Categorie archief: Frankrijk

Urban gothic [ 3 ]

verfilmingen van Les mystères de Paris

les mysteres de Paris 1962De beroemde roman-feuilleton Les mystères de Paris van Eugene Sue werd in de pionierstijd van de film in Frankrijk maar liefst driemaal verfilmd. Een korte verfilming in 1909, een langere in 1912 en in 1922 volgde een derde verfilming in 12 episoden. De roman paste goed in het melodrama dat in die jaren zo populair was. In 1935 verscheen de eerste verfilming met geluid en in 1957 een Italiaanse verfilming. Daarna volgden nog twee bewerkingen: een Franse film in 1962 en tenslotte in 1980 nog een miniserie op de Franse televisie.

Les mystères de Paris verscheen oorspronkelijk als een vervolgverhaal in le journal des débats. Tussen 19 juni 1842 en 15 oktober 1843 hield het de lezers van deze krant zestien maanden lang bezig. Het was de voorloper van de televisieserie waar “iedereen” naar kijkt, een verschijnsel dat inmiddels tot het verleden behoort. Het publiek in de jaren veertig van de negentiende eeuw was gek op misdaadverhalen en het genre van de urban gothic was daardoor erg populair.

les mysteres de Paris 1922
Les mystères de Paris 1922

Ik lees Les mystères de Paris als een Krimi uit de negentiende eeuw. De Parijse onderwereld en de wereld van de aristocratie worden door Eugene Sue spannend met elkaar vermengd. De geheimen van de aristocratie blijken verstrengeld met die van criminelen. De hoofdpersoon (Rodolphe) is een aristocraat die incognito durft af te dalen in de onderwereld van Parijs. Daarbij vertrouwt hij op zijn fysieke kracht. De Nederlandse titel van de verfilming uit 1962 heette dan ook De markies met de ijzeren vuist.

Urban gothic [ 2 ]

aan het lezen in: Les Mystères de Paris (1842) van Eugene Sue

Les Mystères de ParisTelevisieseries uit de vorige eeuw zoals Peyton Place (1964-1969), Dallas (1978-1991) en Dynasty (1981-1989) hadden hun voorloper in het vervolgverhaal van de 19e eeuw. In het Frans wordt dat een feuilleton genoemd omdat het vervolgverhaal oorspronkelijk verscheen in dag- en weekbladen (feuilles).

Doordat een vervolgverhaal periodiek verschijnt in massamedia kan de massa van dag tot dag of van week tot week de belevenissen van de fictieve personages volgen. De bekendste Nederlandse feuilleton uit de 19e eeuw is Eline Vere van Louis Couperus die in 1888 in het dagblad Het Vaderland verscheen. Op straat of in de tram spraken mensen met elkaar over Eline Vere alsof het een werkelijke bekende van hen was. Dit bijzondere verschijnsel, het volk dat wekelijks meeleeft met de belevenissen van fictieve personages, begon in Frankrijk met de feuilletons vanaf 1836. Een van de meest succesvolle was Les Mystères de Paris van Eugene Sue dat tussen 19 juni 1842 en 15 oktober 1843 verscheen in le journal des débats. Het was zo’n groot publiekssucces, dat de oplage van deze krant omhoog schoot. Daarna volgden vrijwel alle kranten deze succesformule en kwamen ze met hun eigen feuilleton.

journal des débats 1842
de banner van le journal des débats (1842)

Les Mystères de Paris initieerde een nieuw (sub)genre, de zogenaamde stadsmysteries, een subgenre van de urban gothic. Er volgden na Les Mystères de Paris nu feuilletons die de geheimen van een grote stad onthulden zoals The Mysteries of London (1844) van George WM Reynolds. En het genre stak zelfs de oceaan over want in 1849 verscheen City Crimes or Life in New York & Boston van George Thompson. Een jaar geleden schreef ik iets over Os Misterios de Lisboa (1854) van Camilo Castilo Branco, een roman-feuilleton die in 2010 meesterlijk verfilmd werd door Raul Ruiz.

