Categorie archief: schilderkunst

volg de meester [ 13 ]

de visie op ouderdom bij Rembrandt en in de reclamewereld

Onlangs zag ik op de Duitse televisie in een documentaire een oud vrouwtje dat vertelde hoe het was om in de jaren dertig voor Dr. Oetker te werken. De tachtigjarige deed haar relaas voor een donkere achtergrond in een dramatische belichting. Ik vergat even waar het over ging en keek naar het beeld. Voor een type beeld als dit hebben we dankzij de molenaarszoon uit Leiden een woord: “Rembrandtiek”. In Italiëzegt men “Caravagesk”. Rembrandt had de dramatische belichting van Caravaggio afgekeken. Maar dat was niet het enige. Net als zijn Italiaanse voorganger had hij een voorliefde voor de ouwe kop, iemand uit het gewone volk, waar het leven doorheen gegaan is. Dus niet voor het geflatteerde portret. Omdat bijna niemand gediend was van zo’n levensecht portret, waren de zogenaamde ‘tronies’ die Rembrandt zo graag schilderde, meestal bedoeld als voorstudie voor een historieschildering. Soms eindigde zo’n tronie als een profeet uit het Oude Testament. Ook Caravaggio plukte verweerde koppen van de straat en liet ze figureren als Bijbelse personages.

Lore Fritzsche-Kandler
portret van Lore Fritzsche-Kandler
Rembrandt liet zien dat ouderdom en kwetsbaarheid geen taboe voor hem waren. Reclamemakers zouden hem daarin kunnen volgen. Maar zou dat ook geaccepteerd worden?

Soms denk ik dat we in de zeventiende eeuw minder ijdel waren dan nu, maar misschien is er helemaal geen verschil. Waarschijnlijk was er toen niet zo’n taboe op ouderdom, maar als je naar de geflatteerde portretten van vierhonderd jaar geleden kijkt, dan zie je een parallel met de gephotoshopte portretten uit de reclame. Het grote verschil met de zeventiende eeuw is wéll dat de ijdelheid nu door de massamedia gedemocratiseerd én gelegitimeerd is.

Het grote verschil met
de zeventiende eeuw is wéll
dat de ijdelheid nu door de
massamedia gedemocratiseerd
én gelegitimeerd is.

Wie het boek overvloed en onbehagen, de briljante cultuurstudie van ons land in de zeventiende eeuw van Simon Schama gelezen heeft, weet dat onze voorouders worstelden met hun welvaart. De toenmalige beeldcultuur was sterk moraliserend en telkens werden we met onze neus op de vergankelijkheid gedrukt. In de tijd van Rembrandt richtte de beeldcultuur zich op de traditie van de oude wijzen van de Heilige Schrift. IJdelheid der ijdelheden! Maar de huidige massacultuur richt zich vooral op de jeugd, op jong zijn. Zelfs op de omslag van Plus, een blad voor ouderen, staan uitsluitend jeugdige, goeduitziende 45-plussers. Carpe Diem!, geniet van je oude dag! Een beetje meer van Rembrandt’s visie zou ten goede komen aan de esthetiek van onze wereld maar ook aan onze visie op ouderdom, sterven en het leven zelf.

van oude meesters en dingen die niet voorbijgaan [ PDF ]

koloniale schilderkunst [ 1 ]

kinderportretten in de koloniale en vroeg-Amerikaanse schilderkunst

Op de blog americangardenhistory.blogspot.com kwam ik een serie achttiende eeuwse portretten tegen uit het koloniale Amerika. Ik hou van houterige en onbeholpen koloniale schilderkunst. De composities zijn meestal eenvoudig en de personen worden vaak ten voeten uit afgebeeld. Opvallend is dat op veel kinderportretten uit de Noord-Amerikaanse kolonies een vogeltje of eekhoorntje voorkomt. Waarom eigenlijk? Heeft dat net als bij de emblemata een didactisch doel? Hebben de kolonisten het afgekeken van de inheemse Amerikaan en zijn totemdier? Wie het weet, mag het zeggen.

James Badger en John Singleton Copley
James Badger with bird door Joseph Badger (1708-1765) en Elizabeth Ross/Mrs. William Tyng (detail) door John Singleton Copley (1738-1815)
James Badger
Joseph Badger (1708-1765)
meisje met eekhoorn
Joseph Badger (ca.1707–1765) was a portrait artist in Boston, Massachusetts in the 18th-century. He painted some 80 portraits of merchants, businessmen, clergy, and other notables, and their wives and children. Badger was born in Charlestown, Massachusetts, to tailor Stephen Badger and Mercy Kettell. In 1731 he married Katharine Felch; they moved to Boston around 1733. He was a member of the Brattle Street Church. He “began his career as a house-painter and glazier, and … throughout his life continued this work, besides painting signs, hatchments and other heraldic devices, in order to eke out a livelihood when orders for portraits slackened.”
 
Bron: en.wikipedia.org
Gerardus Duyckinck (1695-1746)
David and Phila Franks, 1733 (detail)

Pet Birds & Aviaries in the Colonies & Early Republic