Categorie archief: schilderkunst

150 jaar moderne schilderkunst [2]

La liberté guidant le peuple (1830) van Eugène Delacroix
 

Volgend jaar is het precies 150 jaar geleden dat in Parijs de eerste Salon des Refusés werd gehouden. De salon van 1863 is vooral bekend geworden door het schandaal dat het schilderij Le Déjeuner sur l„herbe van Eduard Manet veroorzaakte. Je zou deze gebeurtenis als “de aftrap van de moderne schilderkunst” kunnen zien.

Het schandaal dat Manet veroorzaakte, kwam niet zomaar uit de lucht vallen. We moeten terug naar de eerste helft van de negentiende eeuw om te begrijpen waar het vernieuwende realisme van Manet vandaan kwam. Het realisme van Manet kwam voort uit de Franse Revolutie. Verwonderlijk is dat niet omdat de negentiende eeuw geboren werd uit de Franse Revolutie. Die begon in 1789. Maar het hield ook weer op. Totdat in 1830 in Parijs opnieuw de Revolutie uitbrak en achttien jaar later nog een keer. De Revolutie kwam in de eerste helft van de negentiende eeuw dus in verschillende golven.

Delacroix
Eugène Delacroix 1830
La liberté guidant le peuple
Delacroix’ icoon van de Revolutie is een realistisch geschilderde allegorie.

In de schilderkunst hebben we een icoon van de Revolutie. La liberté guidant le peuple is in 1830 geschilderd door de Franse schilder Eugène Delacroix. Het is overbekend en meestal kijken we er niet goed meer naar. Dit schilderij visualiseert in een allegorisch én realistisch beeld de geest van de Revolutie die in 1789 uit de fles ontsnapt was en daarna niet meer te bedwingen was.

Men had het wel geprobeerd. De Oostenrijkse diplomaat Metternich haatte de Revolutie uit de grond van zijn hart en als “koetsier van Europa” slaagde hij erin tijdens het Congres in Wenen de klok naar 1789 terug te draaien. Je zou ook kunnen zeggen dat de tijd werd stilgezet.

De monarchisten kwamen door de gezamenlijke inspanning van het anti-revolutionaire Oostenrijk, Engeland, Rusland en Pruissen weer stevig in het zadel te zitten. Vooral in het Duitse taalgebied probeerde men tijdens de Vormärz (1815-1848) alles bij het oude te houden. Midden-Europa werd een politiestaat met strenge censuur.

Het dagelijks leven leek voor de Biedermeier schijnbaar rimpelloos te verlopen. Maar de idealen van de Franse Revolutie smeulden als een veenbrand verder. Terwijl de staat alles bij het oude wilde houden, waren er stormachtige ontwikkelingen in techniek, industrie en infrastructuur die de maatschappij ingrijpend veranderden.

Delacroix
Eugène Delacroix 1830
La liberté guidant le peuple (detail)

Nadat in 1815 in Frankrijk de macht van de Bourbons hersteld was, werd het Franse volk dat aan de vrijheid geroken had, opnieuw aan de ketenen van de monarchie gelegd. Eerst regeerde Louis XVIII (1815-1824) en na zijn dood in 1824 volgde Charles X (1824-1830) hem op. Deze werd gesteund door ultramonarchisten die het absolutisme van de 18e eeuw wilden herstellen. Maar in de 19e eeuw was dat een anachronisme geworden. Charles X was geen man van zijn tijd en tijdens de Julirevolutie van 1830 werd hij door zijn volk afgezet.

Louis Philippe I kwam in zijn plaats. Hij werd le Roi Citoyen (de Burgerkoning) genoemd. Aanvankelijk kon onder zijn bewind de liberale burgerij haar vleugels uitslaan. Er volgden jaren van economische voorspoed en de industrie in Frankrijk ontwikkelde zich. Hierdoor groeide ook de arbeidersklasse die een Vierde Stand vormde. Zij deelde niet in de welvaart en in de jaren veertig verslechterde de levensomstandigheden van de arbeidersklasse. Na de Derde Stand begon ook de Vierde Stand aanspraak te maken op de universele rechten van de mens. Vrijheid, gelijkheid en broederschap voor iedereen. De klassenmaatschappij moest omvergeworpen worden! In 1848 brak voor de derde maal in Parijs de Revolutie uit.

