Categorie archief: schilderkunst

schilderen in ubbergen

het was een schitterende dag en in Ubbergen was het nog mooier

Vandaag met Jos van Riswick en twee schildersezels in het bos gestaan bij Ubbergen. Een paar studies gemaakt die nu achter in de kofferbak van de auto liggen te drogen. Alvast wat foto’s digitaal bewerkt die als aanvullend studiemateriaal dienen. Straks als de herfst echt begint, blijft in het atelier de zon schijnen.

Ubbergen 21 september
impressie van 21 september 2006

Bekijk het schilderij van Jos van Riswick [ postcardfromholland.com ]

Piet van der Hem

schilder en politiek tekenaar Piet van der Hem (1885-1961)
In 1918 vestigde Van der Hem zich definitief in Den Haag. Vanaf dat moment legde hij zich vooral toe op de portretkunst. Daarmee kwam er een einde aan zijn vrije werk, want voortaan schilderde hij – afgezien van enkele taferelen gewijd aan zijn hobby, de jacht – nog vrijwel uitsluitend in opdracht. Dit besluit zal waarschijnlijk zijn ingegeven door een gebrek aan motivatie. Van der Hem was namelijk geen kunstenaar die in isolement kon werken, zonder de respons en waardering van een publiek. Door zich in het schilderen van portretten te specialiseren, wist hij zich daarvan opnieuw verzekerd. Daarnaast zal zijn eeuwige angst voor geldnood hierbij tevens een rol hebben gespeeld. Van der Hems grote vaktechnische bekwaamheid en het belang dat hij ook zelf aan een goede gelijkenis hechtte, maakten hem tot een zeer succesvol society-portrettist, hoewel zijn werk zelden uitblonk door psychologische diepgang. In de loop der jaren werden vele prominenten door hem afgebeeld, onder wie de danseres Mata Hari, minister M.W.F. Treub, de actrice Fie Carelsen en admiraal C.E.L. Helfrich. Naam maakte hij met regeringsopdrachten als het groepsportret van het Ministerie Cort van der Linden uit 1922, het statieportret van De koninklijke familie uit 1925/1926 en de Huwelijksinzegening van prinses Juliana en prins Bernhard uit 1937.
Piet van der Hem
Man te paard in een landschap
Piet van der HemVan der Hem had zich intussen reeds geregeld op het terrein van de toegepaste grafiek begeven. Sinds het begin van zijn carrière deed hij – als nevenactiviteit – illustratiewerk voor kranten, tijdschriften en boeken. Verder ontwierp hij een groot aantal affiches. Vanaf 1914 tekende Van der Hem ook politieke prenten. Zijn vermogen om snelle en rake typeringen te geven, maakte hem in dit genre zeer geliefd. Werk van zijn hand verscheen onder meer in De Nieuwe Amsterdammer (1914-1920), de Haagsche Post (1920-1935) en de Haagsche Courant (1935-1941). Toen de Duitse censuur in 1941 de Nederlandse pers geheel beheerste, staakte Van der Hem zijn activiteiten als politiek tekenaar. Na de oorlog ging hij hier niet mee verder, en tot zijn overlijden in 1961 concentreerde hij zijn aandacht volledig op het portretschilderen.
 
Bron: inghist.nl

het ongeziene

symbolisme en vroege abstractie in Nederland 1890-1920

De laatste weken ben ik weer aan het lezen over het ontstaan van de abstracte kunst. Vorige maand schreef ik hier al iets over de schilder-mysticus Janus de Winter uit Utrecht. Hoe meer je gaat lezen over de vroege abstractie, hoe meer je ziet dat deze ontstaan is vanuit een belangstelling voor het ongeziene. Vanaf 1885 heeft het symbolisme het impressionisme opgevolgd als de heersende stroming in de kunst. In tegenstelling tot de impressionisten richten de symbolisten de blik naar binnen. Hun voorstellingen zijn vaak allegorisch, traditioneel technisch en vaak met een nadruk op de lijn. Sommige symbolisten zijn aanhangers van een occulte beweging zoals de Theosofische Vereniging en de Rozenkruizers.

