Categorie archief: Orthodoxie

Genoeg Gewacht

voor Theater Schrift Lucifer had ik een gesprek met Jozef van den Berg
over zijn laatste theaterstuk Genoeg Gewacht en grote levensvragen
En die tekst, die ik had bedacht, eigenlijk mijn laatste troef, luidde als volgt: “Beste Jongeman! Nu heb jij mij zoveel gevraagd… Mag ik jou nu eens iets vragen? Waarom zie jij steeds maar niet dat Ik niet komen kán, omdat Ik er al ben!?” Ik schreef het woordje ‘Ik’ toen inderdaad met een hoofdletter waardoor ik God dus heel diep van binnen, bijna onbewust in mijn stuk en in mijn leven toeliet. En terwijl ik dat zo in mijn kleedkamer tussen alle kostuums en spiegels plechtig, op briefpapier, zat te schrijven, legde God ineens, op dat moment, als het ware uit het niets, Zijn hand op mijn hart, waardoor ik werkelijk door de Liefde die Hij mij gaf, ervoer, dat ik een vraag op schreef, die Hij mij Persoonlijk stelde. En zo heeft Hij Zich aan mij uitgelegd.
 
Bron: theaterschriftlucifer.nl
foto: Helena Satter
Jozef van den Berg in zijn hutje in Neerijnen
foto: Helena Satter helenasatter.com
Beste Jongeman! Nu heb jij mij zoveel gevraagd… Mag ik jou nu eens iets vragen? Waarom zie jij steeds maar niet dat Ik niet komen kán, omdat Ik er al ben!?

uit: Genoeg Gewacht, 1989

theaterschriftlucifer.nl

er valt niets meer te spelen

voor Theater Schrift Lucifer had ik een gesprek met Jozef van den Berg
over zijn laatste theaterstuk Genoeg Gewacht en grote levensvragen
Theatermaker, poppenspeler en acteur Jozef van den Berg werd in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw bekend met indringende, sprookjesachtige voorstellingen voor kinderen en volwassenen, waarin hij met humor maar zonder enige ironie grote levensvragen aansneed. Hoofdpersonage van deze voorstellingen was de Jongeman, een zoekende figuur die dicht bij Van den Berg zelf stond. Gaandeweg raakten zijn werk en zijn eigen zoektocht meer en meer verweven. Op 14 september 1989 stond hij voor het laatst op de planken.
 
Getroffen door een sterke spirituele ervaring, bekeerde hij zich tot de orthodoxe kerk en besloot hij zich terug te trekken om zijn leven aan God te wijden. Tweeëntwintig jaar later beschrijft hij op uitnodiging van Theater Schrift Lucifer aan zijn vriend en geloofsgenoot Johannes van den Heuvel de ontwikkeling die hij met zijn theaterwerk doormaakte, tot aan de overtuiging dat hij zijn uiteindelijke voorstelling„ niet moest spelen, maar moest leven.
 
Bron: theaterschriftlucifer.nl
foto: Jody Brouwer
Theatermaker, poppenspeler en acteur Jozef van den Berg woont alweer 22 jaar als kluizenaar en ‘acteur van Christus’ in het Gelderse dorpje Neerijnen aan de Waal.
foto: Jody Brouwer

Het wereldberoemde toneelstuk Wachten op Godot van Samuel Beckett werd in 1953 voor het eerst opgevoerd. Het was in de tijd van het existentialisme dat vooral in het naoorlogse Frankrijk sterk present was. Beckett, die destijds in Frankrijk woonde en zijn toneelstuk in het Frans schreef (En attendant Godot), liet zich evenals de Frans-Roemeense toneelschrijver Eugene Ionesco bewegen door de geest van het existentialisme. In hun toneelstukken wordt het absurde en de zinloosheid van het bestaan benadrukt, gecultiveerd en bijna gekoesterd. Het bestaan speelt zich in het existentialisme af onder de lege hemel van Zarathoestra. De mens is in de wereld geworpen en metafysisch dakloos. God is dood. Dood verklaard. Toch heeft een van de vaders van het existentialisme, de Duitse filosoof Martin Heidegger, aan het eind van zijn leven in een beroemd gesprek met Der Spiegel gezegd: Nur ein Gott kann uns noch retten! Hij wist dus dat we onder een lege hemel, zonder „een god„ (Hij zegt uitdrukkelijk niet: „de goden„) verloren zijn. Blijkbaar kan een existentialist, misschien omdat hij bijna heldhaftig het naakte bestaan wil trotseren, vermoeden dat de mens zonder „een god„ verloren is. Je zou kunnen zeggen dat er in Wachten op Godot in de afwezigheid van Godot ‘een godvormig gat’ verborgen ligt. Voor Jozef van den Berg was Wachten op Godot in 1988 een aanleiding om Genoeg Gewacht, (Beckett!) te gaan maken.

Je zou kunnen zeggen dat er
in Wachten op Godot in de afwezigheid van Godot „een godvormig gat„ verborgen ligt.

lees het gesprek met Jozef van den Berg

het hoofd van Johannes de Doper

vandaag is het volgens de Juliaanse Kalender 29 augustus :
de onthoofding van Johannes de Doper
icoon van het hoofdvan Johannes de Doper
icoon van het hoofd van Johannes de Doper
Het levenseinde van Johannes de Doper
Koning Herodes hoorde over Hem, want zijn naam was bekend geworden, en ze zeiden: „Johannes de Doper is uit de doden opgewekt. Daarom zijn die krachten in Hem werkzaam.„ Maar anderen zeiden: „Het is Elia„, en weer anderen: „Het is een profeet als andere profeten.„ Toen Herodes dat hoorde, zei hij: „Die Johannes, die ik heb laten onthoofden, is uit de doden opgewekt.„ Want zelf had Herodes Johannes laten arresteren en in de gevangenis laten zetten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, omdat hij haar getrouwd had. Want Johannes had tegen Herodes gezegd: „Het is u niet geoorloofd de vrouw van uw broer te bezitten.„ Herodias was daarom op hem gebeten en wilde hem uit de weg ruimen, maar ze had daartoe niet de macht. Want Herodes had ontzag voor Johannes, in het besef dat deze een rechtvaardige en heilige man was, en hij nam hem in bescherming. Als hij naar hem luisterde, raakte hij steeds in verlegenheid, en toch hoorde hij hem graag.
 
Er kwam een gunstige dag toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hofhouding, de legerleiding en de hoge heren van Galilea. De dochter van hem en Herodias kwam binnen en met haar dans deed ze Herodes en zijn gasten een groot genoegen. De koning zei tegen het meisje: „Vraag me wat je maar wilt, ik zal het je geven.„ En hij deed er zelfs een eed op: „Wat je me ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk.„Ze ging weg en zei tegen haar moeder: „Wat moet ik vragen?„ Die zei: „Het hoofd van Johannes de Doper.„ Haastig ging ze recht op de koning af en vroeg: „Ik wil dat u mij terstond op een schotel het hoofd van Johannes de Doper geeft.„ De koning werd bedroefd, maar vanwege zijn eed en omwille van zijn gasten wilde hij het haar niet weigeren. Meteen stuurde de koning iemand van zijn lijfwacht en gaf het bevel om het hoofd van Johannes te brengen. Die ging weg en onthoofdde hem in de gevangenis. Hij bracht zijn hoofd op een schotel en gaf het aan het meisje, en het meisje gaf het aan haar moeder. Toen zijn leerlingen het hoorden, kwamen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.
 
Bron: Marcus 6: 14-30

Salomé, Herodes en de dood van Johannes de Doper in de schilderkunst