Categorie archief: schilderkunst

wie es eigentlich (gewesen) ist [ 1 ]

de officiële geschiedenis in de negentiende eeuwse schilderkunst

De Proklamatie van het Duitse Keizerrijk in 1871 in de spiegelzaal van het Paleis in Versailles wordt voornamelijk door één beeld overgeleverd. In het Wilhelminische tijdperk (1871-1918) is dat talloze malen gereproduceerd: een schilderij van de Duitse historieschilder Anton von Werner.

Die Proklamation des Deutschen Kaiserreiches
De Proklamatie van het Duitse Keizerrijk in Versailles in 1871
een geschenk van keizer Wilhelm I aan Bismarck voor zijn 70e geboortedag in 1885

Voor 1900 zijn we in onze beeldvorming van grote historische gebeurtenissen vaak afhankelijk van schilderijen. Omdat in politieke schilderijen de visie van de opdrachtnemer zich ondergeschikt maakt aan de visie van de opderachtgever, weten we bij voorbaat dat we dergelijke taferelen moeten wantrouwen. Ze dienen een politieke ideologie en zelden de waarheid. Net zoals fotomanipulaties met Photoshop weten we dat onze interpretatie gemanipuleerd wordt en ons wantrouwen groeit naarmate het beeld vertrouwder en objectiever overkomt.

schetsen van Anton von Werner
portretstudies van Anton von Werner voor bovenstaand schilderij. het derde portret is de toekomstige keizer Friedrich III, die 99 dagen keizer was. Op het schilderij staat hij schuin achter zijn vader Wilhelm I.

Anton von Werner registreerde met een fotografische en inventariserende blik. Toch is zijn schilderij allerminst een foto. Zoals in de schilderkunst noodzakelijk is, moeten vooraf portretstudies gemaakt worden. Vaak zijn dat tekeningen of schetsen in olieverf, soms ook uitgewerkte losse olieverfportretten. Daarna voegt de schilder als een regisseur alle personages samen tot één voorstelling die eruit ziet als een historische momentopname.

Na de doorbraak van de natuurwetenschap in de achttiende eeuw werd men in de negentiende eeuw bezeten van objectiviteit. In de filosofie kwam dit duidelijk tot uitdrukking in de Hegeliaanse dialiectiek, waarin een dialectische beweging gevolgd wordt die tenslotte tot rust zou moeten komen in de Absolute Geest, het Hegeliaanse objectiviteitsideaal. Ook de geschiedschrijving werd door deze objectiviteitskoorts aangestoken. Bekend in dit kader is de uitspraak van de historicus Leopold von Ranke “wie es eigentlich gewesen ist”. Men geloofde, in tegenstelling tot vandaag, dat er uiteindelijk één interpretatie van de werkelijkheid bestond. Voor de komst van de fotografie was de fotorealistische benadering in de historische schilderkunst vanzelfsprekend het ideaal.

Een van de bekendste voorbeelden is het enorme doek van de kroning van Napoleon door David dat in het Louvre hangt. In ons eigen land is het eveneens reusachtige schilderij van Pieneman in het Rijksmuseum een treffend voorbeeld. In dit schilderij wordt de verwonding van de toekomstige koning Wilhelm I tijdens de Slag bij Waterloo als een heroïsche gebeurtenis gepresenteerd. Op schilderijen als deze zien we op de voorgrond (en vaak ook nog op het middenplan) talloze portretten van bestaande individuen.

Congres van Berlijn
Het Congres van Berlijn, 1878

Anton von Werner gaf ook de officiële visie weer op het Congres van Berlijn in 1878. Tijdens deze historische gebeurtenis werd de Balkan door de grote Europese mogendheden verdeeld en moest het Ottomaanse Rijk zich schikken. Rechts in beeld zien we een groepje Turken met fez in Europees uniform.

Anton von Werner Anton von Werner (1843-1915) begann seine Karriere im Jahre 1857 mit einer Lehre als Stubenmaler, bevor er 1860 ein Studium an der Berliner Akademie der Künste aufnahm. Um seine Ausbildung noch mehr zu vertiefen und um neue Eindrücke zu sammeln, wechselte er 1862 an die Kunstakademie nach Karlsruhe.

