Categorie archief: Rusland

Strastoterpetsy

negentig jaar geleden werden de Romanovs door de sovjets geëxecuteerd;
op de executieplaats Ganina Jama worden herdenkingsdiensten gehouden

Een strastoterpets (mv. strastoterptsy) is een bepaald type heilige uit de Russisch-orthodoxe Kerk. Dit Russische woord betekent zoiets als “dulder van lijden“. Het wordt gebruikt voor heiligen die niet als martelaren voor het geloof kunnen worden aangemerkt, maar wel veel lijden grootmoedig en vergevingsgezind hebben verdragen.

Bron: nl.wikipedia.org

Tsaar Nicolaas II was de laatste tsaar van Rusland en moest na de Februarirevolutie gedwongen aftreden op 2 maart 1917 in Petrograd en later verbannen naar Tobolsk. Hij werd na de bolsjevistische Oktoberrevolutie met zijn familie in maart 1918 verbannen naar het door bolsjevisten bestuurde Jekaterinenburg en werd met zijn familie gevangen gehouden in het Ipatiev-huis. De rommelig verlopende Russische Burgeroorlog die daarop volgde, zorgde ervoor dat hun leven een tragisch einde kreeg. Witte Legereenheden en een gedeelte van het Tsjechisch Legioen, dat onder bevel stond van de Witte Legergeneraal Aleksandr Koltsjak was in juli onderweg naar Jekaterinenburg om het te veroveren op de Rode Garde van de Bolsjevisten (voorloper van Rode Leger). Het bestuurlijk comité van de Oeral Bolsjevisten kreeg toen van Lenin te horen, dat ze van de Romanov‘s af moesten zien te komen.
Tsaar Nicolaas II in gevangenschap
tsaar Nicolaas II als gewone burger
in gevangenschap, zomer 1918
16 juli of 17 juli (Gregoriaanse kalender) besloot hun leider Jakov Sverdlov dat de hele familie zou worden doodgeschoten. Op (waarschijnlijk) 12 juli was dit al gebeurd met de vervangende tsaar Michael II. Sverdlov liet de executie uitvoeren door de brute bevelhebber Jakov Joertovski. De familie, samen met hun kok, dienstmeid, dokter en persoonlijke bediende werd hiervoor naar de kelder van het Ipatievhuis gebracht waar ze op een zeer wrede manier werden vermoord door een executiepeloton (waarvan de helft bestond uit Letten).
 
icoon met de heilige familie van tsaar Nicolaas IINa afloop werden ze ontdaan van hun rijkdommen, met een vrachtwagen 40 kilometer uit de stad gereden en, na hun gezichten te hebben overgoten met zwavelzuur om ze onherkenbaar te maken, in een ondiepe mijnschacht gegooid, genaamd ‘de vier broers’. Omdat ze vermoeden dat ze hierbij waren gezien, werden de lichamen de volgende dag weer opgehaald en verplaatst naar een andere plek, met de bedoeling ze in een diepere mijnschacht te gooien. De vrachtwagen die de lichamen vervoerde kreeg onderweg echter pech, waarna ze de twee lichamen verbrandden langs de weg.
 
De lichamen werden daarop wegens tijdsgebrek in een verborgen en afgesloten ondergelopen mijnschacht gegooid genaamd ‘Ganina Jama‘ langs een oud karrespoor tussen Jekaterinenburg en het dorp Koptjaki. Bovendien gooiden ze er een aantal granaten in om de lichamen verder onherkenbaar te maken. Het Witte Leger startte na de verovering van de stad een onderzoek in de buurt van Ganina Jama, maar onderzoeker Solikov vond slechts een paar vingerkootjes. Onder druk van het terugkerende Rode Leger werd er niet verder gezocht en schreef Solikov zijn bevindingen in een boek, wat iets later werd gevolgd door een boek van Sverdlov die zijn eigen versie van het verhaal gaf.
 
Bron: nl.wikipedia.org

programma voor de herdenkingsdienst vandaag in Ganina Jama

17 июля, четверг.
04.00 – 09.00 Храм-на-Крови – Ганина Яма. Традиционный Крестный ход до монастыря во имя Святых Царственных Страстотерпцев.
06.00 Храм-на-Крови (Нижний храм, алтарь на месте мученической кончины святых Царственных Страстотерпцев). Божественная литургия.
09.00 Ганина Яма. Храмы монастыря. Божественная литургия.
09.00 Храм-на-Крови (нижний храм). Божественная литургия (поздняя).
17.00 Ганина Яма. Храм преподобного Сергия Радонежского. Всенощное бдение возглавит Правящий Архиерей.
17.00 Алапаевск. Монастырь во имя Новомучеников Российских. Свято-Троицкое Архиерейское подворье. Всенощное бдение.

website van klooster Ganina Jama [ ganinayama.ru ]

Святые Царственные Страстотерпцы,
молите Бога о нас!

