Categorie archief: schilderkunst

tussen hoop en vrees

Na het dagboek van Vincent van Gogh heeft Gerard Bilders (1838-1865) waarschijnlijk het bekendste schildersdagboek uit de 19e eeuw op zijn naam staan. Bilders had zoals dat heet een sensitieve natuur. Het grote publiek zou hem zeker gekend hebben als hij niet zo jong gestorven was. Hij overleed in 1865 op 26-jarige leeftijd.

Zijn vader Johannes Warnardus was een landschapschilder in de romantische traditie en woonde jarenlang in Huize Rozenhage in Oosterbeek. Regelmatig kwamen daar jonge schilders uit het Westen over de vloer en het dorpje Oosterbeek groeide in de jaren 50 en 60 uit tot een kunstenaarskolonie, het Hollandse Barbizon. Ook de jonge Mauve, Maris en Gabriel waren vaak te gast in huize Rozenhage en zo vormde Oosterbeek ook het voorspel op de Haagse School.

Schapen in de uiterwaarden bij Oosterbeek door Gerard Bilders, 1863

Het volgende fragment uit het dagboek van Gerard Bilders, dateert uit 1861 toen hij in Oosterbeek woonde.

Het is waar, dat het de hoop is, die ons door het leven leidt, aan wier hand wij wandelen en die ons de schoonste verwachtingen voorspiegelt. Hoe zalig is de hoop, als zij edele beelden vertoont, als zij doet gelooven aan de vervulling van reine wenschen!
Ook gij hebt de hoop bemind, gij hebt ze in uw goed hart levend gehouden; ze heeft u bezield met moed, met levensvreugde en met liefde, want die wezenlijk hoopt is gelukkig, en die gelukkig is, heeft lief.
Wat is het leven voor ons, menschen, die het onzeker doorwandelen, anders dan onophoudelijk wenschen en hopen? Maar is dit mogelijk zonder beurtelings tevens te vreezen? Want hoop en vrees bestaan gelijktijdig; zij zijn elkanders gedurig en krachtigst tegenwigt. Waar de vrees woedt en alles tracht omver te werpen, over alles eene hatelijke schaduw spreidt, ongevoelig maakt voor het schoone en goede en tot de diepste verslagenheid en den felsten haat voert, daar verheft zich tevens en sterker dan ooit de beminnelijke hoop en tracht met hare opwekkende en weldoende stralen de duisternis der vrees te verdrijven. Gelukkig, zoo dat licht door de wolken der angst breekt en den geest tot een zonnig veld maakt, waar de bloemen der fantasie bont en geurig op ontspruiten en een nieuw leven in het hart van den bedroefde scheppen. Ja, eene zoodanige afwisseling van licht en schaduw in het hart is goed: eene eeuwigdurende zon doet de bloemen verdorren, eene ondoordringbare schaduw zou ze beletten te ontspruiten.
 
Bron: dbnl.org

verf en voorstelling

Ik hou van het werk van handige schilders zoals Velazquez, Singer Sargent en Repin. Hoewel ik ook enorme bewondering kan hebben voor minitieuze fijnschilders, is het brede gebaar meer mijn stijl. Krachtige, breedgeschilderde olieverfschilderijen hebben een frisheid en suggestieve kracht die je in de tekenachtige schilderkunst niet tegenkomt.

Toen Maurice Denis zijn beroemde uitspraak deed …

Je mag niet vergeten dat een schilderij, vooraleer het een strijdros is,een naakte vrouw of de een of andere anekdote – in wezen een plat vlak is dat volgens een bepaalde ordening bedekt is met kleur.

…was dit een open deur. Maar deze stond daarna wel wagenwijd open naar de moderne schilderkunst. De reflectie op de paradox tussen verf en voorstelling was begonnen en de schilderkunst werd langs een reeks -ismen gespleten in figuratieve en abstracte schilderkunst.

