Categorie archief: schilderkunst

kunstbroeders

De gebroeders Maris en de Haagse School
Haags Gemeentemuseum, 19 april t/m 22 juni 2008
Jacob Maris (1837-1899)
Jacob MarisJacob Maris behoorde tot de Haagse School-schilders van het eerste uur. Zijn eerste inspiratie deed hij op bij de Duitse romantische illustrator Ludwig Richter. Daarna raakte hij geboeid door de vernieuwende opvattingen van de schilders van de School van Barbizon, die het werken naar de vrije natuur hoog in hun vaandel voerden. Het schilderen “en plein air“ werd hun uitgangspunt. Jacob Maris paste dit toe in de bossen bij Oosterbeek, waar ook schilders als Gerard Bilders en Anton Mauve te vinden waren. In 1864 vertrok Jacob Maris naar Parijs om zijn carrière voort te zetten. In de omgeving van Barbizon maakte hij olieverfschetsen van rotslandschappen. In Frankrijk werkte Jacob Maris voor de kunsthandel Goupil. „Het breistertje„ is een voorbeeld van een typisch salonstuk uit zijn Parijse tijd. Na de Frans-Duitse oorlog van 1870 keerde Jacob naar Den Haag terug. Daar werd hij een van de belangrijkste figuren uit de Haagse School, die zich vanaf omstreeks 1875 begon te formeren. Jacob Maris werd een schilder van Hollandse landschappen en stadsgezichten, met een accent op het lichteffect van wolkenluchten.
 
Matthijs Maris (1839-1917)
Matthijs Maris had als jonge man, evenals zijn broer Jacob, belangstelling voor romantische onderwerpen. Tijdens zijn studiejaren in Antwerpen koos hij nog voor die stroming, maar in de jaren „zestig van de 19de eeuw volgde hij Jacobs voetsporen in de richting van Oosterbeek – dat ook wel het „Nederlandse Barbizon„ werd genoemd. In 1861 maakte hij een reis naar Duitsland en Zwitserland. Vooral zijn bezoek aan Lausanne, aan het meer van Genève, maakte een diepe indruk op hem. Matthijs was een dromer, voor wie de fantasie meer betekenis had dan de weergave van de werkelijkheid. In 1869 vertrok ook Matthijs naar Parijs, waar zijn broer inmiddels een eigen reputatie had opgebouwd. In tegenstelling tot Jacob keerde Matthijs niet naar Nederland terug. Hij bleef in Frankrijk en ontwikkelde een stijl, die steeds meer ging afwijken van die van de Haagse School. Zijn laatste levensjaren bracht hij door in Londen, levend als een teruggetrokken zonderling, ondersteund door zijn kunsthandel Van Wisselingh.
 
Willem Maris (1844-1910)
Anton MauveWillem Maris kreeg les van zijn oudere broers en op de avondlessen van de Haagse Tekenacademie. In Oosterbeek raakte hij bevriend met Anton Mauve. Met Blommers reisde hij naar Duitsland en Noorwegen. Willem bleef in Nederland wonen en legde zich toe op zonnige polderlandschappen met koeien en eenden. Zijn werk vond internationaal veel waardering. Tot zijn leerlingen behoorden Poggenbeek en Breitner.
 
Bron: gemeentemuseum.nl

Jacob Maris | Matthijs Maris | Willem Maris

kopieerwerk [ 1 ]

Charles François Daubigny (1817-1878)
kopieën
kopieën naar Charles François Daubigny
Oorspronkelijk schilderde Daubigny traditioneel, tot hij zich in Barbizon ging vestigen, om er buiten in de natuur te gaan werken. Dat gebeurde vanaf 1843. Hij sloot zich daar aan bij de School van Barbizon. Nog belangrijker was de ontmoeting met Camille Corot in 1852, te Optevoz (Isère). Op zijn bekende boot “Botin“, die hij tot atelier had omgebouwd, schilderde hij onophoudend langs de boorden van de Seine en de Oise, in de omgeving veelal van Auvers. Vanaf 1852 kwam hij onder invloed van Gustave Courbet en liet zijn stijluitwerking meer en meer het latere impressionisme raden, bij zover dat Théophile Gautier het al had, weliswaar pejoratief, over “impression”. In 1866 verbleef Daubigny in Engeland en hij kwam er terug ingevolge de oorlog van 1870. Toen ontmoette hij Claude Monet in Londen en samen trokken ze naar Nederland. Terug in Auvers, maakte hij kennis met die andere grote uit het Impressionisme Paul Cézanne Men kan aannemen, dat deze jongeren artistiek een en ander schuldig bleven aan Charles François Daubigny.
 
Bron: nl.wikipedia.org

vroege Hollanders

Vroege Hollanders, schilderkunst van de late Middeleeuwen
Boijmans Van Beuningen Rotterdam, 16 februari – 25 mei 2008
De tentoonstelling Vroege Hollanders. Schilderkunst van de late middeleeuwen laat zien wat er geschilderd is in de Noordelijke Nederlanden in de vijftiende en het begin van de zestiende eeuw. Uit deze periode zijn maar weinig schilderijen bewaard gebleven. Van de meeste kunstenaars kennen we niet eens hun naam, zij kregen in de loop der eeuwen noodnamen die refereren aan hun bekendste werk of hun woonplaats. Over de schilderschool in het graafschap Holland was tot op heden dan ook niet veel bekend, veel minder dan over de Vlaamse meesters.
Geertgen
Geertgen tot Sint Jans
De verheerlijking van Maria, ca. 1490-1495
olieverf op paneel, 24.5 x 18.1 cm
De in de zuidelijke Nederlanden verfijnde techniek van de olieverfschilderkunst wordt echter al snel in Holland overgenomen. Vooral Haarlem en Delft ontwikkelen zich tot belangrijke centra, met kunstenaars die weliswaar beïnvloed worden door de Vlaamse primitieven, maar toch een heel eigen stijl hebben. De resulterende schilderijen tonen typisch Hollandse taferelen, zoals de Heilige familie aan tafel in een Hollands interieur van de Meester van de Brunswijkse diptiek. De tentoonstelling begint met Geertgen tot Sint Jans en eindigt met Lucas van Leyden, wiens werk nog wortelt in de middeleeuwen maar al het begin van de Renaissance in Holland aankondigt.
 
Bron: boijmans.nl

Geertgen tot Sint Jans | Lucas van Leyden