(heilige koninklijke strastoterpetsy
bid God voor ons)

klooster in Ganina Jama [ ganinayama.ru ] | Nicolaas II

het hoogst individuele voorbij

gisteren op de opening geweest van icons in transformation
werk van Ludmila Pawlowska in de Eusebiuskerk Arnhem, tot 25 augustus
Ik heb in veel verschillende landen kunstwerken van de kerken gezien, maar nergens ben ik zo’n krachtige expressie tegengekomen, zo„n gevoel van mysterie- overal dezelfde helderheid en devotie-

Henri Matisse

Moeder Gods icoon in de Eusebius kerk ArnhemEen jaar of tien geleden verzekerde iemand mij dat het schilderen van iconen en het schilderen van profane schilderijen prima samen konden gaan, net als in- en uitademen. Zelf was en ben ik daar nog niet van overtuigd, omdat ik geloof dat de iconenschilder en de kunstschilder tegengestelde richtingen volgen, die je niet met in- en uitademen kunt vergelijken. Er lijkt op het eerste gezicht een grote overeenkomst tussen iconen en profane schilderijen: beide zijn plat, veronderstellen een zekere vaardigheid en zijn te analyseren in vormkenmerken (typerend voor de westerse kunstgeschiedenis). Maar daar houden de overeenkomsten gelijk op.

Nemen we bijvoorbeeld Domenikos Theotokopoulos beter bekend als El Greco. Hij is geschoold in het ‘schrijven’ van iconen op Kreta, liet zich in de zestiende eeuw omscholen op het atelier van Titiaan in Venetiëen kwam tenslotte in Toledo terecht waar hij zijn beroemdgeworden werken maakte. Formeel kun je in die schilderijen de invloed van de iconenschilderkunst zien, bijvoorbeeld helder lokaal kleurgebruik, langgerekte figuren en een tekenachtige manier van schilderen. Toch is het verschil tussen de religieuze voorstellingen die hij in Toledo schilderde en de iconen die hij ooit op Kreta ‘schreef’, oneindig veel groter dan de oppervlakkige overeenkomsten. Het verschil is namelijk niet formeel, maar zit juist aan de binnenkant. Een iconen’schrijver’ heeft een totaal andere innerlijke houding dan de kunstschilder.

In de profane en westers religieuze schilderkunst is vanaf de Renaissance de persoonlijke vaardigheid, verbeelding en originaliteit van de kunstenaar centraal komen te staan daarmee in feite dus de kunstenaar zélf. Dat past helemaal bij de geest van het humanisme die sinds de Renaissance in West-Europa heerst: niet langer God, de Schepper, maar zijn schepsel, de mens, komt in het middelpunt te staan. Zijn schepsel werd, vooral in de kunstenaar, steeds meer gezien als mede-schepper. De kunstenaar die eerst een gewone ambachtsman was, wordt tijdens de Renaissance een mini-god, die bij nader inzien niet zo mini blijkt te zijn. Giorgio Vasari komt in zijn Vita (beschrijvingen van kunstenaars) superlatieven tekort om ‘il divino’ Michelangelo op te hemelen. In de Renaissance ontstond het beeld van de kunstenaar dat ten tijde van de romantiek werd voltooid, namelijk de kunstenaar als goddelijk genie.

Piero Manzoni, Merda d'ArtistaDe kunstenaar ging vanaf de romantiek de plaats innemen die traditioneel de priester toebehoorde, hij werd een bemiddelaar tussen ‘het hogere’ en de gewone stervelingen. Religieuze kunst werd in de Westerse wereld ‘de meest individuele expressie van de meest individuele emotie’. In de twintigste eeuw werd, vooral met conceptuele kunstwerken, de uiterste consquentie getrokken uit dit twijfelachtige uitgangspunt: de ingeblikte uitwerpselen van een kunstenaar (Piero Manzoni) werden bijgezet in het ‘heilige der heiligen’. De grote ‘tempels’ voor moderne kunst over de gehele wereld bezitten nu een blikje Merda d’artista uit 1961. De zaak is op zijn kop gezet: de kunst, ‘het hogere’, is stront geworden en de moderne kunstkritiek heeft de blindheid of het lef daar intelligent of zelfs religieus over te doen.

