Categorie archief: postzegels

wahnsinnszettel

Friedrich Nietzsche (1844-1900) aan Jacob Burckhardt (1818-1897)

Nadat Friedrich Nietzsche in januari 1889 in Turijn op straat in elkaar was gezakt, ontving de kunsthistoricus Jacob Burckhardt in Bazel een vreemd briefje dat begon met de woorden: “Beste professor, veel liever was ik hoogleraar in Bazel dan God…“ De geschrokken professor bracht onmiddellijk zijn collega Franz Overbeck op de hoogte van het vreemde briefje van hun gemeenschappelijke vriend. Toen Overbeck kort daarop zelf ook een verwarde brief van Nietzsche kreeg, reisde hij onmiddellijk naar Turijn. Daar aangekomen bleek dat Nietzsche in de waanzin was beland. De briefjes aan zijn Bazelse vrienden zijn als wahnsinnszettel de geschiedenis ingegaan.

Nietzsche an Burckhardt, 5. Januar 1889
Nietzsche aan Burckhardt, 5 januari 1889
Lieber Herr Professor, zuletzt wäre ich sehr viel lieber Basler Professor als Gott, aber ich habe es nicht gewagt, meinen Privat-Egoismus so weit zu treiben, um seinetwillen die Schaffung der Welt zu unterlassen. Sie sehen, man muß Opfer bringen, wie und wo man lebt (…)

Jacob BurckhardtBurckhardt en Nietzsche waren jarenlang met elkaar bevriend geweest. Toen de 24-jarige Nietzsche in 1869 als hoogleraar een leerstoel in Bazel kreeg, leerde hij de 26 jaar oudere Burckhardt en de 7 jaar oudere Overbeck kennen. Burckhardt doceerde in Bazel geschiedenis en kunstgeschiedenis en was al een beroemdheid door Die Kultur der Renaissance in Italien (1860), zijn uitgebreide studie over de Italiaanse Renaissance. Overbeck doceerde er theologie. Met Burckhardt deelde Nietzsche in het begin van de jaren zeventig zijn kritiek op de materialistische kleinburgerlijke cultuur. In 1849 had Burckhardt al geschreven dat hij materialistische kleinburgers verachtte, maar dat zij een minder groot gevaar vormden dan “misplaatste genialiteit.“

Burckhardt strong emphasises the role of competition in the Ancient Greek world. The Greek states were united in the Olympic games, and there were many other forms of competition. The great Athenian tragedies were written for competitions. There were all kinds of contests in gymnastics, poetry, and music throughout the Greek world. Communities took enormous pride in the achievements of locals in the Olympic games and other contests. The pride in winning and the efforts made to win were extreme. This can be seen in the wounds suffered by wrestling and the great interest of tyrants in backing winning teams. This should remind us of two early essays by Nietzsche on „The Greek State and Homer on Competition. It also provides a perspective for understanding „master morality„ in Nietzsche.
 
Burckhardt regards the interest in competition as part of the Aristocratic culture. It also existed in democratic Athens, and was the source of its great achievements. The attitude of the great democratic leader Pericles to Athens power in Greece itself shows this. However, the democratic world undermined competition. Excellence and the competition for excellence became the kind of jealousy and urge to denunciation, which led to the trial and death of Socrates. Athens after the Peloponnesian War weakened under the influence of this kind of spirit in which demogogary, perjury, and parasitic law cases became dominant. Here we see why Plato preferred Crete and Sparta. However, Sparta itself lost its old civic virtues at this, according to Burckhardt, becasue its very somination of Greece made it weaken under the influence of the other parts of Greece.
 
For Burckhardt, democracy means an individualism based on the cult of excellence and the growth of resentment. The decline of the aristocracy which vreated the values used by democracy allows great culture to flourish, but only for a limited period. These aspects of Burckhardt are close to Nietzsche’s thoughts on politics and culture throughout his life, and should be taken into account.
 
