Korte interpretatieoefening
De stervende leeuw. De held uit de heraldiek. Trots verbrijzeld. Aslan. “Ween niet; zie, de Leeuw, Die uit den stam van Juda is, de Wortel Davids, heeft overwonnen, om het boek te openen, en zijn zeven zegelen open te breken.” (Openbaringen 5:5)

Historische context van het Löwendenkmal in Luzern van Bertel Thorvaldsen:
Meer dan 600 Zwitserse landsknechten sneuvelden tijdens de Bestorming van de Tuilerieën op 10 augustus 1792 of werden nadien gedood. Naar schatting tweehonderd stierven later nog in de gevangenis of tijdens de Septembermoorden. Slechts honderd gardisten konden uit de Tuilerieën ontkomen.

In het kunstenaarsportret 



Späte Heimkehr (2013) is allesbehalve subtiel. Het tafereel roept bij mij een herinnering op aan een illustratie van Gustave Dore voor de Divina Commedia: het woud der harpijen. Rauch schildert echter geen kwaadaardige harpijen, maar eerder gevederde sukkels. De fabrieksarbeidster die thuiskomt met flamingo- en papegaai-achtig creatuur wordt door haar gevleugelde echtgenoot (?) begroet met een mea culpa gebaar. Door de donkere wolken zien we het apocalyptische beeld van een brandende stad. Waar gaat dit in godsnaam allemaal over? 