mysteriesofparis
Engelse uitgave van les Mystères de Paris

Maar nu naar de moeder van alle stadsmysteries, les Mystères de Paris van Eugène Sue. Ik lees het in de Nederlandse vertaling van Richard ten Berge die sterk ingekort is en 53 episodes telt. Zoals in elk feuilleton (of soapserie) is de lijst met personages lang en wordt er steeds geschakeld tussen de verschillende personages. In de eerste episodes wordt er daarom een groot beroep op het geheugen van de lezer gedaan die al deze personages uit elkaar moet houden. Dat zijn er in de eerste vijftig bladzijden al minstens twintig. Ook wordt, zoals in de roman van de negentiende eeuw gebruikelijk is, vaak een en ander verteld over het verleden van de personages, soms in een flashback van de verteller, soms in de vorm van een bekentenis, en soms aan de hand van een verslag of een brief van een ander personage.

les mysteres 1842De geheimen in Les Mystères de Paris worden beetje bij beetje onthuld. De hoofdpersoon heet Rodolphe. In werkelijkheid is hij de groothertog van Gerolstein (een fictief groothertogdom) die incognito in Parijs is neergestreken en op zoek is naar de werkelijke ouders van het meisje Fleur-de-Marie bijgenaamd la Goualeuse. Rodolphe doet zich voor als als handarbeider. Hij is fysiek ontzettend sterk en komt op voor de zwakkeren in de samenleving. Zijn secretaris ontvangt in de elfde episode een zekere Baron Von Graun, die van zijn informant Monsieur Badinot veel over de geschiedenis van verschillende personages te weten is gekomen. Zo wordt de lezer steeds meer onthuld.

Les Mystères de Paris daalt onmiddellijk aan het begin van de eerste episode al af in de krochten van de Parijse onderwereld anno 1842 waar figuren als de Schoolmeester, het Skelet en Bras-Rouge de dienst uitmaken. Bij Eugène Sue liggen de karakters vaak vast. Rodolphe en la Goualeuse vertegenwoordigen het goede terwijl De Schoolmeester, La Chouette, Polidori en gravin Sarah MacGregor het kwade vertegenwoordigen. Maar iemand als Le Chourineur valt er tussenin en doet veel denken aan Jean Valjean uit Les Misérables. Hij is een ontslagen galeiboef uit de bagno van Rochefort die door de onschuld van la Goualeuse tot inkeer komt. Victor Hugo heeft er dan ook nooit een geheim van gemaakt dat hij zich voor Les Misérables (1862) heeft laten inspireren door Les Mystères de Paris (1842) van Eugène Sue. Maar ook le Comte de Monte Cristo (1844) lijkt geïnspireerd door Les Mystères de Paris. Een graaf die incognito in Parijs verblijft, doet mij toch wel denken aan de groothertog van Gerolstein (Rodolphe) uit Les Mystères de Paris.

Urban gothic [ 1 ]

Pruikentijd op Prime Time

gezien op ZDF: Terra X – Ein Tag in Paris 1775 Ein Tag im Leben
des Perückenmachers Léonard Minet van Jochen Ruderer en Sigrun Laste

MinetHoewel Robespierre na 1789 een pruik bleef dragen, maakte de Franse Revolutie abrupt een einde aan de pruikentijd. De pruik gold voor het revolutionaire Frankrijk als hét symbool van het decadente ancien régime. Een florerende bedrijfstak, met name in Parijs (rond 1775 waren er meer dan 800 ateliers waar pruiken gefabriceerd werden), ging na 1789 vrijwel geheel verloren. Het docudrama Ein Tag in Paris 1775 – Ein Tag im Leben des Perückenmachers Léonard Minet dat het Duitse ZDF in februari van dit jaar uitzond, draait de klok terug naar 1775. We volgen een dag lang de fictieve pruikenmaker Léonard Minet.

