Categorie archief: Orthodoxie

vergeven

Vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie naar Mattheus 18: 23-35
Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.“ Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!“ Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.“ Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?“ En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.„
…en uit de Brieven lezen we uit I Korinthiërs 9: 2-12
Ook al erkennen anderen mij niet als apostel, u zou het wel moeten doen, want u bent door uw geloof in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. Ziehier mijn verdediging tegen wie zich een oordeel over mijn apostelschap aanmatigen. Hebben wij geen recht op eten en drinken?
‘Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat we materiële zaken van u oogsten?’

Zouden wij niet het recht hebben een gelovige echtgenote op onze reizen mee te nemen, zoals de andere apostelen, de broers van de Heer en Kefas? Of zouden nu uitgerekend Barnabas en ik in ons eigen levensonderhoud moeten voorzien? Wie gaat er nu op eigen kosten in krijgsdienst? Wie plant er een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie hoedt er een kudde en drinkt niet van de melk? Dit is niet alleen een algemene waarheid, het staat ook in de wet, want in de wet van Mozes staat: „U mag een dorsend rund niet muilbanden.„ Maar bekommert God zich dan om runderen? Of zegt hij dit om ons? Om ons natuurlijk, want het is ook om ons dat er staat: „Een ploeger en een dorser werken beiden in de hoop op een aandeel in de oogst.„ Als wij geestelijke zaken onder u hebben gezaaid, is het dan te veel gevraagd dat we materiële zaken van u oogsten?

geloof

Vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie naar Mattheus 17: 14-23
Toen ze zich weer bij de mensenmassa voegden, kwam er iemand naar hem toe die voor hem op zijn knieën viel en zei: „Heer, heb medelijden met mijn zoon, want hij is maanziek en lijdt daar erg onder; hij valt dikwijls in het vuur of in het water. Ik heb hem bij uw leerlingen gebracht, maar zij konden hem niet genezen.„ Jezus antwoordde: „Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen?
„Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.„

Breng hem bij me.„ Daarop sprak Jezus de demon op strenge toon toe. Deze ging uit de jongen weg, en vanaf dat moment was hij genezen. Later kwamen de leerlingen naar Jezus toe. Eenmaal met hem alleen vroegen ze: „Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?„ Hij antwoordde: „Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!“ en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.„ Andere handschriften hebben een extra vers: „Dit soort kan alleen door gebed en vasten worden uitgedreven.„ Terwijl ze door Galilea trokken, zei Jezus tegen hen: „De Mensenzoon zal uitgeleverd worden aan de mensen. Die zullen hem doden, maar op de derde dag zal hij uit de dood worden opgewekt.„ Dit maakte hen zeer bedroefd.

…en uit de Brieven lezen we uit I Korinthiërs 4: 9-16
Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn. We zijn voor heel de wereld, zowel voor engelen als mensen, een schouwspel geworden. Wij zijn dwaas omwille van Christus, terwijl u dankzij Christus zo geweldig wijs bent; wij zijn zwak, terwijl u zo geweldig sterk bent; u staat enorm in aanzien, terwijl wij worden veracht. Tot op de dag van vandaag lijden we honger en dorst, hebben we nauwelijks kleren, worden we mishandeld, zijn we dakloos, zwoegen we voor ons eigen brood.
Worden we bespot, dan zegenen we; worden we vervolgd, dan verdragen we het; worden we beledigd, dan antwoorden we vriendelijk.

Tot op dit ogenblik zijn wij het uitschot van de wereld, het uitvaagsel van de mensheid. Ik schrijf dit alles niet om u te beschamen, maar om u als mijn geliefde kinderen terecht te wijzen. Hoeveel opvoeders in het geloof in Christus u ook zult hebben, u hebt maar één vader. Door Christus Jezus ben ik uw vader geworden, omdat ik u het evangelie heb gebracht. Ik roep u dus op mij na te volgen.

Vertrouwen

Vandaag lezen we in de Kerk uit het Evangelie naar Mattheus 14: 22-34
Meteen daarna gelastte hij de leerlingen in de boot te stappen en alvast vooruit te gaan naar de overkant, hij zou ook komen nadat hij de mensen had weggestuurd. Toen hij hen weggestuurd had, ging hij de berg op om er in afzondering te bidden. De nacht viel, en hij was daar helemaal alleen. De boot was intussen al vele stadiën van de vaste wal verwijderd en werd, als gevolg van de tegenwind, door de golven geteisterd. Tegen het einde van de nacht kwam hij naar hen toe, lopend over het meer. Toen de leerlingen hem op het meer zagen lopen, raakten ze in paniek.
„U bent werkelijk Gods Zoon!„

Ze riepen: „Een spook!„ en schreeuwden het uit van angst. Meteen sprak Jezus hen aan: „Blijf kalm! Ik ben het, wees niet bang!„ Petrus antwoordde: „Heer, als u het bent, zeg me dan dat ik over het water naar u toe moet komen.„ Hij zei: „Kom!„ Petrus stapte uit de boot en liep over het water naar Jezus toe. Maar toen hij voelde hoe sterk de wind was, werd hij bang. Hij begon te zinken en schreeuwde het uit: „Heer, red me!„ Meteen strekte Jezus zijn hand uit, hij greep hem vast en zei: „Kleingelovige, waarom heb je getwijfeld?„ Toen ze in de boot stapten, ging de wind liggen. In de boot bogen de anderen zich voor hem neer en zeiden: „U bent werkelijk Gods Zoon!„

Petrus loopt over het water naar Christus
…en uit de Brieven lezen we uit I Korinthiërs 3: 9-17
Dus wij zijn medewerkers van God en u bent zijn akker. U bent een bouwwerk van God. Overeenkomstig de taak die God mij uit genade heeft opgelegd, heb ik als een kundig bouwmeester het fundament gelegd, en anderen bouwen daarop voort. Laat ieder erop letten hoe hij bouwt, want niemand kan een ander fundament leggen dan er al ligt – Jezus Christus zelf. Of er op dat fundament nu verder wordt gebouwd met goud, zilver en edelstenen of met hout, hooi en stro,van ieders werk zal duidelijk worden wat het waard is.
U bent een bouwwerk van God.

Op de dag van het oordeel zal dat blijken, want dan zal het door vuur aan het licht worden gebracht. Het vuur zal laten zien wat ieders werk waard is. Wanneer iemands bouwwerk blijft staan, zal hij worden beloond. Wanneer het verbrandt, zal hij daarvoor de prijs betalen; hijzelf zal echter worden gered, maar door het vuur heen. Weet u niet dat u een tempel van God bent en dat de Geest van God in uw midden woont