icoon van de Heilige Drieeenheid in de Eusebius kerk ArnhemDe houding van de moderne kunstenaar is uiteindelijk toch gericht op zichzelf, op zijn eigen verbeelding en interpretatie van de wereld, of hij deze nu als maatschappelijke werkelijkheid, als speeltuin of als mysterie benadert. De houding van de iconenschilder richt zich op de persoonlijke God die het Orthodoxe Christendom belijdt. Dit mysterie wordt bewaard en beschermd in de Orthodoxe Kerk, het mystieke Lichaam van Christus. De ware iconenschilder is bovenal een belijder van het geloof en begint zijn werk daarom altijd met gebed. Dat gebed is zowel persoonlijk (niet individueel) als in-gebed in de Traditie van de Kerk. Iconen zijn dus ook in-gebed in deze levende Traditie en kunnen daarom niet geplaatst worden in de (kunst)historische ontwikkeling die op de profane kunst geprojecteerd wordt. Maar in de westerse kunstgeschiedenis gebeurt dat wel. Iconen worden geanalyseerd in vormkenmerken en die worden dan geplaatst tegenover de vormkenmerken van de profane kunst. Tot ver in de negentiende eeuw werd de ruimtelijke illusie (o.a. gedragen door de perspectieftekening) die in de Renaissance ontstaat, als een vooruitgang beschouwd ten opzichte van de Byzantijnse iconenschilderkunst.

zwart vierkant (1915) van Malevich 'icoon van het nihlisme'Tegenwoordig zijn iconen weer in. We ervaren gelukkig weer dat het platte een geestelijke ruimte kan ontsluiten. Iconen worden gelukkig allang niet meer gezien als stijve, statische en primitieve voorstellingen, maar als vensters op de eeuwigheid. Maar wéllke eeuwigheid? De icoon verwijst niet naar iets dat absoluut is, zoals Kazimir Malevich probeerde met zijn zwarte vierkant uit 1915: het absolute als een onpersoonlijk zwart gat. De icoon verwijst naar Iemand Die absoluut is, naar God Die mens geworden is in Christus. Dat lijkt voor de post-moderne kunstenaar een stap terug, want we hadden toch afgesproken dat we de Grote Verhalen achter ons hebben? Wat overblijft, is het hoogst individuele, de ‘eigen waarheid’. Dat is de gedachte van het post-modernisme.

Nu naar de tentoonstelling Icons in Transformation die deze zomer in de Eusebiuskerk in Arnhem te zien is. Op deze expositie worden samen met twintig traditionele iconen uit het Danilovklooster in Moskou ruim honderd werken getoond van Ludmila Pawlowska. Deze hedendaagse Russische kunstenares laat zich inspireren door iconen.

Ludmila Pawlowska laat de iconen een transformatie doormaken, gebaseerd op haar eigen inspiratie

citaat uit een brochure

Als je je baseert op de eigen inspiratie, kun je nooit iconen schilderen, maar hoogstens onsterfelijke profane of ‘religieuze’ kunst produceren. Je ademt de lucht uit die je hebt ingeademd. Monniken en monialen die iconen schilderen, staan volledig in de Traditie van de Kerk en hun werk ademt daarom in de geest van de Kerk. Zélf heb ik nog nooit één icoon geschreven. Misschien wel om dat een van mijn grootste passies (profane) schilderkunst en schilderen is. Ik wil beiden niet met elkaar vermengen omdat ik geloof het in wezen niet gaat. Ludmila Pawlowska doet dit juist wel en ik heb daar moeite mee.

Ludmila Pawlowska
werk van Ludmila Pawlowska
Deze tentoonstelling is mijn poging om het licht op mijn eigen manier te vangen

Ludmila Pawlowska

Meestal ontstaan er dan zo’n postmodern allegaartje waarin beelden en symbolen ‘a la carte’ uit hun context worden gerukt en zo hun oorspronkelijke betekenis verliezen. Ludmila Pawlowska’s beelden en ‘icoonachtige’ schilderijen roepen bij mij herinneringen op aan de materieschilderkunst uit de jaren ’50 en textiele werkvormen uit de jaren ’60 en ’70 maar raken mij niet. De organisatoren zijn er in ieder geval overtuigd van iets bijzonders in huis gehaald te hebben. Clemens Cornielje, de commissaris van de koningin in Gelderland benadrukte dat nogmaals in zijn toespraak en vergeleek de tentoonstelling in de Gelderse hoofdstad alvast met grote publiekstrekkers uit Amsterdam, Rotterdam en Groningen.