Paris in 1775
still uit Ein Tag in Paris 1775 – Ein Tag im Leben des Perückenmachers Léonard Minet in februari 2019 uitgezonden op het ZDF

Historici, antropologen én pruikenmakers geven daarbij commentaar zodat we een prima indruk krijgen van de pruikenmakersbranche aan de vooravond van de Franse Revolutie. De makers hebben waarschijnlijk bewust voor het jaar 1775 gekozen. Lodewijk XVI was het jaar daarvoor zijn grootvader Lodewijk XV opgevolgd als koning van Frankrijk. Hij resideerde net als zijn voorgangers in het Château de Versailles. De hofcultuur had daar een graad van decadentie bereikt, die zich rond 1775 vooral zou uiten in de extravagante dameskapsels.

Ein Tag in Paris 1775

Der Terra X-Film Ein Tag in Paris 1775 schildert den Alltag des jungen Perückenmachers Léonard Minet, der gegen das starre Klassendenken rebelliert und heimlich Damenfrisuren kreiert. Zur Zeit des Ancien Régime gilt es selbst in der Modestadt Paris für einen Friseur als unschicklich, einer Frau die Haare zu machen. Den talentierten Léonard Minet (Max Hegewald) kümmert das nicht. Der Film erzählt, wie es ihm gelingt, Hoffriseur von Versailles zu werden. (Bron: crush.de)

Ein Tag in Paris 1775 [zdf.de/dokumentation/terra-x]

de Krimoorlog [ 14 ]

gelezen: der ewige Zankapfel van Stefan Korinth
aan het herlezen: De Krimoorlog van Orlando Figes

De KrimoorlogDeze maand is het 166 jaar geleden dat de sultan van het Osmaanse Rijk Rusland de oorlog verklaarde. Hij deed dit met de rugdekking van Engeland. Op 30 november 1853 schakelde Rusland de Osmaanse vloot uit in de Slag van Sinope. Dit veroorzaakte met name in Engeland grote morele verontwaardiging. De Engelse pers stookte het vuur zover op dat in het voorjaar van 1854 Engeland en Frankrijk samen Rusland de oorlog verklaarden en het Osmaanse Rijk als bondgenoten te hulp kwamen.

De Krimoorlog wordt vaak de eerste moderne oorlog in de geschiedenis genoemd. Dat kwam niet alleen omdat het de eerste industriële oorlog was, met de massaproductie van granaten die trommelvuur mogelijk maakte. (Het woord ‘kanonnenvlees’ werd in deze oorlog voor het eerst gebruikt, om precies te zijn door Tolstoj die tijdens het beleg van Sebastopol in deze havenstad als jonge officier ingekwartierd was.) Het was ook de eerste moderne oorlog doordat spoorwegen, stoomschepen en telegraafverbindingen voor het eerst een rol speelden in oorlogsvoering.

En niet in de laatste plaats was het een moderne oorlog, door de rol van de pers. Zonder de Engelse pers was de invloed op de publieke opinie zeker niet zo groot geweest. Waarschijnlijk was het Palmerston, een van de grootste aanjagers van de oorlog, dan niet gelukt om Engeland in een oorlog te storten. En als Napoleon III er niet geweest was, had hij vrijwel zeker nooit Frankrijk zover gekregen om samen ten strijde te trekken tegen Rusland.

Große britische Zeitungen schickten Kriegsberichterstatter auf die Krim. Ihre Nachrichten und Bilder von der Front erreichten die Öffentlichkeit im damals unglaublich schnellen Tempo weniger Tage. Nachdem die Briten im April 1855 ein Unterwasserkabel von der Krim aufs bulgarische Festland verlegt hatten, kamen Meldungen sogar innerhalb weniger Stunden in London an.
 