La liberté guidant le peuple is geschilderd in 1830, kort na de Julirevolutie. Maar het is een icoon van dé Revolutie. De Revolutie was de politieke interpretatie van de Verlichting: Vrijheid, gelijkheid en broederschap voor alle mensen. Het ging om iets universeels en beperkte zich niet tot één land. Het schitterende ideaal botste in 1789 voor het eerst met de weerbarstige werkelijkheid. Vergelijk het met het opengooien van de gevangenispoort. De bevrijding van het onderdrukte volk gaat gepaard met een ontlading van volkswoede. Het Congres van Wenen had geprobeerd in 1815 de geest van de Revolutie terug in de fles te krijgen en de oude orde te herstellen. Met de kurk van de repressie en de censuur zou Midden-Europa tot 1848 afgesloten worden van revolutionaire ideeën. Maar in Frankrijk kreeg de Revolutie in 1830 een tweede kans. In dat jaar schildert Delacroix La liberté guidant le peuple.

Talleyrand en Delacroix
Delacroix (rechts) is volgens historici een buitenechtelijke zoon van Talleyrand (links)

Delacroix wordt gerekend tot de Romantiek. Hij staat daarmee recht tegenover het classicisme van David en Ingres. In Frankrijk laaide er in het begin van de negentiende eeuw aan de kunstacademies een oude discussie uit de zeventiende eeuw op waarbij het ging om de vraag of je Rubens of Poussin moest navolgen. Bij de eerste lag de nadruk op kleur en emotie en bij de tweede op de tekening en het verstand. Tijdens het classicisme dat door Napoleon tot staatskunst was verheven, volgden de schilders Poussin. Het ging om edele eenvoud en stille grootsheid. De Romantiek ging daar tegen in. Delacroix is het schoolvoorbeeld van de Romantiek in Frankrijk. Vergelijk La Mort de Sardanapale uit 1827 met een vergelijkbaar thema Les Sabines uit 1799 van David en je ziet het verschil.

Vergeleken bij de gepolijste manier van schilderen van het classicisme is Delacroix boers in zijn verfbehandeling. Net als Rubens zet hij kleuren in een scherp contrast naast elkaar. De penseelstreek blijft meestal gewoon zichtbaar. Daarnaast keert er iets anders terug in de kunst: het realisme. Tijdens het classicisme werden tijdgenoten geportretteerd als klassieke beelden. Denk bijvoorbeeld aan het portret van Madame Récamier van David.

Schilders werkten met klassieke schema’s waarmee de werkelijkheid gemanipuleerd werd. De Romantiek manipuleert ook, maar anders. Waar het classicisme de nadruk legt op het redelijke, het beheersbare, de eenvoud en het strenge, daar legt de Romantiek de nadruk op het emotionele, het onstuimige, de complexiteit en het spontane. Het classicisme is meer de uitdrukking van de Revolutie in theorie en het realisme is de uitdrukking van de Revolutie in praktijk.

Delacroix
Eugène Delacroix 1830
La liberté guidant le peuple (detail)
Het classicisme is de uitdrukking
van de Revolutie in theorie
en het realisme is de uitdrukking
van de Revolutie in praktijk.

In Parijs waren tijdens de Julirevolutie zesduizend barricaden opgeworpen. Deze chaos laat La liberté guidant le peuple duidelijk zien. Het Parijs van 1830 was een heel ander Parijs dan het Parijs van de grote boulevards. Deze ontstonden pas tijdens het Tweede Franse Keizerrijk (1852-1870). Keizer Napoleon III liet de krochten van het oude Parijs opruimen. Er kwamen overzichtelijke boulevards voor in de plaats waar het volk beter onder de duim te houden was. Na drie revoluties in de Franse hoofdstad had hij er duidelijk genoeg van.

100 francs
biljet van 100 francs met zelfportret van Delacroix en La liberté guidant le peuple

Op het schilderij van Delacroix zien we een realistisch beeld van de barricaden. Toch is het geen realistisch schilderij. Het is een allegorie. De naakte vrouw met de rode Jacobijnenmuts die het volk aanvoert, is een zinnebeeld van de vrijheid. Haar ontblootte borsten symboliseren haar kwetsbaarheid. Het jongetje met de twee pistolen is een personificatie van de jeugd. Van de man met de hoge hoed die vertwijfeld in de verte kijkt, wordt wel eens gezegd dat het Delacroix zélf moet voorstellen. Het is een realistisch geschilderde allegorie. Toch zijn het niet allemaal volkse koppen zoals bij Caravaggio of Jan Steen.

Marianne
Marianne op een Franse postzegel uit 1982

Het profiel van La Liberté is een klassiek profiel dat mij sterk aan een kop van Michelangelo doet denken. Hier toont Delacroix zich idealiserend. Het gaat voor hem om een universele idee: La Liberté. Bovendien bepaalden Marianne en de tricolore sinds 1792 de republikeinse iconografie. Delacroix doet dus hetzelfde als de classicistische schilders, maar maakt het beeld alledaags. Het profiel van Marianne volgt nog een klassiek schema, maar het volk is nu van vlees en bloed. Hier loopt Delacroix vooruit op het realisme van Manet en daarmee is hij een van de wegbereiders van de moderne schilderkunst.