Mit 27 Jahren nahm Anton von Werner 1870/71 am deutsch-französischen Krieg teil. Als er 1871 aus dem Feld zurückgekehrt war, ließ er sich in Berlin, wo er drei Jahre lang zur Miete in der Lützowstraße 31 wohnte, als freischaffender Maler nieder. Im gleichen Jahr heiratete er Malwine Schroedter, eine Tochter seines Lehrers, des Malers und Grafikers Adolph Schroedter. Von Werners Einzug 1874 in die Villa VI an der Potsdamer Straße, zeigt, dass Anton von Werner es inzwischen schon zu recht beachtlichem Wohlstand gebracht hatte. Den Höhepunkt seiner Karriere markiert aber sicherlich seine Ernennung im Jahre 1875 zum Direktor der Königlichen Hochschule der bildenden Künste. In dasselbe Jahr fällt auch die Eröffnung eines Ateliers in seinem neuen Domizil am Karlsbad 21. Dass Anton von Werner ein hohes Ansehen in der damaligen Berliner Kunstszene genoss, beweist seine Wahl zum Generalkommissar der deutschen Abteilung auf der Weltausstellungim Jahr 1878 sowie 1895 und 1899/1901 zum Vorsitzenden des Vereins der Berliner Künstler. 1899/1900 und 1902/1906 war er außerdem Vorsitzender der Berliner Sektion Bildende Künste des Senats der Künste. Eine enge Freundschaft verband ihn mit Adolph von Menzel.

Repin
Ilya Repin, De Staatsraad in het Mariinskipaleis, 1901

grootvorst Mikhail Aleksandrovich door Ilya RepinHelemaal aan het begin van de twintigste eeuw maakte Ilya Repin een politiek en prestigieus schilderij dat nu in het Russisch Museum in Sint Petersburg hangt. Het verbeeldt de eeuwvergadering van de Staatsraad in het Mariinskipaleis op 5 mei 1901. Voor dit enorme doek maakte hij vele losse olieverportretten (zie het portret van grootvorst Mikhail Aleksandrovich rechts) die tegenwoordig samen met het doek zijn tentoongesteld. Onder Stalin diende Repin’s stijl als model voor het Socialistische Realisme. Het dictaat van de tsaar veranderde in het dictaat van de communist: wie es eigentlich ist.

twee Oostenrijkse schilders

Friedrich von Amerling (1803-1887)
en Ferdinand Georg Waldmüller (1793-1865)

catalogus Liechtenstein Museum Maandag kocht ik een catalogus over Classicisme en Biedermeier van het Weense Liechtenstein Museum omdat ik getroffen was door een delicaat meisjesportret van Friedrich von Amerling op de omslag. Amerling is bekend van zijn statieportret van Franz II uit 1832, een potsierlijk keizerlijk portret uit de Restauratie. Maar in de catalogus vond ik gelukkig een paar van zijn mooiste portretten. Ook zijn tijdgenoot Ferdinand Georg Waldmüller is in de collectie van het Liechtenstein Museum in Wenen vertegenwoordigd. In Nederland zijn hun namen nauwelijks bekend, maar wat mij betreft staan de landschappen van Waldmüller op eenzelfde niveau als die van Caspar David Friedrich en Karl Blechen en behoren de Biedermeierportretten van Von Amerling tot de top van de negentiende eeuwse portretschilderkunst.

Friedrich von AmerlingFriedrich Amerling war der Sohn des Gold- und Silberdrahtziehers Franz Amerling und dessen Frau Theresia Kargl. Er studierte von 1815 bis 1824 an der Akademie der bildenden Künste in Wien. Nachdem er dort zunächst bei Josef Klieber die Graveurschule besucht hatte, wechselte er in die Klasse für “Historische Zeichnungsgründe” bei Hubert Maurer und Karl Gsellhofer. 1824 ging Amerling nach Prag zu seinem Onkel Heinrich und studierte an der dortigen Akademie als Schüler von Joseph Bergler dem Jüngeren bis 1826 weiter. 1827 und 1828 verbrachte er in London, wo er vom Portraitmaler Thomas Lawrence beeinflusst wurde. Weitere Reisen führten ihn nach Paris, wo er bei Horace Vernet arbeitete, und Rom, ehe er – seit 1828 wieder zurück in Wien – Aufträge des österreichischen Kaiserhauses, des Adels und Bürgertums ausführte.