Alhoewel het motief, de vorm en de compositie in mijn werk begint met de traditie (of deze schendt), het is het punt van waaruit ik de grenzen begin op te rekken. De icoon heeft een spirituele kracht die van de icoon zelf afkomstig is; het is een soort licht. Door de eeuwen heen is het creëren en vangen van licht de moeilijkste en belangrijkste uitdaging voor een kunstenaar. Deze tentoonstelling is mijn poging om het licht op mijn eigen manier te vangen.
 
Ludmila Pawlowska over haar werk op eusebius.nl
Ludmila Pawlowska
werk van Ludmila Pawlowska
De kerkelijke kunst kent in Europa twee tradities die eeuwenlang naast elkaar hebben bestaan. In de Orthodoxe kerken ontwikkelde zich de icoonschilderkunst. In de Westerse en Latijnse kerk kreeg de kunstenaar een grotere plaats toebedeeld en speelde de individuele interpretatie van de kunstenaar een grote rol. Tot vandaag zijn deze twee kunstvormen een boeiende wijze om geloofservaringen uit te drukken. De tentoonstelling ‘Icons in Transformation’ toont hoe deze twee tradities elkaar kunnen aanvullen. Uit het Danilov klooster (Moskou) komen een aantal hedendaagse iconen en Ludmila Pawlowska, een Russische schilderes die in Zweden woont, schilderde werken waar zij de twee tradities verenigt. Voor deze ortodoxe gelovige zijn de iconen een band met haar cultuur en een leidraad voor haar artistiek proces. Maar in haar collages, schilderwerken en installaties is ook haar persoonlijke interpretatie te vinden. Zij trekt de regels van de icoonkunst open en overbrugt daarmee twee waardevolle kunsttradities.
 
Bron: braambos.be
impressie
impressie van de opening met boven een uitvoering van het Slavisch koor o.l.v. onze matoesjka Elena van de parochie van de heilige Tychon in Nijmegen

“Gisteren heb ik een collectie oude Russische iconen gezien; een waar stukje kunst met een grote K. Ik ben erg onder de indruk van de iconische schilderingen; ik heb nog maar één gedachte in mijn hoofd, en nu rennen we, dag in dag uit, naar kloosters, kerken en allerlei collecties. Ik ben verliefd op hun ontroerende eenvoud. De ziel van de kunstenaar ontvouwt zich in deze iconen als een mystieke bloem. Met behulp van deze iconen zouden wij moeten leren kunst te doorgronden. De Russen hebben geen idee welke schatten zij bezitten. Ik heb in veel verschillende landen kunstwerken van de kerken gezien, maar nergens ben ik zo„n krachtige expressie tegengekomen, zo’n gevoel van mysterie, overal dezelfde helderheid en devotie. De studenten hebben veel betere voorbeelden in hun eigen land dan in het buitenland. Franse kunstenaars zouden naar Rusland moeten komen om te leren.“

Henri Matisse, 1911

Icons in transformation [ eusebius.nl ]

zelfkritiek

gisteren gelezen in het Jaarboek van de Vereniging van Orthodoxen:
bisschop Hilarion over atheïsme en orthodoxie in Rusland

Twee jaar geleden besteedde ik hier aandacht aan een interview uit 2006 in Zenit met de Russische bisschop van Wenen en Oostenrijk waarin vooral gesproken werd over de Russische Orthodoxie in het werk van Dostojewsky. Als liefhebber van Dostojewsky (op zijn vijftiende las hij al zijn romans en dagboeken!) en generatiegenoot (1966) spreekt deze bisschop mij bijzonder aan. Zijn voordracht Atheism And Orthodoxy in Modern Russia is nu door Irina Rempt in het Nederlands vertaald en verscheen onlangs in het jaarboek 2008 van de Vereniging van Orthodoxen Hl. Nicolaas van Myra. Hierin schetst hij een beeld van het atheïsme en orthodoxie in het Rusland van voor, tijdens en na het sovjet-tijdperk (1917-1991), ook vanuit het perspectief van zijn familie. Het ‘heilige Rusland’ van voor de revolutie ontmaskert hij niet alleen als een mythe; hij ziet juist in de maatschappij en de Kerk van het tsaristische Rusland de wortels van de revolutie.

