Veel muurschilderingen in Schloss Hohenschwangau zijn ontworpen door Moritz von Schwind en uitgevoerd door frescoschilders. Deze Oostenrijkse schilder is een vertegenwoordiger van de late romantiek en je zou hem nu het beste kunnen typeren als een fantasy artist. De Middeleeuwen, sprookjes en historische romans werden in de eerste helft van de negentiende eeuw enorm populair en dat is daarna eigenlijk zo gebleven. Je hoeft maar een boekwinkel binnen te stappen en je ziet de fantasy pockets hoog opgestapeld, vaak met een geïllustreerde omslag door een van Von Schwinds talloze ‘erfgenamen’.

olieverf op papier, 1846
Moritz von Schwind, der unter dem Einfluss von Peter von Cornelius und dessen Monumentalstil zu einem Stil fand, der durch Großzügigkeit und wenige Figuren gekennzeichnet ist, war neben Carl Spitzweg der bedeutendste und populärste Maler der deutschen Spät-Romantik. Seine Bilder zu Themen aus deutschen Sagen und Märchen sind volkstümlich und poetisch gestaltet. Neben der Ölmalerei schuf er auch Bedeutendes in der Freskomalerei und in der Buchillustration. So schuf er auch viele Vorlagen für die Münchener Bilderbogen. ( Bron: de.wikipedia.org )

olieverf op doek, 1859
Moritz von Schwind, der unter dem Einfluss von Peter von Cornelius und dessen Monumentalstil zu einem Stil fand, der durch Großzügigkeit und wenige Figuren gekennzeichnet ist, war neben Carl Spitzweg der bedeutendste und populärste Maler der deutschen Spät-Romantik. Seine Bilder zu Themen aus deutschen Sagen und Märchen sind volkstümlich und poetisch gestaltet. Neben der Ölmalerei schuf er auch Bedeutendes in der Freskomalerei und in der Buchillustration. So schuf er auch viele Vorlagen für die Münchener Bilderbogen. ( Bron:
Op onze reis door Beieren en Tirol bezochten we een paar paleizen, kerken en kloosters uit de barok en het rococo. Na het bezoek in de residentie in Würzburg zagen we achtereenvolgens de Pfarrkirche 
Zelf merk ik dat ik in de loop der jaren opener ben gaan staan voor de geest van barok en rococo. Als student aan de kunstacademie was ik geneigd om deze stijlperiode te diskwalificeren als kitsch, als armzalige horror vacui of als ziekelijke verkwisting van het absolutisme over de ruggen van het gewone volk. Ik denk er nu niet echt anders over maar wel genuanceerder. Ik herkende Michaela’s verontwaardiging over de pracht en praal in de Beierse kerken. Allemaal over de ruggen van de arme boeren. De nuance die ik nu bijvoorbeeld maak, is dat diezelfde boeren op lange winteravonden zonder televisie blij waren als ze houtsnijwerk voor hun parochiekerkje mochten snijden. En meneer pastoor was natuurlijk ook blij, vooral wanneer de notabelen uit de gemeenschap het bladgoud betaalden voor de vergulding van de boerenkrullen. Barok en rococo in Beieren en Tirol is een traditie die je niet los kan denken van de levensomstandigheden van de boerenbevolking en het aanwezige grote geld dat zich van oudsher rond de portemonnee van Jakob Fugger in Ausburg heeft opgehoopt. Er is geld en er is vakmanschap. Ideeënboer Jeff Koons wist dat laatste ook toen hij door Beierse ambachtslieden houten beelden liet snijden, waaronder Ushering in Banality dat in 1988 door het Stedelijk Museum in Amsterdam werd aangekocht. 
De kroon op de ruimte in het rococo is de plafondschildering. In Würzburg waar we onze reis begonnen, heb je meteen de grootste ter wereld, die Tiepolo en zijn assistenten binnen een jaar (1751/52) maakten. Het interieur en de fresco’s van de kerken in Grossaitingen, Wieskirche en Ottobeuren werden ook rond 1750 voltooid, behalve die van de 

Tot 1789 leek de achttiende eeuw wel een feestje van de happy few waar het gewone volk part nog deel aan had. De tweede verdieping van de westelijke vleugel met de beroemde Kaisersaal in het midden is een lange galerij van pronkkamers. Vorig jaar werd de residentie na een restauratie van tien jaar weer geopend en alles ziet er nu weer puntgaaf uit. Wat vroeger alleen door aristocratische ogen gezien mocht worden, mag tegenwoordig door iedereen voor acht Euro gezien worden. Had ik 250 jaar eerder geleefd, dan had ik nog niet eens toegang gekregen in de lage gang achter de pronkkabinetten die voor het personeel bestemd was. Om telkens op hun lage positie te worden gewezen, waren de toegangsdeuren tot deze ‘schaduwgangen’ zo laag gemaakt dat je, zelfs in een tijd waarin mensen korter waren dan tegenwoordig, moest bukken en je dienblad recht moest houden. 















