Categorie archief: taal en poëzie

Middeleeuws [ 2 ]

alruinwortel

Alruinwortel moet je bij volle maan uit de grond laten trekken door een hond die er met een touw aan is vastgebonden. De wortel, die vaak op een mens met twee beentjes lijkt, zou dan nog een gilletje slaken. Het kauwen op een stukje van deze wortel levert al snel een effect op als dat van de doornappel. Men beweert dat een gedroogde alruinwortel een uitstekende talisman tegen kwade invloeden is.

Mandragora, als Platearius kent,
es .i. cruud van Orient.
Cout eist ende droghe der toe.
Men vinter of hie ende soe;
die hie es gheblaet inder ghebare
alsoft .i. bete ware,
de soe alst waren louwre blade.
Apple draghen dese ghegade,
soete riekende alsmen weet,
dat men der erden apple heet.

Uut blade ende wortele sine
sijn nuttelic ter medicinen.
Die in heten suchten legt
ende te slapene niet ne plegt,
so salmen met mandraghen bladen
vrouen melc stampen ende begaden,
ende twitte van eye, dies ghelovet,
.i. plaester maken vort vorhoft
bedecter em dien slaep mede.
Die van groter hethede
sijn hovet swert legghe de blade ghewreven
an sinen slaep, et sals begheven.

Dus als hier bescreven staet
maecmen olie mandragoraet:
Die apple stampmen clene
ende mincse met olien ghemene,
dan sietment te samen heet
ende duet dor .i. cleet.
Dits olie mandragoraet
dar hoftswere bi vergaet.
Ende wel slapen doet mede,
ende es goet jeghen allen rede,
up datmen mede striken doe
vorhoft ende slaep der toe.

Men sal oec in goeden wine
.i. stic sieden die wortele sine,
ende ghevent hem drinken diet so staet
dat men hem die lede of slaet,
hi sal hem slapende so vergheten
dat hi der dinc niet sal weten.

uit: Der Nature Bloeme van Jacob van Maerlant

mandragora | uitjebol | mandrake

Habseligkeiten

In september berichtte ik hier over het mooiste Nederlandse woord. Onze oosterburen hebben inmiddels ook hun mooiste woord gevonden: Habseligkeiten.

De afgelopen zomer zonden meer dan 22.000 mensen uit 111 landen hun favoriete Duitse woord in. Voor de meeste inzenders was echter een heel ander woord geliefd: Liebe. De jury – bestaande uit zanger Herbert Grönemeyer, schrijver Uwe Timm, filmregisseur Joseph Vilsmaier en leden van de Duitse Taalunie en het Goethe-Instituut – trok zich echter niet veel aan van de voorliefde van het volk.
 
Uit een lijst van 95 woorden koos de jury voor Habseligkeiten, omdat het woord het menselijke streven naar bezit koppelt aan het meer spirituele Seligkeit, dat zaligheid betekent. Op de tweede plaats eindigde Geborgenheit (geborgenheid), de derde plek was voor het werkwoord lieben (houden van).
 
Degene die zijn of haar favoriete woord met de beste of origineelste motivatie had ingezonden, werd beloond met een tweepersoons reis naar Mauritius. (…) Deze ging naar een secretaresse van de Universiteit Tübingen. De jury roemde haar poëtisch-filosofische motivatie die zij bij het mooiste Duitse woord Habseligkeiten had bedacht:
 
“Das Wort bezeichnet nicht den Besitz, nicht das Vermögen eines Menschen, wohl aber seine Besitztümer, und es tut dies mit einem freundlich-mitleidigen Unterton, der uns den Eigentümer dieser Dinge sympathisch und liebenswert erscheinen lässt.”
 
Bron: nos.nl/nieuws/

wie wordt Lennaert Nijgh’s biograaf?

De literaire nalatenschap van Lennaert Nijgh is door de erven aan het Letterkundig Museum in Den Haag geschonken. De tekstschrijver, vertaler en columnist ‘Lennaert Nijgh, van wie ik nog een tientje krijg’, zoals Boudewijn de Groot zong in ‘Picknick’, heeft een zeer interessant en gevarieerd archief nagelaten.
 
Lennaert Nijgh werd in 1945 in Haarlem geboren en overleed er in 2002 na een kort ziekbed. Hij bracht zijn jeugd door in Heemstede, waar hij enige tijd in dezelfde straat woonde als Boudewijn de Groot. Samen met hem (en Ischa Meijer) zat hij een paar jaar in één klas op de middelbare school. Zijn eerste liedjes schreef hij in de tijd dat hij eindexamen deed. Ze werden vrijwel onmiddellijk op de plaat gezet, maar hadden geen succes. Dat kwam in 1966, met de lp Voor de overlevenden.
 
Hij werd een veelgevraagd tekstschrijver, en schreef, naast veel teksten voor diverse artiesten en tv-programma’s, de musical De engel van Amsterdam voor Jasperina de Jong en de rockopera Ik Jan Cremer. In de loop van de jaren tachtig stokte zijn productie van liedteksten en legde hij zich met name toe op het schrijven van columns. In 1996 bracht Boudewijn de Groot een cd uit met nieuwe teksten van Nijgh, waaronder ‘Een wonderkind van 50′, een lied over het tragische leven van de dichter Halbo C. Kool.
 
Nijghs archief bevat typoscripten van vele bekende liedjes: ‘Testament’, ‘Het land van Maas en Waal’ (Boudewijn de Groot), ‘Jan Klaasen de trompetter’, ‘Malle Babbe’ (Rob de Nijs) en ‘Ik doe wat ik doe’ (Astrid Nijgh, zijn eerste vrouw), om er slechts een paar te noemen. Ook de typemachine waarop hij zijn oudste teksten getikt heeft, maakt deel uit van de schenking. Voorts een aanzienlijke hoeveelheid krantenknipsels over hem en zijn werk, en columns van zijn hand uit het Haarlems Dagblad, gedeeltelijk gebundeld in in eigen beheer uitgegeven boekjes. Zowel zakelijke als persoonlijke correspondentie is aanwezig, waaronder een kaart van Jan Cremer uit 1986 en een aankondiging van het (derde) huwelijk van Louis Ferron.
 
Het typoscript van zijn in 1971 bij een obscuur uitgeverijtje verschenen debuutroman Tobia, of De ontdekking van het masturbariaat (in 1991 herdrukt bij Conserve) bevindt zich eveneens tussen de papieren. Personalia als agenda’s, waaronder een van toen hij 14 was, een verzekeringsbewijs voor een Solex, foto’s uit verschillende perioden van zijn leven, en de oorkonde behorend bij de Culturele aanmoedigingsprijs der gemeente Hilversum 1974, zijn eveneens voorhanden. Dit materiaal biedt een prachtige aanzet voor de reconstructie van leven en werk van deze schrijver.
 
Bron: CultuurNet / Letterkundig Museum

24/10 toen | heiligen van de dag