
inscapes [ 19 ]


Als toetje bij de tentoonstelling Portretfabriek Van Mierevelt keek ik zaterdag naar de documentaire Frans Hals, snapshots uit het verleden op Nederland 1 bij Close Up. De titel van deze documentaire is goed gekozen, want bij Frans Hals denk je aan de spontaniteit en levendigheid van een snapshot en dat zijn kwaliteiten die we tegenwoordig allemaal kunnen waarderen. Aan momentopnamen zijn we helemaal gewend geraakt. Iedereen die op een knopje kan drukken, kan er eentje maken. Maar aan het begin van de zeventiende eeuw was je een soort tovenaar als je een snapshot kon maken. Als schilder moest je niet alleen beschikken over een buitengewoon visueel geheugen en een soort steno om razendsnel vast te kunnen leggen. Je moest in zekere zin ook non-conformistisch zijn en oog hebben voor het spontane en terloopse.

Vergeleken bij Michiel van Mierevelt is Frans Hals een echte non-conformist, die zijn klanten tot informele poses weet te verleiden. Terwijl de manier van schilderen bij Van Mierevelt vanuit ambachtelijk oogpunt voortreffelijk is, heeft Frans Hals “sprezaturra” in zijn vingers. Zijn penseelstreek is losjes maar helemaal raak en dus virtuoos. Laatst hoorde ik iemand het werk van René Daniels becommentariëren en hij noemde een bepaald fragment in het schilderij “virtuoos” geschilderd. Maar virtuoos is iets pas als het niet alleen losjes en spontaan is, maar ook overtuigend iets anders dan de verf representeert. En dat was bij het schilderij van René Daniels allesbehalve het geval. “Nonchalant kwasten” en “virtuoos schilderen” zijn totaal verschillende dingen. Maar dit even terzijde.
Frans Hals werd in 1582 of 1583 geboren en was ruim vijftien jaar jonger dan Van Mierevelt. Hij wordt gerekend tot de eerste generatie grote schilders uit de Gouden Eeuw. Gemakshalve kun je Frans Hals (1582/83-1666) indelen bij de eerste, Rembrandt bij de tweede (1606-1669) en Vermeer (1632-1675) bij de derde generatie . Wat daarbij opvalt, is dat ze in dezelfde periode zijn gestorven zijn (resp. in 1666, 1669 en 1675). Frans Hals markeerde het eerste hoogtepunt in de schilderkunst van de zeventiende eeuw met zijn schuttersstuk uit 1616. De “portretfabriek” van Van Mierevelt was toen al aardig op stoom gekomen.
Frans Hals’ portretten waren in de eerste decennia van de zeventiende eeuw revolutionair. Niet alleen door de spontaniteit en de treffende gelijkenis, maar ook door de vaak nonchalante poses en composities. Vóór Frans Hals was een groepsportret zoals een schuttersstuk meestal een paar rijen koppen boven en onder elkaar zoals op een stijve en formele foto van een voetbalteam. Soms probeerde de schilder met handgebaren of met een draaiing van het hoofd de compositie wat te verlevendigen.


Wat Frans Hals deed, was volkomen nieuw. Net als bij een snapshot, heb je het gevoel dat je de ander(en) in het moment betrapt. De schutters kijken je nieuwsgierig aan en lijken je uit te nodigen een glas mee te drinken. Dat informele is ondenkbaar in de traditie waarin Van Mierevelt werkt. Bij hem is alles nog formeel en plechtig. Geen lachende gezichten, hooguit een flauwe glimlach. En in de individuele portretten is er áltijd die ene pose: de man kijkt driekwart naar rechts en de vrouw driekwart naar links. Zo is het en niet anders.

