Categorie archief: taal en poëzie

esthetische waanzin

38e Poetry International Festival in Rotterdam, 16-21 juni
met dit jaar als thema: Poëzie, waanzin en melancholie
en dichter Menno Wigman verbleef drie maanden in Den Dolder

Menno WigmanGisteren schreef ik iets over beeldende kunst van psychiatrisch patienten. Deze staat over het algemeen meer in de belangstelling dan de poëzie, afkomstig uit de kliniek. Daarom wil het Poetry International Festival daar dit jaar wat meer aandacht aan geven.

Op zoek naar de bron van de waanzin, verbleef dichter Menno Wigman drie maanden in Den Dolder. Afgelopen weekend werd hij op het festival in Rotterdam daarover geinterviewd. Hij ging vol verwachtingen, maar keerde enigszins teleurgesteld terug naar huis.

De dichter Menno Wigman verbleef in het najaar van 2005 drie maanden in „Het vijfde seizoen„ een paviljoen op het terrein van de psychiatrische kliniek in Den Dolder. Over die periode publiceerde Wigman het logboek Het gesticht, met dagboekaantekeningen, een zoektocht naar sporen van Gerrit Achterberg en scherpe en intrigerende notities over waanzin en gestoorde dichters en kunstenaars. Tijdens het Poetry International Festival geeft Menno Wigman een lezing over zijn fascinatie voor het thema. Na afloop gaat hij in gesprek met Douwe Draaisma, bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van de psychologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Recent verscheen van Douwe Draaisma Ontregelde geesten. Ziektegeschiedenissen, waarin hij de levens van dertien beroemde „namen„ uit de wetenschap van hersenen en geest reconstrueert.
 
Bron: poetry.nl

Stel je een normaal mens voor… heb je hem voorgesteld – goed! denk je een gesprek met hem in van een half uur… er komt niets ter sprake dat niet tot de simpele alledaagsheid behoort… je wordt ondergedompeld in banaliteiten – hij wordt gek.

One Flew over the Cuckoos's Nest
One Flew over the Cuckoos’s Nest

Plotseling is hij spits, amusant. Hij praat onzin – maar er zit originaliteit in, vaak misschien iets groots! Zijn geest spint draden tussen de meest uiteenlopende dingen, die hij vroeger met zijn armzalige gewone verstand niet met elkaar in verband had gebracht. Hij wordt fantasierijk – hij wordt bijna een dichter. De troepen zijn er, om het zo te zeggen… alleen de strategie ontbreekt„.

Arthur Schnitzler

Beeldende kunst en gedichten van psychiatrisch patienten op de website van netclienten

Dulce et decorum est

Dulce et Decorum Est van Wilfred Owen (1893-1918)
Dulce et Decorum Est

Bent double, like old beggars under sacks,
Knock-kneed, coughing like hags, we cursed through sludge,
Till on the haunting flares we turned our backs,
And towards our distant rest began to trudge.
Men marched asleep. Many had lost their boots,
But limped on, blood-shod. All went lame, all blind;
Drunk with fatigue; deaf even to the hoots
Of gas-shells dropping softly behind.

Gas! Gas! Quick, boys! – An ecstasy of fumbling,
Fitting the clumsy helmets just in time,
But someone still was yelling out and stumbling
And floundering like a man in fire or lime.-
Dim, through the misty panes and thick green light,
As under a green sea, I saw him drowning.

In all my dreams before my helpless sight
He plunges at me, guttering, choking, drowning.

If in some smothering dreams, you too could pace
Behind the wagon that we flung him in,
And watch the white eyes writhing in his face,
His hanging face, like a devil’s sick of sin;
If you could hear, at every jolt, the blood
Come gargling from the froth-corrupted lungs,
Bitter as the cud
Of vile, incurable sores on innocent tongues,-
My friend, you would not tell with such high zest
To children ardent for some desperate glory,
The old Lie: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

gas
Ook al is deze foto in scene gezet, de werkelijkheid was niet minder bizar: het gasmasker was aan het front onmisbaar geworden. Zelfs paarden en honden droegen het bij een gasaanval.
Dulce Et Decorum Est

Dubbel gebogen, als oude bedelaars onder hun lasten
Op x-benen en hoestend als oude wijven,
vloekten we ons een weg door slijk
Tot we onze rug keerden naar de niet aflatende vuurpijlen
En begonnen terug te sjokken naar onze verre rustplaats
Mannen marcheerden slapend. Velen waren hun laarzen kwijt
Maar hinkten verder, tot bloedens. We raakten allemaal lam, allemaal blind;
Dronken van uitputting; doof, zelfs voor de sirenes
Waarschuwend voor gasbommen die stil achter ons neervielen.

Gas! Gas! Snel, jongens! Opgejaagd rommelend
Aan onhandige gasmaskers, net op tijd.
Maar iemand stond nog te schreeuwen en struikelde
En spartelde als een man in het vuur of onder de lijm
Vaag, door nevelslierten en in dikke groene schijn
Als in een groene zee, zag ik hem verdrinken.

In al mijn dromen, stort hij zich op mij,
Gulpend, stikkend, verzuipend, en ik kijk hulpeloos toe.

Als ook jij in verstikkende dromen eens kon opstappen
Achter de kar waarop wij hem gooiden
En het wit van zijn ogen in zijn gezicht zien draaien
Zijn hangende mond, als van een duivel ziek van zonde
En ook jij bij elke schok, het bloed kon horen
Opborrelend uit zijn door schuim bezoedelde longen,
Smerig als een kanker, bitter als etter
Van walgelijk oude, ongeneeslijke wonden in onschuldige monden,
Mijn vriend, dan zou je niet met zoveel ijver,
Aan kinderen snakkend naar wanhopige roem,
De oude leugen vertellen: Dulce et decorum est
Pro patria mori.

