Categorie archief: schilderkunst

kwetsbaarheid in beeld

Pieter Pander Geen bloemen, Schilderijen en tekeningen
Drents Museum, 02.10.07 – 06.01.08
Scheringa Museum 13.01.08 – 11.05.08
Twee toonaangevende musea op het gebied van realistische kunst, het Drents Museum in Assen en het Scheringa Museum voor Realisme in Spanbroek presenteren een groot overzicht van de Nederlandse figuratieve kunstenaar Pieter Pander. Pieter Pander (1962) behoort al jaren tot de top van de Nederlandse figuratieve schilderkunst. Op de tentoonstelling zijn ruim 130 werken te zien, die een groot overzicht vormen van Panders oeuvre uit de periode 1987 – 2007. Het meeste werk komt uit particulier bezit en wordt zelden tentoongesteld. De tentoonstelling start op 2 oktober 2007 in het Drents Museum in Assen en reist door naar het Scheringa Museum voor Realisme in Spanbroek waar de expositie vanaf 13 januari 2008 te zien zal zijn.
 
Bron: kunstbus.nl
Kalfje
Roodbont kalf
100 x 100 cm – olieverf op doek- 2004
Foto: Art Revisited.com
Collectie: Scheringa Museum voor Realisme

Pieter Pander, een geboren Fries die woont en werkt in Franeker, is een succesvol schilder. Zijn fabelachtige techniek en ingetogen kleurgebruik maken zijn werk erg geliefd. De hoofdthema’s in zijn werk zijn mensen en dieren, die hij op virtuoze wijze weet te verbeelden. Zijn portretten van dieren zijn gevoelig en ontroerend in een natuurlijke pose geschilderd, waarbij bepaalde partijen slechts met een enkele lijn gesuggereerd worden. Zijn portretten van oude mensen zijn mooie observaties, waarin de kwetsbaarheid van de ouderdom wordt weergegeven.

Bron: Scheringa Museum voor Realisme

Drents Museum | Scheringa Museum voor Realisme

de kluizenaar van het Spaarne

gelezen in de monografie Kunst is spiegeling van Anita Hopmans
over het oeuvre van Kees Verwey

Anita Hopmans - Kees VerweyKees Verwey koos voor het niemandsland tussen de traditie en het modernisme, een positie waarin ik mijzelf ook graag plaats. Ik ben de laatste dagen weer gedoken in de catalogus Kunst is spiegeling die ik kocht bij de tentoonstelling Van de edele en vrije schilderkunst in het Haags Gemeentemuseum in 1990. Zeventien jaar geleden zag ik voor het eerst de grote atelierstukken waarmee Verwey aan het einde van zijn leven definitief doorbrak. Deze maakten grote indruk op mij. Ik zag daar een zuivere vertegenwoordiger van de Hollandse traditie in gesprek met het modernisme van de twintigste eeuw. In diezelfde tijd las ik het boek De Kunst van het Kijken van Svetlana Alperts waarin ze die Hollandse traditie in het vizier neemt. Ik besefte toen hoezeer mijn eigen identiteit met deze traditie verweven is. Voor avontuur hoef ik net als Verwey eigenlijk de deur niet uit, aan kijken heb ik genoeg. Godfried Bomans heeft die houding bij Verwey eens beschreven:

Kees Verwey is een onderzoeker. En hij is dit zozeer dat, ofschoon zijn tekeningen en schilderijen in de duizenden lopen, hij aan één schoteltje op een houten tafel genoeg zou hebben om zijn leven te vullen.

