Categorie archief: wetenschap

‘martelaar van de wetenschap’

Mijn broer ploft neer op de bank en begint te vertellen over een boek dat hij aan het lezen is, Mendeleyev’s Dream van Paul Strathern. Het gaat over het avontuur van de natuurwetenschap en zijn uiteindelijke triomf in de negentiende eeuw. “Natuurlijk is het allemaal niet vanzelf gegaan”, zegt hij “In de Renaissance waren er hevige protesten van de roomskatholieke kerk. Het proces tegen Galileo Galileï kent bijna iedereen. Maar heb je bijvoorbeeld wel eens gehoord van Giordano Bruno?” Ja, ik heb wel eens over hem gelezen, weet dat hij in Rome op de brandstapel gezet is, maar voor het overige moet ik mijn kennis even opfrissen.

Giordano Bruno
Giordano Bruno ( 1548 – 1600 )

Twee naslagwerken heb ik daarvoor in huis die allebei De Droom der Rede heten, het ene geschreven door C.I.Dessaur, het andere door Anthony Gottlieb. In het laatste boek valt mijn oog onmiddellijk op het volgende citaat:

Er is ( … ) één reusachtige uitgestrektheid die we gerust Leegte mogen noemen: daarin bevinden zich ontelbare bollen als de onze waarop wij leven en groeien; we verklaren deze ruimte voor oneindig. Want er is geen reden, noch een tekort aan gulheid van de kant van de natuur ( … ) die het bestaan van andere werelden in de ruimte belet.
uit : De l’ infinitivo universo e mundo van Giordano Bruno ( 1584 )

Gisteren citeerde ik op deze plaats Schopenhauer met exact dezelfde visie, maar dan in de pessimistische variant. Op het moment dat de mens de blik van God wil toeeigenen gaat het mis: of hij raakt in de roes van vooruitgangsgeloof (in zichzelf) of hij duizelt voor de afgrond van het mysterium tremens en verliest de grond onder zijn voeten. In het boek van C.I.Dessaur is van dit laatste helemaal niets te merken. Ze beschrijft Bruno als een moedige, mondige martelaar:

Bruno zag niets in de onmondige, machteloze mens zoals die werd gepropageerd door de kerkelijke dogmatiek. Door eigen innerlijke activiteit moet de mens tot inzicht en verlossing komen, met name via contemplatie. Langs deze weg ontdekt de mens dat de ogenschijnlijke pluraliteit van de aardewereld en de kosmos (Bruno voorzag een oneindig universum, met talloze bewoonde werelden) in wezen de manifestatie is van één principe dat alles verbindt. Het universum dat steeds weer wordt geschapen en herschapen, is een openbaring van het Ene, dat zich differentieert en vervolgens weer tot zichzelf terugkeert. De ‘weg omlaag’ is de weg van de scheppingswil die zich uit als een toenemende diversificatie. De ‘weg omhoog’ is de weg van de Ratio, van uit liefde geboren kennis, die leidt tot unificatie, tot her-eniging. Niets in het universum kan ooit worden vernietigd of verloren gaan. Er is alleen maar voortdurende verandering. Goed en kwaad zijn uiterst relatieve begrippen. Uiteindelijk is alles God, komt voort uit God en keert terug in God.
Zomin als de aarde zich voor Bruno bevindt in het middelpunt van het universum (er is geen statisch middelpunt, waar dan ook), zomin is er een statische norm voor goed en kwaad.

Na een goed gesprek met mijn broer sta ik in de wc oog in oog met de Filosofie Scheurkalender. Donderdag 17 februari; rechtsonder staan een paar filosofen die op deze dag aan hun eind zijn gekomen. Giordano Bruno is er één van. Hij kon op weinig genade van de roomskatholieke kerk rekenen: de genadedood door wurging werd hem onthouden. Men vond dat hij het verdiende levend verbrand te worden, samen met zijn ketterse opvattingen.

