Categorie archief: wetenschap

martelaren van de wetenschap

zondagavond gezien op Fox: Cosmos: A Spacetime Odyssey (2014)

cosmosIn 1981 werd voor het eerst in Nederland de wetenschappelijke serie Cosmos uitgezonden. Deze werd gepresenteerd door Carl Sagan, de Amerikaanse Robert Dijkgraaf. Nog nooit was er zo’n dure documentaire gemaakt en ik vergaapte mij aan de magie van CGI (computer generated imagery), in die tijd nog nooit vertoond. Zo herinner ik mij het indrukwekkende interieur van de legendarische bibliotheek van Alexandrië waar Carl Sagan gewoon doorheen kon slenteren.

33 jaar later is er een tweede reeks gemaakt en deze beleefde zondag de Europese première op de zenders Fox en National Geographic Channel. Cosmos: A Spacetime Odyssey wordt nu gepresenteerd door Neil deGrasse Tyson. Carl Sagan overleed in 1996 maar zijn geest waart in de eerste aflevering nog helemaal rond. En daarmee ook zijn missie. Sagan geloofde heilig in de wetenschap en zag met name de geïnstitutionaliseerde religie als de grote vijand van de wetenschap en de vrije geest.

Agora 2009Zo zal Carl Sagan de film Agora (2009) van Alejandro Amenábar over het leven van Hypatia van Alexandrië (355-415) zeker gewaardeerd hebben. Deze film brengt Hypatia namelijk naar voren als een martelares van de wetenschap die getuige was van de vernietiging van de bibliotheek van Alexandrië. Nog nooit had de mensheid zoveel kennis bijeengebracht en zelden werd de mensheid door één brandschatting zover teruggeworpen in de geschiedenis.

In het eerste deel van de nieuwe serie zien we een andere vrije geest en martelaar van de wetenschap: Giordano Bruno (1548-1600). Hij wordt gepresenteerd als een soort mysticus die visioenen heeft van andere werelden. Maar aan het einde van de zestiende eeuw, tijdens de contrareformatie en inquisitie mocht er niet afgeweken worden van de leer van de katholieke kerk, die meende dat de zon om de aarde draaide.

Giordano BrunoGiordano Bruno brak in zijn visioenen door deze beperking heen en keek in de afgrond van het oneindige. Deze duizelingwekkende ervaring was voor hem niet beangstigend. Voor hem werd de grootsheid van de Schepper er juist door versterkt. Maar de katholieke kerk beschouwde zijn visionaire inzichten als ketterse opvattingen. Bruno werd veroordeeld tot de brandstapel.

De animatie in Cosmos over Giordano Bruno is duidelijk. Wanneer Bruno vlak voor zijn marteldood geconfronteerd wordt met de Gekruisigde wendt hij boos zijn gezicht af. Met de katholieke kerk die hem als vuil verbrandt, wil hij niets meer te maken hebben. De tragiek voor onze tijd is, dat we geneigd zijn om het beeld van de gekruisigde Zoon van God en de tirannieke katholieke kerk uit Bruno‘s tijd als twee handen op één buik zien. In werkelijkheid is Christus juist een lotgenoot van Bruno en van Hypatia. Ze stierven een marteldood omdat de gevestigde orde hen bedreigend vond.

Cosmos [ cosmosontv.com ]

scheermes

God, de grote vragen en het scheermes van Ockham
door Gijsbert van den Brink
Eén van de argumenten die sciëntisten aanvoeren tegen het geloof in God is dat God een overbodige hypothese zou zijn. Dankzij de wetenschap kunnen we tegenwoordig alles wat gebeurt vanuit binnenwereldlijke factoren en processen verklaren; en voorzover dat toch nog niet helemaal lukt, zal dat in de toekomst vast en zeker steeds beter lukken.
 
lees verder
Entia non sunt praeter
necessitatem multiplicanda

Willem van Ockham

William OckhamHet scheermes van Ockham
is een principe uit de kennistheorie dat wordt toegeschreven aan de 14e-eeuwse Engelse filosoof Willem van Ockham, een franciscaner monnik. Het houdt in dat men niet het bestaan van iets moet veronderstellen als onze ervaringen ook op een andere manier kunnen worden verklaard; in het Latijn: Entia non sunt praeter necessitatem multiplicanda: “Men moet de zijnden (gepostuleerde objecten binnen een hypothese) niet zonder noodzaak verveelvoudigen”.
(Bron: nl.wikipedia.org)

geloofenwetenschap.nl

zijn gelovigen dommer?

gelezen: waarom zijn wetenschappers minder vaak gelovig?
door Stefan Paas en Rik Peels in Geloof en Wetenschap van Forum C

The Independent berichtte op 12 augustus 2013 over een wetenschappelijk onderzoek (Zuckerman, 2013) waaruit moet blijken dat gelovigen minder intelligent zijn dan niet-gelovigen. Religious people are less intelligent than atheists, according to analysis of scores of scientific studies stretching back over decades stond er boven het artikel.

