Categorie archief: comics

onaangepaste weirdo’s

zondagavond gezien op RTL 5: Ghostworld (2001)

ghostworldIk heb de gelijknamige graphic novel van Daniel Clowes nog niet gelezen, maar wist ongeveer wat ik in de film verwachten kon: vlijmscherp sarcasme, onderkoelde humor en maffe typen. Scarlett Johansson (the horsewisperer) en Thora Birch (American Beauty) blonken al eerder uit als nukkige, boze pubermeisjes en het is niet verwonderlijk dat beiden gecast zijn voor de rollen van Enid en Rebecca, twee eigenzinnige vriendinnen die weinig moeite doen om zich aan te passen aan de wereld van hun leeftijdsgenoten. Enid komt in contact met Seymour, een treurige veertiger en wereldvreemde verzamelaar van 78-toerenplaten (een prachtige rol van Steve Buscemi) in wie insiders moeiteloos de legendarische underground tekenaar Robert Crumb zullen herkennen. Zwigoff maakte al eerder een film over hem en in Ghost World is er ook een expliciete verwijzing naar Crumb. Enid haalt op een gegeven moment een oude plaat uit de bak die even in beeld verschijnt. Het is de onderstaande plaat van de Cheap Suit Serenaders, waarin Crumb zelf speelt. Die plaat vindt Seymour natuurlijk maar niks.
 

Cheap Suit Serenaders
Cheap Suit Serenaders
met tekenaar Robert Crumb

De wereld van underground comics, oude bluesplaten en vintage posters geeft de film een heerlijke nestgeur waar ik mij onmiddellijk in thuisvoel. De door Robert Crumb geinspireerde ‘sukkel’ Seymour is mij erg sympathiek en ik deel net zoals Enid zijn smaak volkomen. Hij leeft in een eigen wereldje, ver verwijderd van de aangepaste socializers.

Clowes
Daniel Clowes in zijn atelier

Ik denk dat de bedenker van Ghost World Daniel Clowes zich in zijn eigen leven ook stevig heeft laten inspireren door Crumb. Of is het nu eenmaal het noodlot van de underground artiest dat hij een afkeer heeft van de mainstream en zich vervolgens terugtrekt in een eigen wereldje?

Enid weet precies wie ze niet wil zijn; geen hersenloos trutje die toegeeft aan alles wat de maatschappij haar opdringt. Geen oppervlakkige slet. En bovenal wil ze niet zo worden als haar vader. Alleen heeft ze niet ontdekt wat ze dan wéll wil doen, en we zien Enid met een stoïcijnse blik door haar stadje lopen, vol van afkeer voor praktisch alles dat ze ziet. Ze wil niet gaan studeren en werken spreekt haar ook niet aan. In haar kleding en haarstijl probeert ze continu op te vallen, door op te komen zetten met vaak hilarische stijlen uit de jaren vijftig en zeventig. Ze luistert naar platen die de meeste mensen van haar leeftijd geen blik waardig zouden gunnen. In feite is ze gewoon op zoek naar iets anders, iets dat nog niet gedaan is.
 
Na een tijdje merkt ze dat Rebecca ook die verschrikkelijke richting van de grijze middenmaat opgaat – een job, servies gaan kopen. Er zijn hints dat de relatie tussen hen twee ooit iets meer betekende dan enkel vriendschap, maar wat het zo mooi maakt, is dat dit nooit wordt uitgesproken. Het is er, op de achtergrond, als een ondertoon voor al hun scènes samen, en het geeft een extra betekenis aan de tweede helft van de film, wanneer de vriendinnen verder uit elkaar groeien.
 
Enid kiest de kant van Seymour, prachtig gespeeld door Steve Buscemi, een eenzame verzamelaar van 78-toeren platen, die zichzelf opsluit in zijn verzameling om te vermijden de wereld onder ogen te komen. Hij beseft dit zelf, zegt tegen Enid dat hij zich volledig vervreemd voelt van 99 procent van de bevolking. Enid begrijpt hem.
 
‘Ghost World’ is een film voor mensen die dat gevoel begrijpen – dat je op een punt in je leven staat waarop je niet meer weet of je vooruit wil of achteruit, waarop je gewoon naar de mensen om je heen kijkt alsof ze allemaal, van de eerste tot de laatste, stapelgek zijn geworden en wil jij daar wel iets mee te maken hebben? Voor de meeste mensen is dit een voorbijgaande gedachte, maar Enid en Seymour leiden hun leven in deze mentaliteit.
 