Bron: rubikon.news

Wanneer we de relatie tussen oorlog en publieke opinie willen onderzoeken, dan komen we uiteindelijk bij de Krimoorlog uit, als de eerste oorlog waarbij beeldvorming in de pers een cruciale rol heeft gespeeld. Dit werd mogelijk gemaakt door de geïllustreerde pers, die in de jaren veertig in Londen was ontstaan. Ook de fotografie begon zich in deze jaren te ontwikkelen. De Krimoorlog is natuurlijk verbonden met Roger Fenton, de allereerste oorlogsfotograaf. Zijn foto’s werden omgezet naar staalgravures die in grote oplagen gedrukt konden worden in geïllustreerde bladen.

Realistische beelden van het front waren iets nieuws. Tijdens de Napoleontische oorlogen was beeldvorming een zaak van satire. Met de vijand werd de spot gedreven, hoofdrolspelers werden gedemoniseerd. Maar in de Krimoorlog leek de werkelijkheid voor het eerst ongefilterd binnen te komen. De staalgravures die aan de hand van foto’s werden gesneden, presenteerden voor de Victoriaanse burgerij de objectieve werkelijkheid.

The Illustrated London News
The Illustrated London News 1854
De staalgravures die aan de hand van foto’s werden gesneden, presenteerden voor de Victoriaanse burgerij de objectieve werkelijkheid.

In der ewige Zankapfel schrijft Stefan Korinth over de rol van beeldvorming in de media tijdens de Krimoorlog, in het bijzonder het westerse beeld over Rusland. Hij vergelijkt dit met onze tijd waarin de russofobie in zogenaamde kwaliteitskranten nog steeds aanwezig is. Terwijl islamofobie in dezelfde kranten morele verontwaardiging oproept. Dat de westerse geopolitiek in de twintigste eeuw nog altijd gericht is tegen Rusland en steunt op islamitische bondgenoten, bewijst het Turkse lidmaatschap van de NAVO.

Anti-russische Lobbyisten, die meist auch den Freihandel befürworteten, warnten vor russischen Zöllen und dem Ausgreifen Russlands auf für die Briten wichtige Häfen und Überlandhandelswege und fanden so Gehör bei Unternehmern. Anspruchsvolle Zeitschriften der intellektuellen Kreise wie die Foreign Quarterly Review oder die British and Foreign Review berichteten so neben den Tageszeitungen ebenfalls immer russlandfeindlicher, wie der Wissenschaftler erklärt. Manche dieser Schriften erinnern an die Domino-Theorie aus dem Kalten Krieg. Generell prägten viele britische Gedanken des 19. Jahrhunderts die anglo-amerikanische Russophobie des 20. Jahrhunderts, erläutert Figes. Diese Erkenntnis lässt sich wohl mühelos auch auf das 21. Jahrhundert übertragen.
 
Bron: rubikon.news

De Krimoorlog [ 1- 13 ]

Lodewijk de Laatste

vandaag is het 195 jaar geleden dat Lodewijk XVIII (1755-1724) overleed

Vandaag precies 195 jaar overleed Lodewijk XVIII, de laatste Lodewijk van Frankrijk. Hij was de zoon van Lodewijk Ferdinand (1729-1765) en werd geboren als Lodewijk Stanislaus Xaverius. Zijn vader was de troonopvolger van Lodewijk XV (1710-1774) maar overleed al in 1765. Toen Lodewijk XV in 1774 stierf, werd hij opgevolgd door zijn oudste kleinzoon Lodewijk XVI (1754-1793). Met het koningschap ging de guillotine aan Lodewijk Stanislaus Xaverius voorbij. Na de mislukte vlucht van naar Varennes van zijn broer en schoonzuster Marie-Antoinette op 21 juni 1791, vluchtte hij naar Brussel. Overigens niet voor de laatste keer, want tijdens de Honderd Dagen in 1815 moest hij weer hals over kop vluchtten, ditmaal naar Gent.

