Categorie archief: schilderkunst

maniërisme

Die Welt als Labyrinth (1957) van Gustav René Hocke
Malerei des Manierismus (1985) van Jacques Bousquet

ManierismusNa 1520 raakt de Renaissancistische schilderkunst uit balans. Het centraal perspectief dat ruimtelijke eenheid schept, de harmonie van vorm en kleur en het klassieke schoonheidsideaal worden op losse schroeven gezet. De eerste schilders die na de Hoog-Renaissance een nieuw mens- en wereldbeeld laten zien, zijn in 1494 geboren: Jacopo Pontormo en Rosso Fiorentino. Tegenwoordig worden ze tot het maniërisme gerekend. Zoals bij alle stijlperioden het geval is, zijn kunsthistorici verdeeld over de stijldefinitie en de periodisering van het maniërisme. In de negentiende eeuw zag men de schilderkunst tussen 1520 en 1620 als een periode van verval. Het maniërisme zat ingeklemd tussen twee bloeiperiodes in de westerse kunst: de Renaissance en de barok.

In de twintigste eeuw is er meer waardering gekomen voor het maniërisme. Dat heeft te maken met herkenning. Wanneer we een stijl opvatten als de uitdrukking van een bepaald levensgevoel dat een bepaalde periode beheerst, dan zijn er opvallende overeenkomsten tussen de zestiende eeuw en de twintigste eeuw. Beide eeuwen hadden in het eerste kwart een duidelijk keerpunt. In 1525 werd Rome geplunderd door de troepen van Karel V. Het trotse zelfbewustzijn van de Renaissance liep een enorme deuk op. Er brak een onzekere tijd aan die getekend was door godsdienstoorlogen. Ook de twintigste eeuw begon met het instorten van de oude wereldorde. De Eerste Wereldoorlog maakte een einde aan het vooruitgangsgeloof dat sinds de Verlichting de Europese beschaving tot ongekende hoogte had voortgestuwd. Na 1918 brak er een nieuwe tijd aan, waarin de loopgravenoorlog verwerkt moest worden.

Dit afgrondelijke, dat ieder mens in zichzelf kan vinden, de angst voor het onbekende, de vervreemding en de eenzaamheid zijn tegelijkertijd grondthema’s van het existentialisme.

Het expressionisme, dadaïsme en surrealisme zijn verwant aan het maniërisme van de zestiende eeuw. Deze kunstenaars hebben een voorliefde voor het afgrondelijke. Dit afgrondelijke, dat ieder mens in zichzelf kan vinden, de angst voor het onbekende, de vervreemding en de eenzaamheid zijn tegelijkertijd grondthema’s van het existentialisme dat net als het surrealisme ook in de jaren twintig ontstaan is. Dit levensgevoel, dat men in de zestiende eeuw “saturnisch” of “melancholisch” noemde, is van alle tijden. Gustav René Hocke rekt het begrip maniërisme zover op dat bij hem de geest van het maniërisme door alle tijdperken waait. De romantici uit het begin van de negentiende eeuw waren voor hem dus ook maniëristisch.

Malerei des ManierismusJacques Bousquet geeft in de inleiding van Malerei des Manierismus een klein overzicht van verschillende opvattingen in gezaghebbende studies over het maniërisme. De eerste positieve waardering is van Max DvoÃ…â„¢ák in Kunstgeschichte als Geistesgeschichte (1924). Hij erkende als eerste kunsthistoricus de parallel tussen zijn eigen tijd en de tijd van het maniërisme. Curtis, Hoffmann en Friedländer definiëren het maniërisme als “anti-classicisme”. Heinrich Wölfflin analyseerde in 1888 de kunst van de Renaissance en de barok op stijlkenmerken. Op het maniërisme, dat ertussen ligt, kun je ook een analyse loslaten.

enkele karakteristieken van het maniërisme (Bousquet)

  • uitgesproken harde contouren en gladde vormen
  • voorliefde voor geometrische figuren
  • deformatie: uitgerekte figuren en ongewone perspectieven
  • “figura serpentina”, onnatuurlijke houdingen en gebaren
  • harde, koele kleuren
  • atmosferische stemmingen

 

Maniërisme [ nl.wikipedia.org ] | Maniërisme [ artcyclopedia.com ]

helden van het vaderland

De historische galerij van Jacob de Vos Jacobszoon (1850-1863)

In de negentiende eeuw gingen het bevorderen van historisch bewustzijn en het bevorderen van nationaal bewustzijn hand in hand. Met heldhaftige verhalen over het vaderlandse verleden werd de nationale trots onder de burgers aangewakkerd. Verwarring over de eigen identiteit was er niet in een eeuw waarin massamigratie nog niet bestond. Woonde je in Nederland, dan kwam je uit Het land van Rembrandt en was je een afstammeling van de Cananefaten, Batavieren of Friezen. Dat deze oude Germaanse volkeren ook jongens van Jan de Wit waren, moesten nationale mythen als die van de Batavier Gaius Julius Civilis bewijzen. Deze mythe werd al in de zeventiende eeuw gepropageerd. Zo ontving Rembrandt van het Amsterdamse stadsbestuur de opdracht om een imponerende voorstelling van de eed van Julius Civilis te schilderen.

eed van Julius Civilis
Claudius (Julius) Civilis spoort de Batavieren tot opstand aan (70 na Chr.) door Barend Wijnveld Jr.
Historieschilderkunst
was in de negentiende eeuw staatspropaganda