Bron: bespreking op digg.be

ghostworld-themovie.com | moviemeter.nl

virtuoos tekenaar

herlezen: Blueberry Trilogie van Giraud en Charlier

Gisteren weer eens genoten van het legendarische Blueberry-drieluik uit de eerste helft van de jaren zeventig. Jean Giraud was een jaar of 35 toen hij eraan begon en had zich al ontwikkeld als een meestertekenaar. Ik vind hem nog steeds een van de allerbeste tekenaars die ik ken. Zijn lijnvoering is schilderachtig zoals die van onze eigen Hans G. Kresse of de Belgische striptekenaars Jijé en René Follet. In hun visie bevinden ze zich ergens tussen schilderkunst en tekenkunst en niet voor niets tekenen ze met een penseel. De klare lijn, waar vooral de Belgische school wereldberoemd om is, is bij deze heren dus tevergeefs te zoeken. In plaats van heldere tekeningen, schilderachtige plaatjes met een vaak borstelige streek. Giraud tekende ook onder het pseudoniem Möbius in een stijl die gekenmerkt wordt door virtuoze arceringen. Wanneer je ziet hoe de rotspartijen in de verhalen van Blueberry getekend zijn, zie je duidelijk de hand van Möbius.

  
eerste drukken van Chihuahua Pearl, De man die $500.000 dollar waard was en Ballade voor een doodskist, alledrie in mijn boekenkast.

Giraud had als meestertekenaar beschikking over een meesterscenarist: Charlier. De trilogie voert een behoorlijk aantal personages ten tonele, staat boordevol met intriges, heeft scherpe dialogen en is erg goed gedocumenteerd. Het verhaal speelt zich af in 1869, een paar jaar na de Amerikaanse burgeroorlog in het grensgebied tussen Mexico en de verenigde Staten. De yankees worden nog steeds gehaat door zuidelijke rebellen en in Mexico is de gehate keizer Maximilliaan afgezet door president Juarez. In dit decor ontmoet luitenant Mike S. Blueberry in het woestijnstadje Chihuahua een Amerikaanse schone, Chihuahua Pearl genaamd. De omstandigheden zijn echter niet ideaal: als outlaw moet hij een geheime opdracht uitvoeren onder rechtstreeks bevel van Washington. Mike is niet bepaald een brave jongen, maar de vele slechterikken die hem achtervolgen, zijn zeker niet braver en maken het hem wel erg lastig. Gelukkig heeft hij in deze wereld van list en bedrog nog twee vrienden: Kopernek en de ouwe zuiplap MacGlure.

eerste pagina uit Chihuahua Pearl, 1973
Jean Giraud is in 1938 in Frankrijk geboren. In een beetje een turbulente jeugd vol scheidende ouders ontdekt hij al snel Science Fiction en werkt mee aan kleine blaadjes allerhande. In 1955 vertrekt hij naar Mexico en lá, il découvre en même temps la marijuana, le be-bop et les expériences de l’âge adulte zoals één van zijn biografieën het zo mooi zegt. Later keert hij terug naar Europa (om zijn legerdienst te vervullen) en blijft hangen.
Hij werkt zich op in de Europese stripwereld, eerst via het Kuifje, later start hij met Charlier in Pilote met Blueberry. Hij werkt ook regelamtig samen met Opta, een Science Fiction-tijdschrift. Na nog enkel bezoeken aan Mexico verandert Giraud’s stijl, mede onder invloed van hallucinogene drugs: In Pilote tekent hij vernieuwende reeksen die grote invloed zullen uitoefenen op komende generaties tekenaars, zoals Arzach en Majoor Fataal. Langzaam raakt hij ook in de ban van de film, en hij werkt onder meer (samen met Jodorowsky) mee aan Dune
Onder invloed van de spirituele beweging geeft hij uiteindelijk tabac, alcohol en andere drugs op, om ascetisch en vegetarisch te worden. Als de commune naar Tahitit trekt om er een vredig leven te leiden, vindt ook Giraud het een beetje overdreven worden, en bovendien lonkt Hollywood…
Met films wordt het nooit meer zoals met Dune maar met Jodorowsky maakt hij wel De Incal, en dat wordt een enorm succes. In Los Angeles trekt hij de aandacht van Marvel Comics, waarvoor hij onder meer enkele verhalen van Stan Lee illustreert (The Silver Surfer).
Sindsdien geniet Giraud van zijn cultstatus en bolt rustig uit, links en rechts nog eens aan een project meewerkend. En hoewel die cultstatus meer dan verdiend is, zagen velen hem liever nog actiever…

canyonblueberry.com | moorsmagazine.com