Lodewijk XVIII
De Restauratie verzette zich tegen de vooruitgang. François Gérard, de schilder van dit staatsieportret, grijpt terug naar het Ancien Régime en negeert de Franse Revolutie volkomen. Lodewijk XVIII krijgt dezelfde behandeling als de Zonnekoning.
Lodewijk XVIII in ballingschap (1792-1814)
Lodewijk XVI werd onthoofd in 1793 tijdens de revolutie. Lodewijk XVIII was toen reeds gevlucht naar Brussel en daarna naar Westfalen en verklaarde zich tot regent van Frankrijk voor zijn minderjarige neef Lodewijk XVII. Dit kind was een gevangene van de revolutionairen en zou nooit regeren. Toen Lodewijk XVII in 1795 op tienjarige leeftijd onvindbaar was, verklaarde Lodewijk XVIII zichzelf tot koning. Hij woonde achtereenvolgens in Pruisen en in Verona in Italië en had te kampen met eenzaamheid en geldzorgen. Waar hij kwam moest hij smeken om gastvrijheid en financiële hulp. Uiteindelijk bood tsaar Paul van Rusland hem een paleis aan te Mittau in Koerland, vanwaar hij tevergeefs probeerde bij buitenlandse hoven belangstelling voor zijn zaak te wekken. Hij kon er wel een mini-hofhouding met een honderdtal trouwe hovelingen op na houden. In 1807, bij de Vrede van Tilsit tussen Napoleon en de nieuwe tsaar Alexander, werd hij gedwongen het vasteland van Europa te verlaten. Hij besefte dat hij nu slechts de keuze had tussen een ballingschap in Amerika of in het Verenigd Koninkrijk en bovendien was zijn relatie met zijn broer Karel, die reeds in Engeland woonde, slecht. De Britse regering had Lodewijk het liefst gehuisvest in Schotland, ver van Londen, om te voorkomen dat hij politieke invloed zou uitoefenen, maar dankzij de Britse koninklijke familie kon hij in het noorden van Essex blijven, op voorwaarde dat hij niet aan politiek zou doen. Zelfs werd hem verboden te titel van koning van Frankrijk te gebruiken.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Na de val van Napoleon keerde Lodewijk Stanislaus Xaverius terug uit ballingschap en werd in 1814 koning Lodewijk XVIII van Frankrijk. De Bourbons waren na 22 jaar weer in ere hersteld. Hij werd de achttiende Lodewijk omdat Lodewijk XVII, het kind van Lodewijk XVI en Marie-Antoinette in 1795 in gevangenschap was gestorven. Omdat de Restauratie de Franse Revolutie terugdraaide, werd Lodewijk XVII met terugwerkende kracht erkend als wettige koning van Frankrijk, ook al heeft hij door de Franse Revolutie nooit kunnen regeren. Zijn beide ooms volgden hem op. Na de dood van Lodewijk XVIII werd zijn andere oom Karel X (1757-1836) koning van Frankrijk.

Karel X
Ook opvolger Karel X was tussen 1824 en 1830 nog bereid om zich als Prins Carnaval te laten portretteren. Het absolutisme was in de negentiende eeuw belachelijk geworden. Louis Philippe liet zich na de Revolutie van 1830 portretteren in burgerkleding in plaats van een hermelijnen mantel. En een paraplu nam de plaats in van de scepter.

Karel X was de jongste broer van de in 1793 vermoorde koning van Frankrijk. Een koning Lodewijk zou er in Frankrijk nooit meer komen, hoewel Lodewijk Anton (1775-1844), de zoon van Karel X na 1830 als Lodewijk XIX nog aanspraak maakte op de troon.

Romaans in Bourgondië [ 4 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 4: interieur (Anzy-le-Duc, Autun, Chapaize, Cluny,
Paray-le-Monial, Semur-en-Brionnais

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

Het interieur van de romaanse kerk wordt gekenmerkt door een stenen gewelf, zware pijlers, dikke muren en kleine vensters waardoor de kerken van binnen veel minder licht zijn dan kerken die in gotische stijl gebouwd zijn. Het stenen tongewelf verving het houten zadeldak van de basilica. Een houten dak was niet alleen brandgevaarlijk maar was architectonisch ook een minder fraaie oplossing dan een stenengewelf.

