Categorie archief: wetenschap

de haven van vroomheid

scholastiek : God vinden door middel van de wetenschap
of: hoe wij in het Westen door de wetenschap God kwijtraakten

Als je het al weet (wat je wilt vinden), hoef je niet meer te (zoeken) filosoferen. Zo redeneert degene die de wijsheid liefheeft. De theoloog en de theologie (beiden: kennis van een Persoonlijke God) gaan van oorsprong een andere weg en zoeken voortdurend naar God, die de Bron is van alle wijsheid. De scholastieke theologen gaan in hun zoektocht naar God de logica inzetten. En vooral: Aristoteles. En dan raken ze de Persoonlijke God kwijt, terwijl ze de Rede voorbereiden op het Deïsme van de Verlichtingsfilosofen. Waar het in de westerse geschiedenis misliep in onze zoektocht naar de Persoonlijke God.

filosofieschool
filosofieschool, veertiende eeuw
En laat mij, vermoeide, nu mijn anker uitwerpen in de haven van vroomheid

Proclus, vijfde eeuw na Chr.

“En laat mij, vermoeide, nu mijn anker uitwerpen in de haven van vroomheid” schrijft de Griekse neo-platoonse filosoof Proclus (411-485) in een van zijn hymnen. Aan dit citaat ontleent Anthony Gottlieb de titel van het veertiende hoofdstuk uit de Droom der Rede, het eerste grote overzicht van de westerse filosofie sinds de gezaghebbende werken van Bertrand Russell en Hans-Joachim Störig een halve eeuw eerder. Zo nu en dan duik ik weer eens in de scholastiek, de wijsbegeerte van de middeleeuwen. Meestal begin ik dan wat te lezen in de de bekende naslagwerken van Russell en Störig. In 2004 is daar ook het bovengenoemde boek van Gottlieb bijgekomen. En in 2005 verscheen onder redactie van Filosofie Magazine een verzameling grondteksten (de ‘Kruidvat slof’) met daarbij een overzicht geschreven door Daan Rovers en René Gude en bovendien nog het boekje Meesters in Filosofie. Deze boeken zijn mijn startpunt geworden, wanneer ik met omtrekkende bewegingen een filosofie wil vatten.

mijn naslagwerken over filosofie
Bertrand Russell, Geschiedenis van de Westerse Filosofie, 1945 (1948)
Hans-Joachim Störig, Geschiedenis van de Filosofie, 1950 (1959)
Anthony Gottlieb, De droom der rede, 2000 (2004)
Daan Rovers en René Gude, Overzicht van de geschiedenis van de filosofie, 2005
Diverse grondteksten, Van de Oudheid tot de Renaissance, 2005
Gebroeders Meesters, Meesters in de filosofie, 2005
(Het jaar van uitgave in de Nederlandse vertaling staat tussen haakjes)

naslagwerken filosofie
Geschiedenis van de filosofie
vlnr. Rovers/Gude, Russell, Meester, Gottlieb, Störig, grondteksten

De middeleeuwse filosofie wordt meestal als een pauze gezien, zoals we de Middeleeuwen eigenlijk ook als een pauze en zelfs als een culturele terugval zijn gaan zien. De naam Middeleeuwen zegt het eigenlijk al: het zijn de eeuwen ergens tussen, namelijk tussen Oudheid en Renaissance. Aangezien de Renaissance een herleving van de Oudheid is, zijn de Middeleeuwen dus een periode van afwezigheid van de antieke cultuur, die we sinds de Renaissance als de basis van onze westerse beschaving zijn gaan beschouwen. Zeker in de tijd van de Verlichting zijn we in het Westen gaan neerkijken op de Middeleeuwen. Ook al beleefde de Middeleeuwen tijdens de Romantiek een opleving en trekt deze tijd nog altijd romantische zielen aan, de algemene teneur is toch dat de Middeleeuwen een primitieve periode is geweest. Wat de filosofie betreft, gaat men er soms vanuit dat het denken tussen de Oudheid en de Renaissance duizend jaar heeft stilgestaan.

