Categorie archief: schilderkunst

icoon van alledaagsheid

Het zieke kind van Gabriël Metsu

Bladerend door de krant viel mijn blik vanmorgen op dit schilderijtje van Gabriël Metsu en ik werd er door de zoveelste keer door getroffen. Metsu is een van de petit maitres van de zeventiende eeuw en dit is het enige schilderij van hem dat ik bij naam weet te noemen. Toch al een hele vooruitgang want op de lagere school zei de naam mij niet veel meer dan de straat waar een vriendje van mij woonde. Maar naamsbekendheid is tenslotte onbelangrijk, het gaat nu om dit ene schilderijtje.

Het zieke kind
Gabriël Metsu het zieke kind, 1660

Wanneer je het schilderijtje voor het eerst ziet, is de eerste oppervlakkige indruk dat dit een Vermeer moet zijn. Je ziet attributen die je onmiddellijk met het genie uit Delft associeert. De rustige, afgewogen compositie en het kleine formaat van het werk brengen ons nog dichterbij. Maar het ongrijpbare licht van Vermeer is hier totaal afwezig. Het is dus een Metsu. In ieder geval is het typisch Hollands, ook al hanteert Metsu hier duidelijk een Italiaans kleurschema. Het blauw en rood van moeders rokken kennen we van de ontelbare schilderijen waar de maagd Maria opstaat. Karl Marx vond de Moeder God’s bij Rembrandt er uitzien als een Hollandse boerenmeid, van de moeder van het zieke kind had hij het omgekeerde kunnen zeggen.

Simon SchamaWaar de meeste Hollandse schilders van de zeventiende eeuw groot in waren, was de alledaagsheid en hun afkeer van het theatrale. En dat kwam weer omdat het publiek die voorkeur en afkeer deelde. Simon Schama heeft er een prachtig boek over geschreven: Overvloed en Onbehagen. De Hollandse burger schaamde zich bijna voor zijn welvaart, voelde een zeker onbehagen bij de overvloed die hem omringde. “Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.” Daarom zien we in de Hollandse schilderkunst van de zeventiende eeuw relatief weinig theatrale effecten, die elders in Europa in de Barok zo’ n grote rol speelden. Geen katholieke heilige maagd, maar een doodgewone protestantse Hollandse moeder met een ziek kind op de schoot. Een protestantse icoon van alledaagsheid.
En wordt maar weer snel beter!

alles van waarde is weerloos

monsterbedragen voor schilderijen zijn weer helemaal terug…

Soms lees ik in de krant iets over kunst dat niet op de pagina Kunst staat maar op de pagina Economie. Dan weet ik in ieder geval zeker dat het niet over schoonheid gaat, maar over geld.

dr. CachetIn 1990 toen Vincent Van Gogh honderd jaar dood was, heerste er een gekte op de kunstmarkt en braken zijn schilderijen telkens weer een record. Drie jaar daarvoor was een versie van zijn Zonnebloemen verkocht aan Yasuda Fire & Marine Insurance Company of Tokyo voor het duizelingwekkende bedrag van $39.921.750 ruim 80 miljoen gulden. Later in datzelfde jaar brachten zijn Irissen 48 miljoen dollar op en in 1990 werd het portret van dokter Cachet geveild voor 83 miljoen dollar. De prijzen waren volledig doorgedraaid. Na 1990 zakte de kunstmarkt weer in en van Gogh’s portret bleef jarenlang het duurst verkochte schilderij uit de geschiedenis, met als ironisch detail dat hij tijdens zijn leven commercieel volledig mislukte.

De liefhebber koopt passie,
de verzamelaar bezit, de snob status
en de belegger verwachting.

Maar sinds een paar jaar is de gekte weer terug bij de veilinghuizen. Vorig jaar november werden in één klap twee records gevestigd. Naoorlogse Amerikaanse schilderijen ditmaal, beide nog geen zestig jaar oud. Het betrof een schilderij van Willem de Koning: Woman III en een van Jackson Pollock: no.5 uit 1948 die geveild werden voor resp. 137,5 en 140 miljoen dollar. Je kunt dus zeggen dat het vertrouwen in kunst als beleggingsobject weer is toegenomen.

Is het erg dat er zulke idiote bedragen worden betaald voor een schilderij als hiernaast is afgebeeld? Natuurlijk niet! Want bij een beleggingsobject gaat het nooit om wat iets is (laat staan wat het voorstelt), maar het gaat erom wat iets over een aantal jaren oplevert. Wat het dan ook mag zijn. Het zegt niets over de waarde van het object. Het is natuurlijk wel een boeiende vraag waarom juist die naoorlogse abstracte schilderijen zo’n hoge verwachting en dus marktwaarde genereren en de schilderijen van de oude meesters veel minder. Terwijl die laatste kunstwerken vanuit kunsthistorisch en technisch oogpunt juist een hogere waarde vertegenwoordigen. In ieder geval zegt het veel over onze algemene waardering van het kunstwerk, waarbij kunsthistorische waarden en technische kwaliteiten van ondergeschikt belang zijn.

The most expensive paintings ever sold | Jackson Pollock No.5, 1948

lang leve de schilderkunst!

zondag gezien in de Kunsthal:Terug naar de figuur
schilderkunst van de eenentwintigste eeuw met o.a. Neo Rauch
Neo Rauch
Neo Rauch, Hohe, 2004
Courtesy of David Zwirner Gallery

Neo RauchNeo Rauch schildert zijn complex verhalende beeldtaal in typische bleke kalkachtige kleuren op grote formaten. Ogenschijnlijk vertrouwde beelden worden geherdefinieerd. Zijn schilderijen, waarbij archetypisch menselijke figuren en desolate utopische locaties beeldbepalend zijn, ademen een hallucinerende sfeer. Verstilde industriële landschappen, statische alledaagse taferelen, kleur- en compositievarianten maken deel uit van zijn filmische wereldbeeld. Zijn realistische beeldtaal laat zich karakteriseren als een fictieve mengeling van motieven uit voormalige DDR-reclame en Amerikaanse comic-strips, met duidelijke verwijzingen naar de Pop-art. Rauchs werk is tegelijk verleidelijk en prikkelend, houdt wel afstand en dwingt daarmee de kijker tot nauwkeurige beschouwing. (Bron: kunstbus.nl)

Neo Rauch [ davidzwirner.com ]