Op dit moment ben ik weer aan het grasduinen in de Middeleeuwen. De overgang tussen de Byzantijnse kunst en de proto-Rennaissance waaruit alle Westerse kunst zich zou gaan ontwikkelen, boeit mij bijzonder. Wij zijn helemaal gewend aan de ruimtelijke illusie, maar in de Middeleeuwen was een afbeelding in de eerste plaats een plat vlak. Aan het einde van de 13e eeuw begonnen individuele schilders in de rijke Italiaanse stadsstaten Florence en Sienna, misschien zonder dat ze het zelf bewust waren, te breken met de Byzantijnse traditie en daarmee ook met de Traditie van de Kerk. In Florence had je Giotto en Cimabue, in Sienna Duccio di Buoninsegna die leefde van ca. 1255 tot 1319, een tijdgenoot dus van Dante Alighieri.
Voor zover bekend hebben tien van zijn werken de eeuwen doorstaan. Het bekendste is de Maestà, een altaarstuk in de Dom van Siena, gemaakt in opdracht van het stadsbestuur.

De eerste kennismaking tussen beide mannen vond plaats in het begin van de zeventiger jaren. Repin was diep geroerd door de muziek van Moesorgskij en voelde de vernieuwende kracht van diens composities aan, iets wat in die tijd voor lang niet iedereen gold. Repin schilderde dit portret naar hij zei ‘voor zichzelf, als herinnering aan een vurige beminde vriend.’ Toen Tretjakov zich echter tot de kunstenaar wendde met de wens het portret voor zijn portrettengalerij aan te schaffen, kreeg hij te horen dat hij het graag afstond, gezien de betekenis van Moesorgskij als persoon en Tretjakovs taak een portrettengalerij samen te stellen ‘van de beste mensen van Rusland’. Het bedrag dat repin voor het schilderij ontving, werd door hem ter beschikking gesteld voor de oprichting van een gedenkteken voor Moesorgskij.
Matthijs Röling (Oostkapelle, 1943) geldt als het boegbeeld van de hedendaagse figuratieve Nederlandse schilderkunst. Op de tentoonstelling zijn ruim 100 schilderijen en tekeningen uit de periode 1960 tot 2005 te zien, waaronder indringende stillevens, prachtige portretten, naakten, landschappen, interieurs en mythologische voorstellingen. De titel van de tentoonstelling Mimesis (Grieks voor nabootsing van de natuur) verwijst naar Röling’s onuitputtelijke bron van inspiratie. De tentoongestelde topwerken van Röling zijn hoofdzakelijk afkomstig uit particulier bezit. Een groot deel is niet eerder in het openbaar getoond.