De filosofie was na het sluiten van de filosofiescholen in Athene door keizer Justinianus 1000 jaar lang de dienstmaagd van de theologie.

de Byzantijnse keizer JustinianusZo is Maarten, de rationalist van de Gebroeders Meester deze mening toegedaan. Zijn romantische broertje Frank is het natuurlijk niet met hem eens en hij is juist gecharmeerd van de Middeleeuwse filosofie omdat die ruimte schept voor zaken die we niet kunnen begrijpen en volgens hem daardoor zoveel interessanter zijn. Maarten gebruikt de vergelijking met het sprookje van Doornroosje die Anthony Gottlieb maakt in de Droom der Rede: In het jaar 529 liet de Byzantijnse keizer Justinianus alle filosofiescholen in Athene sluiten. De filosofie werd daarna duizend jaar lang de dienstmaagd van de theologie. Pas met Descartes kwam de radicale twijfel weer terug in de filosofie en daarmee het leven. Immers, de enige zekerheid die we vanuit de Rede hebben, is dat we twijfelen. Na haar vinger geprikt te hebben aan de christelijke theologie viel de filosofie duizend jaar in slaap totdat zij door de kus van Descartes werd gewekt. Maar volgens Gottlieb is deze verleidelijke vergelijking toch te simpel. Maarten Meester schrikt er niet voor terug om deze versimpeling te gebruiken om zich tegenover zijn broertje te positioneren. De Middeleeuwen vormen voor hem “een non-descripte, grijze, onbetekenende periode tussen de klassieke periode en het begin van de moderne tijd in.” Dit is min of meer ook het standpunt van de Verlichting: In de Middeleeuwen was het licht uitgegaan, terwijl in de Nieuwe Tijd (vanaf 1500) het licht weer was gaan branden.

Na haar vinger geprikt te hebben aan de christelijke theologie viel de filosofie duizend jaar in slaap totdat zij door de kus van Descartes werd gewekt.

Anthony Gottlieb

Vanuit het standpunt van de Verlichting zouden de Middeleeuwen dus een terugval in de tijd zijn geweest, die we beter hadden kunnen overslaan. Toch wordt deze periode in de naslagwerken filosofie niet overgeslagen, al wordt ze doorgaans veel beknopter behandeld dan de oudheid. De filosofie van de Oudheid loopt van de 6e eeuw voor Christus tot de 6e eeuw na Christus, ruim duizend jaar dus. De Middeleeuwse filosofie loopt van de vijfde eeuw tot aan de vijftiende eeuw, bijna duizend jaar. De filosofie van de Nieuwe en Nieuwste Tijd is nog geen vijfhonderd jaar oud. Uiteraard wordt aan deze laatste periode in de naslagwerken het meeste aandacht geschonken. Maar de aandacht die er aan de filosofie van de Oudheid en de Middeleeuwen is niet bepaald in balans, terwijl ze beiden ongeveer duizend jaar geduurd hebben.

I. De vroege scholastiek in de 11e en de 12e eeuw.
Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Anselmus van Canterbury en Petrus Abaelardus.
II De hoogscholastiek in de 13e en 14e eeuw.
Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Albertus Magnus en Thomas van Aquino.
III De late scholastiek in de 14e en 15e eeuw.
Twee belangrijke vertegenwoordigers zijn: Johannes Duns Scotus en Willem van Ockham.
overzicht van scholastische filosofen

Russell besteedt (uitgave Servire, Katwijk) 260 blz. aan de Oudheid, 68 blz. aan de patristiek en 86 blz. aan de Middeleeuwen. Störig die overigens ook de oosterse filosofie behandelt, houdt de geschiedenis van de westerse filosofie beter in balans: 86 blz. voor de Griekse en Romeinse filosofie, 22 blz. voor de patristiek en 41 blz. voor de scholastiek. Gottlieb tenslotte besteedt de eerste dertien hoofdstukken van de droom der Rede (335 blz.) aan de klassieke filosofie. In het veertiende hoofdstuk, “de haven van vroomheid” zijn er slechts 14 blz. voor de scholastiek, terwijl hij juist veel aandacht besteedt aan de neo-platonist Plotinus die in de geschiedenis van de filosofie meestal de Oudheid afsluit. Het is duidelijk dat de scholastiek in de meeste handboeken een ondergeschoven kindje is. Sinds we de moderne filosofie met Descartes laten beginnen, is de scholastiek voor de filosofie wat religie voor de Verlichting is.

Unknowability does not mean agnosticism or refusal to know God. Nevertheless, this knowledge will only be attained in the way which leads not to knowledge but to union––to deification. Thus theology will never be abstract, working through concepts, but contemplative: raising mind to those realities which pass all understanding…
 
Bron: orthodoxwayoflife.blogspot.com

scholastiek [ nl.wikipedia.org ]

black box ?

gisteren bij Tegenlicht: Money and speed – inside the black box
de eerste touchdoc van de VPRO als app op iPad

iPadIk ben iemand die van overzicht houdt en graag selectief naar de werkelijkheid kijkt. Misschien verklaart dat mijn voorliefde voor tijdbalken en plattegronden waarin tijd en ruimte geordend tevoorschijn komen. Wanneer de realiteit in beeld komt, ga ik mij ongemakkelijk voelen. Ik verlies overzicht en word vastgepind in het hier en nu, als een konijn op het asfalt, verblind door de koplampen van een naderende auto. Welcome to the real world!