Velazquez
Detail van de naaister van Diego Velazquez geschilderd tussen 1640-1650

Een verfbeest als Velazquez had zo’n statement natuurlijk helemaal niet nodig. Hij was ingewijd in het geheim dat verf en voorstelling met elkaar verenigt. In de kunstkritiek spreekt men over een hoge mate van abstractie in zijn werk.

De uitspraak van Denis is voor mij dan ook veel meer het startschot naar de reflectie en conceptuele kunst, waarin kunst en werkelijkheid problematisch worden. In de schilderkunst leidde het slechts aan de oppervlakte tot vernieuwing.

ademloos kijken

Na jaren niet meer geschilderd te hebben, heb ik sinds een paar weken mijn oude liefde helemaal hervonden. Ik kan lyrisch worden over het mooiste ambacht ter wereld. Veel schilders behoren tot mijn beste vrienden, al zal ik er een aantal nooit in levende lijve ontmoeten. Want de meeste schilders bij wie ik over de schouder meekijk, zijn al lang dood en begraven. De levende ontmoeting met de dode meesters is een ontmoeting zonder woorden, het is samen ademloos kijken buiten de tijd.

Schilderen is eenworden met de natuur. De natuur volgend herken ik het handschrift van God. Ooit vroeg een docent op de kunstacademie of ik niet vond dat ik te laat geboren was. In zijn ogen was ik waarschijnlijk een romanticus uit de eerste helft van de 19e eeuw en leefde ik in de verkeerde tijd. Maar in welke tijd je ook leeft, het fantastische van de tijdelijkheid blijft dat je er de eeuwigheid in kunt ontmoeten.

Natuurlijk heb ik me vaak gedwongen gevoeld om mij aan te passen aan de heersende mode en heb ik allerlei malle knievallen gedaan voor de hedendaagse schilderkunst. Maar we weten natuurlijk dat dit niet nodig is en zelfs ongewenst. Want van een kunstenaar wordt vooral verwacht dat hij niet achter de mode aanloopt zichzelf blijft. Dat laatste is eigenlijk onjuist. Wanneer we spreken over onszelf blijven dan bedoelen we meestal dat we ons ware zelf moeten proberen te vinden.

En dan kom je vanzelf bij waar het eigenlijk om draait: om in de tijdelijkheid de eeuwigheid te ontdekken.

B.C.Koekkoek
ideaal…
Landelijk vermaak buiten de stadsmuren van B.C.Koekkoek uit 1831

De landschapsschilderkunst van de 19e eeuw spreekt nog steeds aan. Niet alleen omdat in die eeuw de wereld ingrijpend ging veranderen. De herderinnetjes in de kleurrijke pastorale landschappen van de romantische school maakten bijvoorbeeld plaats voor de stoomlocomotieven in de grauwe industriële landschappen van het impressionisme.

…en werkelijkheid
Spoorbrug bij Argenteuil door Claude Monet uit 1874

Ook de manier van kijken en de innerlijke houding tegenover de werkelijkheid ging sterk veranderen. Er is een wereld van verschil tussen de topografische en de impressionistische manier van kijken. Daarnaast stond het idealisme van de romantische schilders lijnrecht tegenover het realisme van de impressionisten.

De dichotomie tussen ideaal en werkelijkheid, tussen “zou moeten zijn” en “zijn” is misschien wel hét kenmerk geworden van de ‘moderne’ mens, die ten diepste een innerlijk verscheurd wezen is. De moderne kunst maakte de sprong in de rauwe, snel veranderende werkelijkheid, terwijl de klassieke kunst bleef vasthouden aan schema’s die beantwoorden aan onze idealen.

Paradoxaal genoeg bracht de moderniteit een omgekeerd idealisme voort waarin weerbarstigheid en disharmonie worden gecultiveerd.

De cultuurfilosoof Jos de Mul publiceert regelmatig over dit boeiende onderwerp.