Giordano Bruno : Italiaanse dialogen

gnostische evangelisatie bij teleac

Gisterenmiddag werd bij Teleac het tweeluik De Zoon van God Op zoek naar de oorsprong van het christelijk geloof herhaald. Vermoedelijk werd deze documentaire ditmaal ook bekeken door velen die na het lezen van De Da Vinci Code geïnteresseerd zijn geraakt in de geschiedenis van het vroege Christendom. Ik geloof dat het van levensbelang is om serieus te onderzoeken welke betekenis de Persoon van Jezus Christus voor ons leven heeft. In onze post-christelijke tijd is het vanzelfsprekend dat je dan begint bij de historische Jezus van Nazareth. Deze speurtocht zal je onvermijdelijk in contact brengen met het wetenschappelijke onderzoek van historische bronnen. En dat onderzoek loopt al snel vast in de haast onmogelijke opgave om feit en fictie, Wahrheit und Dichtung van elkaar te onderscheiden. Wat zijn na 2000 jaar geschiedschrijving en geschiedvervalsing eigenlijk betrouwbare bronnen? Is het uiteindelijk niet een zaak van het hart ( en niet van het verstand ) om waarheid en verzinsel van elkaar te onderscheiden?

De vondst van de Nag Hammadi-geschriften hebben volgens velen eindelijk een onvertroebeld zicht gegeven op “de ware” Jezus van Nazereth en daarmee zouden deze geschriften de “ware” betekenis van Jezus voor onze tijd (en dus voor ons persoonlijke leven) openbaren.

Deze visie werd ook verkondigd in de documentaire die in opdracht van Teleac/NOT en WDR is gemaakt. Ze is op het moment razend populair geworden omdat ze zo tegemoetkomt aan de geestelijke behoeften van het individu. In onze tijd neemt niet God, maar het individu een centrale plaats in; de autoriteit heeft afgedaan en het “Ik” of geestelijker gezegd het “Zelf” is hot. New Age voorziet in de behoefte van het individu om zich niet alleen maatschappelijk maar ook geestelijk ten volle te ontplooien. Dat is natuurlijk allemaal heel positief. Want uiteindelijk gaat het erom dat we worden wie we zijn.

En daar ligt tegelijkertijd ook het probleem en het al tweeduizend jaar oude verschil tussen de Weg van Christus en de gnosis. Want WIE zijn we in werkelijkheid? Het orthodoxe Christendom en het gnosistisch Christendom lijken heel dichtbij elkaar te liggen. Beide leren dat de ziel onsterfelijk is, dat de mens gemaakt is naar God’s gelijkenis en dat Christus de Zoon van God is. Maar het grote verschil tussen het Christendom en gnosis is dat er in het Christendom altijd afstand blijft tussen de mens en zijn Schepper, dat de mens altijd in relatie staat met God. De gnostici geloven dat de mens in zijn diepste wezen “Zélf God” zou zijn en dat iedere mens in wezen de titel Zoon van God verdient. Opvattingen die gedeeld worden door de vele stromingen binnen New-Age: van paganistisch pantheïsme tot vedanta. De eenheidsmystiek van de gnosis staat haaks op de bruidsmystiek van het orthodox Christendom. In de eenheidsmystiek keert de druppel terug naar de oceaan, in de bruidsmystiek blijft er altijd een relatie, een geestelijk huwelijk tussen de bruid (de menselijke ziel) en de Bruidegom (Christus).

teleac documentaireDe gnostici beweren het wezen van de boodschap van Christus te doorgronden en zeggen dat Jezus van Nazareth ons heeft willen leren dat we allemaal Zonen van God zijn op een zelfde wijze als Hij dat is. Gnosis lijkt zo voor sommigen verenigbaar met het Christendom. Maar de aanhangers van de gnosis gaan nog een stap verder en zeggen dat de boodschap van Christus niets anders is dan de eeuwige gnosis die alle leren overstijgt. Het Christendom is datgene wat de Kerk (vanaf 325 een ‘machtsinstituut’) heeft gemaakt van de boodschap van Jezus. De gnostica Elaine Pagels , auteur van The Gnostic Gospels beweert bijvoorbeeld dat de titel Zoon van God pas in het jongste evangelie (van Johannes, rond 160 na Chr.) op de figuur van Jezus wordt toegepast als strategische zet van een machtsinstituut in wording. Daarna zou de Kerk de ware boodschap van Jezus steeds meer verdraaid hebben om de gnostici te kunnen vervolgen en zelf te kunnen zegevieren. Christendom is volgens de gnostici een gedegenereerde gnosis voor de massa, alleen de geestelijke elite zou dit beseffen. Maar in deze tijd van New Age zou de massa ontwaken, zich afkeren van het geïnstitutionaliseerde Christendom en “het oorspronkelijke Christendom”, de Gnosis, weer herkennen als de “Universele Waarheid”.

teleac documentaire
zwart-witbeeld: de repressieve Kerk versus het onderdrukte gnosticisme, het machtsinstituut versus de naar waarheid zoekende ziel.