Wilfred Owen
Wilfred Owen1917 in many ways was the pivotal year in his life, although it was to prove to be his penultimate. In January he was posted to France and saw his first action in which he and his men were forced to hold a flooded dug-out in no-man’s land for fifty hours whilst under heavy bombardment. In March he was injured with concussion but returned to the front-line in April. In May he was caught in a shell-explosion and when his battalion was eventually relieved he was diagnosed as having shell-shock (‘neurasthenia’). He was evacuated to England and on June 26th he arrived at Craiglockhart War Hospital near Edinburgh.

Had Owen not arrived at the hospital at that time one wonders what might have happened to his literary career, for it was here that he met Siegfried Sassoon who was also a patient. Sassoon already had a reputation as a poet and after an awkward introduction he agreed to look over Owen’s poems. As well as encouraging Owen to continue, he introduced him to such literary figures as Robert Graves (a friend of Sassoon’s) which in turn, after his release from hospital, allowed Owen to mix with such luminaries as Arnold Bennett and H. G. Wells.

The period in Craiglockhart, and the early part of 1918, was in many ways his most creative, and he wrote many of the poems for which he is remembered today. In June 1918 he rejoined his regiment at Scarborough and then in August he returned to France. He was awarded the Military Cross for bravery at Amiens, but was killed on the 4th November whilst attempting to lead his men across the Sambre canal at Ors. The news of his death reached his parents on November 11th 1918, the day of the armistice.

Bron: oucs.ox.ac.uk/ltg/projects/jtap/tutorials/intro/owen

we are the dead

In Flanders Fields van John McCrae

Voordat we vrijdagmiddag vanuit Ieper weer naar huis reden, bezochten we ten noorden van Ieper bij het plaatsje Boezinge nog twee lokaties uit de Grote Oorlog: de Yorkshire trench en de site John McCrae

Yorkshire TrenchDe Yorkshire Trench is in 1992 ontdekt en door de diggers gerestaureerd. Hier vond op 22 april 1915 de eerste Duitse aanval met chloorgas plaats. Opvallend, bijna macaber vond ik de vreselijke stank op deze plek, waarschijnlijk afkomstig van het industrieterrein van Ieper dat zich tegenwoordig uitstrekt langs het kanaal tot aan Boezinge. Het is een bizarre lokatie: wat eens het slagveld Boezinge was, is sinds een paar jaar een onooglijk industrieterrein. De loopgraaf en de ondergrondse dug-outs liggen nu tussen twee loodsen en elke dag stoppen er bussen met schoolkinderen voor een ‘loopgraafervaring’. De loopgraaf is fraai geconserveerd maar de meters diepe dug-outs staan vol met grondwater. Voor de soldaten in 1915 was er naast de strijd boven de grond in de dug-outs ook een voortdurende strijd tegen het grondwater.

trench & dug-out
loopgraaf verbonden met dug-out

site John McCraeVlak ten zuiden van deze plek aan de andere kant van het kanaal ligt de site John McCrae waar het beroemde gedicht In Flanders Fields is geschreven. Lopende langs de graven van de soldaten van de West Riding Division die hier tijdens de Tweede Slag om Ieper (april-mei 1915) zijn omgekomen, kreeg het gedicht voor mij zijn maximale betekenis: “Between the crosses, row on row that mark our place” en vooral “We are the dead”. McCrae heeft de doden voor altijd een stem gegeven. De doden zélf leven voort en het is niet alleen hun naam zoals op elk Brits monument van de Grote Oorlog staat geschreven:

Their Name Liveth For Evermore
site John McCrae
Between the crosses, row on row
that mark our place
John MacCraeTijdens de tweede slag bij Ieper bevond zich in het plaatsje Boezinge een verpleegpost waar de militaire arts John McCrae werkzaam was. Hij was van Canadese afkomst, geboren in 1872, en had zich onderscheiden in de Boerenoorlog (1899-1902) waaraan hij als arts-vrijwilliger had deelgenomen. In 1901 nam hij ontslag uit militaire dienst en wijdde zich aan een medische carrière tot op 4 augustus 1914 de Eerste Wereldoorlog uitbrak en hij zich opnieuw meldde als vrijwilliger. Hij werd benoemd tot arts bij de First Brigade van de Canadian Field Artillery.
 
McCrae schreef met een zekere regelmaat gedichten waarvan ook een aantal in literaire bladen werd geplaatst. Op 22 april 1915 werden de eerste aanvallen met chloorgas ingezet te Boezinge, de plaats waar McCrae als arts frontdienst verrichtte tijdens de gevechten. Diep onder de indruk van de gebeurtenissen schreef hij op 3 mei het gedicht In Flanders Fields, misschien wel het meest bekende gedicht uit deze oorlog.
 
Bron: wereldoorlog1418.nl

In Flanders fields

In Flanders fields the poppies blow
Between the crosses, row on row
That mark our place; and in the sky
The larks, still bravely singing, fly
Scarce heard amid the guns below.

We are the dead. Short days ago
We lived, felt dawn, saw sunset glow
Loved, and were loved, and now we lie
In Flanders fields.

Take up our quarrel with the foe:
To you from failing hands we throw
The torch; be yours to hold it high.
If ye break faith with us who die
We shall not sleep, though poppies grow
In Flanders fields.

Lieutenant Colonel John McCrae, 1872-1918

about John McCrae [ firstworldwar.com ] | poëzie en proza uit de loopgraven