Categorie archief: comics

woestijnervaring [ 11 ]

elfde dag: Gizeh en Sakkara

In onze pelgrimage nemen we vandaag een uitstapje naar het land van de farao’s en we bezoeken de ouste bouwwerken ter wereld. Archeologen zijn het er tegenwoordig over eens dat we de grote piramides uit het Oude Rijk (van de farao’s Cheops, Chefren en Mykerinos) moeten dateren rond 2500 voor Christus. De trappenpiramide van farao Djoser (bij Sakkara) die we ‘s middags zullen bezoeken, is zelfs nog iets ouder. In de tijd van Mozes en de exodus uit Egypte bestonden deze bouwsels al ruim duizend jaar!

Gizeh
piramide van Cheops met sfinx

piramide van DjoserDe trappenpiramide van Djoser is oorspronkelijk niet als dusdanig opgezet, maar begon als mastaba, een klassieke Egyptische grafvorm. In latere stadia werd het grondvlak vergroot, tot uiteindelijk 126 bij 109 meter, en werden steeds kleinere trappen toegevoegd. Uiteindelijk kwamen er zes trappen voor een totale hoogte van meer dan 60 meter. Onder de piramide zijn er verschillende galerijen en kamers en één van die kamers is de eigenlijke grafkamer. Er is in de zuidmuur een klein graf, waarin het ka-beeld van de farao stond. De naam trappenpiramide stamt niet uit de vroegere tijd maar uit de 19e eeuw. Het heet zo omdat de piramide niet echt een piramide is, men kan als het ware op de trappen lopen. De piramide kan gezien worden als het helder is uit Caïro.

Bron: nl.wikipedia.org

Het geheim van de grote pyramide (1959)Naast een boek over de woestijnvaders heb ik ook drie stripboeken meegenomen naar Egypte. De boog kan nu eenmaal niet altijd gespannen zijn. Zeggen ook de woestijnvaders. Het geheim van de Grote Piramide (deel een en twee) is niet zomaar een stripverhaal. Het verhaal uit 1954 is een onbetwiste klassieker. Een echt jongensboek waar ik vroeger van gesmuld heb en zeker van blijf smullen, ook dertig jaar later weer. Edgar P.Jacobs forever!
 
 
De Sigaren van de faraoVan de andere grote meester van de Brusselse school Hergé, neem ik ook een stripalbum mee en het was ook geen moeilijke keuze welke Kuifje het moest worden. De sigaren van de farao tekende Hergé in 1934 maar in 1954 verscheen pas de ingekleurde versie die wij nu kennen. Aardig detail: een van de gemummificeerde Egyptologen op de omslag (tweede van rechts) heet E.P. Jacobini, een verwijzing naar Edgar P. Jacobs, met wie Hergé goed bevriend was.

duivelskunstenaar

gezien: gisterenavond bij close up op Nederland 2: Moebius
De kunst van het striptekenen

ArzachIk ken Jean Giraud als de tekenaar van de strip Blueberry al vanaf 1972. Zijn alter ego Moebius leerde ik pas in 1980 kennen met de strip Arzach samen met andere tekenaars van het Franse stripblad Métal Hurlant: Druillet, Bilal en Dionnet. Strips bleken zoveel meer te kunnen zijn dan Donald Duck, Kuifje of Asterix. Het beeldverhaal was ook een vorm van kunst. Juist de tekenaars van Métal Hurlant vestigden hier samen met de Amerikaanse underground comic artists de aandacht op. Moebius (Jean Giraud) ontwierp ook decors, kostuums en rekwisieten voor fantasyfilms (o.a. Alien, Dune, the Fifth Element). Daarmee bewees hij meer te zijn dan alleen een striptekenaar. Naast het fenomenale tekentalent dat hij gekregen heeft, heeft hij een heel persoonlijke ingang gevonden van een bizarre fantasiewereld. Hijzelf schrijft dat toe aan iets dat van buitenaf in hem komt: goden, geesten of buitenaards leven, hij weet het niet precies.

Blueberry
Mike Blueberry, virtuoos getekend

In deze documentaire komt ook de necromane kunstenaar Giger aan het woord, die evenals Moebius demonische fantasieën zichtbaar maakt. Niet mijn favouriete genre. Toch heb ik wel gekozen voor een fragment van het Isenheimer Altaar (de verzoeking van de heilige Anthonius door Matthias Grünewald, ca. 1514) rechtsboven in de header van deze weblog. Daarin wordt de heilige Anthonius belaagd door wezens uit een duistere fantasiewereld. Maar er is voor mij één groot verschil met het werk van Giger en Moebius en dat van de late middeleeuwer. Grünewald’s verbeelding is ingebed in de Traditie van de Kerk, terwijl de voorstellingen van Giger en Moebius in een relatief korte traditie staan van Science Fiction en Fantasy, los van God. Hoewel ik enorm onder de indruk ben van het tekentalent van Gir, Jean Giraud en Moebius (alledrie dezelfde persoon), ben ik niet gecharmeerd van zijn zwartgalligheid, die uiteraard met ‘humor’ verteerbaar wordt gemaakt.

Jean Giraud alias MoebiusDe Franse striptekenaar Jean Giraud, alias Moebius, tilt met zijn ongekende tekentalent in de jaren zestig en zeventig het stripgenre naar een hoger artistiek niveau. Tegelijkertijd breekt hij met de traditionele superheldenclichés van de Amerikaanse stripverhalen. Het resutaat is oogverblindend mooi. De Franse kunstenaar en auteur Jean Giraud, oftewel Moebius, is één van de meest invloedrijke en vernieuwende striptekenaars ooit. Als mede-oprichter van het stripmagazine ‘Métal Hurlant’ schept hij in de jaren zeventig een heel nieuwe, ‘volwassen’ kijk op de kunst van het striptekenen, die stof doet opwaaien in de wereld van de Franse bourgeoisie en die van de Amerikaanse striptekenaars. Met series als ‘Blueberry’, over een cowboy, en fantastische, surrealistische verhalen als ‘John Difool’, maar ook met decorontwerpen voor films als ‘The Fifth Element’, weet Giraud een enorm publiek te bereiken.
 
documentaire.nl

Jean Giraud: biography Jean Giraud
Moebius : stripschrift.nl | close up [ avro.nl ]
Blueberry : blueberry-lesite.com | moorsmagazine.com | alle albums op een rij