Ik verlies overzicht en word vastgepind in het hier en nu, als een konijn op het asfalt, verblind door de koplampen van een naderende auto.

De documentaires van Tegenlicht confronteren mij met mijn machteloze positie in de wereld. In het tegenlicht van de harde realiteit verandert de wereld in een genadeloze arena waarin het recht van de sterkste geldt. In Tegenlicht draait het dan ook bijna altijd om macht. Vorige week ging het bijvoorbeeld over Wikileaks en de jacht op gevoelige informatie. In de documentaire gisterenavond werd de flash crash van 6 mei 2010 gereconstrueerd en geanalyseerd en doken we in de wereld van het flitskapitaal, waarin milliseconden het verschil tussen rijk en arm bepalen.

Money & Speed: Inside the Black Box reconstrueert de flash crash die plaatsvond op de Amerikaanse financiële markten op donderdagmiddag 6 mei 2010. Om 14.42.44 uur en 75 milliseconden stortten de Amerikaanse financiële markten om niet direct aanwijsbare redenen en met ongekende snelheid in, om vervolgens na 20 minuten tot het oude niveau terug te keren. Met een gedetailleerde reconstructie leggen we de innerlijke dynamiek bloot van een snel veranderende financiële wereld die ieders leven en levensomstandigheden beïnvloedt. De futuristische thriller onthult een mondiaal financieel systeem dat van een netwerk van gereguleerde handelsvloeren tot een netwerk van zwarte dozen geworden is. Een netwerk dat niet transparant is en waarin nu gehandeld wordt met de snelheid van het licht. Een netwerk dat tot een door machines aangestuurd organisme verworden is met niemand aan het roer.
 
Bron: tegenlicht.vpro.nl

Wat de documentaire Money and speed – inside the black box mij vooral leert, is dat we het grootkapitaal in de wereld uit handen hebben gegeven aan machtige datacenters die routines uitvoeren met algoritmen die voor de mens soms niet meer achterhaalbaar zijn. Wie beheert het grote geld en heeft de macht in de wereld? Welke Onzichtbare Hand voor wie een seconde een eeuwigheid duurt, houdt het flitskapitaal in zijn greep? Gaat het hier om de wetenschappelijke idee van een black box? Of juist om een geestelijke realiteit, die we vroeger Mammon noemden?

iPadEen ding is zeker. De computer heeft twee gezichten. Zo geeft de touchdoc die ik gisteren als app voor de iPad heb gedownload een geweldige gebruikerservaring. Door met één of twee vingers over het touchscreen van het tablet te swipen of te punchen, verandert mijn ongemakkelijke welcome-to-the-real-world-ervaring in een comfortabele welcome-to-the-future-ervaring. Een manipuleerbare wereld, zo lijkt het. Zo toegankelijk als de voorkant van mijn iPad is, zo gesloten is de achterkant. Met de iPad heb ik eigenlijk een metafoor in handen van de paradox van de digitale beheersingscultuur. Aan de ene kant krijgen we op dit digitale dienblad (bijna) alles wat ons hartje begeert. Aan de andere kant worden we gebonden aan de mondiale Apple Store. Overigens kelderde het aandeel Apple in de flash crash gewoon mee met de rest. Wat ons in het digitale leven van de eenentwintigste eeuw werkelijk gebonden heeft, is niet Apple, Google of Microsoft. Zolang we het beestje nog geen naam geven, kan de macht van het flitskapitaal in een zwarte doos anoniem blijven.

Money and speed – inside the black box [ tegenlicht.vpro.nl ]

in communio

gisterenavond bij Tegenlicht: De wereld na Wikileaks

In het laatste deel van een tweeluik over Wikileaks had de jonge filosoof en hoofdredacteur van nrc.next Rob Wijnberg gesprekken met drie kenners: de Engelse arts en conservatieve denker Theodore Dalrymple, de Canadese mediasocioloog Derrick de Kerckhove en de Amerikaanse technologiegoeroe Kevin Kelly. Hoe ziet volgens hen de wereld na Wikileaks eruit?

Theodore DalrympleIn het artikel What’s Really Wrong with WikiLeaks – The dissolution of privacy is a fundamental aim of totalitarianism op de website city-journal.org meent Theodore Dalrymple dat Wikileaks op den duur leidt tot een dictatuur van geveinsde deugdzaamheid. Volgens Dalrymple hebben we juist geheimen nodig om eerlijk tegenover elkaar te kunnen zijn.

In effect, WikiLeaks has assumed the role of censor to the world, a role that requires an astonishing moral grandiosity and arrogance to have assumed.

