Categorie archief: Orthodoxie

de gelijkenis van de talenten

Vandaag is het Grote Dinsdag in de Goede Week
en wordt in de Orthodoxe Kerk de gelijkenis van de talenten gelezen
Want .het is gelijk een mens, die buiten ’s lands reizende, zijn dienstknechten riep, en gaf hun zijn goederen over. En den een gaf hij vijf talenten, en den ander twee, en den derden een, een iegelijk naar zijn vermogen, en verreisde terstond. Die nu de vijf talenten ontvangen had, ging heen, en handelde daarmede, en won andere vijf talenten. Desgelijks ook die de twee ontvangen had, die won ook andere twee. Maar die het ene ontvangen had, ging heen en groef in de aarde, en verborg het geld zijns heren.
 
En na een langen tijd kwam de heer van dezelve dienstknechten, en hield rekening met hen. En die de vijf talenten ontvangen had, kwam, en bracht tot hem andere vijf talenten, zeggende: Heer, vijf talenten hebt gij mij gegeven; zie, andere vijf talenten heb ik boven dezelve gewonnen. En zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heren. En die de twee talenten ontvangen had, kwam ook tot hem, en zeide: Heer, twee talenten hebt gij mij gegeven; zie, twee andere talenten heb ik boven dezelve gewonnen. Zijn heer zeide tot hem: Wel, gij goede en getrouwe dienstknecht, over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in, in de vreugde uws heren.
“gij goede en getrouwe dienstknecht! over weinig zijt gij getrouw geweest; over veel zal ik u zetten; ga in,
in de vreugde uws heren.”

Maar die het ene talent ontvangen had, kwam ook en zeide: Heer, ik kende u, dat gij een hard mens zijt, maaiende, waar gij niet gezaaid hebt, en vergaderende van daar, waar gij niet gestrooid hebt; En bevreesd zijnde, ben ik heengegaan, en heb uw talent verborgen in de aarde; zie, gij hebt het uwe. Maar zijn heer, antwoordende, zeide tot hem: Gij boze en luie dienstknecht! gij wist, dat ik maai, waar ik niet gezaaid heb, en van daar vergader, waar ik niet gestrooid heb. Zo moest gij dan mijn geld den wisselaren gedaan hebben, en ik, komende, zou het mijne wedergenomen hebben met woeker. Neemt dan van hem het talent weg, en geeft het dengene, die de tien talenten heeft. Want iegelijk die heeft, dien zal gegeven worden, en hij zal overvloedig hebben; maar van dengene, die niet heeft, van dien zal genomen worden, ook dat hij heeft. En werpt den onnutten dienstknecht uit in de buitenste duisternis; daar zal wening zijn en knersing der tanden.

Virigins
Naast de gelijkenis van de talenten wordt vandaag ook de gelijkenis van de vijf wijze en vijf dwaze maagden gelezen.

Grote Dinsdag [ oca.org ]

Maria van Egypte

vandaag is het in de Orthodoxe Kerk de vijfde zondag in de Grote Vasten
de Zondag van Maria van Egypte
De meest wilde verhalen doen de ronde over Maria. Letterlijk. Ze is dan ook niet bepaald vies van een leuk avontuurtje… Een wildebras, die haar vertier bij zo veel mogelijk mannen zoekt. Niemand, althans zo lijkt dat uit de bronnen, houdt de twaalfjarige Maria van Egypte tegen als ze naar Alexandriëvertrekt. Daar leeft ze zeventien jaar lang als prostituee in ongebreidelde zonde. “Ik vreesde God noch mens”, vertelt ze later.
 
Maria ziet de groep pelgrims die rond het jaar 460 de stad Alexandriëaandoen op hun weg naar Jeruzalem om daar het feest van de Kruisverheffing mee te vieren, wel zitten. Niet omdat ze zich nou zo vroom gedragen of Maria het goede voorbeeld geven. Voor haar is het gewoon een verse ‘klantenkring’. Ze gaat mee in de hoop de mannen te kunnen verleiden om op die manier haar reis te betalen. “Toen we bij Jeruzalem aankwamen, was ik dieper gezonken dan ooit tevoren.”
Maria van Egypte
Maar voor de wellustige Maria is het nog niet genoeg geweest, ze mengt zich op de dag van het feest van de Kruisverheffing tussen het publiek op zoek naar nieuwe slachtoffers.
 
En dan blijkt dat haar reis een doel heeft gehad. Het lukt de brutale en zelfbewuste Maria namelijk niet om over de drempel van de kerk te stappen waar het Heilig Kruis wordt vereerd. “Het leek wel of een onzichtbare kracht me tegenhield.” Met alles wat ze in zich heeft, probeert ze tot drie keer toe de kerk binnen te komen. Om haar heen lopen pelgrims gewoon door, en zij krijgt het niet voor elkaar binnen te komen.
 
lees verder…

Gregorius Palamas

Vandaag is het de tweede zondag in de Grote Vasten
Zondag van Gregorius Palamas
He was probably born at Constantinople of a noble Anatolian family. From his youth, he was attracted to the monastic ideal, and successfully persuaded his brothers and sisters, along with his widowed mother, to take up the monastic life. Around 1318 he and his two brothers went to Mount Athos, where they learned firsthand the traditional hesychastic way of contemplative prayer.
 
With the encroachment of the Turks, he was forced to flee to Thessalonica, being ordained a priest there in 1326. Afterward, he took up the eremetic life at a mountain near Beroea, and eventually returned to Athos in 1331. Six years later, he became involved in a controversy with Barlaam, a Greek monk from Calabria, Italy.
 
PalamasHe was initially asked by his fellow monks on Mount Athos to defend them from the charges of Barlaam. Barlaam believed that philosophers had better knowledge of God than did the prophets, and he valued education and learning more than contemplative prayer. He stated the unknowability of God in an extreme form, having been influenced by a reductionist interpretation of the writings of St. Dionysius the Areopagite. As such, he believed the monks on Mount Athos were wasting their time in contemplative prayer when they should instead be studying to gain intellectual knowledge.
 
When St. Gregory criticized Barlaam’s rationalism, Barlaam replied with a vicious attack on the hesychastic life of the Athonite monks. Gregory’s rebuttal was the Triads in defense of the Holy Hesychasts (c. 1338), a brilliant work whose teaching was affirmed by his fellow Hagiorites, who met together in a council during 1340-1341, issuing a statement known as the Hagioritic Tome, which supported Gregory’s theology.
 
A synod held in Constantinople in 1341 also supported St. Gregory’s views, condemning Barlaam. Later, in 1344, the opponents of hesychasm secured a condemnation for heresy and excommunication for Gregory, the saint’s theology was reaffirmed at two further synods held in Constantinople in 1347 and 1351. Collectively, these three synods in Constantinople are held by many Orthodox Christians and several prominent theologians to constitute the Ninth Ecumenical Council. Between the latter two synods, Gregory composed the One Hundred and Fifty Chapters, a concise exposition of his theology.
 
In 1347, he was consecrated Archbishop of Thessalonica, but the political climate made it impossible for him to take up his see until 1350. During a voyage to the Imperial capital, he was captured by the Turks and held in captivity for over a year. He died in 1359 and was subsequently glorified by the Orthodox Church in 1368.
 
Bron: orthodoxwiki.org