In de documentaire komen verschillende kenners aan het woord: Pieter Biesboer ex-conservator van het Frans Hals Museum in Haarlem, restaurateur Martin Bijl en ook de wereldberoemde kunsthistoricus en Frans Hals kenner Seymour Slive uit Chicago. Hij deelt niet alleen zijn hoge leeftijd (91!) met Frans Hals maar ook zijn bruisende enthousiasme.
AVRO Close Up : snapshots uit het verleden [ nederland1.nl ]
Op 23 september opende Alexander Pechtold de tentoonstelling Portretfabriek Van Mierevelt in het Museum Prinsenhof in Delft. Een paar weken later was hij te gast in het kunstmagazine Opium. De D’66 voorzitter was niet gekomen om het over politiek te hebben maar over zijn persoonlijke voorkeur voor kunst. Zo raadde hij iedereen aan deze tentoonstelling te bezoeken. Uiteraard zit daar ook een politieke boodschap achter: nu de kunstensector door de overheid wordt afgeknepen, lijken de progressieve liberalen het vrije ondernemerschap onder beeldend kunstenaars extra te willen stimuleren. En Michiel van Mierevelt is een uitstekend voorbeeld van een kunstenaar die ondernemerschap en vakmanschap zeer succesvol heeft weten te combineren.
Van Mierevelt gaf vaderlandse geschiedenis een gezicht
De zeventiende-eeuwse Michiel Jansz. van Mierevelt (1566-1641) is de meest productieve en succesvolle portretschilder van de Noordelijke Nederlanden van de eerste helft van de 17e eeuw. Als geen ander heeft hij zeventiende-eeuwse Hollanders het gezicht gegeven waarmee we ze nog altijd associëren. In 1607 schildert Van Mierevelt het portret van prins Maurits en wordt hofschilder van de Oranjes. Ook prominenten als Hugo de Groot, Johan van Oldenbarnevelt, P.C. Hooft, Jacob Cats en Constantijn Huygens komen naar Delft om te poseren. Samen met zijn leerlingen vervaardigt Van Mierevelt duizenden portretten. Van Mierevelt heeft namelijk ook een geweldig commercieel inzicht: de meest gewilde uitbeeldingen worden tientallen malen gekopieerd, in verschillende technieken en prijsklassen, en verkocht in zijn „winckel aan huis„. In dit overzichtswerk zijn voor het eerst zoveel van Van Mierevelts portretten, uit binnen- en buitenland, bijeen. Naast de schoonheid en het overtuigende realisme van de Delftse meester, geeft dit boek daarmee een kijkje in de praktijken van een bedrijvig 17de-eeuws portretatelier.
Bron: wbooks.com
Van Mierevelt (1567-1641) woonde en werkte zijn leven lang in Delft waar hij zoveel succes had met het portretteren van de rijke burgerij, dat hij zich een kapitaal herenhuis aan de Oude Delft van 5500 gulden kon veroorloven. Ter vergelijking: een eenvoudig koophuis kostte in Delft rond 1625 minimaal tweehonderd gulden, terwijl een ambachtsman maximaal driehonderd gulden per jaar verdiende. Van Mierevelt had het als portretschilder dus helemaal gemaakt. Zijn succes begon in 1607 met het portret van stadhouder Maurits. Deze opdracht bezorgde hem veel prestige bij de rijke burgerij die nu opeens geschilderd wenste te worden door de schilder die Maurits vereeuwigd had. De opdrachten vlogen binnen en Van Mierevelt kwam aan het hoofd te staan van een heuse portretfabriek. Overigens waren portretschilders in de zeventiende eeuw zelden ZZP’ers. Schilders hadden op hun atelier bijna altijd wel een of meer leerlingen. Maar Van Mierevelt‘s portretfabriek was een grootse onderneming waar aan de lopende band ‘conterfeytsels’ vervaardigd werden. De meester schilderde vaak alleen het gezicht, terwijl de rest door getalenteerde leerlingen we gedaan. Deze hadden vaak weer hun eigen specialiteit. De een was goed in het schilderen van minutieus uitgewerkte kanten kragen, de andere weer in handen of in attributen.

