Deze maand is het 72 jaar geleden dat de eerste echte film noir in de Amerikaanse bioscopen draaide. The Maltese Falcon betekende niet alleen de doorbraak van dit filmgenre maar ook de doorbraak van Humphrey Bogart. In zijn eerste rol als private detective speelt hij geen Philipp Marlowe maar Sam Spade. Deze laatste was de schepping van Dashiell Hammett (1894-1961) die Raymond Chandler (1888-1959) inspireerde tot het schrijven van zijn eerste detective The Big Sleep (1939) waarin hij Philippe Marlowe introduceerde. The Maltese Falcon van Hammett was in 1930 verschenen en al in 1931 verfilmd. Beide detectives zijn wereldberoemde klassiekers geworden en blinken uit in stijl. De klassieke film noir heeft een eenvoudige formule: een privédetective komt door een femme fatale in een web van intriges terecht en moet zich daaruit zien te redden; meestal zit de politie daarbij op zijn nek.

Kasper Gutman: You’re a close-mouthed man?
Sam Spade: Nah, I like to talk.
Kasper Gutman: Better and better. I distrust a close-mouthed man. He generally picks the wrong time to talk and says the wrong things. Talking’s something you can’t do judiciously, unless you keep in practice.[sits back]
Kasper Gutman: Now, sir. We’ll talk, if you like. I’ll tell you right out, I am a man who likes talking to a man who likes to talk.
Sam Spade: Swell. Will we talk about the black bird?
Bron: imdb.com
The Maltese Falcon is het prototype van de film noir. Alles zit erin: de hard boiled detective (Bogart), de femme fatale (Astor), onverwachte plotwendingen, scherpe dialogen, humor, geweldige fotografie en een Mac Guffin, een element in een verhaal dat de plot in gang zet en grotendeels stuurt, maar verder nauwelijks in beeld komt. Pas tegen het einde van de film krijgen we het te zien, een potsierlijk beeldje van een vogel. In het spel van kat en muis tussen de femme fatale en de privé detective is de gehaaide Sam Spade zijn tegenspeelster toch te slim af. Zijn ondergang wordt het niet. Maar er volgde na The Maltese Falcon tientallen film noirs, die de man wel noodlottig werden, zoals Double Indemnity (1944), The Postman always rings twice (1946) en Sunset Boulevard (1950).
Een leuk aspect van postzegels is dat het kleine vensters zijn op het collectieve geheugen van een land. Als je Duitse postzegels verzamelt, dan merk je dat de nationale geschiedenis niet alleen in de onderwerpen op de postzegels naar voren komt, maar ook in de grote diversiteit. Voor ons is het sinds 1867 vanzelfsprekend dat er “Nederland” op de postzegel staat, maar op Duitse postzegels vinden we sinds 1851 vele namen: Baden, Bayern, Berlin, Danzig, Deutsches Reich, DDR, Deutsche Bundespost en Saarland, om er maar een paar te noemen. Pas sinds 1995 staat er Deutschland op Duitse postzegels. De Duitse geschiedenis wordt soms ook zichtbaar in de waardeaanduiding. Bijvoorbeeld tijdens de hyperinflatie in het najaar van 1923. De postzegels zijn bijna te smal voor de lange rij nullen.


