France 1945-2005
Marianne op Franse postzegels vanaf 1945

150 jaar moderne schilderkunst [ 1 ]

150 jaar moderne schilderkunst [1]

Le Déjeuner sur l’herbe van Eduard Manet (1863)
en La naissance de Venus van Alexandre Cabanel (1863)

Volgend jaar is het precies 150 jaar geleden dat in Parijs de eerste Salon des Refusés werd gehouden. Deze salon is vooral bekend geworden door het schandaal dat het schilderij Le Déjeuner sur l’herbe van Eduard Manet veroorzaakte. Bijna iedereen heeft dit schilderij wel eens gezien. Het is een schoolvoorbeeld van een tegendraads kunstwerk. Tegendraads? De docent kunstgeschiedenis moest het dertig jaar geleden aan ons uitleggen waarom deze voorstelling voor onze voorouders zo schokkend was. Wij zien onder andere een naakte vrouw in het gras zitten. Wat was daar zo schokkend aan?

Manet
Eduard Manet 1863
Le Déjeuner sur l’herbe
Wij zien onder andere een naakte vrouw in het gras zitten.
Wat was daar zo schokkend aan?

Daarvoor moeten we 150 jaar terug in de tijd. Rond het midden van de negentiende eeuw was de Parijse Salon de meest prestigieuze schilderijententoonstelling ter wereld. Ze bestond al sinds 1648. In 1848 werd het een jaarlijkse tentoonstelling. In de jaren vijftig tijdens het Tweede Franse Keizerrijk werden er steeds meer schilderijen ingezonden. Slechts een klein deel werd door de jury toegelaten. Toen er tenslotte zoveel schilderijen geweigerd werden, besloot Napoleon III in 1863 een aparte tentoonstelling in de stellen waar het geweigerde werk te zien was. Dit werd de Salon des Refusés en je zou deze gebeurtenis als de aftrap van de moderne schilderkunst kunnen zien.

De schilders die op de officiële Salon geweigerd werden, voldeden vaak niet aan de heersende kunstopvattingen van die tijd. Hun geweigerde werk dat op de Salon des Refusés getoond werd, liet dus een nieuwe opvatting over kunst zien. Je zou die kunnen samenvatten in het begrip realisme. Dat is een verwarrend begrip. Want de kunst die op de officiële Salon getoond werd, zag er op het eerste gezicht juist heel realistisch uit. De salonschilders beheersten hun métier. Maar de jonge generatie schilders die zich rond schilders als Gustave Courbet en Eduard Manet hadden verzameld, vonden de academische schilderkunst van de salonschilders allesbehalve realistisch. Waarom eigenlijk? Het zag er allemaal toch net echt uit? Maar waar het de realisten om ging, was het gewone leven, het eigentijdse leven dat je overal in Parijs op straat kon zien. Dát leven, het échte leven, dat moest in de kunst getoond worden. De salonschilders hadden hun rug naar dit echte leven toegekeerd. Ze schilderden een geïdealiseerd leven waarmee ze hun welgestelde clientèle konden behagen.

Manet en Napoleon III
Eduard Manet en keizer Napoleon III

Le Déjeuner sur l’herbe op de Salon des Refusés markeert in 1863 de eerste grote aanvaring tussen de heersende kunstopvattingen en het realisme. Het gaat in de eerste plaats om de moraliteit. Het naakt in de schilderkunst was binnen bepaalde regels gelegitimeerd. Zo moest het naakt verheffend zijn en edel van vorm. Er moest ook afstand zijn tussen de voorstelling en het alledaagse. Het vrouwelijke naakt bleek vaak Venus of Aphrodite te heten. Een gewone Marie of Louise mocht ze nooit zijn. Juist daarom veroorzaakte Manet een schandaal met zijn gezelschap in het gras. De vrouw die naakt bij de aangeklede heren in het gras zat, was een Parisienne. Een heel gewone Parisienne nog wel. Dat een groot schilder als Titiaan in de zestiende eeuw in Venetiëde mooiste meisjes van de straat en uit het Canal Grande plukte en vervolgens uitkleedde, dat mocht wéll, zolang hij ze maar presenteerde als Venus of allegorie. Hup, gauw het sausje van de Kunst erover! Maar Manet serveerde zijn naakt rauw.