Naast de portretfabriek was er ook een ‘winckel’ waar het Delftse publiek portretten kon kopen van Maurits en andere iconen van de jonge Republiek. Deze portretten waren meestal door leerlingen geschilderd naar een origineel van de meester. Van Maurits zijn er wel meer dan honderd portretten bekend die allemaal kopieën zijn van het origineel uit 1607. De stadhouder is hier afgebeeld in het pronkharnas dat de Staten-Generaal hem geschonken had na de overwinning van de Slag bij Nieuwpoort. Op dit pronkharnas is een fijn patroon van laurierbladeren gegraveerd dat exact is nageschilderd. De tot in detail uitgewerkte kledij die uiteraard als statussymbool gold, was vele malen arbeidsintensiever dan het incarnaat. Van Mierevelt moet daarom een aantal specialisten in zijn portretfabriek hebben gehad, die het arbeidsintensieve werk van hem overnamen. Uiteraard werden ze daar als ambachtslieden voor betaald (25 gulden per maand) terwijl de zakenman Van Mierevelt alleen al voor een borststuk 50 gulden rekende en voor een kniestuk zelfs 200 tot 300 gulden, evenveel als het jaarinkomen van een ambachtsman! Van Mierevelt was dus eigenlijk meer zakenman dan kunstenaar. Hoewel hij in zijn tijd zeer succesvol was, is zijn naam tegenwoordig vrijwel vergeten, terwijl zijn veel minder succesvolle stadsgenoot Vermeer nu wereldberoemd is.
Binnen zijn genre was Van Mierevelt bijzonder eenzijdig en werkte hij altijd met dezelfde traditionele fomule: voor rijke echtparen schilderde hij twee pendanten, waarbij het portret van de man altijd links hing en het portret van de vrouw rechts, terwijl ze naar elkaar toekeken. Ook werkte Van Mierevelt altijd met hetzelfde sjabloon voor het gezicht. Dat werd met een zogenaamde ponstekening op het paneel overgebracht. De individuele kenmerken werden dan aan dit sjabloon a.h.w. opgehangen. De portretten uit Van Mierenvelt‘s portretfabriek laten zien dat lopende bandwerk en voortreffelijk handwerk soms samen gaan. Er valt genoeg te genieten aan de hand van de meester, ook al is deze beperkt. Constantijn Huygens noemde Van Mierevelt in zijn genre ‘facile princeps’ en dat lijkt mij wat overdreven. Toch was Van Mierevelt tussen 1625 en 1640 de meest gezochte portretschilder van de Republiek en zelfs van daar buiten wist men zijn atelier in Delft te vinden.
Op de tentoonstelling is goed te zien waarom zijn portretten zo gewild waren. Ze zijn evenwichtig, knap en glad geschilderd waardoor ze aansloten bij de wat stijve smaak van de rijke burgerij in de eerste helft van de zeventiende eeuw. Psychologisch en levendig worden zijn portretten echter zelden. Zijn leerlingen Jan Anthonisz. van Ravesteyn, Paulus Moreelse en Hendrick Cornelisz. van Vliet bereikten op dat punt meer, maar dat kwam ook omdat de jongere generatie de elegantie en zwier van de barok veel meer in zich had opgezogen dan de oude garde waartoe Van Mierevelt behoorde. Van Mierevelt was geen groot kunstenaar maar eerder een ambachtsman en een zakenman. Doordat hij zoveel kopstukken heeft geschilderd, waaronder Oldenbarnevelt, Hooft, Huygens en Cats, is hij voor ons ook een chroniqueur van zijn tijd geworden.

Wie nog wat tijd over heeft na de tentoonstelling, raad ik aan om nog even in de kapel van het Sint Agataklooster het altaarstuk de bewening van Christus te gaan bekijken dat Maarten van Heemskerck (1498-1574) in 1566 schilderde voor deze kapel. Samen met Geerten Gossaert, Jan van Scorel en Lucas van Leyden is hij een van de godfathers van de schilderkunst in de Noordelijke Nederlanden. Het altaarstuk laat zien, waarom hij zo’n bijzondere schilder is en wat het verschil uitmaakt tussen een ‘portretboer’ als Van Mierevelt en een veelzijdig kunstenaar als Maarten van Heemskerck.
In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things