Categorie archief: taal en poëzie

il n’y a pas d’amour heureux

gezien op DVD: Aurélien (2003)

Aurelién DVD 2003Aurélien (2003) is een verfilming van de gelijknamige roman van Louis Aragon uit 1944. Het is goed verzorgd drama dat ons zowel in de binnen- als de buitenscènes terugbrengt naar de roaring twenties in Parijs. Luis Aragon (1897-1982) moet veel autobiografische gegevens in zijn roman verwerkt hebben. Kort na de Eerste Wereldoorlog sloot hij zich aan bij het dadaïsme en samen met André Breton en Paul Eluard stond hij bij de wieg van het surrealisme. Het verhaal speelt zich voor een deel af in de hippe kunstenaarswereld van Parijs halverwege de jaren twintig. Aragon modelleerde zijn hoofdpersoon Aurélien waarschijnlijk naar zijn vriend Pierre Drieu la Rochelle.

Sa vie est un étrange
et douloureux divorce
Il n„y a pas d„amour heureux

Louis Aragon

In het naoorlogse Parijs is bijna iedereen getekend door de Grote Oorlog. De meesten houden hun littekens verborgen en proberen het gewone leven weer op te pakken. Aurélien kampt met telkens terugkerende aanvallen van malaria die hij in de loopgraven heeft opgelopen. Bijna alle mannen die in de oorlog gevochten hebben, zijn cynisch geworden. Ook Aurélien heeft zijn geloof in de liefde opgegeven. Verzekerd door familiekapitaal leidt hij een mondain leventje en loopt hij in Parijs van het ene naar het andere feestje. Wanneer hij het nichtje van zijn vriend Edmond de Barbentane ontmoet, ontdekt hij dat zij de enige persoon op de wereld is van wie hij houdt.

Zijn liefde voor Bérenice blijkt wederzijds, maar wordt niet geconsumeerd. Niet omdat Bérenice getrouwd is en haar man trouw wil blijven, maar omdat ze de zuiver liefde die ze voor Aurélien niet wil vermengen met lichamelijke liefde. In het decadente uitgangsleven anno 1925 waarin beide verkeren, zijn de meesten zo losgeslagen dat liefde en seks niets meer met elkaar te maken hebben. Seks gaat net als de drankjes en de hapjes rond en heeft zijn waarde als bezegeling van de liefde tussen twee mensen totaal verloren. Bij Bérenice ontdekt de cynische Aurélien de waarde van de liefde en dus van het leven opnieuw. Op zijn kamer koestert hij een gipsen masker met de gelijkenis van Bérenice. Het masker geeft aan het verhaal een surrealistische sfeer maar is ook een metafoor voor het karakter van Bérenice. Zij wil de liefde tussen hen absoluut houden en hecht aan een strenge scheiding tussen lichaam en geest.

Aragon‘s roman gaat tenslotte over oorlog en liefde, niet over geluk. Een van zijn gedichten Il n’y a pas d’amour heureux ken ik al ruim dertig jaar door de uitvoering van Georges Brassens. Het past precies bij Aurélien en Bérenice.

Il n’y a pas d’amour heureux
 
Rien n’est jamais acquis à l’homme Ni sa force
Ni sa faiblesse ni son coeur Et quand il croit
Ouvrir ses bras son ombre est celle d’une croix
Et quand il croit serrer son bonheur il le broie
Sa vie est un étrange et douloureux divorce
Il n’y a pas d’amour heureux
 
Sa vie Elle ressemble à ces soldats sans armes
Qu’on avait habillés pour un autre destin
A quoi peut leur servir de se lever matin
Eux qu’on retrouve au soir désoeuvrés incertains
Dites ces mots Ma vie Et retenez vos larmes
Il n’y a pas d’amour heureux
 
Mon bel amour mon cher amour ma déchirure
Je te porte dans moi comme un oiseau blessé
Et ceux-là sans savoir nous regardent passer
Répétant après moi les mots que j’ai tressés
Et qui pour tes grands yeux tout aussitôt moururent
Il n’y a pas d’amour heureux
 
