Augustinus (354-430), bisschop van Hippo Regius
Tien jaar geleden gaf Thérèse mij na mijn myronzalving een mooie oude uitgave van de Belijdenissen van Augustinus uit 1928 in de vertaling van Dr. A.Sizoo. Ik las weer eens in het adembenemend mooie Tiende Boek en zal er de komende dagen wat uit citeren. Maar eerst een fragment uit een preek van Augustinus die volgens de lezers van Trouw de mooiste preek aller tijden is.
De arme is afgemat van het werken, de rijke van het piekeren. De arme is afgemat omdat hij streeft naar bezit, de rijke omdat hij streeft naar behoud. En omdat hij ook nog winst wil maken, is de rijke nog veel afgematter. Je draagt dus in feite je eigen last: de zonden waaronder je gebukt gaat. En toch probeer je je te verheffen, ondanks het enorme gewicht van de zonden. En je trots zwelt op, ook al ben je zwaar beladen.
Daarom zegt de Heer… Nou, wat zegt Hij? Juist, „Ik zal u verkwikken. Neem mijn juk op en leer van Mij.„ Wat kunnen we dan van U leren, Heer? Wij weten dat u in het begin het Woord was, en dat het Woord bij God was en dat het Woord God was. Wij weten dat alles door U is gemaakt, het zichtbare en het onzichtbare. Wat kunnen wij van u leren? De hemel ophangen? De aarde vastzetten? De zee uitspreiden? De lucht uitspannen? Alle vier de elementen van de bijpassende wezens voorzien? De tijdperken ordenen? De afwisseling in de jaargetijden aanbrengen? Is dat wat wij van U kunnen leren? Of wilt u ons misschien leren wat U op aarde hebt gedaan? Wilt U ons dát leren? Dan kunnen we van U leren hoe we melaatsen moeten reinigen, hoe we demonen moeten uitdrijven, koortsen verjagen, de golven van de zee tot bedaren brengen, doden tot leven wekken…
„Niets van dat alles„, zegt Hij.
Maar wat dan wel?
en nederigheid van hart
Schaam je, trotse mens, schaam je voor God. Het Woord van God zegt, God zegt, de Eniggeborene zegt, de Allerhoogste zegt: „Leer van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart„. Zijn hoge majesteit is afgedaald naar de nederigheid. En dan durf jij, mens, je nog op te blazen? Mens, kom tot jezelf, breng jezelf terug tot de nederigheid van Christus en blaas jezelf niet op tot je van trots uit elkaar barst.
Bron: augustijnsinstituut.nl
door Bennozo Gozzoli
Het leven van Augustinus geschilderd door Benozzo Gozzoli in 1463
“(Her)kent u die uitdrukking? Of zoals sommige mensen wel eens zeggen… Ik moest daaraan denken toen…” zo begon ds. Gremdaat altijd zijn fijne televisiecolumn waarbij hij ons moed insprak. Ik moest weer eens aan hem denken, toen ik in de krant bovenstaande oneliner las. Typisch een uitdrukking uit het therapeutische circuit waarbij ik dan onmiddellijk moet denken aan die vriesbox met ingevroren hart die ik wel eens zag in een documentaire over harttransplantatie. Tranen ontdooien het ingevroren hart, maken weer warmbloedig en levend. Hete tranen zorgen voor het beste resultaat.
There are tears that burn and there are tears that anoint as if with oil. All tears that flow out of contrition and an anguish of heart on account of sins dry up and burn the body, and often even the governing faculty feels the injury caused by their outflow. At first a man must necessarily come to this order of tears and through them a door is opened unto him to enter into the second order, which is superior to the first; this is the sign that a man has received mercy. These are the tears that are shed because of insight; they make the body comely and anoint it as if with oil, and they pour forth by themselves without compulsion… The body receives from them a sort of nourishment, and gladness is imprinted upon the face. He who has had experience of these two alterations will understand.