In de eerste helft van de negentiende eeuw hadden historieschilders niet te klagen over opdrachten. De opdrachtnemer werd geacht niet alleen een historische gebeurtenis uit het roemrijke verleden te illustreren. Nog belangrijker was de koppeling aan de actualiteit. Historieschilderkunst was in de negentiende eeuw staatspropaganda. In Nederland en België grepen historieschilders terug naar de helden uit hun Gouden Eeuw: Rembrandt, Rubens, Hals, Jordaens. Zo keerde na een aantal decennia neoclassicisme de barok weer terug, met dramatische lichteffecten, grote licht-donkercontrasten en reusachtige formaten. De historieschilderkunst tussen 1830 en 1870 verbindt de romantiek met het realisme. De inhoud is romantisch doordat het verleden geromantiseerd wordt. Maar de vorm is realistisch. Het naturalisme uit de zeventiende eeuw is als een koude prak opgewarmd.

Jacob de Vos door PienemanEen bijzonder, maar tamelijk onbekend document van Nederlandse historieschilderkunst uit de negentiende eeuw is de historische galerij van Jacob de Vos Jacobszoon, een reeks van 253 olieverfschetsen die tussen 1850 en 1863 geschilderd werd in opdracht van Jacob de Vos Jacobszoon (1803-1878). Net als de huidige canon van Nederland toont het een aantal vensters op onze nationale geschiedenis. De selectie van 253 historische gebeurtenissen tussen het jaar 40 en 1861 is gemaakt door de opdrachtgever die ook elke voorstelling van zijn commentaar voorzien heeft.

Canon
1 Koning Radboud weigert de doop (719)
2 Bonifatius bij Dokkum vermoord (754)
(1 en 2 door Jacobus van Dijck)
3 Graaf Willem II van Holland komt om in het ijs bij Hoogwoud (1256)
door Jacobus van Koningsveld
4 Floris V door edelen vermoord (1296)
door Johannes Hinderikus Egenberger

In de negentiende eeuw keek men veel dieper in het verleden dan in de eenentwintigste eeuw. Zijn er in de huidige canon maar zes vensters op de periode van vóór 1600, in de historische galerij uit 1850-1863 zijn er 115 historische gebeurtenissen van vóór 1600 opgenomen. De middeleeuwen zijn duidelijk geen vrolijke tijd. List en bedrog, moord en doodslag, Hoekse en Kabeljauwse Twisten bepalen het beeld.

Helden van het vaderland [ dbnl.org ]

de laatste bruine meester

donderdag gekocht in Bückeburg: Franz Lenbach (3e druk, 1905)

Lenbach 1905In 1894 startte uitgeverij Velhagen & Klasing (Bielefeld und Leipzig) een serie kunstboeken onder de naam Künstler Monographien waarin bijna vijftig jaar lang (tot 1941) nieuwe delen verschenen. De kunstboeken zijn geïllustreerd met schilderijenreproducties in rastercliché. Uit deze serie heb ik al verschillende delen verzameld, o.a. Adolph Menzel (1815-1905) en Moritz von Schwind (1804-1871). Donderdag voegde ik er weer een deel aan toe. Malerfürst Franz Lenbach (1836-1904) was destijds wereldberoemd in München maar is nu vooral bekend van het Lenbachhaus, een museum met klassieke moderne schilderkunst in München.

Rond 1900 was zijn ster zover gerezen dat Franz Lenbach in Duitsland in één adem genoemd werd met Titiaan en Rembrandt. De tekst van Adolf Rosenberg (wie heet er na 1945 nog zo?) uit 1898, is hijgerig van toon. Maar het is een aardig document uit een andere tijd, waarin het kubisme nog niet bestond, laat staan de abstracte schilderkunst. Lenbach stierf in 1904. De afbraak van de schilderkunst was toen onder aanvoering van les Fauves (de Wilden) al begonnen. Het abstracte expressionisme van der Blaue Reiter hoefde Lenbach niet meer mee te maken. Nu trekt zijn voormalige woonhuis en atelier jaarlijks meer dan 400.000 bezoekers. Het is een historische plaats waar de grens tussen klassiek en modern snoeischerp getrokken is: tussen de donkerbruine realistische portretten van Franz Lenbach en het kakelbonte primitivisme van Wassily Kandinsky, Franz Marc, August Macke, Gabriele Münter en Paul Klee.

Lenbach
Franz Lenbach zelfportret, 1903
Rond 1900 was zijn ster zover gerezen dat Franz Lenbach in Duitsland in één adem genoemd werd met Titiaan en Rembrandt
Die Alten haben das Augenmass nie verloren. Sie haben die Natur behersscht und sind nie ihre Sklaven gewesen. Sie nahmen aus der Natur nur, was zich für die Zwecke der Malerei verwenden liess, was duren die Malerei darstellbar war. Wie wollen wit ach Licht malen? Unsere Palette ist ja beschränkt, das “Kremserweiss” ist da unser Licht. Die Alten haben nur die Mittel der geistreichsten Erfahrung angewendet, Umbriëdie Effekt von Licht hervorzubringen. Sie erfanden eine Skala, in die sie die Effekte der Natur und deren Steigerungen übersetzten. Als junger Mensch glaubt man, man könne alles darstellen; erst später lernnt man durch die Kunst, durch das Vorbild der Meister, sich zou beschränken, und da findet man denn, dass auf der von ihnen aufgestellten Skala auch eine Menge von Effekte erreichbar sind.
 
citaat van Franz Lenbach