Categorie archief: schilderkunst

Friedrich & co [ 1 ]

schilders uit de Goethezeit : Thomas Ender 1793 – 1875

Met de Goethezeit wordt in Duitsland de periode 1770-1830 aangeduid. In deze tijd die samenvalt met het volwassen leven van Johann Wolfgang von Goethe (1749-1832) komen we verschillende stromingen en stijlen tegen, achtereenvolgens Sturm und Drang, Classicisme, Romantiek en Biedermeier. Niet alleen de filosofie, literatuur, beeldhouwkunst, architectuur en muziek kwamen in het Duitse taalgebied tot grote bloei maar ook de schilderkunst.
FriedrichToch blijven Duitse en Oostenrijkse schilders uit de Goethezeit in de canon die we tegenwoordig hanteren, duidelijk ondervertegenwoordigd vergeleken bij de Franse schilders rond 1800. In History of Art uit 1962 van H.W. Janson, dat voor kunststudenten nog altijd een gezaghebbend werk is, wordt sinds 1962 alleen Caspar David Friedrich nog genoemd. Op de tentoonstelling Caspar David Friedrich en het Duitse romantische landschap die twee jaar geleden in het Hermitage aan de Amstel te zien was, maakte ik kennis met het werk van een aantal van Friedrich’s tijdgenoten, o.a. van de jong gestorven Carl Philipp Fohr. In deze reeks wil ik tien landschapschilders uit de Goethezeit laten zien: Fohr, Schirmer, Richter, Reinhold en Kersting uit Duitsland. En Koch, Toma, Alt, Waldmüller en Ender uit Oostenrijk.

Thomas Ender
Thomas Ender 1834
Das Vogelmaier Ochsenkar Kees
im Rauriser Tal der Hohen Tauern
Nach einigen Studienreisen wurde Thomas Ender 1817 mit dem vom Kaiser gestifteten Großen Malerpreis für Landschaftsmalerei ausgezeichnet. Fürst Clemens Metternich erwarb das prämiierte Bild und förderte den Künstler fortan. So ermöglichte er es ihm, 1817 an der Österreichischen Brasilien-Expedition teilzunehmen, während der Ender über 700 Zeichnungen und Aquarelle anfertigte. Nach der Rückkehr nahm Metternich ihn nach Rom mit, wo sich Ender bis 1823 als kaiserlicher Pensionär aufhalten durfte. Ab 1823 war Ender im Auftrag Metternichs im Salzkammergut tätig, und wurde 1824 Mitglied der Wiener Akademie. 1826 machte er eine Reise nach Paris. 1828 wurde er zum Kammermaler von Erzherzog Johann ernannt und nahm an dessen Orient- und Südrusslandreise 1837 teil, die ihn nach Konstantinopel und Griechenland führte. Danach wurde Ender 1837 bis 1851 Professor an der Wiener Akademie und schuf mehrere Landschaftsserien, die oft von englischen Künstlern in Stahl gestochen wurden. 1845 wurde Ender zum kaiserlichen Rat ernannt und trat 1851 in den Ruhestand. Er wurde 1853 mit dem Franz-Joseph-Orden ausgezeichnet und 1854 erhielt er das Bürgerrecht. 1855 und 1857 trat Ender nochmals Reisen nach Italien an.
 
Bron: de.wikipedia.org

is dát kunst ?

a.s. zaterdag 19 juni om 14.00 rondetafel discussie Niet alles is kunst
Restaurant Vermeer Prins Hendrikkade 59-72, Amsterdam
niet alles is kunstGalerie Gijsbrecht Bol nodigt u met groot genoegen uit voor een rondetafel-discussie op 19 juni as. vanaf 14.00u. naar aanleiding van de publicatie van het boek Niet alles is kunst van D. Kraaijpoel, L. Meijer en L. Allan bij uitgeverij Aspekt. Het boek, dat voor het eerst in maart 2010 in de schappen lag en nu al in herdruk is genomen, pleit in drie essays voor de herwaardering van de mimesis-theorie, ook wel de representatietheorie genoemd. Deze theorie is vandaag de dag ondergesneeuwd door andere kunsttheorieën en wordt binnen de kunstwereld als criterium om kunst te waarderen vaak niet meer als waardevol gezien. De focus ligt met name op het kunsttheoretisch discours en kunst die daar in past. Kunst die het discours als het ware illustreert. Ze wordt door een elite van onder meer kunsthistorici, -critici, conservatoren en galeriehouders uitgekozen, terwijl het voor buitenstaanders met een beperkte of gebrekkige kennis van kunsttheorieën niet of nauwelijks begrijpelijk is.
Affen als Kunstrichter
Gabriel von Max
Affen als Kunstrichter, 1889
olieverf, 85 x 107 cm Neue Pinakothek, München
Door de eenzijdige nadruk op conceptuele, schokkerende, subversieve en/of non-figuratieve kunst in de „serieuze„ kunstwereld is bij het publiek een impressie ontstaan dat goede kunst onbegrijpelijk behoort te zijn. Men hanteert de verkeerde criteria om dergelijke kunstwerken te beoordelen (“Het zwarte vierkant van Malevich is zó mooi.“), is bang geworden te vertrouwen op hun eigen zintuigelijke ervaring (om te voorkomen dom over te komen) en vreest iets te waarderen op zijn esthetische kwaliteiten (“Figuratief of naar de natuur, dat is toch ouderwets?!“).
 
Lennaart Allan, mede-auteur van Niet alles is kunst gaat de discussie met u aan. Hij beargumenteert waarom de mimesis-theorie en kunstwerken, die daaraan schatplichtig zijn, vandaag de dag nog steeds waardevol en bruikbaar zijn. Deze theorie heeft volgens hem een bestaansrecht naast alle andere kunsttheorieën en hoort dan ook met respect behandeld te worden.
 
Het belooft een interessante – misschien wel verhitte – discussie te worden. Komt allen! Uw actieve deelname wordt zeer op prijs gesteld, ook als u het niet eens bent met Allans stelling.


galeriegijsbrechtbol.com
| meer over dit boek op deze blog