1829 erhielt er den Reichel-Preis der Akademie in Wien. Amerling unternahm Zeit seines Lebens ausgedehnte Reisen: 1836 und 1838 nach Italien, 1838 in die Niederlande, 1839 nach München, 1840-43 nach Rom, 1882 nach Spanien, 1883 nach England, 1884 nach Griechenland, 1885 nach Skandinavien bis zum Nordkap und 1886 nach Ägypten und Palästina.
(Bron: de.wikipedia.org)

portret van Clara Serena door RubensHet dwergstaatje Liechtenstein kennen we tegenwoordig voornamelijk van belastingontduiking. Minder bekend is dat Hans-Adam II, de vorst van Liechtenstein, een van de mooiste privécollecties ter wereld bezit, met o.a. een schitterend portretje van Clara Serena door Rubens. Een deel van deze collectie is sinds 2004 gehuisvest in het Liechtenstein Museum in Wenen. Op de prachtige en informatieve website staan veel goede reproducties waarvan je details kunt bekijken, zoals bij deze schilderijen van Amerling en Waldmüller.

Biedermeier in het Liechtenstein Museum | fuerstenhaus.li | Liechtenstein [wikipedia]

vluchten in schoonheid

de Prerafaëlieten en de Aesthetic Movement in Nederland
Museum Mesdag Den Haag, 13 februari – 18 mei
Gelijktijdig met John Everett Millais is in Museum Mesdag in Den Haag Vluchten in schoonheid te zien. De invloed van de Prerafaëlieten op Nederlandse kunstenaars staat centraal in deze tentoonstelling. Hoewel Nederlandse kunstenaars al vrij snel kennis konden nemen van deze nieuwe Engelse kunststroming via tentoonstellingen in onder andere Frankrijk, duurde het enige tijd voordat de beeldtaal van de Engelse kunstenaars in ons land navolging kreeg.
Vluchten in schoonheid
Matthijs Maris (1839-1917), die in Londen woonde, was één van de eerste Nederlanse schilders die in aanraking kwam met de Prerafëlieten. Ofschoon hij dit zelf vaak ontkende, zijn in zijn werk voorbeelden aan te tonen die onder invloed van de Prerafaëlieten zijn vervaardigd. Hiermee vormt Matthijs Maris een uitzondering binnen de Haagse School. Zijn schilderijen, maar vooral etsen en tekeningen hebben Nederlandse kunstenaars van een latere generatie onder wie Jan Toorop (1858-1928), Antoon Derkinderen (1859-1925), Richard Roland Holst (1868-1938) en Antoon van Welie (1866-1956) beïnvloed. Deze kunstenaars werden eveneens geïnspireerd door de mystieke en poëtische beelden van sprookjesprinsessen en dromerig kijkende vrouwen van hun Engelse collega’s, waarbij zij gebruik maakten van dezelfde literaire bronnen en beeldtaal.
 
De tentoonstelling is in twee delen verdeeld. De meeste nadruk ligt op Matthijs Maris (1839-1917). Het is sinds lange tijd dat een groot aantal tekeningen en schilderijen van deze kunstenaar te zien is in een presentatie. Het tweede deel laat de andere kunstenaars zien die onder invloed van Maris en de Engelse Prerafaëlieten hebben gewerkt. Deze laatste kunstenaars bewogen zich ook op het vlak van de kunstnijverheid, toegespitst op Gemeenschapskunst. In Nederland stond deze richting onder invloed van de Arts and Crafts Movement van William Morris, die op zijn beurt nauwe contacten onderhield met de Prerafaëlieten.
 
Bron: museummesdag.nl