
douglaswalker.ca



Het is een schande dat we Rembrandt en Bartholomeus van der Helst allemaal van naam kennen. En dat we de laatste vooral kennen van die twee straten in Amsterdam.
‘Na mijn dood word ik op de scholen tien jaar vrijwillig gelezen
en daarna nog eens tien jaar verplicht.
Dan noemen ze een straat naar me.
En dan ben ik helemaal vergeten.
Niemand weet toch meer wie Tweede van der Helst was?’(Gerard Reve, In gesprek, 1983)
Gisteren werd zijn schuttersmaaltijd die op 25 juni door een notoire schilderijenvernieler ‘behandeld’ werd, weer in oude luister gepresenteerd. Een indrukwekkend schilderij, waar de museumbezoeker bij het bewonderen van de Nachtwacht vaak met de rug naar toe staat. Soms wordt er wel eens neerbuigend gedaan over de verbluffende virtuositeit van Van der Helst die vergeleken bij de geniale Rembrandt nogal gelikt zou zijn.

Kijken we bijvoorbeeld eens naar de slagschaduw bij Rembrandt en bij Van der Helst. Voor een dergelijk effect moet je toch een aardig potje kunnen schilderen, aan beide meesters dus wel besteed. Ze voeren het inderdaad perfect uit, zo onstoffelijk als een schaduw maar kan zijn. Wie is er hier nu gelikter?

Beu van de abstracte schilderkunst zocht Philip Akkerman begin jaren ’80 weer aansluiting bij de schilderkunstige traditie en begon wars van alle trends met het schilderen van zelfportretten. En hield dat vol tot op de dag van vandaag. Met als resultaat een oeuvre van tot nu toe ruim 2400 zelfportretten. Daarvan zijn er 2314 in een lijvig fullcolor boek verschenen en de overige portretten die hij het afgelopen jaar (10 januari-28 augustus 2006) schilderde, zijn te zien in De Hallen in Haarlem. Gisteren bezocht ik deze tentoonstelling die nog tot 19 november te zien is.

Wanneer ik door het boek 2314 blader, dan moet ik denken aan mijn eerste sessies met Photoshop tien jaar geleden, hoe ik het ene na het andere filter met een oh! en ah! opentrok. Iedereen die wel eens met de filters van Photoshop geklungeld heeft, weet dat dit meestal al binnen vijf minuten gaat vervelen. Het is daarom een oneerbiedige vergelijking, want Philip Akkerman is na 25 jaar varieren op een thema nog steeds niet verveeld geraakt van just another one. Hij is de eerste om toe te geven dat zijn werk ook zwakke plekken heeft, maar in zijn konsekwentheid blijft het ijzersterk: een goed of slecht schilderij bestaat in zijn visie niet. Het zijn allemaal variaties die er mogen zijn. Middelpuntzoekend in het onderwerp maar stylistisch gezien middelpuntvliedend. Misschien is hij daarom wel meer dan zijn generatiegenoot Rob Scholte, dé post-modernistsische schilder van Nederland. Het is alsof hij niet alleen door de brillen wil kijken die we uit het verleden kennen, maar ook door de brillen die nog gaan komen. Voor Philip Akkerman is de schilderkunst nog niet afgelopen. In zijn bescheidenheid heeft hij waarschijnlijk onbedoeld een uniek monument tot stand gebracht in de Nederlandse schilderkunst
In de voetsporen van Heidegger
Voetnoten bij de 19e eeuw
Amerikaanse Burgeroorlog
Napoleon en zijn schilders
Landschapsschilders uit de Goethezeit
Schilders in Italië
De schilder en zijn broodheer
De waakzaamheid van het hart
Ovidius’ Metamorphosen
Dantes Divina Commedia
Wolkenkrabbers
Op zoek naar de atoomstijl
Een avontuur van luitenant Blueberry
My favourite things