Ik moet meteen zeggen dat ik wat er in 1917 gebeurd is, niet als een ongeluk kan interpreteren, als een greep naar de macht door een groepje schurken. Eerder zie ik in de Russische Revolutie het uiteindelijke resultaat van de processen die aan de gang waren in de pre-revolutionaire maatschappij en dus, voor een groot deel, in de Russische Kerk (er was toen immers geen scheiding tussen Kerk en maatschappij). Ik beschouw de Russische monarchie en de Kerk als de ouders van de Russische revolutie. De wortels van het post-revolutionaire atheïsme moeten gezocht worden in de pre-revolutionaire Russische maatschappij en in de Kerk.
Bisschop Hilarion overhandigt Vladimir Poetin een icoon van de Moeder Gods in de Kathedraal van de Ontslaping van de Moeder Gods in Boedapest
Bisschop Hilarion overhandigt Vladimir Poetin een icoon van de Moeder Gods in de Kathedraal van de Ontslaping van de Moeder Gods in Boedapest

In zijn betoog geeft hij een indringend citaat van de Russische filosoof Nikolaj Berdjajev (1874-1948) uit 1917, een paar maanden voor de Oktoberrevolutie:

Nikolaj Berdjajev (1874-1948)“De Russische natie beschouwde zichzelf altijd als Christelijk. Veel Russische denkers en kunstenaars neigden er zelf toe haar te beschouwen als een bij uitstek Christelijk land. De slavofielen dachten dat de Russen leefden naar het Orthodoxe geloof, wat het enig ware geloof is dat de gehele waarheid in zich heeft…. Dostowevsky predikte dat de Russische natie een drager van God is… Maar het was hier dat de revolutie uitbrak, en dat… legde een spirituele leegte in het Russische volk bloot. Deze leegte is het resultaat van slavernij die te lang had geduurd, van een proces van degeneratie van het oude regime dat te ver ging, van verlamming van de Russische Kerk en morele achteruitgang van de kerkelijke autoriteiten die te lang doorging. Het heilige is al lang geleden uit de menselijke ziel uitgeroeid, zowel aan de linker- als aan de rechterkant, waardoor deze cynische houding ten opzichte van het heilige werd voorbereid, die nu in al zijn walgelijkheid wordt blootgelegd.”
De Kerk verloor in één keer de grote meerderheid van haar leden en bleef een kleine kudde van degenen die bereid waren voor Christus te sterven.
We weten wat er gebeurde met de mensen die de Kerk trouw bleven: ze werden ter dood gebracht of wreed vervolgd, en slechts heel weinig van hen overleefden.

Bisschop Hilarion besluit zijn historische uiteenzetting met forse zelfkritiek op de huidige situatie van het geestelijk leven in Rusland:

Het is een cliché geworden om te spreken over een religieuze opleving in het hedendaagse Rusland. Maar mensen verschillen in hun begrip van wat die herleving inhoudt: veel kerken, kloosters en theologische scholen worden heropend, de gebouwen worden gerestaureerd. Maar het is te vroeg om te spreken over de restauratie van de Russische ziel. Er is geen verbetering van de moraal in het hedendaagse Rusland. Integendeel, we moeten toegeven dat de morele standaard veel lager is geworden dan die onder de Sovjets was. Is dat geen aanwijzing dat er geen innerlijke herleving van het christelijk leven is, dat de mensen het christendom niet aannemen als een norm voor hun leven? Is het geen treffend bewijs van het feit dat de langverwachte bekering, metanoia, als een verandering ten goede van de mentaliteit, nog niet heeft plaatsgehad in Rusland?
Het is te vroeg
om te spreken
over de restauratie
van de Russische ziel

Sommigen schrijven deze plotselinge daling van de morele standaard toe aan Westerse invloed: uit het gedegenereerde Westen komen pornografie, prostitutie en allerlei soorten immoraliteit. Dat is onze uitweg: iedereen de schuld geven behalve onszelf. Maar de werkelijkheid is dat, zoals Berdjajev het in 1918 formuleerde: “hoe bitter het ook is… het Russische volk is nu minder godsdienstig dan veel volkeren in het Westen… de godsdienstige cultuur van de ziel erin is zwakker.” Dit is waar als de godsdienstige cultuur wordt begrepen als lidmaatschap in de een of andere rechtse orthodoxe organisatie, en niet allereerst als leven volgens de normen van de christelijke moraal.

Een engelse vertaling is te lezen op de website van bisschop Hilarion
Het jaarboek 2008 met daarin de Nederlandse vertaling is hier te bestellen.