Cabanel
Alexandre Cabanel 1863
La naissance de Venus
Toen keizer Napoleon III haar zo in de branding zag liggen werd hij zo opgewonden werd hij zo diep geroerd, dat hij het schilderij onmiddellijk kocht.

In datzelfde jaar hing in de officiële Salon het schilderij La naissance de Venus van de salonschilder Alexandre Cabanel. Hier zien we hoe je volgens de maatstaven van de Académie met het naakt moest omspringen. Als de belichaming van het ware, het schone en het goede. Noem haar Venus, polijst en parfumeer haar huid, trek een blik roze engeltjes open en voilá! Toen keizer Napoleon III haar zo in de branding zag liggen werd hij zo opgewonden werd hij zo diep geroerd, dat hij het schilderij onmiddellijk kocht. De carrière van Cabanel kon niet meer stuk. Als we het sausje er vanaf spoelen en dan nog eens naar het lichaam van deze vrouw in de branding kijken, dan is haar pose heel wat uitdagender dan die van de blote dame in het gras. Toch veroorzaakte de laatste een schandaal, terwijl Venus door de keizer werd aangekocht.

Alexandre Cabanel [ en.wikipedia.org ] | Eduard Manet [ en.wikipedia.org ]

langs velden en wegen

gekeken naar de documentaire Langs velden en wegen (1997)
de verbeelding van het landschap in de 18de en 19de eeuw
Rijksmuseum Amsterdam, 28.11.1997 t/m 03.03.1998

Langs velden en wegenGisteren keek ik op een videoband van vijftien jaar oud naar de documentaire Langs velden en wegen over de verbeelding van het landschap in de 18de en 19de eeuw. Deze werd in 1997 uitgezonden in het programma Close Up. Helaas heb ik de tentoonstelling in het Rijksmuseum toen gemist. Ook de catalogus, inmiddels een collector’s item, heb ik niet. Daarom koester ik deze documentaire, waarin naast de schrijver Koos van Zomeren de conservators Wiepke Loos en Robert-Jan te Rijdt aan het woord zijn.

De Nederlandse landschapsschilderkunst van de negentiende eeuw is mij redelijk vertrouwd. Maar van de Nederlandse achttiende eeuwse landschapsschilders wist ik eigenlijk nog niets. De achttiende eeuw is een periode waarin de schilderkunst in Nederland in een dip zat. Toch waren er schilders die een hoog niveau bereikten, al zijn ze nu nauwelijks nog bekend. Van schilders als Isaac de Moucheron (1667-1744), Gerard van Nijmegen (1735-1808), Jurriaen Andriessen (1742-1819), Egbert van Drielst (1745-1818) en Jacob van Strij (1756-1815) had ik bijvoorbeeld nog nooit gehoord.

Zij waren allen decoratieschilder die in opdracht werkten voor welgestelde particulieren. In de achttiende eeuw waren “behangsels” in de mode. Meestal waren dit langgerekte landschappelijke taferelen die van beneden tot boven een wand in beslag namen. De voorstellingen waren geïdealiseerd, het kleurgebruik “geparfumeerd”. Zo hoorde het in het galante tijdperk. De natuur werd uitgebeeld als een weelderige tuin waarvoor het woord “verpozen” leek te zijn uitgevonden.

Van Drielst
Egbert van Drielst 1809
Achterbuurtje met tuinen

Toch was het klimaat in Nederland te nuchter voor de geïdealiseerde Franse stijl. Het realisme uit de zeventiende eeuw bleef zelfs tijdens het classicisme in ons land bestaan. Dat is prachtig te zien in het bovenstaande schilderij van Egbert van Drielst uit 1809 en het onderstaande schilderij dat Pieter Gerardus van Os bijna tien jaar later schilderde. Ze doen denken aan snap shots. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Van Os
Pieter Gerardus van Os 1818
De vaart bij ‘s-Graveland
Langs velden en wegen
Catalogus bij de gelijknamige tentoonstelling in het Rijksmuseum Amsterdam (1997) met fraaie en karakteristiek voorbeelden van geschilderde, getekende en geaquarelleerde landschappen door Hollandse kunstenaars uit de 18de en 19de eeuw. De catalogus biedt een kleurrijk beeld van uiteenlopende fenomenen als de behangselschilderkunst uit de 18de eeuw, de Romantiek van Koekkoek en Schelfhout in het midden van de 19de eeuw, en het impressionisme van de schilders van de Haagse School, met representanten als Roelofs, Mauve en Weissenbruch. Ten slotte zijn er de vernieuwende opvattingen van kunstenaars als Toorop, Van Gogh, Sluijters en Mondriaan omstreeks 1900.
 
Bron: antiqbook.nl