The Independent
The Independent 12 augustus 2013

De volgende dag maakte de atheïst Frank Furedi gehakt van het onderzoek. Atheists are more intelligent than religious people? That’s „sciencism„ at its worst . Als gelovige lijkt mij de uitkomst van het onderzoek echter niet zover naast de waarheid. Het draait erom wat we precies onder intelligentie verstaan. Wanneer we alleen naar analytische intelligentie kijken die we dan vastleggen in het IQ, dan laten we veel buiten beschouwing. Psychologen onderscheiden namelijk ook creatieve, praktische, emotionele en sociale intelligentie.

Gisteren las ik het artikel waarom zijn wetenschappers minder vaak gelovig? van Stefan Paas en Rik Peels in Geloof en Wetenschap van Forum C waarin zij kanttekeningen plaatsen bij het onderzoek van Zuckerman (2013).

Miron Zuckerman en anderen voerden onlangs een meta-onderzoek uit naar 63 studies (daterend van 1928 tot 2012) die de relatie tussen intelligentie en religiositeit onder- zochten (Zuckerman e.a. 2013). Intelligentie werd door de onderzoekers gedefinieerd als “het vermogen om te redeneren, te plannen, problemen op te lossen, abstract te denken, complexe ideeën te begrijpen, snel te leren en te leren van ervaring“. In 53 van de onderzochte studies bleek een (licht maar significant) negatief verband tussen intelligentie en religiositeit. Dat wil zeggen, hoe intelligenter mensen waren, hoe minder religieus. Omdat wetenschappers intelligente mensen zijn, ligt het voor de hand om hier de verklaring te zoeken voor het feit dat zoveel van hen ongelovig zijn.

Paas en Peels blijken mijn vraag ook te stellen: over welke intelligentie heeft het meta-onderzoek van Zuckerberg het eigenlijk? Het gaat inderdaad om analytische intelligentie en creatieve, praktische, emotionele en sociale intelligentie blijven buiten beschouwing. Als je je beperkt tot het IQ, dan geloof ik zeker dat er een verband is tussen analytische intelligentie en atheïsme en agnosticisme. In het Westen zijn we het intellect steeds meer gaan zien als het analytische denken. Maar de menselijke geest is natuurlijk veel meer dan dat. De oorspronkelijke betekenis van het Griekse woord “nous” maakt dit duidelijk.

In Griekse theologische teksten komt het woord “nous” veel voor. In het Engels wordt het woord meestal inadequaat vertaald met “intellect”. Dat is een verschraling van de betekenis. “Mind” zou dichter in de buurt komen maar is ook niet helemaal bevredigend. De beste Nederlandse vertaling vind ik “oog van het hart” omdat dit in één keer duidelijk maakt dat de nous met het hart verbonden is en zich niet beperkt tot ons brein. In het hart is plaats voor intuïtie en voor geloof. “Het hart heeft zijn redenen die de rede niet kent”, houdt Pascal ons nog altijd voor. Als je de nous buiten beschouwing laat en je vernauwt de geest tot analytisch denken, dan heb je wetenschappelijk onderzoek nodig om te bewijzen dat niet-gelovigen een hoger IQ hebben dan gelovigen. Paas en Peels:

Het lijkt er dus op dat mensen die sterk leunen op een bepaalde cognitieve stijl, minder vatbaar zijn voor (algemeen gedefinieerd) religieus geloof. Bovendien kunnen een langdurige training van ons analytische cognitieve systeem en een voortdurende argwaan tegen ons intuïtieve systeem eroderend werken op een eventuele religieuze aanleg of zelfs leiden tot het verlaten van religieus geloof. Dat zou heel goed (gedeeltelijk) kunnen verklaren waarom wetenschappers veel vaker ongelovig zijn dan andere mensen. Wetenschappelijke activiteit staat op gespannen voet met religieus geloof, niet omdat de wetenschap zou leiden tot resultaten die het bestaan van God weerleggen, maar omdat wetenschappelijke activiteit zorgt voor een voortdurende, eenzijdige prikkeling van ons cognitieve systeem. Wetenschappers zijn als topsporters: ze trainen onophoudelijk bepaalde eigenschappen van zichzelf. Daardoor zijn ze in staat tot bovengemiddelde prestaties, maar ze zijn ook kwetsbaarder voor blessures.

Tenslotte wordt in dit artikel ook de invloed van socialisering op onze manier van denken niet over het hoofd gezien:

De waarden die op scholen worden overgedragen zijn in hoge mate die van de bovenlaag van de samenleving (Hyman, Wright 1979). Aangezien juist de bovenlaag in het westen (zowel in Europa als in de Verenigde Staten) van oudsher vrijzinnig is georiënteerd, ligt het voor de hand dat het hoger onderwijs jongeren bij uitstek socialiseert in seculiere waarden. Juist hoger opgeleiden oriënteren zich graag omhoog; zij richten zich op die waarden die hun maatschappelijk succes beloven. Dat hoger opgeleiden vaker niet religieus zijn, hoeft dus niet zozeer een gevolg te zijn van intellect en kritisch denken, maar juist van sociale aanpassing aan de waarden van de maatschappelijke bovenlaag.
Aangezien juist de bovenlaag in het Westen van oudsher vrijzinnig is georiënteerd, ligt het voor de hand dat het hoger onderwijs jongeren bij uitstek socialiseert
in seculiere waarden.

Stefan Paas en Rik Peels

geloofenwetenschap.nl