Deze gnostische evangelisatie kon in de Teleac-documentaire van A tot Z worden verkondigd. De Kerk werd afgeschilderd als een agressief, repressief en geestelijk primitief instituut dat de boodschap van Christus aangepast zou hebben om macht uit te kunnen oefenen. De gnosis zou de verdrukte “Waarheid” vertegenwoordigen. Door enkele professoren aan het woord te laten als vertegenwoordigers van het machtsinstituut de Wetenschap, lijken hun beweringen allemaal waar te zijn. De documentairemakers hebben zich laten verblinden door de “wetenschappelijke” visie van een paar invloedrijke hoogleraren in het vroege Christendom. Zo is het resultaat geen diepgravende documentaire geworden, maar platte gnostische propaganda.

De Zoon van God [website van Teleac]

graaftalent

vandaag 114 jaar geleden overleden:
Heinrich Schliemann 26 december 1890
Schliemann werd geboren in 1822 als zoon van een Evangelisch-Lutherse dominee, maar hijzelf maakte carrière als handelaar. In 1841 werd hij naar Venezuela gezonden, maar leed schipbreuk voor de Nederlandse kust, en werd handelaar voor een Amsterdamse firma. In 1846 werd hij de agent van de firma in Sint Petersburg, en was daar zo succesvol dat hij het volgende jaar zijn eigen handelsfirma kon oprichten. Onder meer in het Californiëvan de goldrush en in de Krimoorlog breidde hij zijn kapitaal nog eens enorm uit.
 
Heilrich SchliemannIn 1864 trok Schliemann zich uit de handel terug. Hij maakte een wereldreis, studeerde aan Sorbonne, en in 1868 bezocht hij Griekenland en Turkije. Naar eigen zeggen zag hij Pınarbas¸i aan, dat op dat moment door de meeste experts voor Troje werd aangezien, besloot dat het niet met de Ilias overeenstemde, en zocht vervolgens een betere kandidaat, die hij vond in de vorm van Hisarlık. Of dit ook werkelijk zo is gegaan, is onzeker, het is zeer wel mogelijk dat het niet Schliemanns eigen vaststellingen, maar overreding door Frank Calvert geweest is die hem naar Hisarlık heeft geleid.
 
Hoe dan ook, na enkele proefopgravingen in 1870, begon Schliemann in 1871 met de opgravingen in Hisarlık, dat inderdaad Troje bleek te zijn. Hij deed diverse opwindende vondsten, de meest beroemde daarvan is de ‘goudschat van Priamus’, ten onrechte door Schliemann zo genoemd – in werkelijkheid was de laag waarvan hij dacht dat het het Troje van de Trojaanse Oorlog was, meer dan 1000 jaar ouder. Hij vond deze tegen het eind van zijn eerste serie opgravingen in Troje, in 1873.
 
Hierna toog Schliemann naar Mycene, waar hij het graf van Agamemnon hoopte te vinden. Hij vond opnieuw grote schatten, waaronder het ‘dodenmasker van Agamemnon’, hoewel in dit geval opnieuw gebleken is dat zijn vondsten duidelijk ouder zijn dan de Trojaanse Oorlog. In 1878-1879 groef Schliemann opnieuw in Troje, in 1880-1881 was Orchomenus in Boeotië aan de beurt. Daarna groef hij nog twee keer in Troje (1882 en 1890), en deed opgravingen in Tiryns (1884-1885), en kleiner proefopgravingen op andere plaatsen.
 
Door zijn opgravingen had Schliemann een grote verzameling archeologische vondsten in zijn bezit, die hij schonk aan het Duitse Rijk, om ze in hun totaliteit te vertonen in een aantal naar hem te noemen zalen in het Königlich-Preußischen Völkerkundemuseum in Berlijn.
 
Bron: nl.wikipedia.org

Heinrich Schliemann: Heros & Mythos