Categorie archief: taal en poëzie

Een Nederlandse Goethe?

250 jaar geleden geboren: Willem Bilderdijk (1756-1831)

Willem BilderbergGeboren 7 jaar na Goethe en een jaar eerder overleden. Willem Bilderdijk was dus een echte tijdgenoot van het Duitse genie. Daarnaast was hij ook hoogbegaafd, veelzijdig en had hij een encyclopedische kennis omdat hij als jongetje de complete bibliotheek van zijn vader ‘gedownload’ had. Zijn verzen hebben we al sinds Conrad Busken Huet en de Tachtigers in de ban gedaan. De laatste decennia neemt de aandacht voor Bilderdijk weer toe en er is een nieuwe biografie in voorbereiding.
Ik leerde Bilderdijk kennen als het superego van de Nederlandse letteren (gedeelde eerste plaats met Harry Mulish overigens) in 1980 tijdens de literatuurles bij de dichteres Nel Benschop, die op onze school lerares Nederlands was. Het was vaak hilarisch wat je over Bilderdijk las. Naar eigen zeggen had hij de Bijbelhistorie, de Mythologie, de Heidelbergse catechismus en vader Cats onder de knie toen hij anderhalf jaar oud was. En toen hij twee jaar was, wilde deze King of Weltschmertz al verlost worden uit dit leven. In Afscheid (1811) licht hij ons alsnog in over deze vroege doodswens:

‘k Lag in mijn wiegj’ alreeds met natbeschreide wangen
In ‘t dorsten naar de dood te smachten en te verlangen
Bilderdijk heeft enorm veel geschreven; naar schatting bestaat zijn dichtwerk uit meer dan driehonderdduizend versregels. Vanwege zijn enorme productie werd hij ook wel ‘een onvermoeibaar versifex’ genoemd en dat terwijl het schrijversschap niet eens zijn full-time baan was. Het grootste gedeelte van zijn leven verdiende hij de kost als advocaat of docent. Buitendien, niet alleen als dichter manifesteerde Bilderdijk zich: hij schreef ook betogen in proza, verhalen, verhandelingen over taalkunde, filosofie, godsdienst en hij maakte vertalingen. Ook als tekenaar was hij verdienstelijk en tevens was hij thuis in de geneeskunst.
 
Bilderdijk voelde zich altijd ongelukkig en koesterde een levenslange doodswens en droeg daarmee bouwstenen aan voor zijn eigen mythe. Aanvankelijk was zijn werk nog classicistisch van aard, maar hij ging de geschiedenis in als het prototype van een romantisch dichter, niet in het minst door zijn melancholie. Latere generaties keken met plaatsvervangende schaamte naar zijn werk en door de Tachtigers werd hij verguisd. Hij werd ‘de grote ongenietbare’ genoemd en kreeg de bijnaam Bulderdijk. Tijdens zijn leven was hij van grote invloed, ten eerste omdat hij zich overal mee bemoeide, van politieke kwesties tot de evolutieleer; en ten tweede doordat hij als docent ook de mogelijkheid kreeg dichters als Da Costa en politici als Groen van Prinsteren diepgaand te beïnvloeden. De Bilderdijk-berg is enorm: dit Profiel wil alleen enkele mijngangen graven om toegang te geven tot verborgen schatten.
 
Bron: kb.nl/dichters/bilderdijk

Gebed

Genadig God, die in mijn boezem leest!
Ik vlied tot U, en wil, maar kan niet smeeken.
Aanschouw mijn nood, mijn neêrgezonken geest,
En zie mijn oog van stille tranen leken!

Ik smeek om niets, hoe kwijnend, hoe bedroefd.
Gy ziet me een prooi van mijn bedwelmde zinnen:
Gy weet alleen het geen uw kind behoeft,
En mint het meer, dan ‘t ooit zich-zelf kan minnen.

Geef, Vader, geef aan uw onwetend kroost,
Het geen het zelf niet durft, niet weet te vragen!
Ik buig my neêr; ik smeek noch kruis, noch troost;
Gy, doe naar uw ontfermend welbehagen!