De symbolistische kunst nam vooral in de literatuur maar ook in de schilderkunst geëxalteerde vormen aan. De Eerste Wereldoorlog maakte daar in één klap een einde aan. Het absurdisme van Dada richtte zich tegen alles dat zich wilde verheffen, maar zou door zijn anarchistische en cynische karakter nooit een massakunst voortbrengen. ( Overigens zie ik de parallel tussen de kunststromingen symbolisme en dada en de subcultuur van flowerpower en punk . In de conjunctuur van de geschiedenis volgt op een periode van optimistische spiritualiteit wel vaker een tegenreactie van rauw cynisme.) Het waren de opvattingen van De Stijl en het Bauhaus die het sobere, serene gezicht van de toekomst gingen bepalen en van waaruit de Nieuwe Zakelijkheid zich zou ontwikkelen.

boeken symbolisme
Enkele van mijn boeken over de vroege abstractie. Twee tentoonstellingscatalogi van het Haags Gemeentemuseum, Kunstenaren der idee (1981) en Het onzichtbare zichtbaar gemaakt (1987) en twee monografieën over Albert August Plasschaert en Janus de Winter

De bekendste kunstenaar die uit deze spirituele beweging aan het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw is voortgekomen, is natuurlijk Mondriaan. Maar Nederland had meer schilders die zich al in een vroeg stadium met de abstractie bezighielden, maar die nu in de vergetelheid zijn geraakt: Janus de Winter, Jakob Bendien, Adriaan Korteweg, Jacoba van Heemskerck en Albert August Plasschaert.

PlasschaertHet „afbeelden van het onzichtbare„ uit de astrale en mentale wereld, is ook het doel geweest van diverse kunstenaars, die vanaf 1916 exposeerden in het Huis der Zielekunst in Den Haag. Onbetwiste leider van de groep, de schilder-schrijver Alb. A. Plasschaert - ook werkend onder het pseudoniem Anjana Bertos – niet te verwarren met zijn neef de kunstcriticus, Albert Plasschaert – probeert door middel van „mystieke lijn – en kleursymphonieën„ zijn geesteservaringen uit te drukken, die hij verder toelicht in talloze, zeer duistere lezingen en geschriften. In 1918 en 1919 is hij redacteur van De Derde Weg, het tweemaandelijks tijdschrift van Huis 202. Daarin verschijnen gedichten en opstellen, soms met tekeningen, die nogal evangelistisch aandoen, zoals O! God te dienen.
 
Ook Joh. Tielens blijkt geëxposeerd te hebben in het Huis der Zielekunst, met een schilderij De Jaargetijden. Deze schilder-mysticus, wiens naam al voorkomt in de catalogus van de hierboven genoemde tentoonstelling van leden van de Theosofische Vereeniging in 1904, heeft vooral meegedaan aan exposities van de Rotterdamse kunstenaarsgroep De Branding. De leden van deze groep gingen er van uit dat „kunst, godsdienst en filosofie de taak hadden de mensheid weer bewust te maken van de diepere eenheid, de geestelijke achtergrond van al het bestaande…„, een doelstelling, die ook door de kunstenaars van het Huis der Zielekunst werd onderschreven. Volgens Laurens van Kuik, lid van De Branding is de weg tot de kennis van het onbewuste „de zelfinkeer, de doordringende concentratie van de bewustzijns-aandacht op het innerlijk zielsgebeuren, zoveel mogelijk met uitsluiting van de indrukken der buitenwereld„, een gedachte die sterk overeenkomt met het belang dat de theosofen hechten aan de meditatie, als middel om hoger bewustzijn te bereiken.
Plasschaert
Albert Plasschaert, O! God te dienen.
Opus 1737. Uit: De Derde Weg 1 (1919)
Plasschaert’s tekeningen laten een drang naar het grenzeloze zien, een sterk verlangen naar het opgaan in het geestelijke en naar een ontbinding van het stoffelijke
Een ware broedplaats van allerlei stromingen en mensen met hoge opvattingen over kunst en kunstenaars was het Gooi, met name Laren en Blaricum, waarvan Herman Hana later nog een fraaie beschrijving geeft. In dit verband moet de schilder Karel Schmidt genoemd worden, die in 1915 in Blaricum kwam wonen en daar in 1918 het genootschap De Smeden oprichtte, dat in september en oktober van dat jaar een grote tentoonstelling hield in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Op die tentoonstelling waren diverse psychologische portretten, waarschijnlijk ook het Lotsportret van Wilhelmina (cat. nr. 119), waarop aura-achtige vormen te zien zijn. Schmidt gaf hierin niet de gelijkenis van de geportretteerden weer, maar wat zij uitstraalden. Margaretha Verwey geeft in haar autobiografie een karakterisering van het werk van Schmidt en zijn medestanders: „Kosmisch werk zou ik het willen noemen. Een weergeven niet van de dingen die wij met uiterlijke oogen zien, maar een weergeven van wat achter de dingen ligt, een zien van het ongeziene.„
 
Bron: dbnl.org

achtergronden bij het symbolisme | Theosofie in de Nederlandse kunst