Categorie archief: schilderkunst

Barok in Vlaanderen

biografieën van Vlaamse barokschilders

De Vlaamse barokschilderkunst, met name die van de Antwerpse School, zie ik meestal als de noordelijke interpretatie van de Venetiaanse schilderkunst van de 16e eeuw. De grote Venetiaanse schilders, Bellini en Titiaan voorop, importeerden de olieverftechniek uit Vlaanderen. Ze voegden daaraan echter iets toe wat de Venetiaanse schilderkunst uniek maakt. In plaats van op een lichte ondergrond met heldere kleuren te schilderen, werd op een donkere ondergrond geschilderd met vele lagen over elkaar die de heldere kleuren “breken” in zogenaamde tertiaire kleuren. Dit zijn kleuren zoals we deze in de natuur tegenkomen. Voor het eerst werd de schilderkunst zinnelijk en kwam er atmosfeer in de voorstelling. Dit ging ten koste van het detail waar de Vlaamse schilderkunst in uitblonk.

Zo leerden de Venetiaanse schilders van de Vlamingen in de 15e eeuw de olieverftechniek kennen. Op hun beurt leerden zij de Vlamingen in de zestiende eeuw hoe je levensechte kleuren moest schilderen. De heldere kleur moest “vuil” gemaakt worden met glaceringen. Titiaan gebruikte soms wel veertig laagjes over elkaar. Verder lieten de Venetiaanse schilders zien hoe je grote indrukwekkende schilderijen kon maken. Panelen waren te zwaar voor een groot formaat, dus spanden de schilders linnen op een raam.

Een van de voornaamste bronnen over Vlaamse barokschilders in het Nederlands (en Engels. Een Franse versie ontbreekt vooralsnog.) is Barok in Vlaanderen. Deze website is een onderdeel van vlaamsekunstcollectie.be. Je vindt hier niet alleen de biografieën van de wereldberoemde meesters van de Antwerpse School, maar ook van minder bekende schilders als Jan Boeckhorst en Jan van den Hoecke.

barok in Vlaanderen
de website Barok in Vlaanderen

barokinvlaanderen.vlaamsekunstcollectie.be

staatspropaganda

tot 2 november nog te bezichtigen: de Oranjezaal
in Paleis Huis ten Bosch Den Haag

Bijzonder hoogleraar Johan de Haan deed een prima uitspraak. De Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch is volgens hem meer dan een eerbetoon aan stadhouder prins Frederik Hendrik. Volgens De Haan kun je de decoraties in de Oranjezaal ook zien als een politiek pamflet van Amalia van Solms, de weduwe van de stadhouder. Ik ben het helemaal met hem eens en voeg er graag aan toe dat de verreweg de meeste kunst uit het verleden bedoeld was om de boodschap van de opdrachtgever te verspreiden. En die boodschap was bijna altijd politiek: “kijk eens hoe rijk, dus hoe machtig ik ben!”

Jacob Jordeans
Jacob Jordeans de Triomf van Frederik Hendrik

Het gepronk van onze rijke en machtige voorouders heeft natuurlijk geweldige kunstwerken opgeleverd. De schoonheid van die kunstwerken koppelen we niet graag aan machtsvertoon. Schoonheid hoort schoon te zijn en macht is per definitie vuil. Toch is het de aardse realiteit dat de schoonheid van kunst op de een of andere manier verbonden is met macht.

Schoonheid hoort schoon te zijn en macht is per definitie vuil. Toch is het de aardse realiteit dat de schoonheid van kunst op de een of andere manier verbonden is met macht.

In de Oranjezaal is het machtsvertoon expliciet aanwezig. Het is een beetje ongepast bij het calvinistische Nederland, dat vooral in de eerste helft van de zeventiende eeuw leefde in een besef van overvloed en onbehagen. Maar de welvaart die door haar geografische ligging tijdens de Dertigjarige Oorlog (1618-1648), naar de Republiek stroomde, deed de calvinistische terughoudendheid voor het tonen van rijkdom langzaam verdwijnen. Dat is goed te zien in de haast katholieke uitbundigheid van de Oranjezaal die tussen 1648 en 1652 werd ingericht. Deze loopt al vooruit op de pracht en praal in de tweede helft van de zeventiende eeuw, die vooral in Frankrijk onder Lodewijk XIV een hoogtepunt zou bereiken.

Caesar van Everdingen
Caesar van Everdingen Pegasus en de vier muzen
Dit is een 17e eeuwse illustratie van het principe “kunst als het glijmiddel van de economie”

Wij waarderen de Gouden Eeuw vooral om haar unieke Hollandse karakter, de intimiteit en het realisme. Wie het grote theatrale gebaar wil, kan beter naar de Fransen en de Italianen gaan. Toch heeft Nederland op het hoogtepunt van zijn Gouden Eeuw rond 1650 in de Oranjezaal een theatraal en imponerend artistiek machtsvertoon gekregen. De schilders die opdracht kregen om deze zaal te decoreren, kwamen ook uit het katholieke Zuiden en Utrecht, want daar wisten ze wel raad met grote kleurige wandschilderingen.

De Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch is zonder enige twijfel een van de belangrijkste schilderkunstige ensembles van de Nederlandse zeventiende eeuw. In opdracht van Amalia van Solms werkte in de jaren 1648-1652 onder regie van de architect-schilder Jacob van Campen een twaalftal kunstenaars aan de reeks van 39 doeken en panelen en een aantal gewelfschilderingen. De schilders van dit monumentale geheel waren deels uit de Noordelijke en deels uit de Zuidelijke Nederlanden afkomstig. Het vormt een eerbetoon aan de nagedachtenis van de kort daarvoor overleden stadhouder Frederik Hendrik. Hoewel er in de loop der eeuwen diverse architectonische ingrepen in de Oranjezaal zijn uitgevoerd, bleef de monumentale reeks van schilderingen vrijwel ongeschonden bewaard.
(Bron: oranjezaal.rkdmonographs.nl)

Gerard van HonthorstZo schilderde Jacob Jordeans, die na Rubens en Van Dyck tot de grootste Vlaamse schilders van de Antwerpse School gerekend wordt, de centrale voorstelling, de Triomf van Frederik Hendrik. Ook de Triomf van de tijd nam hij voor zijn rekening. Een ander grote katholieke schilder die een opdracht kreeg, was de Utrechtse caravaggist Gerard van Honthorst. Hij was al 55 toen hij in de Oranjezaal maar liefst zes voorstellingen schilderde: Het huwelijk van Frederik Hendrik en Amalia van Solms, De ontscheping van Mary Stuart en de begroeting van Willem II, Louise Henriette leidt Friedrich Wilhelm, Keurvorst van Brandenburg, naar haar ouders, De standvastigheid van Frederik Hendrik, Amalia met haar dochters als toeschouwers van de triomf en een portret van Amalia van Solms als weduwe met een schedel. Hij werd daarbij geholpen door zijn assistenten.

Amalia van Solms zette dus zonder bezwaren katholieke schilders in omdat ze met meer bravoure schilderden dan hun calvinistische vakbroeders. Andere schilders die een opdracht kregen voor de Oranjezaal waren o.a: Salomon de Bray (3 werken), Jacob van Campen (5 werken), Caesar van Everdingen (5 werken) en Pieter de Grebber (5 werken).

Oranjezaal
Bekijk de Oranjezaal vanuit vier hoeken: Westarm, Noordarm, Oostarm en Zuidarm
Jacob van CampenVoorafgaand aan de renovatie van Paleis Huis ten Bosch is de bijzondere Oranjezaal van maandag 7 september tot en met zondag 1 november open voor publiek. Geïnteresseerden kunnen na aanmelding de Oranjezaal gratis bezichtigen onder begeleiding van een gids.
 
De Oranjezaal in Paleis Huis ten Bosch is een uniek ensemble van schilderingen uit de Gouden Eeuw. In opdracht van Amalia van Solms werkten in de jaren 1648-1652 onder regie van de architect-schilder Jacob van Campen twaalf kunstenaars aan tientallen doeken, panelen en gewelfschilderingen.
 
Het geheel vormt een eerbetoon aan haar kort daarvoor overleden echtgenoot, stadhouder Frederik Hendrik. De openstelling van de zaal is mogelijk omdat deze tussen 1998 – 2001 al is gerestaureerd. In de rest van het paleis worden voorbereidingen getroffen voor groot onderhoud en renovatie. Daarom is alleen de Oranjezaal te bezoeken.
 
Bron: bezoekdeoranjezaal.nl

De Oranjezaal – catalogus en documentatie [ oranjezaal.rkdmonographs.nl ]

luisterend werktuig

portret van Goethe (1828) door Joseph Karl Stieler

Deze zomer zag ik in de Neue Pinakothek in München weer eens het portret dat de negentiende eeuwse Beierse portretschilder Joseph Karl Stieler (1781–1858) in 1828 van Goethe schilderde. Samen met het portret van Johann Heinrich Wilhelm Tischbein (1751-1829) is dit waarschijnlijk het meest gereproduceerde portret van Goethe. Het staat ook op de omslag van Goethe. Kunstwerk van het leven van Rüdiger Safranski.

Stieler
Joseph Karl Stieler 1828
portret van Johann Wolfgang von Goethe
In navolging van iconen waarop de profeet staat afgebeeld als luisterend werktuig van God, wordt de dichter voorgesteld als bemiddelaar tussen het goddelijke en het menselijke.

Stieler heeft Goethe afgebeeld als een genie dat in directe verbinding staat met het sublieme. In navolging van iconen waarop de profeet staat afgebeeld als luisterend werktuig van God, wordt de dichter voorgesteld als bemiddelaar tussen het goddelijke en het menselijke. Sinds de Renaissance is het genie de seculiere versie van de profeet geworden. En in de Goethezeit wordt de kunst zelfs het voornaamste substituut voor religie.

Johannes
icoon van Johannes de Evangelist die op Patmos de Openbaringen ontvangt

De romantische ironie waarmee wij tegenwoordig zo vertrouwd zijn, kan de pose waarin Goethe door Stieler is geportretteerd overigens ook banaal interpreteren: Goethe kijkt even gauw opzij of er niemand binnenkomt terwijl hij zijn banksaldo checkt. Dit in analogie van Goethe‘s laatste woorden “Mehr Licht!” die uitnodigt tot een metafysische interpretatie. Maar volgens sommige interpretatoren waren de woorden gericht tot zijn kamenier: of deze de luiken van zijn slaapkamerraam niet wat wijder open wilde zetten…