Ja, wond of heel; verhef, of druk my neêr:
‘k Aanbid uw wil, hoe duister in mijne oogen:
Ik offer me op, en zwijg, en wensch niet meer:
‘k Berust in U, zie daar mijn eenigst pogen!

Ik zie op U met kinderlijk ontzag:
Met Christen hoop, noch lauw noch ongeduldig.
Ach, leer Gy my, het geen ik bidden mag!
Bid zelf in my; zoo is mijn beê onschuldig.

kb.nl/dichters/bilderdijk| bilderdijkmuseum.vu.nl | Willem Bilderdijk [uva.nl]

grote woorden

Mark Boog, de encyclopedie van de grote woorden
winnaar van de VSB Poëzieprijs 2006
De encyclopedie van de grote woorden biedt vierenzestig gedichten, waarin de betekenis van die woorden niet zozeer in een nieuw daglicht wordt gesteld, zoals de flaptekst wil suggereren, maar eerder de oorspronkelijke betekenissen die het woord herbergt en die door het veelvuldig gebruik van dat woord sleets zijn geraakt en naar de achtergrond verdrongen, opnieuw voor het voetlicht brengt. De bundel maakt ons weer bewust van de betekenis van die woorden.
 
Het resultaat is in één woord prachtig. Welbeschouwd is het een meesterzet van Boog om een „encyclopedie„ samen te stellen. Zijn (quasi)afstandelijke, (quasi)neutrale stijl leent zich daar prachtig voor. De auteur lijkt ons, inderdaad als in een lemma van een encyclopedie, op neutrale toon uit te leggen wat de betekenis is van grote woorden als geluk (“Het geluk is overkomelijk“), natuur (“Van natuur, dat wat bijgeknipt moet worden, krijgen we niet snel genoeg“) of trouw (“Trouw, liefst eeuwig, is een akelig mannetje“). Maar hij schotelt ons uiteindelijk zo precies mogelijk (met inzet van alle mogelijke poëtische middelen) een persoonlijke uitleg van het woord voor. Beeldend zijn de gedichten heel sterk, en inhoudelijk aangrijpend. Nemen we bijvoorbeeld een gedicht als „Geluk„:

Geluk

Het geluk is overkomelijk. Men plaatst het
in een vitrine en gaat aan het werk.
Wie ernaar vraagt krijgt het te zien,
onder weloverwogen commentaar.

Het is gebruikelijk om ’s avonds achterover
te zitten en het geluk, zoals dat beschaafd
verlicht tentoongesteld staat, te beschouwen.
Men stoot de deelgenoot erover aan.
Die knikt of zegt heel zachtjes: „Ja.„

In hoeverre het geluk ons bepaalt
is niet eens een vraag: totaal. Wij zijn niets
dan ons geluk, en het geluk is waar wij zijn.

Slechts tijdens het afnemen van de glasplaat
slaan we soms de ogen neer. De vochtige
doek hangt slap in onze handen. Zo mooi.

Mark Boog

Bron: dhost.info/recensent

Mark BoogMark Boog (Utrecht 1970), schreef de dichtbundels Alsof er iets gebeurt (2000, C. Buddingh’-prijs 2001), Zo helder zagen we het zelden (Cossee 2002, genomineerd voor de J.C. Bloemprijs), Luid overigens de noodklok (Cossee), en drie romans, De Vuistslag (2001), De warmte van het zelfbedrog (Cossee 2002) en De helft van liefde (Cossee 2005). Op Gedichtenbal werd de bundel De encyclopedie van de grote woorden genomineerd voor de VSB Poëzieprijs 2006 en op 28 april werd deze aan Mark Boog uitgereikt.

markboog.nl | speel zelf met grote woorden | uitgeverij Cossee

de zeer oude zingt

De zeer oude zingt:
er is niet meer bij weinig
noch is er minder
nog is onzeker wat er was
wat wordt wordt willoos
eerst als het is is het ernst
het herinnert zich heilloos
en blijft ijlings
 
alles van waarde is weerloos
wordt van aanraakbaarheid rijk
en aan alles gelijk
 
als het hart van de tijd
als het hart van de tijd
 
Lucebert

Parmenides
De zeer oude waar Lucebert naar verwijst, blijkt bij onderzoek de Griekse presocratische wijsgeer Parmenides te zijn.