Le temps d’apprendre à vivre il est déjà trop tard
Que pleurent dans la nuit nos coeurs à l’unisson
Ce qu’il faut de malheur pour la moindre chanson
Ce qu’il faut de regrets pour payer un frisson
Ce qu’il faut de sanglots pour un air de guitare
Il n’y a pas d’amour heureux
 
Il n’y a pas d’amour qui ne soit à douleur
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit meurtri
Il n’y a pas d’amour dont on ne soit flétri
Et pas plus que de toi l’amour de la patrie
Il n’y a pas d’amour qui ne vive de pleurs
Il n’y a pas d’amour heureux
Mais c’est notre amour à tous les deux
 
Louis Aragon

Bron: Aurélien [ imdb.com ]

hier ligt Poot, hij is dood

Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M.Lodewick
literatuurgeschiedenis.nl

LodewickIn 1979 kreeg ik in de vierde klas van het atheneum voor het eerst literatuuronderwijs. Op onze school gebruikten we de 34e druk van Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M. Lodewick uit 1958. De drie delen (inclusief Literaire Kunst uit 1955) heb ik nog altijd bewaard en gebruik ik alweer dertig jaar als naslagwerk. Omdat ik de laatste tijd met de achttiende eeuw bezig ben, sloeg ik het boek weer eens open om de namen door te nemen van de achttiende eeuwse schrijvers en dichters die ik voor de boekenlijst moest leren (en lezen!)

De canon die Lodewick van de achttiende eeuw geeft, begint met “de laatste 17e eeuwer” Hubert Cornelisz. Poot, bij mij alleen nog bekend van het grafschrift van de Schoolmeester: “Hier ligt Poot, hij is dood.” Lodewick sluit de achttiende eeuw af met Willem Bilderdijk. Tussen Poot en Bilderdijk moesten we de volgende namen leren: Pieter Langendijk (1683-1756), Justus van Effen (1684-1735). Betje Wolff (1738-1804) en Aagje Deken (1741-1804), Hieronymus van Alphen (1746-1803) Rhynvis Feith (1753-1824) en Jacobus Bellamy (1757-1786).

Eind jaren zeventig vulden we onze boekenlijst graag helemaal met titels van Jan Wolkers, zoals na 1990 vooral boeken van Ronald Giphart en Herman Brusselmans bij scholieren op het menu staan. Maar we moesten ook stoffige literatuur lezen van vóór 1945. Daar werden uiteraard uitreksels voor gebruikt. Toch kreeg je op die manier nog een flinke scheut Vondel, Wolff en Deken of Hildebrand naar binnen. En dat was precies de bedoeling.

Arnold HoogvlietDe Literatuurgeschiedenis van H.J.F.M.Lodewick wordt al decennia lang niet meer gebruikt. De canon uit 1958 zal inmiddels gewijzigd zijn. Voor mijn generatie was literatuur van vóór 1900 vaak al onleesbaar, hoe zal dat dan wel niet zijn voor de Facebookgeneratie? In ieder geval hebben de jongeren van nu door het internet veel beter toegang tot ons literaire verleden dan wij destijds met Lodewick hadden. Ik nam eens een kijkje op literatuurgeschiedenis.nl en klikte de achttiende eeuw aan. Het rijtje dat ik in 1979 moest leren, is aanzienlijk langer. Voor mij onbekende namen als Arnold Hoogvliet, Hendrik Doedijns, Arend Fokke Simonsz, Jacob Haafner, Pieter Rabus, Cornelius Martinus Spanoghe, Jan Verlooy, Jacob Campo Weyerman, Pieter van Woensel en Jozef de Wolf komen voorbij. De achttiende eeuw krijgt voor mij zo weer wat meer profiel.

literatuurgeschiedenis.nl
literatuurgeschiedenis.nl

De achttiende eeuw in vijftien hoofdstukken [ literatuurgeschiedenis.nl ]