo al liberalismo, fino al libertinismo; dal collettivismo all’individualismo radicale; dall’ateismo ad un vago misticismo religioso; dall’agnosticismo al sincretismo e così via. Ogni giorno nascono nuove sette e si realizza quanto dice San Paolo sull’inganno degli uomini, sull’astuzia che tende a trarre nell’errore (cf Ef 4, 14). Avere una fede chiara, secondo il Credo della Chiesa, viene spesso etichettato come fondamentalismo. Mentre il relativismo, cioè il lasciarsi portare “qua e là da qualsiasi vento di dottrina”, appare come l’unico atteggiamento all’altezza dei tempi odierni. Si va costituendo una dittatura del relativismo che non riconosce nulla come definitivo e che lascia come ultima misura solo il proprio io e le sue voglie.
 
Noi, invece, abbiamo un’altra misura: il Figlio di Dio, il vero uomo. É lui la misura del vero umanesimo. “Adulta” non è una fede che segue le onde della moda e l’ultima novità; adulta e matura è una fede profondamente radicata nell’amicizia con Cristo. É quest’amicizia che ci apre a tutto ciò che è buono e ci dona il criterio per discernere tra vero e falso, tra inganno e verità.
 
Questa fede adulta dobbiamo maturare, a questa fede dobbiamo guidare il gregge di Cristo. Ed è questa fede – solo la fede – che crea unità e si realizza nella carità. San Paolo ci offre a questo proposito – in contrasto con le continue peripezie di coloro che sono come fanciulli sballottati dalle onde – una bella parola: fare la verità nella carità, come formula fondamentale dell’esistenza cristiana. In Cristo, coincidono verità e carità. Nella misura in cui ci avviciniamo a Cristo, anche nella nostra vita, verità e carità si fondono. La carità senza verità sarebbe cieca; la verità senza carità sarebbe come “un cembalo che tintinna” (1 Cor 13, 1).
 
Bron: vatican.va [ PDF ]

in conclaaf

Vandaag begint in Rome het conclaaf
De dag na het overlijden begon de negendaagse periode van rouw. Vrijdag wordt de paus bijgezet met een grote mis in de Sint Pieter, wat de weg vrijmaakt voor het conclaaf van de kardinalen. Dat begint tussen 17 en 22 april en duurt net zo lang tot er een nieuwe paus is. 
Tot nog toe sliepen kardinalen tijdens zo’n conclaaf in sobere cellen. Ze mochten geen kranten lezen, geen televisie kijken of naar de radio luisteren, niet telefoneren en geen brieven schrijven. De regels zeggen niets over internet, maar aangenomen mag worden dat dat ook niet is toegestaan. 
Het strenge regime is iets versoepeld: in plaats van de oncomfortabele cellen slapen de kardinalen nu in een soort hotel in het Vaticaan.
De stemprocedure is ook iets veranderd door Johannes Paulus II, die een 13.000 woorden tellend document heeft nagelaten waarin staat hoe de kerk in de weken na zijn overlijden bestuurd moet worden. Na een votieve mis die het conclaaf inluidt zweren de de kardinalen (van de 183 zijn 117 onder de 80 jaar en dus stemgerechtigd) geheimhouding en kunnen meteen hun eerste stem uitbrengen. Dat doen ze met briefjes waarop staat: “Eligio in summum ponticem”, ofwel “Ik kies als paus”.
 
Eén voor één leggen de kardinalen hun briefjes in een miskelk, afgedekt met een schaal. Drie stemopnemers lezen de briefjes afzonderlijk en de laatste leest de naam hardop voor en rijgt het briefje aan een draad. Als alle briefjes zijn geregistreerd is duidelijk of tweederde van de kardinalen met dezelfde naam is gekomen, zo niet, dan moet opnieuw worden gestemd. De oude stembriefjes worden verbrand en er worden chemicaliën toegevoegd waardoor er zwarte rook opstijgt uit de befaamde schoorsteen waar tientallen camera’s hun lenzen op gericht zullen houden.
Er kan op die manier vier keer per dag worden gestemd, twee keer ‘s ochtends en twee keer ‘s middags. Als er na dertig stemmingen nog steeds geen tweederde meerderheid is voor één kandidaat, veranderen de regels volgens de clausule die Johannes Paulus II heeft toegevoegd. Dan volstaat een gewone meerderheid van vijftig procent van de stemmen. Met die verandering wordt voorkomen het conclaaf in een impasse terecht komt.
 