Godfried Bomans

Hij zou aan die opdracht tot zijn dood kunnen werken en niettemin als een ontevredene sterven, omdat noch de tafel noch het schoteltje hun laatste geheim hebben prijsgegeven. Hij zou aan alles wat hij in zijn leven gemaakt heeft nog oneindig meer willen ontfutselen en legt telkens de penseel neer als iemand, die niet meent iets voltooid te hebben, maar slechts een fase verder gekomen te zijn. Zijn doeken zijn voorlopige haltes op een weg, die onafzienbaar is. (Godfried Bomans)
 
Bron: keesverwey.com
Kees VerweyHet is bekend dat Verwey Haarlem, en liefst zijn atelier, nauwelijks uitkomt. Toch is hij zeer goed op de hoogte van alle stromingen binnen de hedendaagse kunst. Hij vertaalt die naar zijn eigen idioom maar weet ook dat hij niet kan loskomen van de Hollandse schilderstraditie, met haar nadruk op stillevens en landschappen en het technische meesterschap van Rembrandt en Vermeer. Binnen die traditie blijkt Verwey een grootmeester te zijn, die opvalt door zijn fabelachtige techniek en de consequente aandacht voor zijn eigen universum.
 
Naast het oeuvre van Verwey zal de tentoonstelling ook werk van tijdgenoten bevatten, zoals dat van Witsen, Nanninga en Ouborg. Aangezien literatuur altijd een belangrijke inspiratiebron is geweest voor de schilder (zo maakte hij als eerbetoon aan Stijldichter Antony Kok in een jaar tijd dertig portretten van hem) schenkt het museum ook aandacht aan de grote literatoren die Verwey bewonderde, waaronder Lodewijk van Deyssel, Adriaan Roland Holst en Harry Mulisch.
 
Bron: gemeentemuseum.nl

keesverwey.com

oude rotzooi

The leaping horse van John Constable
Rijksmuseum Amsterdam, 20 september t/m 17 december 2007

Twintig jaar geleden heb ik in het examenjaar van de kunstacademie een poging gedaan de Hay Wain van John Constable te kopieren. Ik had een bruinige reproductie en met wat verschillende okers kwam ik een heel eind, vond ik. Co Westerik die gastdocent was, vond dat ik er onmiddellijk weer mee moest stoppen. (Beloof het me!) Wat oude rotzooi van de zolder halen en dat schilderen, daar leer je veel meer van, meende hij. ‘Maar dat heb ik ook gedaan!’ dacht ik. Ik heb zijn advies daarna letterlijk opgevolgd en ben geinspireerd door het werk én de zolder van Kees Verwey oude rotzooi gaan schilderen. De kopie van de Hay Wain vormde voor mij wel het begin van een persoonlijke traditie van meesters kopieren en landschappen schilderen. Achteraf verbaast het me dat ik in 1987 voor een schilderij van Constable heb gekozen. Ik kijk nu veel liever naar zijn voorbeelden: Hobbema, Ruysdael en De Koninck.

Dit najaar is het meesterwerk The leaping horse van de beroemde Engelse landschapschilder John Constable te gast in het Rijksmuseum. Het indrukwekkende doek uit 1825 behoort tot de topstukken van de Royal Academy in Londen. Het schilderij van Constable wordt in het Rijksmuseum geconfronteerd met meesterwerken van de 17de-eeuwse landschapschilders Ruisdael, Hobbema en Koninck. Het werk van deze Nederlandse kunstenaars vormde een grote bron van inspiratie voor Constable. Het is voor het eerst dat dit werk van Constable direct naast zijn inspiratiebron te zien is.
 
Bron: rijksmuseum.nl

Meindert Hobbema is in de leer geweest bij landschapsschilder Jacob van Ruisdael. Diens invloed is duidelijk te bespeuren in Hobbema’s stijl en onderwerpskeus. Hoewel de watermolen op dit schilderij door beide schilders is geportretteerd, raakte vooral Hobbema erg aan hem verknocht.

Meindert Hobbema
Meindert Hobbema, watermolen

Hij schilderde en tekende hem zo’n 40 keer! Hobbema’s schilderijen zijn vaak iets kleurrijker en levendiger dan die van zijn leermeester. Bij Van Ruisdael overheersen de donkere kleuren. Hobbema liet de zon meer toe in zijn schilderijen.

Bron: rijksmuseum.nl