Het eenvoudigste gewelf is het tongewelf, eigenlijk een aaneenschakeling van rondbogen. Een tongewelf is verdeeld in traveeën (of gewelfjukken) die rusten op zware pijlers. Het krachtenverloop van een tongewelf is sterk zijwaarts gericht. Daarom moet een tongewelf altijd gestut zijn met steunberen en zware muren. Door de zuivere rondboog van boven een knik te geven, worden de spatkrachten van het tongewelf meer naar beneden geleid dan zijwaarts. Dat is ook het grote voordeel van de spitsboog. De muren die het gewelf ondersteunen kunnen daardoor letterlijk en figuurlijk lichter worden, het gewicht neemt af en de vensters kunnen groter worden.

In de elfde eeuw zijn er nog geen spitsbogen en in de twaalfde eeuw zit de spitsboog in een experimenteel stadium. Zo zagen we in de Romaanse kerken die na 1100 gebouwd zijn vaak een tongewelf met een lichte knik. De traveeen en pilaren waren in het Romaans meestal polychroom, met andere woorden, ze waren beschilderd. Dat is bijvoorbeeld te zien in het schip van de Sainte Madeleine in Vezelay of in het koor van de Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc. Het verleent aan het interieur iets ridderlijks.

Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane]

Anzy-le-Duc
Het schip van de Notre Dame de l’Assomption gezien vanuit het koor. Deze kerk heeft een zuiver tongewelf dat verdeeld is door zware traveeën. De lichtbeuk boven de arcaden ontbreekt. het licht stroomt via de zijbeuken de kerk binnen.
Anzy-le-Duc
Het koor van de Notre Dame de l’Assomption met gereconstrueerde Romaanse fresco’s.
Anzy-le-Duc
De beschilderde pijlers in de Notre Dame de l’Assomption geven deze kerk iets ridderlijks.

Saint Lazare in Autun [bourgogneromane]
Tijdens ons bezoek aan de Sainte Lazare in Autun werden de narthex en het schip gerestaureerd, maar ik kon wel een foto maken van het tongewelf van het middenschip. Het verschil met de Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc is duidelijk en we zien hier al een beweging naar de gotiek. Er zit een lichte knik in het tongewelf en de wandopstand is in drie delen: onder de arcaden, in het midden een galerij, het zogenaamde triforium en boven de lichtbeuk.

Autun
De driedelige wandopstand van de Saint Lazare en het tongewelf met een lichte knik.

Saint Martin in Chapaize [bourgogneromane]
De Saint Martin in Chapaize is een van de oudste Romaanse kerkjes die we in Bourgondië bezochten. Het ligt iets ten Westen van Tournus en vertoont verwantschap met de Saint Philibert. De arcaden van het middenschip hebben zeer zware pijlers die zware muren dragen. Bovenin zijn kleine vensters maar het meeste licht stroomt de kerk binnen door de zijbeuken. De travee die het schip verbindt met het dwarsschip is een zuivere rondboog terwijl de traveeën in het middenschip zelf een lichte knik vertonen.

Chapaize
Het middenschip van de Saint Martin

Zuidtransept van Cluny III [bourgogneromane]
De moeder van alle Romaanse kerken in Bourgondië stond ooit in Cluny. Daar is alleen het zuidelijke transept van overgebleven. Maar in het resterende deel van het dwarsschip kunnen we goed zien hoe immens groot deze kerk ooit geweest is. Tot de bouw van de nieuwe Sint-Pieter in Rome was het de grootste kerk ter wereld met het hoogste tongewelf in de romaanse bouwkunst.