Vroeg of laat zullen de kardinalen aldus een nieuwe kerkvorst uit hun midden kiezen, en als dat gebeurt, stijgt eindelijk de witte rook op. Binnen een uur komt dan de oudste kardinaal die deelneemt aan het conclaaf het balkon van de Sint Pietersbasiliek op. Hij zal de verlossende woorden “Habemus Papam”, “We hebben een paus” spreken en de naam bekendmaken. Ook de pauselijke naam, die de gekozen kardinaal zelf kiest, wordt dan bekendgemaakt.
Bron: nosjournaal

het sussende relativisme voorbij

Loopt er een lijn van Mohammed A. naar Mohammed B.?
door Sam Janse in Letter & Geest

Islam en geweld zijn sinds 11 september 2001 voor de hele wereld met elkaar verbonden. Tegelijkertijd probeert bijna iedereen reflexmatig dit verband te ontkrachten. Een conflict tussen de moderniteit en de islam, tussen relativisme en religieus fundamentalisme, tussen de open globalisering en de gesloten levensovertuiging van meer dan een miljard moslims betekent immers een wereldbrand.

Dus hebben “we” besloten dat er geen conflict is met de islam, maar met het islamitisch fundamentalisme. We kunnen weer even gerust ademhalen. Wanneer iemand toch de islam zelf als een dreiging ziet, wordt hij als spelbreker en onheilsprofeet bestempeld als “islamofoob” en al te gemakkelijk met Geert Wilders op één hoop gegooid. En zo ontstaat er toch de gevreesde polariteit: Enerzijds de relativisten die de islam niet als dreiging ervaren, maar eerder geneigd zijn religie in het algemeen als dreiging te ervaren; anderzijds de “moslimhaters” die zich terecht de vraag blijven stellen of de islam vanuit zichzelf gewelddadigheid is.

In de zaterdagbijlage Letter & Geest van dagblad Trouw verschijnen regelmatig artikelen die het sussende relativisme bekritiseren. Dit weekend schrijft Sam Janse in Loopt er een lijn van Mohammed A. naar Mohammed B. o.a. het volgende:

Gebruik van geweld ter verwezenlijking van religieuze doelen is diep in de bodem van de islam verankerd. Islamitische theologen zullen dit geen leuke conclusie vinden. De meeste christelijke theologen in ons land trouwens ook niet. Maar ik ben bang dat de laatsten veelal gevangen zitten in een tunnelvisie waardoor ze de historische en actuele werkelijkheid niet meer onder ogen kunnen zien. Veel christenen scheppen zich in de dialoog een islam naar hun eigen religieuze beeld en gelijkenis: vriendelijk, pretentieloos, ongevaarlijk, relativistisch, en voeren met deze islam een plezierig gesprek.

Zich ervan bewust dat hij met deze conclusie als islamofoob gezien wordt, besluit hij met een geruststelling. Wanneer je het gewelddadige karakter van de islam erkent, hoef je nog niet bang te worden voor de moslim. Uiteindelijk blijft deze een medemens die enkel van ons verschilt door denkbeelden die in de 7e eeuw zijn geformuleerd. Deze denkbeelden staan vaak niet alleen haaks op deze tijd maar helaas ook op vreedzaam samenleven met andersdenkenden.

Wie bang is dat ik hiermee op oorlogspad ga, kan ik geruststellen: ik heb herhaaldelijk gepleit voor ruimte voor moslims in ons dorp Driebergen om hun eigen moskee te kunnen bouwen (in feite zijn het er twee geworden). Per slot van rekening is het hier geen Saoedi-Arabië. Ik wil in mijn pastorale praktijk ook nog wel eens het advies van bisschop Muskens doorgeven: nodig je islamitische buurman/buurvrouw een keer op de koffie. We moeten in dit land wel verder met elkaar. Eerlijkheid en duidelijkheid kunnen daartoe misschien ook bijdragen.