Theodore Dalrymple

Derrick de KerckhoveWanneer Derrick de Kerckhove de stelling van Dalrympe krijgt voorgelegd (“Wikileaks presenteert zich als het morele gezag in de wereld.”), begin hij hard te lachen. “It’s show man! it’s all public show.” Hij vergelijkt het zelfs met de klassieke satires uit de oudheid. “Het is niet moralistisch, het is satirisch.” Jammer dat de interviewer hem op dat moment niet confronteerde met de Collatoral Murder video, waarin Wikileaks zich wel degelijk opwerpt als morele politieagent. Als beheerder van het erfgoed van Marshall MacLuhan is De Kerckhove een veel gevraagd spreker. Onlangs noemde hij Julian Assange in een interview met Eugenio Occorioso in La Repubblica nog een kunstenaar. The medium is the massage

Het is een baanbrekende moment in de overgang naar democratie, transparantie.
Assange is een kunstenaar.

Derrick de Kerckhove

Kevin KellyDe Amerikaanse technologiegoeroe Kevin Kelly is ervan overtuigd dat we op de drempel staan naar een nieuw zelfbewustzijn. Evenals Derrick de Kerckhove is hij bereid om onze idee van de privépersoon los te laten. Is dat niet uitvinding uit de Verlichting, toen de mens zijn individualiteit ontdekte en van het genot proefde een ik te zijn. Maar op het internet waar iedereen met iedereen kan communiceren, is het volgens Kellyde vraag geworden waar het ik ophoudt en waar de ander begint.

We hebben nu een uitvinding die de keuzevrijheid geeft om geheimen wel of niet te publiceren en dat is een klein goed waardoor de balans positief doorslaat.

Kevin Kelly

Het was een boeiende aflevering van Tegenlicht, maar door de samenwerking met nrc.next was de insteek vooral journalistiek. De stellingen van Dalrymple, De Kerckhove en Kelly riepen bij mij vragen op die helemaal niet aan bod kwamen. Kevin Kelly die diep inging op de gevolgen van de sociale media op ons zelfbewustzijn, gebruikte het woord ‘individu’ en ‘persoon’ dwars door elkaar. Terwijl zijn toverwoorden ‘sharing’ en ‘connected’ waren, gebruikte hij telkens het woord individu, dat juist ‘ondeelbaar’ betekent. Essentieel voor het menselijk zelfbewustzijn is dat het zich kan mede-delen en daarin ligt de openheid en mogelijkheid tot communio met het andere. Hij is in de eerste plaats persoon en heeft een diep verlangen te communiceren, te delen met anderen, maar ook behoefte aan intimiteit, om het geheim van zijn leven te delen met zijn geliefde. In zijn persoon-zijn ligt ook zijn geluk, want een mens die niet kan of wil delen, is een eenzaam individuum.

Deze spirituele dimensie kwam in de hele uitzending niet aan bod en dat is wel jammer. Interviewer Rob Wijnberg heeft met zijn boek Boeiuh! juist een hartstochtelijk pleidooi geschreven om het hart meer te laten spreken in een wereld waarin vooral de jeugd wordt platgeslagen door een overload aan informatie. Veel jonge mensen zijn hun innerlijke oriëntatie kwijtgeraakt. Gisterenavond was de filosoof Wijnberg wel erg journalistiek bezig, maar dat kwam vooral doordat Tegenlicht en NRC zich concentreerden op informatie en kennis, en dus op de macht in de wereld. De wijsheid waarvan gezegd wordt dat ze in het hart woont, bleef buiten beeld. Journalisten proberen informatie te filteren en het gat tussen de burger en de overheid te verkleinen. Een rechtvaardige verdeling van informatie (dus transparantie) is de heilige graal van de vrije pers. Maar omdat de journalist handelt in informatie, blijft hij tot op zekere hoogte zelf ook weer binnen een machtsspel gevangen. Elke hoofdredacteur heeft graag zijn scoop. De jacht op de cables van Wikileaks haalde niet het mooiste naar boven bij de rivaliserende NRC en NOS. Waar kennis is, is macht. Ook al duurt een kennismonopolie volgens Kevin Kelly steeds korter, een klein tijdsverschil maakt uit wie de macht en de scoop heeft.

Wijsheid dient het algemene belang en vraagt vaak om persoonlijke offers. Misschien is ze daarom minder geliefd dan informatie en kennis. Eén ding is zeker: Er is een overvloed aan informatie en een tekort aan wijsheid.

Tegenlicht | De wereld na Wikileaks door Rob Wijnberg in NRC.next
Nederlandse vertaling van Dalrymples artikel in de Volkskrant