Cluny
De binnenzijde van het resterende deel van Cluny III met de koepel van de toren van het zuidelijke transept

Sacre Coeur in Paray-le-Monial [bourgogneromane]
Om een indruk te krijgen van hoe de oorspronkelijke abdijkerk Cluny III eruit moet hebben gezien, kun je het beste een bezoek brengen aan de basiliek van de Sacre Coeur in Paray-le-Monial, zo’n 60 km ten Westen van Cluny. Het zuidelijke transept van deze kerk met zijn zeer hoge wandopstand is bijna een kopie van het resterende zuidelijke transept in Cluny. Het tongewelf en de traveeën hebben een lichte knik gekregen. Boven de arcade bevindt zich een blinde galerij of triforium.

Paray-le-Monial
Het transept (dwarsschip) van de Basilique de Sacre Coeur naar het Noorden en Zuiden toe gezien.

Ook aan de apsis van de basiliek de Sacre Coeur kunnen we zien hoe de apsis van de oorspronkelijk abdijkerk Cluny III er waarschijnlijk uit heeft gezien. Om de apsis lag een kooromloop. Deze was van de apsis gescheiden door een arcade van bijzonder elegante dunne pijlers. Aan de kooromloop lagen vijf straalkapellen.

Paray-le-Monial
De apsis van de Basilique de Sacre Coeur met de kooromloop.
Paray-le-Monial
In de kooromgang zien we een van de vroegste toepassingen van het kruisgewelf.

Saint Hilaire in Semur-en-Brionnais [bourgogneromane]
De Saint Hilaire werd gebouwd in het begin van de twaalfde eeuw maar is veel kleiner dan de basiliek in Paray-le-Monial. We zien hier ook de combinatie van een tongewelf (met een lichte knik) voor het middenschip en een kruisgewelf voor de zijbeuken. Ondanks de geringe hoogte heeft deze kerk een driedelige wandopstand.

Semur-en-Brionnais
Middenschip en apsis van de Saint Hilaire
Semur-en-Brionnais
De noordelijke zijbeuk van de Saint Hilaire heeft een kruisgewelf

[Alle foto's werden eind juni/begin juli genomen.]

Volgende aflevering: het exterieur

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Anzy-le-Duc [bourgogneromane]
Autun [bourgogneromane]
Chapaize [bourgogneromane]
Cluny [bourgogneromane]
Paray-le-Monial [bourgogneromane]
Semur-en-Brionnais [bourgogneromane]

Romaans in Bourgondië [ 3 ]

Romaanse abdijen en kerken in Bourgondië (1000-1200)
aflevering 3: crypten (Flavigny sur Ozerain, Anzy-le-Duc, Dijon, Vezelay)

RomaansBij Bourgondië denken we in de eerste plaats meestal aan het goede leven. Of aan de 15e eeuw toen een groot deel van de Lage Landen onderdeel waren van het Rijk van Philips de Goede (1396-1467). Bart de Loo heeft hier onlangs een boek over geschreven. Het Hertogdom Bourgondië gaat echter veel verder terug dan de vijftiende eeuw. Het ontstond in de vroege tiende eeuw en was de geboortegrond van de twee belangrijkste kloosterorden in de Middeleeuwen: de Benedictijnse Orde van Cluny (sinds 910) en de Orde van de Cisterciënzers (sinds 1098). In juni en juli bezochten we in Bourgondië 5 abdijen en 20 kerken die allemaal gebouwd zijn tijdens de bloeitijd van het Romaans (1000-1200).

Routekaartje Romaans Bourgondië
Onze route door Romaans Bourgondië
[klik op afbeelding voor vergroting]

De crypte is het verborgen hart van de Romaanse kerk. Vrijwel altijd is de crypte het oudste deel van een kerk die zich bevindt onder het priesterkoor onder de vieringtoren. Soms is deze verder naar achteren geschoven. Een enkele keer komen we crypten tegen in het Westelijk deel. Zelfs crypten die zich onder de hele kerk uitstrekken, komen voor. Men spreekt dan eerder van een onderkerk. De oudste crypten die wij bezochten (Flavigny-sur-Ozerain en Anzy-le-Duc) dateerden uit de 9e eeuw.