Bron: stockerb.wordpress.com
Pro Juventute 1947
In 1947 gaf de Zwitserse post een zegel uit ter gelegenheid van de 50e sterfdag van Jacob Burckhardt

met-z’n-allen !

gekeken naar de openingsceremonie van de Olympische Spelen(2012)
en naar de openingsceremonie van de Wereld Jamboree (1937)

De openingsceremonie van de Olympische Spelen is niet alleen het visitekaartje van het organiserende land aan de wereld, maar presenteert ook de tijdsgeest en idealisme. Engeland, dat 64 jaar geen Olympische Spelen meer georganiseerd had, toonde zich in Londen aan de wereld als het land waar de industrialisatie begonnen is, het land van de popmuziek, Mike Oldfield, Paul McCartney, Mr.Bean, Harry Potter en Sir Tim. Sir Tim? Jazeker, Tim Berners Lee, de geestelijk vader van HTML en dus van het World Wide Web.

Regisseur Danny Boyle had een set bedacht die me aanvankelijk aan the Shire (de Gouw) van Tolkien deed denken, maar de commentator liet ons weten dat dit Engeland omstreeks 1600 moest voorstellen. Het pastorale tafereeltje bleef in het centrum van het Olympisch Stadion het beeld bepalen totdat een groepje heren met hoge hoeden en bakkebaarden die uit een boek van Charles Dickes leken te zijn weggelopen het vredige landleven kwamen verstoren. De plaggen werden opgerold, het heesterperk (shrubbery) weer ingepakt en langzaam verrezen rokende fabrieksschoorstenen uit de grond. Alsof je naar Lord of the Rings-The Two Towers zat te kijken.

Jamboree
Wereld Jamboree affiches uit 1937

De volgende dag zag ik op nostalgienet.nl unieke ingekleurde beelden van de Wereld Jamboree in 1937. Deze week is het precies 75 jaar geleden dat in Vogelenzang bij Bloemendaal de vijfde Wereld Jamboree van start ging. Ook hier was net als vrijdagnacht een vlaggenparade te zien van de deelnemende landen. De kleurenbeelden laten zien wat er in de laatste 75 jaar veranderd is, maar ook wat onveranderd is gebleven. We zien de vlag van Armeniëvoorbij komen, sportieve jongeren en de koningin net als vrijdagavond in Londen. De Olympische Spelen, scouting, het Esperanto en het Vredespaleis in Den Haag zijn omstreeks 1900 geboren uit het idealisme om de volkeren in de wereld bij elkaar te brengen en de wereldvrede te bevorderen. Lord Baden Powell (1857-1941) de oprichter van scouting was tijdens de Wereld Jamboree in Bloemendaal eregast.

Jamboree Lied
1.
In negentien-drie-zeven
dan zal je wat beleven
dan komt de Jamboree in Nederland.
Dan staat uit alle landen
van alle rang en standen
de jeugd van blank en bruin hier hand en hand.
Dan zingen scouts uit Labrador, Japan en Alkmaar
op ‘t Nederlandsche grondgebied heel vroolijk met elkaar!
 
4.
De wereld is vol broodnijd.
Vandaar dat men zich doodstrijdt;
We raken steeds maar dieper in ‘t moeras
Een jeugdbond aller volken zal metterdaad vertolken
dat aan de jeugd een betere toekomst was
De wereldbond van Padvinders stuurt daar bewust op aan;
het spreekwoord zegt nog alijd: “Jong geleerd is oud gedaan.
Jamboree
Wereld Jamboree postzegels uit 1937
Geert Hendrik van Dongen
Een Amsterdamse jongen
met peenhaar
en veel sproeten op ‘t gelaat
zoekt in dit groote leger
een ras-wasch-echte neger
als trouwe bondgenoot en kameraad.

Jamboree Lied (fragment derde couplet)

De Wereld Jamboree van 1937 was de vijfde keer dat de Wereld Jamboree gehouden werd en vond in het Nederlandse Vogelenzang plaats. Het terrein groeide uit tot een Jamboreestad met 28750 verkenners en leiders uit 54 landen (alleen jongens, geen welpen). Voor de Nederlandse scouting was dit een enorme opsteker. Veel groepen waren nog jong, kenden alleen hun eigen groepje en moesten in hun dorp opboksen tegen een negatieve stemming (“padvinderij, opschepperij”). Ook wist men niet veel van buiten het dorp, er was geen TV en vrijwel niemand kwam in het buitenland. En daar liepen ze dan opeens tussen tienduizenden andere (top)verkenners uit de meest exotische landen, terwijl heel Nederland het Jamboreeliedje meezong. (Bron: nl.scoutwiki.org)