Na 1815 werd tijdens het Congres van Wenen de klok in Europa teruggedraaid en begon de Restauratie. (1815-1848) In Frankrijk kwam als vanouds weer een Lodewijk op de troon te zitten, en in heel Europa werd de monarchie de enige correcte staatsvorm. Nederland kreeg een koning Willem terug in plaats van een stadhouder Willem. De Restauratie betekende ook voor schilders dat hun programma veranderde. In de officiële Franse historieschilderkunst stond de rehabilitatie van het Franse koningsschap nu hoog op de agenda. Alle sporen van de Revolutie moesten worden uitgewist en Napoleon‘s ‘hofschilder’ Jean Jacques David verdween in ballingschap naar Brussel. Zijn leerling Louis Hersent mocht blijven en deed mee aan de Restauratie. Zijn werk is braaf en sentimenteel en heeft in tegenstelling tot het werk van zijn leermeester David het modernisme niet overleefd.

Dat was nu precies de bedoeling van de Restauratie.
Louis Hersent was een van de vele leerlingen van Jacques Louis David en won in 1797 de Prix de Rome voor schilderkunst. Van 1802 tot 1831 was hij bijna jaarlijks met werk vertegenwoordigd in de Parijse Salon, het mekka van de toenmalige hedendaagse schilderkunst. Hersent is vooral bekend geworden met het werk dat hij tijdens de Restauratie (1816-1831) maakte zoals Lodewijk XVI Verlichter van de Bedroefden (1817) en Daphnis en Chloë (1819). Zijn schilderij Ruth (1822) werd aangekocht door de reactionaire koning Lodewijk XVIII en deze maakte hem zelfs tot Officier van het Legioen van Eer. Tijdens de regering van Karel X (1825-1830) bleef hij populair. Met Monniken van Mount St Gotthard (1824), vol dramatische romantiek, had hij weer veel succes. In 1831 nam Hersent, inmiddels was hij 54, voor de laatste keer deel aan de Salon met een aantal portretten van burgerkoning Louis-Philippe (1830-1848).

Louis XVI distribuant ses bienfaits aux pauvres pendant le rigoureux hiver de 1788
Lodewijk XVI was in 1793 tot de guillotine veroordeeld. Hersent herstelde hem in 1817 in ere door hem te presenteren als weldoener. Maar in werkelijkheid had de koning zich niet druk gemaakt om het hongerende volk in de strenge winter van 1788 die aan de Revolutie vooraf ging…

Les religieus du mont Saint-Gothard
Louis Hersent was een van de vele leerlingen van Jacques Louis David en won in 1797 de Prix de Rome voor schilderkunst. Van 1802 tot 1831 was hij bijna jaarlijks met werk vertegenwoordigd in de Parijse Salon, het mekka van de toenmalige hedendaagse schilderkunst. Hersent is vooral bekend geworden met het werk dat hij tijdens de Restauratie (1816-1831) maakte zoals Lodewijk XVI Verlichter van de Bedroefden (1817) en Daphnis en Chloë (1819). Zijn schilderij Ruth (1822) werd aangekocht door de reactionaire koning Lodewijk XVIII en deze maakte hem zelfs tot Officier van het Legioen van Eer. Tijdens de regering van Karel X (1825-1830) bleef hij populair. Met Monniken van Mount St Gotthard (1824), vol dramatische romantiek, had hij weer veel succes. In 1831 nam Hersent, inmiddels was hij 54, voor de laatste keer deel aan de Salon met een aantal portretten van burgerkoning Louis-Philippe (1830-1848).
Michelangelo, Rafael en Titiaan, die al eeuwenlang meedraaien in een universele canon van de schilderkunst, lijken te bevestigen dat er iets bestaat dat boven betrekkelijkheid uitstijgt. Toch laat een canon vooral het betrekkelijke van onze collectieve visie op eeuwigheidswaarde en tijdloosheid zien. De laatste jaren word ik mij er steeds vaker van bewust hoe mijn visie op de westerse schilderkunst (vooral die van de negentiende eeuw) bepaald is door de canon uit de handboeken die ik halverwege de jaren tachtig op de kunstacademie als naslagwerk gebruikte: Wereldgeschiedenis van de kunst van H.W. Janson (1962) en De moderne wereld van Norbert Lynton (1966). In beide boeken wordt door de bril van het modernisme naar de westerse (schilder)kunst gekeken. De schilderkunst van de negentiende eeuw werd door het modernisme vooral als een opmaat gezien van de moderne en abstracte schilderkunst. Van Gogh en Cézanne waren door het modernisme als geestelijke vaders geadopteerd. Vervolgens werd van 1899 tot 1800 een rode loper uitgerold, die alleen betreden mocht worden door schilders die voor Van Gogh en Cézanne de weg hadden voorbereid: de impressionisten natuurlijk, Manet, Corot, Turner en Goya. Allemaal schilders die rebelleerden tegen de gevestigde orde van het academisme.














