Buiten de film noir speelt de femme fatale in de filmgeschiedenis vooral een rol in historische personages: Salomé, Cleopatra, Delilah, Mata Hari…
Alleen al van Cleopatra is een hele reeks speelfilms gemaakt. Ze werd o.a. gespeeld door Helen Gardner in 1912, door Claudette Colbert in 1934 en natuurlijk door Elisabeth Taylor in 1963. De meest legendarische vertolking van Cleopatra is door Theda Bara in 1917. Beroemd is de foto waarop ze zit als een vrouw van een affiche van de Tsjechische kunstenaar Alphonse Mucha.


Een andere fatale vrouw is Delilah, de minnares van Samson uit het Bijbelboek Richteren. Ze was lang niet zo vaak op het witte doek te zien als Cleopatra. De bekendste vertolking van Delilah was van Hedy Lamarr in 1949. Het was de laatste grote film van de Oostenrijkse schone en de eerste waarin zij in Technicolor te zien was, samen met spierbundel Victor Mature.

thema (oriëntalisme) en pose komen uit de historieschilderkunst van de 19e eeuw
In het fin de siècle (1890′s) was er in de kunst grote belangstelling voor het occultisme. In de aantrekkingskracht van het duistere speelde de verleiding een grote rol. Deze werd verzinnebeeld door de vrouw en de slang. Salomé was waarschijnlijk de meest afgebeelde femme fatale aan het einde van de negentiende eeuw. Oscar Wilde schreef een toneelstuk en Gustave Moreau maakte misschien wel de beroemdste afbeelding van haar (L’apparition 1876). Salomé was een geliefd onderwerp omdat het oriëntalisme uit de negentiende eeuw en het fin de siècle elkaar in haar konden ontmoeten.
Salomé was de dochter van Herodias, de vrouw met wie koning Herodes samenleefde. Johannes de Doper had dit afgekeurd en daardoor kwaad bloed gezet bij Herodias. Zij probeerde haar man te bewerken en wilde dat hij Johannes de Doper een kopje kleiner maakte. Maar omdat Johannes de Doper geliefd was bij het volk, durfde Herodes hem niet te doden. Hij liet hem opsluiten. Herodias wachtte intussen haar moment af. 


