Saint Pierre in Flavigny-sur-Ozerain [bourgogneromane.com]
De abdij van Flavigny-sur-Ozerain is vooral bekend door de productie van de bekende anijsbonbons. Deze worden nog altijd gemaakt in een fabriek die gevestigd is in de abdij uit de 18e eeuw. In de 20e eeuw werd onder de restanten van de voormalige Saint Pierre een Karolingische crypte (9e eeuw) blootgelegd. Het is een van de oudste crypten van Frankrijk.

crypte Flavigny
crypte van de Saint Pierre in Flavigny

Notre Dame de l’Assomption in Anzy-le-Duc [bourgogneromane.com]

Ook onder het koor van de priorijkerk in Anzy-le-Duc vinden we een crypte uit de 10e eeuw. Hier rusten de relieken van Hugo van Anzy-le-Duc (ook wel Hugo van Potiers), die hier in 930 stierf.

Anzy-le-Duc
crypte in de Notre Dame de l’Assomption
Anzy-le-Duc
Graftombe van Hugo van Anzy-le-Duc de eerste abt van de priorij (9e/10e eeuw)

Saint Begnine in Dijon [bourgogneromane.com]
Bij crypten van voor het jaar 1100 is de oorspronkelijke kerk meestal vervangen door een nieuwere kerk in romaanse of gotische stijl. Dat is ook het geval bij de Saint Begnine in Dijon. De crypte dateert uit het eerste kwart van de elfde eeuw en is een van de meest indrukwekkende crypten van Frankrijk. Het is een rotonde die bestaat uit drie concentrische ringen van pilaren (resp. 8, 16, 24). Oorspronkelijk werd deze rotonde boven de grond voortgezet. Deze werd in de eerste helft van de elfde eeuw gebouwd onder Willem Volpiano (962-1031).

Saint Begnine
De onderaardse rotonde in de Saint Begnine

Tijdens de Franse Revolutie werd de romaanse rotonde afgebroken en al het puin werd in de crypte gestort. Dat heeft de crypte kunnen redden, want na 1860 begon men deze werd bloot te leggen. Archeologen hebben ontdekt dat de crypte zich oorspronkelijk voortzette onder het hele grondplan van de kerk. Maar sinds hier de huidige gotische kerk staat, kan men hier geen opgravingen meer doen. Het ondergrondse deel van de rotonde, moet ongetwijfeld het indrukwekkendste deel geweest zijn en is gelukkig weer toegankelijk.

Saint Begnine
De onderaardse rotonde in de Saint Begnine

Sainte Madeleine in Vezelay [bourgogneromane.com]
In de crypte van deze kerk bevinden zich de relieken van de heilige Maria Magdalena. Voor de pelgrims in de Middeleeuwen die op weg waren naar Santiago de Compostella was Vezelay een heel belangrijke plek. De crypte was toegankelijk via de zuidzijde van het koor en werd weer verlaten via de noordzijde. Zo konden de ontelbare pelgrims aan de relieken voorbijtrekken. Vooral op hoogtijdagen, zoals 22 juli (de feestdag van de heilige Maria Magdalena), was er een massale toeloop.

Sainte Madeleine
crypte in Sainte Madeleine in Vezelay
Sainte Madeleine
relieken van de heilige Maria Magdelena

[alle foto's, behalve de derde inzet in de eerste foto, werden genomen eind juni/begin juli]

Volgende aflevering: het schip en dwarsschip.

Romaanse kunst in Bourgondië op internet
Pierres Romanes biedt een schat aan beeldmateriaal. Maar inhoudelijk en wat aantal locaties betreft is deze site veel beperkter dan L’art roman en Bourgogne. Deze website bestaat al 16 jaar en wordt nog altijd goed bijgehouden. Maar helaas zijn de vormgeving en functionaliteit sinds 2003 niet meer veranderd.

Flavigny-sur-Ozerain [ bourgogneromane.com ]
Anzy-le-Duc [ bourgogneromane.com ]
Dijon [ bourgogneromane.com ]
Vezelay [ bourgogneromane.com ]